ECLI:NL:RBOVE:2026:779

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
16 februari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
ak_25_1634_1
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen kennelijk gegrond verklaard beroep wegens niet tijdig besluit

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Overijssel het verzet van het college van gedeputeerde staten van Overijssel gegrond verklaard tegen de uitspraak van 31 oktober 2025. In die eerdere uitspraak had de rechtbank het beroep van geopposeerde kennelijk gegrond verklaard wegens het niet tijdig nemen van een besluit op een Woo-verzoek van 18 mei 2025.

Uit de gedingstukken bleek echter dat opposant op 1 augustus 2025 alsnog een besluit had genomen, dat geopposeerde op 15 augustus 2025 per e-mail had ontvangen. Dit was niet onderkend in de eerdere uitspraak. De rechtbank concludeerde daarom dat het beroep niet buiten redelijke twijfel gegrond was en dat de eerdere uitspraak ten onrechte zonder zitting was gedaan.

De rechtbank heeft het verzet gegrond verklaard, waardoor de uitspraak van 31 oktober 2025 vervalt en het onderzoek wordt hervat in de stand waarin het zich bevond voor die uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de eerdere uitspraak wordt vernietigd, het onderzoek wordt hervat.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/1634 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van

het college van gedeputeerde staten van Overijssel, opposant

tegen de uitspraak van de rechtbank van 31 oktober 2025 in het geding tussen
[geopposeerde], uit [woonplaats], geopposeerde [1] ,
en

het college van gedeputeerde staten van Overijssel.

Inleiding

1. Deze uitspraak op het verzet van opposant gaat over de uitspraak van de rechtbank van 31 oktober 2025 waarin de rechtbank het beroep kennelijk gegrond heeft verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit heeft vernietigd en verweerder is opgedragen om binnen twee weken na de dag van verzending van de uitspraak alsnog een besluit op het verzoek bekend te maken.
1.1.
Opposant heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van
31 oktober 2025 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel [2] is dat het beroep kennelijk gegrond is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet.
3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het verzet van opposant
4. Op 18 mei 2025 heeft geopposeerde een Woo-verzoek ingediend bij opposant. Opposant heeft op dit Woo-verzoek geen tijdig besluit genomen. Geopposeerde heeft op 13 juni 2025 een beroep niet tijdig beslissen ingediend. Volgens opposant is er weliswaar nadat beroep is ingesteld, maar voordat de uitspraak is gedaan, een besluit genomen en wel op 15 augustus 2025. Opposant heeft dit besluit op 27 november 2025 aan de rechtbank toegezonden.
Het verweer van geopposeerde
5. Volgens geopposeerde heeft zij op 18 augustus 2025 aan de rechtbank meegedeeld dat zij een besluit van opposant van 11 augustus 2025 had ontvangen. Geopposeerde stelt dat het kennelijk niet doorsturen van het besluit door opposant een gebrek aan zorgvuldigheid bij opposant onderstreept. Geopposeerde stelt zich daarnaast op het standpunt dat het besluit van 11 augustus 2025 grotendeels bestaat uit reeds eerder gepubliceerde documenten en stukken die niet of nauwelijks relevant zijn voor het verzoek van geopposeerde. Geopposeerde verzoekt het verzet ongegrond te verklaren.
De uitspraak van 31 oktober 2025
6. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Dat mag de rechtbank als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk gegrond geacht. Het gaat er in deze verzetzaak dus om of buiten redelijke twijfel stond dat het beroep gegrond is. In de uitspraak van 31 oktober 2025 heeft de rechtbank vastgesteld dat opposant geen besluit genomen heeft en dat de beslistermijn is verstreken.
Is er alsnog een besluit genomen op de aanvraag van 18 april 2025?
7. Uit de gedingstukken blijkt echter dat geopposeerde op 18 augustus 2025 aan de rechtbank heeft meegedeeld dat opposant op 1 augustus 2025 alsnog een besluit heeft genomen en dat zij dit besluit op 15 augustus 2025 per e-mail heeft ontvangen. Daarbij is vermeld dat zij tegen dit besluit bezwaar zal maken. Dit heeft de rechtbank niet onderkend. De rechtbank heeft op 25 november 2025 aan opposant verzocht het besluit van 15 augustus 2025 alsnog aan de rechtbank te sturen. Hieraan is voldaan. De rechtbank heeft het besluit van 11 augustus 2025 op 27 november 2025 ontvangen. De rechtbank heeft dus ten onrechte buiten redelijke twijfel geacht dat het beroep gegrond is.
De verzetsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

8. Uit de beoordeling van de grond van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 31 oktober 2025 ten onrechte heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, gegrond was en de zaak ten onrechte zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is gegrond. Dat betekent dat die uitspraak vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die uitspraak werd gedaan.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P.W. Esmeijer, rechter, in aanwezigheid van
mr.S. Oosterhaar, griffier. Uitgesproken in het openbaar op:
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen in de bodemzaak op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Met geopposeerde wordt bedoeld de partij die geen verzetschrift heeft ingediend.
2.Dit volgt uit artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).