ECLI:NL:RBOVE:2026:643

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
AK_24_4241
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7s KadasterwetArt. 7f KadasterwetArt. 7g KadasterwetArt. 31 Kadasterregeling 1994Art. 32 Kadasterregeling 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling ambtshalve herstel westgrens perceel in Basisregistratie Kadaster

Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het ambtshalve herstel door het Kadaster van de westgrens van een perceel van eiser in de Basisregistratie Kadaster. Eiser betwistte de wijziging en stelde dat een ander brondocument dan relaas 123 gebruikt had moeten worden.

De rechtbank stelde vast dat relaas 123 het enige brondocument is waarin de westgrens van het perceel is vastgesteld en dat latere relazen en hulpkaarten deze grens niet hebben gewijzigd. De rechtbank verwierp het standpunt van eiser dat relaas 177 of relaas 752 het brondocument zouden zijn, omdat deze relazen de westgrens slechts in zwart (niet gewijzigd) weergeven.

Verder oordeelde de rechtbank dat het Kadaster de gegevens uit relaas 123 correct heeft verwerkt in de basisregistratie, ondanks de ouderdom van het document. De kadastrale kaart is slechts een afbeelding en geen exacte maatvoering, waardoor afwijkingen in oppervlakte niet leiden tot wijziging van de kadastrale grens.

Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, waardoor het herstel van de westgrens in de basisregistratie in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het ambtshalve herstel van de westgrens van zijn perceel door het Kadaster wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 24/4241

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats 1] (hierna: [eiser] ), eiser

(gemachtigde: mr. S.F. Knoop),
en
de bewaarder van het Kadaster en de openbare Registers(hierna: het Kadaster), verweerder.
Als derde-partijen nemen aan de zaak deel:
de gemeente [gemeente](hierna: de gemeente) en
[derde belanghebbende 1] en [derde belanghebbende 2]uit [woonplaats 2] (hierna: [derde belanghebbende 1] en [derde belanghebbende 2] ) (gemachtigde: mr. W. Hogenkamp).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het ambtshalve herstellen (wijzigen) door het Kadaster van de gegevens over de westgrens van een perceel van [eiser] in de Basisregistratie Kadaster (hierna: de basisregistratie). [eiser] is het niet eens met deze wijziging. Aan de hand van de beroepsgronden van [eiser] beoordeelt de rechtbank of het Kadaster de gegevens terecht heeft gewijzigd.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het Kadaster de gegevens over de westgrens van het perceel terecht heeft gewijzigd. Het relaas van bevindingen 123 (hierna: relaas 123) is het enige brondocument voor deze grens en wat [eiser] heeft aangevoerd geeft geen aanleiding om aan te nemen dat het Kadaster de gegevens uit dit brondocument onjuist heeft opgenomen in de basisregistratie. [eiser] krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met een besluit van 4 mei 2024 heeft het Kadaster de gegevens met betrekking tot de westgrens van een perceel van [eiser] in de basisregistratie hersteld. Met een besluit van 23 oktober 2024 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Kadaster het bezwaar van [eiser] tegen het besluit van 4 mei 2024 kennelijk ongegrond verklaard en is het bij dat besluit gebleven.
2.1.
[eiser] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het Kadaster heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. [derde belanghebbende 1] en [derde belanghebbende 2] hebben ook schriftelijk gereageerd.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 16 december 2025 op zitting behandeld. [eiser] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en mr. L.S. Mauer. Namens het Kadaster zijn mr. L.A.M. Meijererink en [naam 1] verschenen. [derde belanghebbende 1] en [derde belanghebbende 2] zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Namens de gemeente is niemand verschenen, zoals ook was aangekondigd. De rechtbank heeft dit beroep gelijktijdig behandeld met het beroep van [eiser] en [naam 2] (hierna: [naam 2] ) met zaaknummer ZWO 25/928. De rechtbank doet in beide beroepsprocedures afzonderlijk uitspraak.

Beoordeling door de rechtbank

De relevante feiten en omstandigheden
3. De rechtbank stelt vast dat het volgende tussen partijen niet in geschil is.
3.1.
[eiser] en [naam 2] zijn sinds 1 juni 2021 eigenaar van het perceel kadastraal bekend gemeente [gemeente] , [perceel 1] (hierna: perceel [perceel 1] ). Op perceel [perceel 1] staat de woning van [eiser] en [naam 2] .
3.2.
