ECLI:NL:RBOVE:2026:686

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
08-952269-19
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38d SrArt. 38e SrArt. 6:6:12 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging terbeschikkingstelling na positieve ontwikkeling betrokkene

Betrokkene is in 2021 veroordeeld en ter beschikking gesteld na een poging tot afpersing. De terbeschikkingstelling liep tot eind 2025 en het Openbaar Ministerie verzocht om verlenging met een jaar. De rechtbank heeft het verlengingsadvies van de reclassering, de pro Justitia rapportage van de psychiater en de toelichting van de deskundige ter zitting betrokken in haar beoordeling.

De reclassering rapporteerde een stabiele situatie met verantwoord alcoholgebruik, woonbegeleiding en een vaste baan. De psychiater constateerde een stabiel toestandsbeeld bij schizofrenie, medicatietrouw en een laag risico op gewelddadig gedrag bij voortzetting van zorg. Betrokkene kan na afloop van de maatregel beschermd wonen voortzetten.

De rechtbank concludeert dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid geen verlenging van de maatregel meer rechtvaardigen. De positieve ontwikkeling en het lage recidiverisico maken beëindiging van de terbeschikkingstelling passend. De vordering van het Openbaar Ministerie wordt afgewezen en de maatregel eindigt van rechtswege bij onherroepelijkheid van deze beslissing.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling af vanwege de positieve ontwikkeling en het lage recidiverisico van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08-952269-19
Datum uitspraak: 9 februari 2026
Beslissing op de vordering van het Openbaar Ministerie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene.

1.De aanleiding

Betrokkene is bij vonnis van deze rechtbank van 26 januari 2021 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 404 dagen. Daarnaast is betrokkene ter beschikking gesteld, waarbij voorwaarden zijn gesteld, na bewezenverklaring van het misdrijf:
poging tot afpersing.
De terbeschikkingstelling is ingegaan op 26 januari 2021. Deze terbeschikkingstelling is laatstelijk verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 24 februari 2025 en zou, behoudens nadere voorziening, zijn geëindigd op 31 december 2025.

2.De stukken

De rechtbank heeft kennis genomen van de op grond van artikel 6:6:12 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) overgelegde stukken, te weten:
  • het verlengingsadvies TBS van Reclassering Nederland (hierna: de reclassering) van 7 november 2025, opgemaakt en ondertekend door [reclasseringswerker 1] , reclasseringswerker, en [reclasseringswerker 2] , unitmanager;
  • de pro Justitia rapportage van I. Maksimović, psychiater, van 5 september 2025;
  • het voortgangsverslag over de periode van 5 augustus 2025 tot en met 18 november 2025.

3.De procedure

Het Openbaar Ministerie heeft op 27 november 2025 een vordering ingediend tot verlenging van bovenvermelde termijn met één jaar.
Het onderzoek van de zaak heeft plaatsgevonden op de openbare terechtzittingen van 26 januari 2026 en 9 februari 2026.
De rechtbank heeft op de openbare terechtzitting van 26 januari 2026 gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M. Mulderij-Anker, advocaat te Zwolle, waarnemend voor mr. D.P. Poppe;
  • de officier van justitie;
  • [reclasseringswerker 1] , voornoemd, als deskundige.
De rechtbank heeft op de openbare terechtzitting van 9 februari 2026 de officier van justitie gehoord. Betrokkene, zijn raadsvrouw en de deskundige zijn niet verschenen.
De officier van justitie heeft gedurende het onderzoek de vordering gewijzigd, in die zin dat zij afwijzing van de vordering vordert.
Betrokkene en zijn raadsvrouw hebben eveneens afwijzing van de vordering verzocht.

