ECLI:NL:RBOVE:2026:619

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
08-085052-21
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38d SrArt. 38e SrArt. 6:6:12 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging maatregel terbeschikkingstelling wegens recidiverisico en stoornissen

Betrokkene is in november 2021 veroordeeld tot een gevangenisstraf en terbeschikkingstelling (TBS) wegens meerdere gewelds- en vernielingsmisdrijven. De TBS-maatregel is sinds januari 2022 van kracht en werd reeds verlengd tot januari 2026.

Het Openbaar Ministerie verzocht op 8 december 2025 om verlenging van de TBS met één jaar. De rechtbank hield op 26 januari 2026 een openbare zitting waar betrokkene en zijn raadsman geen bezwaar maakten tegen verlenging. De rechtbank nam kennis van het verlengingsadvies van de reclassering, de pro Justitia rapportage van de psychiater en voortgangsverslagen.

De reclassering rapporteerde dat betrokkene vooruitgang heeft geboekt, maar nog kampt met een explosieve stoornis, autisme en een cannabisstoornis. Betrokkene volgt therapieën en is gemotiveerd, maar wacht op plaatsing bij begeleid wonen van de RIBW Zwolle, met een wachttijd van circa een jaar. De psychiater bevestigde het risico op gewelddadig gedrag zonder passende begeleiding als hoog.

De rechtbank concludeerde dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid dit vereisen. Omdat betrokkene nog niet is geplaatst in een passende woonvoorziening en het recidiverisico aanwezig blijft, is verlenging van de TBS-maatregel met één jaar noodzakelijk. De maatregel wordt daarom verlengd tot februari 2027.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de maatregel van terbeschikkingstelling met één jaar vanwege het aanhoudende recidiverisico en het ontbreken van een passende woonvoorziening.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08-085052-21
Datum uitspraak: 9 februari 2026
Beslissing op de vordering van het Openbaar Ministerie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats],
ingeschreven en verblijvende aan de [locatie],
hierna te noemen: betrokkene.

1.De aanleiding

Betrokkene is bij vonnis van deze rechtbank van 23 november 2021 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 258 dagen en een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking. Daarnaast is betrokkene ter beschikking gesteld, waarbij voorwaarden zijn gesteld, na bewezenverklaring van de misdrijven:
  • bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;
  • opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen, meermalen gepleegd;
  • bedreiging met zware mishandeling;
  • opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen.
De terbeschikkingstelling is ingegaan op 8 januari 2022. Deze terbeschikkingstelling is laatstelijk verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 29 december 2023 en zou, behoudens nadere voorziening, zijn geëindigd op 8 januari 2026.

2.De stukken

De rechtbank heeft kennis genomen van de op grond van artikel 6:6:12 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) overgelegde stukken, te weten:
  • het verlengingsadvies TBS van GGZ Tactus Zwolle (hierna: de reclassering) van 5 november 2025, opgemaakt en ondertekend door [naam 1], reclasseringswerker, en [naam 2], unitmanager;
  • de pro Justitia rapportage van I. Maksimović, psychiater, van 24 september 2025;
  • de voortgangsverslagen over de periode van 1 november 2023 tot en met 4 november 2025.

3.De procedure

Het Openbaar Ministerie heeft op 8 december 2025 een vordering ingediend tot verlenging van bovenvermelde termijn met één jaar.
Het onderzoek van de zaak heeft plaatsgevonden op de openbare terechtzitting van 26 januari 2026. De rechtbank heeft op de openbare terechtzitting gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. C.J.J. Kwint, advocaat te 's-Gravenhage;
  • de officier van justitie;
  • [naam 1], voornoemd, als deskundige.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling met één jaar.
Betrokkene en zijn raadsman hebben geen bezwaar gemaakt tegen verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling met één jaar.