Perceel [perceel 1] grenst aan de westzijde aan het perceel [gemeente] , [perceel 2] (hierna: perceel [perceel 2] ). Dit perceel is sinds 31 december 2012 in eigendom van [derde belanghebbende 1] en [derde belanghebbende 2] . Perceel [perceel 1] grenst aan de noordzijde aan een perceel van de gemeente.
3.3.
Tussen [eiser] en [naam 2] en [derde belanghebbende 1] en [derde belanghebbende 2] bestaat een geschil over een strook met een breedte van 4 meter die ligt op de grens van de percelen [perceel 2] en [perceel 1] . Beide partijen stellen dat deze strook hun eigendom is. Over deze kwestie voeren zij momenteel een civielrechtelijke procedure.
3.4.
Op 18 maart 2024 heeft een landmeter van het Kadaster op verzoek van de gemeente de noordgrens van perceel [perceel 1] gereconstrueerd. Daarbij zijn ook de snijpunten van deze noordgrens met de west- en de oostgrens van perceel [perceel 1] zichtbaar gemaakt. Bij deze reconstructie heeft de landmeter geconcludeerd dat de westgrens van perceel [perceel 1] niet correct was weergegeven op de kadastrale kaart.
3.5.
Naar aanleiding daarvan heeft het Kadaster met het besluit van 4 mei 2024 ambtshalve de gegevens met betrekking tot de westgrens van perceel [perceel 1] op de (tot de basisregistratie behorende) kadastrale kaart hersteld.
3.6.
Met het bestreden besluit heeft het Kadaster het bezwaar van [eiser] tegen het besluit van 4 mei 2024 kennelijk ongegrond verklaard en is het Kadaster bij het herstel van de gegevens met betrekking tot de westgrens van perceel [perceel 1] gebleven.
Toetsingskader
4. Op grond van artikel 7s, eerste lid, van de Kadasterwet herstelt het Kadaster ambtshalve een authentiek gegeven als bedoeld in artikel 7f, tweede lid, of 7g, eerste lid, in de basisregistratie, als het constateert dat de weergave van dat gegeven in de basisregistratie niet in overeenstemming is met dat gegeven, als opgenomen in een brondocument of, ingeval een authentiek gegeven wordt afgeleid uit een brondocument, dat gegeven niet juist en volledig daaruit is afgeleid. Het herstellen van een authentiek gegeven wordt in de praktijk ook wel aangeduid als het redresseren van dat gegeven.
Wat is het brondocument voor de westgrens van perceel [perceel 1] ?
5. [eiser] stelt zich op het standpunt dat het Kadaster ten onrechte relaas 123 heeft gebruikt als brondocument voor (het herstellen van) de westgrens van perceel [perceel 1] , omdat dit document volgens hem niet bruikbaar is voor het vaststellen van die grens. [eiser] stelt zich primair op het standpunt dat niet relaas 123 maar relaas 177 het brondocument is voor de westgrens van perceel [perceel 1] . Subsidiair stelt hij zich op het standpunt dat relaas 752 in 2005 relaas 123 heeft vervangen als brondocument voor deze grens.
5.1.
Ter onderbouwing van het primaire standpunt voert [eiser] in de eerste plaats aan dat het Kadaster van 1931 tot maart 2024 niet relaas 123 maar relaas 177 heeft gebruikt voor aanpassingen aan de grenzen rondom perceel [perceel 1] . [eiser] stelt dat de op relaas 177 aangegeven grenzen tot stand zijn gekomen door aanwijzing van de toenmalige eigenaar van de percelen [perceel 1] , [perceel 3] en [perceel 2] . Volgens [eiser] kan uit (de hulpkaart bij) relaas 213 en uit relaas 431 en de op deze relazen aangegeven punten en maatvoeringen worden afgeleid dat bij aanpassingen van de grenzen rondom perceel [perceel 1] in 1938 / 1939 en in 1978/1979 de grenzen zijn gebruikt die zijn aangegeven in relaas 177. [eiser] stelt dat ook voor de reconstructie van de westgrens van perceel [perceel 1] in 2005 relaas 177 is gebruikt en dat de landmeter van het Kadaster bij een grensreconstructie in 2022 heeft geconcludeerd dat de westgrens van perceel [perceel 1] dezelfde is als de westgrens op relaas 177.
5.2.
