ECLI:NL:RBOVE:2026:691

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
ak_25_1173
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 ZvwArt. 9a ZvwArt. 9b ZvwArt. 12 Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling verzekering Wlz bij kortdurend werken in het buitenland als au pair

Eiseres werkte van 8 april 2024 tot 27 juni 2024 als au pair in Nieuw-Zeeland en keerde op 29 augustus 2024 terug naar Nederland. De SVB stelde vast dat zij gedurende deze periode verzekerd was voor de Wet langdurige zorg (Wlz), omdat zij minder dan drie maanden buiten Nederland werkzaam was. Eiseres was het hier niet mee eens en stelde dat zij haar Nederlandse zorgverzekering had stopgezet op basis van informatie van een reisorganisatie, die zij onjuist achtte.

De rechtbank stelde vast dat eiseres inderdaad minder dan drie maanden buiten Nederland werkte en dat de SVB dit besluit deugdelijk had gemotiveerd. Het feit dat eiseres haar Nederlandse zorgverzekering stopzette en een wereldwijde verzekering afsloot, deed hieraan niet af. Ook het feit dat zij pas na een waarschuwing van het CAK weer een Nederlandse zorgverzekering afsloot, was voor haar eigen rekening en risico.

De rechtbank verwierp het beroep van eiseres en verklaarde het ongegrond. Eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht werd niet teruggegeven. De uitspraak werd gedaan door rechter H.W.H. Oude Aarninkhof en griffier C.L.M. Celie op 13 februari 2026 te Almelo.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vaststelling van de SVB dat zij verzekerd was voor de Wlz is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Almelo
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/1173

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

en

de Raad van Bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, de SVB

(gemachtigde: mr. C.A. van der Vlist).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over vaststelling van de SVB dat eiseres in de periode van 8 april 2024 tot 27 juni 2024 was verzekerd voor de Wlz [1] . Eiseres is het niet eens met die vaststelling. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de SVB wel tot die conclusie heeft kunnen komen omdat eiseres voor minder dan drie maanden in het buiteland heeft gewerkt. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft de SVB gevraagd of zij in de periode van 8 april 2024 tot 27 juni 2024 was verzekerd voor de Wlz. De SVB heeft bij besluit van 20 januari 2025 (het primaire besluit) medegedeeld dat zij in die periode was verzekerd voor de Wlz. Met het bestreden besluit van 27 februari 2025 op het bezwaar van eiseres is de SVB bij die vaststelling gebleven.
2.1
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2
De rechtbank heeft het beroep op 18 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de SVB. Zonder voorafgaande kennisgeving is eiseres niet bij de zitting verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

De totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres heeft in de periode van 8 april 2024 tot en met 27 juni 2024 gewerkt als au pair in Nieuw-Zeeland. Eiseres is op 29 augustus 2024 teruggekeerd naar Nederland.
3.1
Het CAK [2] heeft geconstateerd dat eiseres niet was verzekerd op 1 juli 2024 en heeft een aanmaning gestuurd [3] . Bij de aanmaning is medegedeeld dat als eiseres binnen drie maanden na 1 juli 2024 nog geen zorgverzekering heeft, het CAK een boete oplegt [4] .
3.2
Met een besluit van 8 oktober 2024 heeft het CAK een boete opgelegd van € 496,74 omdat eiseres niet binnen 3 maanden na 1 juli 2024 een zorgverzekering heeft afgesloten.
3.3
Eiseres heeft op 15 oktober 2024 de SVB verzocht om te onderzoeken of zij vanaf 8 april 2024 was verzekerd voor de Wlz.
3.4
Met het primaire besluit heeft de SVB vastgesteld dat eiseres vanaf 8 april 2024 verzekerd was voor de Wlz. Eiseres woonde vanaf 8 april 2024 in Nederland en de SVB merkt de werkzaamheden als au pair buiten Nederland niet aan als 'werken buiten Nederland' omdat eiseres voor minder dan drie maanden buiten Nederland werkzaam is geweest.
Het standpunt van de SVB
4. Eiseres heeft in de periode van 8 april 2024 tot 27 juni 2024 in Nieuw-Zeeland gewerkt als au pair. Omdat eiseres voor minder dan drie maanden buiten Nederland werkzaam is geweest blijft zij verzekerd voor de Wlz.
Het standpunt van eiseres
5. Eiseres voert aan dat zij aanvankelijk voor zes maanden via een reisorganisatie (Travel Active) zou werken als au pair in het buitenland. Uit een informatiebericht van de reisorganisatie heeft eiseres begrepen dat zij niet in Nederland verzekerd mag zijn wanneer zij werkt in het buitenland. Bij het informatiebericht stond een logo van de SVB. Eiseres heeft daarom haar Nederlandse zorgverzekering stopgezet en met ingang van 12 maart 2024 een wereldwijde zorgverzekering afgesloten bij Tasman Verzekering. Toen eiseres wist dat zij weer in Nederland zou verblijven heeft zij meteen haar Nederlandse zorgverzekering in laten gaan.
Het oordeel van de rechtbank
6. Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Zvw is degene die verplicht verzekerd is krachtens de Wlz, verplicht een zorgverzekering af te sluiten.
Op grond van artikel 12 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 is niet verzekerd op grond van de volksverzekeringen de persoon die in Nederland woont en die gedurende een aaneengesloten periode van ten minste drie maanden uitsluitend buiten Nederland arbeid verricht, tenzij die arbeid uitsluitend wordt verricht uit hoofde van een dienstbetrekking met een in Nederland wonende of gevestigde werkgever.
7. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres in de periode na 8 april 2024 in Nederland woonde. Ook is niet in geschil dat eiseres voor minder dan drie maanden werkzaam is geweest als au pair buiten Nederland.
8. De rechtbank is van oordeel dat de SVB deugdelijk gemotiveerd heeft vastgesteld dat eiseres vanaf 8 april 2024 als ingezetene is verzekerd voor de Wlz. Eiseres heeft immers niet voor meer dan drie maanden arbeid verricht buiten Nederland. Dat eiseres haar Nederlandse zorgverzekering heeft stopgezet omdat zij voornemens was om voor langer dan drie maanden buiten Nederland te werken maakt dit niet anders. De rechtbank acht daarvoor van belang dat eiseres reeds op 27 juni 2024 is teruggekomen naar Nederland. Anders dan eiseres stelt, heeft zij toen niet direct een Nederlandse zorgverzekering afgesloten. Het CAK heeft eiseres er immers op 1 juli 2024 op gewezen dat zij een Nederlandse zorgverzekering moet afsluiten en heeft een hersteltermijn geboden van drie maanden. Eiseres heeft hier geen gebruik van gemaakt en heeft pas na 1 oktober 2024 weer Nederlandse zorgverzekering afgesloten. Dat eiseres ondanks de waarschuwing heeft stilgezeten komt voor haar rekening en risico. Ook de beroepsgrond dat eiseres onjuist is voorgelicht door de reisorganisatie slaagt niet. Uit de informatie van de reisorganisatie volgt dat werkzaamheden in het buitenland ertoe
kunnenleiden dat zij niet verzekerd kan blijven voor de Wlz. De informatie was gebaseerd op een verblijf van langer dan 6 maanden. Toen eiseres haar werkzaamheden vroegtijdig heeft beëindigd, had het op haar weg gelegen om de juridische consequenties van de vroegtijdige beëindiging te onderzoeken.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt.
10. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.W.H. Oude Aarninkhof, rechter, in aanwezigheid van mr. C.L.M. Celie, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Wet langdurige zorg.
2.Centraal Administratie Kantoor.
3.Op grond van artikel 9a, eerste en tweede lid, van de Zvw.
4.Op grond van artikel 9b, eerste lid, van de Zvw.