4.De beoordeling

De vordering is op 8 december 2025 ingediend. Dit is tijdig.
De rechtbank dient op grond van het bepaalde in de artikelen 38d en 38e van het Wetboek
van Strafrecht (Sr) te bepalen of de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling moet worden verlengd.
De rechtbank neemt bij haar overwegingen de pro Justitia rapportage, het verlengingsadvies van de reclassering en de toelichting van de deskundige ter zitting in aanmerking
Het verlengingsadvies van de reclassering
Het advies van de reclassering houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in.
Vanaf januari 2023 verbleef betrokkene bij de FPA De Boog. Hij heeft daar meegewerkt aan de geïndiceerde behandelonderdelen en was reeds ingesteld op de huidige medicatie. In augustus 2024 heeft betrokkene zijn klinische behandeling positief afgerond. Betrokkene stroomde vervolgens uit naar begeleid wonen bij het Verdihuis in Oss. Dat bleek echter geen geschikte plek voor betrokkene. Hij gebruikte cannabis, waardoor zijn algeheel functioneren verslechterde. Na een detoxbehandeling van drie weken in Beilen verhuisde betrokkene naar het [locatie], waar hij nog steeds verblijft.
Vanwege overprikkeling heeft betrokkene in augustus 2025 zélf een time-out gevraagd. Hij had het idee dat hij zijn woedeaanvallen nooit onder controle zou kunnen krijgen en vroeg zich af of hij beter zou passen op een longstay-afdeling. Hij had behoefte aan structuur, duidelijkheid en zorg en is een paar weken opgenomen bij FPA Forence. Door deze time-out heeft hij ervaren hoe het is om gesloten te zitten zonder vrijheden en verloven, waarna hij heeft besloten om zijn resocialisatie verder af te maken.
Betrokkene volgt op dit moment muziektherapie bij de forensische kliniek De Tender. Muziek heeft een rustgevend effect op de stemming van betrokkene. Daarnaast volgt hij de module over psycho-educatie voor autisme. Bovendien wil betrokkene de emotie- en agressieregulatietraining herhalen, waarvoor hij op de wachtlijst staat.
Betrokkene heeft de afgelopen tijd geleerd om bij overprikkeling weg te lopen uit het gesprek en het contact op een later moment voort te zetten. Explosies, waarbij betrokkene dreigend en intimiderend overkomt, komen daardoor de laatste tijd veel minder voor. Betrokkene ervaart nog steeds een zucht naar cannabis, welke zucht hij met therapie probeert tegen te gaan.
Betrokkene zal nog één stap maken binnen het traject, te weten de overgang naar begeleid wonen van de RIBW in Zwolle. Betrokkene kan daar na beëindiging van de tbs-maatregel blijven wonen en daar is voldoende zorg en begeleiding aanwezig. Hij is daar in september 2025 geaccepteerd maar kon daar nog niet worden geplaatst. De RIBW hanteert een lange wachttijd van ongeveer één jaar.
Met de geboden zorg en het toezicht vanuit het onderhavige kader schat de reclassering het risico op recidive en geweld in als laag. Als de tbs-maatregel eindigt, zal het toezicht op- en de begeleiding van betrokkene eindigen. Hij zal dan snel stress ervaren en het overzicht verliezen. Vanwege zijn explosieve stoornis en autisme schat de reclassering de kans op recidive en algemeen geweld dan in als gemiddeld tot hoog. De reclassering adviseert verlenging van de maatregel met één jaar.
De deskundige ter zitting
Ter zitting heeft deskundige De Haan het advies gehandhaafd. In aanvulling op het advies heeft de deskundige, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren gebracht. Het gaat over het algemeen erg goed met betrokkene. Hij blijft over het algemeen abstinent, is medicatietrouw en houdt zich aan afspraken. Hij is beter in staat om te praten over zijn problemen en kan beter omgaan met boosheid. Betrokkene kan op zijn vroegst in september 2026 bij de RIBW in Zwolle terecht.
De pro Justitia rapportage
Het rapport van de psychiater houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in.
Bij betrokkene is sprake van een autismespectrumstoornis, een periodieke explosieve stoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis (in remissie in een gereguleerde omgeving, met uitglijders).
Vanuit de stoornissen vloeit het risico op gewelddadig gedrag voort. Vanwege zijn autismespectrumstoornis is hij gevoelig voor overprikkeling. In combinatie met een gebrekkige agressieregulatie vanwege zijn periodieke explosieve stoornis kan dit leiden tot agressieve impulsen. Betrokkene is slechts beperkt in staat om die emoties en impulsen te reguleren. Door de verslavingsproblematiek kan hij bovendien maatschappelijk ontregelen, wat kan leiden tot de stress en overprikkeling die de voedingsbodem zijn voor de agressieve impulsen. Het is daarom van belang dat betrokkene zo veel mogelijk abstinent blijft.
Op dit moment en in het huidige kader werkt betrokkene mee aan begeleiding, behandeling en medicatie. Daarom schat de psychiater het risico op gewelddadig gedrag met het tbs-kader in als laag tot laag-matig. Als het tbs-kader nu zou komen te vervallen, zonder passende inbedding in een setting van begeleid wonen, is de inschatting dat het risico op gewelddadig gedrag zal oplopen tot hoog.
Het is van belang dat betrokkene vanuit het huidige kader doorstroomt naar begeleid wonen, met de nodige zorg en ondersteuning. Om de overgang naar begeleid wonen in goede banen te leiden blijft het tbs-kader noodzakelijk. De psychiater adviseert daarom om de maatregel te verlengen met één jaar.
Het oordeel van de rechtbank
Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de maatregel van terbeschikkingstelling wordt verlengd. Op grond van het verlengingsadvies van de reclassering, de pro Justitia rapportage en het verhandelde ter zitting, stelt de rechtbank vast dat sprake is van stoornissen bij betrokkene en een recidiverisico. Aan de criteria voor de verlenging van de terbeschikkingstelling is daarmee voldaan. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Hoewel nu niet aan de orde, kan de totale duur van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege daarom een periode van vier jaren te boven gaan.
De rechtbank stelt vast dat betrokkene de afgelopen jaren goede vooruitgang heeft gemaakt. Hij is vanuit een FPA doorgestroomd naar het FBW in Deventer, waar hij op dit moment verblijft in afwachting van plaatsing bij begeleid wonen van de RIBW in Zwolle. Betrokkene heeft geleerd beter om te gaan met overprikkeling en laat – onder meer vanwege de door hemzelf aangevraagde time-out – zien intrinsiek gemotiveerd te zijn om zijn leven in de richting van resocialisatie te blijven wenden.
De rechtbank acht het van belang dat de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden blijft voortduren, omdat betrokkene nog niet is geplaatst bij de RIBW. Daarmee ontbreekt voor betrokkene op dit moment een passende en permanente woonvoorziening bij beëindiging van de maatregel. Bij beëindiging van de maatregel op dit moment zal de bereikte stabiliteit grotendeels wegvallen. Bovendien brengen verhuizingen spanningen met zich mee voor betrokkene, waardoor begeleiding en ondersteuning bij de overgang naar begeleid wonen noodzakelijk is. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling met één jaar verlengen.

5.De beslissing

De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling van
[betrokkene]met één jaar.
Aldus gegeven door mr. A. van Holten, voorzitter, mr. W.P.M. Elderman en mr. J.G.M. Fluttert, rechters, in tegenwoordigheid van V. Harmsen als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 februari 2026.