Verder voert [eiser] aan dat relaas 123 ook niet bruikbaar is als brondocument voor de westgrens, omdat die westgrens sinds 1896 is gewijzigd. Dit volgt volgens [eiser] uit de omstandigheid dat de – op relaas 123 gebaseerde – totale oppervlakte van de percelen [percelen 1] (23.965 m²) kleiner is dan de gezamenlijke oppervlakte van de percelen [perceel 4] en [perceel 3] (25.230 m²) die daar later voor in de plaats zijn gekomen. Dit wordt volgens [eiser] bevestigd door een onderzoek dat het Kadaster in 2024 op zijn verzoek heeft gedaan naar de onderliggende aktes van de in 1896 gevormde percelen [percelen 2] . De bewaarder van het Kadaster heeft in dat kader aangegeven dat perceel [perceel 6] (onder meer) is ontstaan uit de percelen [percelen 2] . Volgens [eiser] geeft de bewaarder hiermee aan dat na 1896 en vóór of in 2000 een deel van perceel [perceel 5] is opgegaan in perceel [perceel 6] . Perceel [perceel 5] (nu [perceel 2] ) ligt ten westen van perceel [perceel 1] .
5.3.
Ter onderbouwing van zijn subsidiaire standpunt voert [eiser] aan dat met een akte van levering van december 2004 een deel van perceel [perceel 6] is verkocht. Het afgesplitste deel is nu perceel [perceel 1] . Naar aanleiding van deze akte heeft het Kadaster destijds de opdracht gekregen om een perceel uit te zetten van 49,70 are. Uit het daarvan opgemaakte relaas 752 blijkt dat daarbij is aangewezen dat de oostgrens 4,00 meter evenwijdig van de bestaande kadastrale oostgrens van het zandpad is komen te liggen en dat de zuidgrens evenwijdig aan de achtergevel van de boerderij is komen te liggen, zodanig dat de oppervlakte van het perceel 49,70 are is. [eiser] stelt dat in de akte ten aanzien van de kadastrale westgrens van het perceel [perceel 1] is overeengekomen dat in geval van afwijking daarvan de afbakening ter plaatse bindend is. Volgens [eiser] is de landmeter op basis van de nieuwe oostgrens, de bestaande kadastrale noordgrens en de afbakening van de westelijke grens tot de conclusie gekomen dat de zuidgrens op 25,40 meter evenwijdig van de achtergevel van de boerderij ligt. Volgens [eiser] heeft dit tot gevolg gehad dat de westgrens van perceel [perceel 1] 4 meter naar het westen is opgeschoven. [eiser] stelt dat de landmeter tot de conclusie is gekomen dat de westgrens op de digitale kaart overeenkwam met de afbakening ter plaatse, dan wel dat deze daar in zo geringe mate van afweek dat herstel niet noodzakelijk was. [eiser] is van mening dat relaas 752 daardoor het nieuwe brondocument voor de westgrens van het perceel is geworden. [eiser] voert aan dat deze werkwijze van de landmeter destijds beschreven beleid was. Daarom mochten koper en verkoper volgens [eiser] vertrouwen op de uitkomst van het vastleggen van de gevraagde oppervlakte. Daarbij is volgens [eiser] ook van belang dat een afwijking van 4 meter in strijd is met het kwaliteitslabel dat het Kadaster in 2023 heeft toegevoegd aan de kadastrale kaart. Volgens dit kwaliteitslabel wijkt de kadastrale westgrens van perceel [perceel 1] niet meer dan 80 centimeter af van de grens op de digitale kadastrale kaart.
6. De rechtbank is van oordeel dat het Kadaster zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat relaas 123 het (enige) brondocument is voor de westgrens van perceel [perceel 1] . Zij zal dit hierna uitleggen.
6.1.
Het Kadaster heeft toegelicht dat in 1895 een deel van perceel [perceel 7] in eigendom is overgedragen. Naar aanleiding daarvan heeft in 1896 een aanwijs en meting plaatsgevonden, waarbij het overgedragen deel van het perceel het nummer [perceel 8] heeft gekregen. De oost- en westgrens van dat nieuwe perceel [perceel 8] zijn via aanwijs en meting vastgelegd. De oostgrens van het perceel was een minuutgrens die is ontstaan bij de start van het Kadaster. De westgrens van het nieuwe perceel [perceel 8] is aangewezen als een onzichtbare lijn met twee opgegeven maten in oostelijke richting. Deze vastlegging is opgenomen in relaas 123. Bijwerking heeft plaatsgevonden zoals met de rode grens is weergegeven op hulpkaart 99, aldus het Kadaster.
