ECLI:NL:RBOVE:2026:727

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
C/08/338669 / HA ZA 25-316
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 194 RvArt. 195 RvArt. 208 lid 1 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing incidentele vordering inzage personeelsdossier in detacheringsovereenkomst

Tussen UWV en Zorghotel Zenderen is een detacheringsovereenkomst gesloten voor de periode van 17 april 2023 tot 17 april 2024. UWV vordert betaling van facturen uit hoofde van deze overeenkomst, terwijl Zorghotel Zenderen de facturen betwist en een opschorting van betaling en aanvullende verweren heeft ingesteld wegens ondeugdelijk functioneren van de gedetacheerde werknemer.

Zorghotel Zenderen heeft een incidentele vordering ingesteld op grond van artikel 194 lid 1 Rv Pro in verbinding met artikel 195 lid 1 Rv Pro, gericht op inzage in het personeelsdossier van de gedetacheerde werknemer over een bepaalde periode, om haar verweren beter te onderbouwen. UWV heeft geen tijdig verweer gevoerd tegen deze vordering, en een te late reactie van UWV is door de rechtbank buiten beschouwing gelaten.

De rechtbank oordeelt dat Zorghotel Zenderen voldoende gronden heeft aangevoerd voor de gevorderde inzage, maar beperkt het tijdvak van de gevraagde documenten tot de periode van 1 januari 2020 tot 17 april 2023. De rechtbank veroordeelt UWV tot afgifte van kopieën van functioneringsverslagen, correspondentie, disciplinaire maatregelen, ziekteverzuimdocumentatie en interne besluitvorming betreffende de detachering.

Daarnaast wordt UWV veroordeeld tot betaling van een dwangsom bij niet-nakoming en tot vergoeding van de proceskosten van Zorghotel Zenderen. Het overige of meer gevorderde wordt afgewezen. De zaak wordt op 4 maart 2026 voortgezet voor verdere behandeling.

Uitkomst: De rechtbank wijst de incidentele vordering toe en veroordeelt UWV tot afgifte van personeelsdossierdocumenten en betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/338669 / HA ZA 25-316
Vonnis in incident van 11 februari 2026
in de zaak van
de publiekrechtelijke rechtspersoon
UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN (UWV),
gevestigd in Amsterdam,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: UWV,
advocaat: mr. Z. Sahak,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ZORGHOTEL EN RETRAITEHUIS ZENDEREN B.V.,
gevestigd in Zenderen,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: Zorghotel Zenderen,
advocaat: mr. A.P. Macro.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding d.d. 12 september 2025, met 17 producties;
- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak, tevens houdende incidentele vordering tot afgifte en inzage ex artikel 194 en Pro 195 Rv d.d. 24 december 2025, met 10 producties;
1.2.
Aansluitend is vonnis in het incident bepaald.

2.Het geschil en het verdere procesverloop

2.1.
Tussen partijen is op 20 maart 2023 een detacheringsovereenkomst tot stand gekomen, op grond waarvan een werknemer van UWV – de heer [naam] (hierna: ‘[naam]’) – door UWV werd gedetacheerd bij Zorghotel Zenderen. De detacheringsovereenkomst had een ingangsdatum van 17 april 2023 en kende een looptijd van 1 jaar.
2.2.
UWV vordert in de hoofdzaak betaling van facturen die zij aan Zorghotel Zenderen heeft gestuurd uit hoofde van de detacheringsovereenkomst.
2.3.
Zorghotel Zenderen betwist de verschuldigdheid van de facturen. Volgens Zorghotel Zenderen is zij bevoegd om haar betalingsverplichting op te schorten, omdat UWV ten opzichte van haar is tekortgeschoten in de nakoming van verplichtingen voortvloeiend uit de detacheringsovereenkomst. Dat tekortschieten bestond volgens Zorghotel Zenderen uit het ondeugdelijk verrichten van werkzaamheden bij Zorghotel Zenderen door [naam]. In het verlengde daarvan heeft Zorghotel Zenderen als aanvullende verweren ook nog een beroep gedaan op gedeeltelijke ontbinding van de detacheringsovereenkomst, schadevergoeding en matiging van de facturen.
2.4.
Zorghotel Zenderen heeft een incidentele vordering ingesteld (artikel 208 lid 1 Rv Pro). De incidentele vordering is ingesteld op de voet van artikel 194 lid 1 Rv Pro in verbinding met artikel 195 lid 1 Rv Pro. Zorghotel Zenderen meent dat zij recht heeft op een afschrift van – kort gezegd – het personeelsdossier van [naam] ten aanzien van een bepaalde periode. Aan de hand daarvan denkt Zorghotel Zenderen door haar gevoerde verweren beter te kunnen onderbouwen en/of nieuwe verweren te kunnen aanvoeren.
2.5.
UWV is door de rechtbank in de gelegenheid gesteld om op de rol van 14 januari 2026 een conclusie van antwoord in het incident te nemen. UWV heeft dat niet gedaan. De zaak is daarna voor vonnis in het incident komen te staan.
2.6.
In de toelichting op een B-16 formulier, ingediend op 27 januari 2026, heeft UWV alsnog een reactie gegeven op de incidentele vordering zoals ingesteld door Zorghotel Zenderen.
2.7.
Zorghotel Zenderen heeft op 27 januari 2026 via een B11-formulier bezwaar gemaakt tegen de reactie van UWV en daarbij aan de rechtbank het verzoek gedaan om de reactie van UWV buiten beschouwing te laten.
2.8.
In een rolbeslissing van 27 januari 2026 heeft de rechtbank partijen laten weten dat de reactie van UWV, zoals ingediend op 27 januari 2026, buiten beschouwing zal worden gelaten bij de beoordeling, omdat deze te laat is ingediend.
2.9.
De rechtbank ziet aanleiding om eerst en vooraf op het incident te beslissen, omdat in het incident wordt verzocht om een afschrift van documenten die in de hoofdzaak een rol kunnen spelen.

