Het advies van de kliniek houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in.
Bij betrokkene is sprake van een psychotische stoornis in de zin van een waanstoornis van het grootheids- en het achtervolgingstype. Daarnaast is bij betrokkene sprake van een (matige) stoornis in alcohol- en cannabisgebruik, welke stoornis in langdurige remissie is in een gereguleerde omgeving.
Nadat twee eerdere behandelpogingen bij FPC [locatie 1] en FPC [locatie 2] zijn gestagneerd, is betrokkene in juli 2024 ten behoeve van een derde behandelpoging opgenomen in de huidige kliniek. Aanvankelijk verloopt de behandeling ook in deze kliniek zeer moeizaam. Betrokkene weigert medicatie, neemt geen deel aan behandeling en dagbesteding, heeft geen ziekte- of probleembesef en stelt zich solistisch op. Dit beeld verandert nadat in december 2024 wordt gestart met dwangmedicatie, waarna het gedrag van betrokkene steeds milder wordt. In juni 2025 wordt hij vervolgens overgeplaatst naar behandelafdeling 7.
Op de behandelafdeling is het gedrag van betrokkene stabiel. Hij werkt samen met het behandelteam en werkt zonder verzet mee aan de dwangmedicatie. Betrokkene wandelt en sport, vraagt hulp wanneer nodig en breidt op aanmoediging zijn dagbesteding uit. Probleembesef en daarmee intrinsieke motivatie voor behandeling ontbreken nog steeds. Desondanks is betrokkene, zij het op basis van extrinsieke motivatie, vaker bereid om mee te werken aan behandelmodules en deelt hij iets meer over zijn belevingswereld. Betrokkene heeft inmiddels de risicoanalyse en het responsiviteitsonderzoek psychomotorische therapie, met uitzondering van het tweede deel, afgerond. Betrokkene is daarnaast aangemeld voor het opstellen van een terugvalpreventieplan, waarbij hij structureel contact zal hebben met een psycholoog. Mogelijk ontstaat daardoor ook meer bereidheid om deel te nemen aan cognitieve gedragstherapie gericht op psychose, waar betrokkene op dit moment nog niet voor open staat. Op dit moment vindt bovendien psychodiagnostisch onderzoek plaats naar het persoonlijkheidsfunctioneren van betrokkene, aangezien nog steeds vermoedens van persoonlijkheidsproblematiek bestaan.
Het behandelteam is voorts bezig met een aanvraag voor begeleid verlof, wat een belangrijke eerste stap is in het resocialisatietraject van betrokkene. Indien de verlofmachtiging wordt afgegeven en de begeleide verloven positief verlopen, is het behandelteam voornemens om stapsgewijs de vrijheden verder uit te breiden. De verwachting is dat het gehele resocialisatietraject nog meerdere jaren in beslag zal nemen.
De kliniek schat het risico op gewelddadig gedrag bij het wegvallen van de maatregel nog steeds in als hoog. Als de maatregel wegvalt, zal betrokkene naar verwachting stoppen met de medicatie waardoor zijn waanstoornis verder op de voorgrond treedt. Het is aannemelijk dat daarna personen uit de omgeving van betrokkene in zijn waansysteem terechtkomen. Indien hij dan ervaart niet gehoord of slecht behandeld te worden, is de kans groot dat hij op termijn hierop reageert met geweld. In het kader van de aanvraag voor begeleid verlof wordt op dit moment nog een nieuwe risico-inschatting opgesteld.
Ook bij voorwaardelijke beëindiging van de maatregel wordt het risico op recidive als hoog ingeschat, aangezien professionele begeleiding, werk en een woonvoorziening dan ontbreken. De verwachting is dat betrokkene zich daarbij niet zal conformeren aan gestelde voorwaarden.
Gelet op al het voorgaande adviseert de kliniek verlenging van de tbs-maatregel met een termijn van twee jaren.