6.2.
Hoewel de in het dossier opgenomen versies van relaas 123 en hulpkaart 99 slecht leesbaar zijn, ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan deze toelichting. Hierbij is van belang dat de oost- en westgrens van perceel [perceel 8] op de bij relaas 123 behorende hulpkaart 99 in rood zijn aangegeven. De rechtbank is het met het Kadaster eens dat hieruit kan worden afgeleid dat deze grenzen met dit relaas zijn vastgesteld. Daartoe overweegt zij dat in de artikelen 31, tweede lid, onder f, en 32, eerste lid, van de Kadasterregeling 1994 is bepaald dat nieuwe grenzen op relazen en hulpkaarten worden afgebeeld in rood. De rechtbank acht het, mede gelet op de door het Kadaster gegeven toelichting, aannemelijk dat nieuwe grenzen ook voor 1994 met rood werden aangegeven op relazen en hulpkaarten. [eiser] heeft deze toelichting overigens ook niet bestreden.
6.3.
De rechtbank stelt vast dat uit het dossier kan worden afgeleid dat perceel [perceel 8] in 1931 is vernummerd tot perceel [perceel 9] . Dit is vastgelegd in het door [eiser] genoemde relaas 177 en de daarbij behorende hulpkaart 186a. In 1939 is perceel [perceel 9] vernummerd tot perceel [perceel 10] . Dit is vastgelegd in relaas 208 en de daarbij behorende hulpkaart 213. In 1979 is perceel [perceel 10] samengevoegd met enkele andere percelen en vernummerd tot perceel [perceel 6] . Dit is vastgelegd in relaas 431 en de daarbij behorende hulpkaart 357. In 2005 is perceel [perceel 6] opgesplitst in twee delen en heeft het deel van het perceel waar het in deze zaak om gaat nummer [perceel 4] gekregen. Dit is vastgelegd in het door [eiser] genoemde relaas 752 en de daarbij behorende hulpkaart 491. In 2023 is perceel [perceel 4] vernummerd tot perceel [perceel 11] . Dit is vastgelegd in relaas 901 en de bijbehorende hulpkaart 692. Ten slotte is perceel [perceel 11] vernummerd tot perceel [perceel 1] . Dit is vastgelegd in relaas 908. Dit alles is tussen partijen niet in geschil.
6.4.
De rechtbank is met het Kadaster van oordeel dat uit de in 6.3. genoemde relazen en hulpkaarten kan worden afgeleid dat de westgrens van het perceel dat nu wordt aangeduid als perceel [perceel 1] met al deze relazen niet is gewijzigd, nu deze grens op al deze relazen en hulpkaarten in het zwart (en dus niet in het rood) is aangegeven. Dit brengt de rechtbank tot de conclusie dat het Kadaster zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er sinds 1896 geen brondocumenten zijn opgesteld waarin de westgrens van perceel [perceel 1] is vastgelegd en dat deze grens dus niet is gewijzigd na de vaststelling daarvan in relaas 123 en de daarbij behorende hulpkaart 99. Hieruit volgt dat relaas 123 het (enige) brondocument voor deze grens is.
6.5.
Dit betekent dat de rechtbank het ook eens is met het standpunt van het Kadaster dat het door [eiser] genoemde relaas 177 niet kan worden aangemerkt als brondocument voor de westgrens van perceel [perceel 1] . Uit het enkele feit dat deze grens is ingetekend op dit relaas en de daarbij behorende hulpkaart kan niet worden afgeleid dat deze grens met dit relaas is gewijzigd en dat dit relaas dus het (nieuwe) brondocument voor deze grens is. Het Kadaster heeft toegelicht dat de landmeter op een brondocument altijd zo veel mogelijk de terreinsituatie weergeeft zoals hij die ter plekke constateert. Hij zal dus naast de grens die hij vastlegt (weergegeven in rood) ook andere grenzen en topografie schetsmatig weergeven, waarbij hij soms zelfs de gebruiksgrens schetst. Dit doet de landmeter om de situatie, zoals hij deze in het land aantrof, kenbaar te maken. Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen, is de westgrens van perceel [perceel 1] op relaas 177 en de daarbij behorende hulpkaart in zwart aangegeven. Dit betekent dat de westgrens met dat relaas niet (nieuw) is vastgelegd en dat deze grens met dit relaas dus ook niet is gewijzigd.
6.6.