3.De beoordeling in het incident

3.1.
De rechtbank constateert dat UWV geen (tijdig) verweer heeft gevoerd tegen de door Zorghotel Zenderen ingestelde incidentele vordering.
3.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft Zorghotel Zenderen voldoende gronden aangevoerd die een vordering op basis van artikel 194 lid 1 Rv Pro in verbinding met artikel 195 lid 1 Rv Pro kunnen dragen. Zorghotel Zenderen is de elementen uit artikel 194 lid 1 Rv Pro – rechtsbetrekking, voldoende belang, bepaalde gegevens en beschikking – langsgelopen en heeft gemotiveerd aangevoerd waarom daaraan naar haar mening is voldaan.
3.3.
Voor het overige komt de door Zorghotel Zenderen ingestelde incidentele vordering de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. De rechtbank ziet wel aanleiding om het tijdvak waarop de door UWV af te geven bescheiden betrekking hebben te beperken tot de periode gelegen tussen 1 januari 2020 en 17 april 2023. Bescheiden die dateren van vóór 1 januari 2020, acht de rechtbank niet van belang voor de beoordeling van het geschil tussen partijen. Het door Zorghotel Zenderen in het petitum van het incident onder 1.f gevorderde, is bovendien te onbepaald om te kunnen worden toegewezen.
3.4.
De incidentele vordering zal daarom worden toegewezen als gevorderd, met inachtneming van hetgeen is overwogen in rechtsoverweging 3.3 van dit vonnis.
3.5.
UWV is in het incident in het ongelijk gesteld en wordt daarom in de proceskosten (inclusief nakosten) in het incident veroordeeld. De proceskosten van Zorghotel Zenderen in het incident worden begroot op:
- salaris advocaat € 653,00 (1 punt × tarief II)
- nakosten € 189,00plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
totaal € 842,00

4.De beslissing

De rechtbank
in het incident
4.1.
veroordeelt UWV om, binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, aan Zorghotel Zenderen af te geven kopieën van de volgende bescheiden uit het personeelsdossier van de heer [naam], daterend uit de periode 1 januari 2020 tot 17 april 2023:
( i) alle functionerings- en beoordelingsverslagen;
( ii) alle correspondentie, gespreksverslagen en notities betreffende het functioneren;
( iii) eventuele officiële waarschuwingen, berispingen of andere disciplinaire maatregelen;
( iv) documentatie betreffende ziekteverzuim en re-integratieprojecten;
( v) interne correspondentie en besluitvorming betreffende de selectie voor de detachering;
4.2.
veroordeelt UWV om aan Zorghotel Zenderen een dwangsom te betalen van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,
4.3.
veroordeelt UWV in de kosten van het incident, aan de zijde van Zorghotel Zenderen begroot op € 842,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag met ingang van 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, verhoogd met € 98,00 in geval van betekening, waarbij geldt dat de betekeningskosten slechts verschuldigd zijn indien UWV niet binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe vrijwillig aan dit vonnis heeft voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over genoemde bedragen met ingang van 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
4.4.
wijst het anders of meer gevorderde af,
in de hoofdzaak
4.5.
bepaalt dat de zaak op de rol komt van 4 maart 2026, voor opgave verhinderdata en dagbepaling mondelinge behandeling.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.