4.De beoordeling

De vordering is op 27 november 2025 ingediend. Dit is tijdig.
De rechtbank dient op grond van het bepaalde in de artikelen 38d en 38e van het Wetboek
van Strafrecht (Sr) te bepalen of de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling moet worden verlengd.
De rechtbank neemt bij haar overwegingen het verlengingsadvies van de reclassering, de toelichting van de deskundige ter zitting en de pro Justitia rapportage in aanmerking.
Het verlengingsadvies van de reclassering
Het advies van de reclassering houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in.
Betrokkene heeft het afgelopen jaar de ingezette positieve lijn voortgezet. Zijn functioneren is stabiel, hij is prettig in contact en hij houdt zich aan de voorwaarden. Betrokkene gaat verantwoord om met alcoholgebruik, wat sinds de wijziging van de voorwaarde op 24 februari 2025 met toestemming van de reclassering is toegestaan.
Betrokkene woont nog steeds op een woonlocatie met 24-uurs begeleiding van de RIBW in Zwolle. Daarnaast heeft hij een stabiele baan gevonden bij een [bedrijf] in Zwolle. Ook ten aanzien van andere leefgebieden, te weten financiën en netwerk, is sprake van stabiliteit.
Om de bereikte stabiliteit in zijn leefsituatie en functioneren te behouden, blijft enige (woon)begeleiding en ambulante psychiatrische begeleiding van belang. Betrokkene heeft toegezegd bij beëindiging van de maatregel daarvoor open te blijven staan en de reclassering schat in dat hij niet eenzijdig zal beslissen om de zorg te beëindigen. Betrokkene heeft verder aangegeven dat hij graag wil doorstromen naar een meer zelfstandige woonvoorziening van de RIBW voor begeleid wonen. De reclassering schat in dat deze overgang mogelijk is buiten het tbs-kader.
De reclassering schat het risico op recidive en letsel bij beëindiging van de maatregel in als laag en adviseert om de maatregel niet te verlengen.
De deskundige ter zitting
Ter zitting heeft deskundige [reclasseringswerker 1] het advies gehandhaafd. In aanvulling op het advies heeft de deskundige, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren gebracht. In overleg met zijn psychiater heeft betrokkene de antipsychotische medicatie (clozapine) enigszins afgebouwd, wat goed is verlopen. Volledige afbouw van medicatie is niet aan de orde. De reclassering schat in dat betrokkene zich bij beëindiging van de maatregel blijft conformeren aan de medicatie en blijft samenwerken met zorgverleners.
De pro Justitia rapportage
Het rapport van de psychiater houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in.
Bij betrokkene is sprake van schizofrenie, een stoornis in het gebruik van cannabis (langdurig in remissie in een gereguleerde omgeving) en epilepsie. De symptomen van de schizofrenie reageren goed op clozapine. Door die medicatie en de langdurige structuur binnen het kader van de tbs-maatregel is betrokkene behoorlijk goed hersteld. In verband met de negatieve gevolgen van cannabis op de schizofrenie, is het van belang dat betrokkene abstinent blijft. Dankzij de anti-epileptische medicatie is op dit moment geen sprake van epileptische aanvallen.
Het risico op gewelddadig gedrag vloeit voort uit de schizofrenie, waarbij de risico’s laag zijn bij een stabiel toestandsbeeld. Er is sprake van een dergelijk stabiel toestandsbeeld. Betrokkene werkt goed mee met de medicamenteuze behandeling en zorg. Hij is gemotiveerd om de medicatie te blijven innemen, abstinent te blijven en zich open te blijven stellen voor ondersteuning en hulpverlening.
Gelet op zijn huidige functioneren, de stabiliteit op diverse leefgebieden en de passende woon- en zorgcontext wordt het risico op gewelddadig gedrag bij beëindiging van de maatregel als laag ingeschat, mits betrokkene in zorg blijft. Daarom adviseert de psychiater om de maatregel niet te verlengen, mits betrokkene de benodigde indicatie krijgt om zijn verblijf bij de RIBW na afloop van de maatregel te continueren.
Het oordeel van de rechtbank
Op grond van het verlengingsadvies van de reclassering, de pro Justitia rapportage en het verhandelde ter zitting stelt de rechtbank het volgende vast. Betrokkene heeft gedurende het verloop van de maatregel een positieve ontwikkeling laten zien. Zijn functioneren is stabiel. Hij is medicatietrouw, abstinent en werkt goed mee met hulpverlening en ondersteuning. Daarnaast is sprake van stabiliteit ten aanzien van wonen, werk, financiën en netwerk. Hij verblijft op een woonlocatie van de RIBW in Zwolle en is werkzaam bij een [bedrijf]. Bij besluit van het Sociaal Wijkteam van de gemeente Zwolle van 5 februari 2026 is bepaald dat betrokkene in aanmerking komt voor de maatwerkvoorziening “Beschermd Wonen basis” met ingang van 10 februari 2026 tot en met 9 februari 2027, waarbij RIBW Overijssel de ondersteuning zal bieden. Betrokkene kan dus ook zijn verblijf op de RIBW-locatie ná beëindiging van de TBS voortzetten. De verwachting is dat betrokkene na afloop van de maatregel goed ‘in zorg’ zal blijven en het stabiele toestandsbeeld zal behouden, waardoor het risico op recidive bij beëindiging van de maatregel aanvaardbaar laag is.
De rechtbank is gelet op het vorenstaande van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen niet langer eist dat de maatregel van terbeschikkingstelling wordt verlengd. Door de bereikte stabiliteit en de verwachting dat die stabiliteit na afloop van de maatregel zal worden behouden, is het risico op recidive tot een zodanig niveau teruggebracht dat de maatregel moet worden beëindigd.
De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie afwijzen, zodat de terbeschikkingstelling van rechtswege eindigt op het moment dat deze beslissing onherroepelijk wordt.

5.De beslissing

De rechtbank wijst af de vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling van
[betrokkene].
Aldus gegeven door mr. A. van Holten, voorzitter, mr. W.P.M. Elderman en mr. J.G.M. Fluttert, rechters, in tegenwoordigheid van V. Harmsen als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 februari 2026.