Voor het door [eiser] genoemde relaas 752 geldt hetzelfde als wat de rechtbank hiervoor in 6.5. heeft overwogen over relaas 177. De rechtbank is verder van oordeel dat wat [eiser] heeft aangevoerd over de gang van zaken rondom de levering van perceel [perceel 1] in 2004 en de vaststelling van de grenzen van dat perceel in relaas 752 ook niet tot de conclusie kan leiden dat relaas 123 niet langer het brondocument voor de westgrens van perceel [perceel 1] is. Op relaas 752 en de daarbij behorende hulpkaart zijn alleen de zuid- en oostgrens van het perceel in rood aangegeven. Daaruit volgt dat alleen deze grenzen met dit relaas zijn vastgesteld en gewijzigd. Bovendien was het ook niet mogelijk om de westgrens van het perceel naar het westen te verschuiven, aangezien de akte van levering – die de aanleiding vormde voor het aanwijzen en vaststellen van de nieuwe perceelsgrenzen – alleen zag op het leveren van een deel van perceel [perceel 6] en niet ook op de levering van een deel van het ten westen daarvan gelegen perceel. Verder merkt de rechtbank op dat uit relaas 752 kan worden afgeleid dat de zuidgrens van perceel [perceel 1] is afgeleid uit de ligging van de overige grenzen. Uit dat relaas volgt dat het de intentie was om deze zuidgrens zo vast te stellen dat de oppervlakte van het nieuwe perceel 49,70 are zou zijn. Voor zover de oppervlakte van het nieuwe perceel door de vaststelling van de zuidgrens kleiner is geworden dan 49,70 are, zoals [eiser] heeft gesteld, kan daar niet uit worden afgeleid dat de kadastrale westgrens met relaas 752 is gewijzigd. Wel zou daar mogelijk uit kunnen worden afgeleid dat voor het bepalen van de zuidgrens is uitgegaan van een westgrens die niet overeenkomt met de kadastrale westgrens. Dit heeft echter hoe dan ook geen gevolgen voor de ligging van de kadastrale westgrens. Verder wijst de rechtbank erop dat, voor zover er in 2005 een fout is gemaakt bij het vaststellen van de zuidgrens, de daarbij betrokken belanghebbenden daar destijds bezwaar tegen hadden kunnen maken.
6.7.
Verder is de rechtbank van oordeel dat wat [eiser] heeft aangevoerd over de in 2005 en 2022 uitgevoerde grensreconstructies niet kan worden afgeleid dat relaas 123 niet langer het brondocument voor de westgrens van perceel [perceel 1] is. Zoals het Kadaster heeft toegelicht komt bij een grensreconstructie een landmeter in het terrein om de kadastrale grens te reconstrueren en daarmee de ligging van de bestaande kadastrale grens in het terrein zichtbaar te maken. Bij zo’n reconstructie wordt gebruik gemaakt van de meetgegevens van het ontstaansveldwerk, te weten het brondocument waarbij de kadastrale grens is ontstaan via aanwijs door partijen en meting. Het ontstaansveldwerk (in dit geval relaas 123) wordt niet vervangen door de grensreconstructie en blijft altijd de bron voor de kadastrale grens. Bij een grensreconstructie worden dan ook geen nieuwe kadastrale grenzen gevormd, maar wordt alleen informatie gegeven over de bestaande kadastrale grens. [1]
6.8.
Hieruit volgt dat deze beroepsgrond niet slaagt.
Kunnen de wijze van totstandkoming en inhoud van relaas 123 nog worden betwist?
7. Voor zover [eiser] heeft beoogd om in het kader van dit beroep de wijze van totstandkoming en de inhoud van relaas 123 te betwisten, kan dit niet slagen. Zoals het Kadaster terecht heeft gesteld, was tegen het vaststellen van de westgrens en het bijhouden van de gegevens over de westgrens van perceel [perceel 1] in de basisregistratie op basis van relaas 123 destijds bezwaar mogelijk. Doordat destijds geen rechtsmiddel is aangewend tegen het besluit tot vaststelling van de kadastrale grens, heeft dit besluit sinds 1896 formele rechtskracht. Daarom kunnen de gegevens over de kadastrale westgrens die zijn neergelegd in relaas 123, niet meer ter discussie worden gesteld. In het kader van dit beroep kan alleen aan de orde worden gesteld of de bijwerking van de kadastrale kaart op basis van relaas 123 op de juiste wijze is uitgevoerd. [2]
Is het brondocument door het herstel juist verwerkt in de basisregistratie?
8. [eiser] stelt zich op het standpunt dat het Kadaster onvoldoende heeft aangetoond dat het herstel van de gegevens op basis van relaas 123 juist is uitgevoerd. Daartoe voert hij aan dat dit relaas geen enkele referentie bevat naar vaste punten (zoals KAD punten of gebouwen) die herleidbaar zijn naar coördinaten zoals die nu gelden. Volgens [eiser] is het uitgangspunt voor relaas 123 een niet geslaagde projectie van perceel [perceel 8] op een kaart met minuutgrenzen uit de periode 1811-1832. [eiser] stelt dat in relaas 123 het niet onderbouwde standpunt is ingenomen dat de oostgrens van het zandpad ten oosten van perceel [perceel 1] dezelfde minuutgrens heeft als in de periode 1811-1832. Om dit te bewijzen heeft de landmeetkundig specialist de perceelsgrenzen van de percelen [perceel 1] , [perceel 12] en [perceel 13] zodanig aangepast dat de maatvoering in het zuiden van perceel [perceel 1] overeenkomt met de afmetingen zoals genoemd in relaas 123. Hierbij is echter geen herstel doorgevoerd ten aanzien van de percelen [perceel 13] en [perceel 12] . Afgezien van de wetmatigheid van deze werkwijze, is de landmeetkundig specialist er niet in geslaagd om alle percelen zo aan te passen dat de zuidgrenzen van de percelen [perceel 14] en [perceel 15] van relaas 123 de juiste maatvoering hebben gekregen.
8.1.
De rechtbank ziet in wat [eiser] heeft aangevoerd geen aanleiding om aan te nemen dat het Kadaster de gegevens uit relaas 123 onjuist heeft weergegeven in de basisregistratie. Het Kadaster heeft toegelicht dat relaas 123, ondanks dat het hier gaat om een document uit 1896, nog steeds bruikbaar is voor een grensreconstructie. Relaas 123 kent meetcijfers die zijn gerelateerd aan omliggende bestaande grenzen. Aan de hand van de relatie tot deze omliggende bestaande grenzen is het mogelijk om tot reconstructie van de westgrens van perceel [perceel 1] te komen. Verder heeft het Kadaster toegelicht dat de landmeetkundig specialist in de bezwaarfase heeft gecontroleerd of het herstel van de westgrens in maart 2024 correct is uitgevoerd. Deze controle is een feitelijke handeling die bestaat uit het bekijken van de gegevens in het kadastrale systeem. Volgens het Kadaster is uit deze controle gebleken dat de gegevens uit relaas 123 correct op de kadastrale kaart zijn weergegeven. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan deze toelichting te twijfelen. Het betoog van [eiser] geeft geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het Kadaster de gegevens uit relaas 123 niet op de juiste wijze heeft weergegeven op de kadastrale kaart. Hieruit volgt dat deze beroepsgrond niet slaagt.
8.2.
Naar aanleiding van het betoog van [eiser] dat het herstel ertoe leidt dat de maatvoering van het perceel en/of de omliggende percelen niet (meer) klopt, overweegt de rechtbank nog het volgende. Het Kadaster heeft toegelicht dat door het herstellen van de westgrens op de (van de basisregistratie deel uitmakende) kadastrale kaart alleen de weergave van de westgrens op die kaart is gewijzigd en dat de feitelijke kadastrale grens, zoals vastgelegd in relaas 123, daardoor niet is gewijzigd. Verder heeft het Kadaster toegelicht dat de kadastrale kaart niet kan worden beschouwd als weergave van de exacte ligging van de perceelsgrenzen. Deze kaart bevat slechts een afbeelding van de percelen en hun ligging ten opzichte van elkaar. Het is een “plaatje” waar geen maatvoering van af te leiden is.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat [eiser] geen gelijk krijgt en dat het ambtshalve herstel van de gegevens over de westgrens van perceel [perceel 1] in de basisregistratie in stand blijft. [eiser] krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.T. de Kwaasteniet, rechter, in aanwezigheid van mr. F.F. van Emst, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 23 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1847, rechtsoverweging (hierna: r.o.) 10. en 11.
2.Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 2 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1174, r.o. 6. en 6.1., Kamerstukken II 2005/06, 30 544, nr. 3, blz. 18 en 20, en Kamerstukken II, 1981-1982, 17 496, nr. 5, p. 138-139.