ECLI:NL:RBOVE:2026:615

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
ak_24_2838, 24_2863 en 24_2864
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75a AwbArt. 3 BpbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroepen tegen UWV-besluiten

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen besluiten van het UWV waarin haar bezwaren ongegrond werden verklaard. Na ontvangst van aanvullende gegevens heeft het UWV de besluiten vervangen door nieuwe besluiten waarin zij gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen. Hierdoor heeft verzoekster haar beroepen ingetrokken en verzocht om een proceskostenvergoeding.

De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren en heeft vastgesteld dat het UWV akkoord is met een proceskostenveroordeling conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Verzoekster heeft geen gebruik gemaakt van het recht om ter zitting gehoord te worden.

De rechtbank oordeelt dat het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding toe. Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 934,- aan proceskosten en is tevens verplicht het griffierecht van € 371,- te vergoeden. De zaken worden als samenhangende zaken beschouwd.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 934,- aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Bestuursrecht
zaaknummers: ZWO 24/2838, 24/2863 en 24/2864

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[verzoekster] V.O.F., uit [vestigingsplaats], verzoekster

(gemachtigde: mr. L.A.M. Stortelder),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: [gemachtigde]).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroepen tegen de besluiten van het UWV en 3 mei 2024. Zij heeft de beroepen ingetrokken, omdat het UWV op 11 maart 2025 de besluiten van 3 mei 2024 heeft vervangen door een drietal nieuwe besluiten.
1.1.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft de rechtbank meegedeeld akkoord te gaan met een proceskostenveroordeling overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht.
1.2.
Nadat partijen zijn gewezen op hun recht ter zitting te worden gehoord en niet binnen de gestelde termijn hebben verklaard gebruik te willen maken van dat recht, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. De rechtbank doet uitspraak met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in samenhang met artikel 8:75a, van de Awb.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [1]
Is het UWV aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 14 juni 2024 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten waarin de bezwaren van verzoekster ongegrond zijn verklaard. Het UWV heeft op 11 maart 2025, na ontvangst van de benodigde gegevens, alsnog de definitieve tegemoetkoming in het kader van NOW-3, NOW-4 en de NOW-5 vastgesteld. Hiermee is het UWV (gedeeltelijk) tegemoetgekomen aan de beroepen van verzoekster.
Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoekster vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 934,-, omdat de gemachtigde van verzoekster beroepschriften heeft ingediend. De rechtbank beschouwt de zaken als samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3 van Pro het Bpb. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed worden.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 371,- te vergoeden. [2] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Koster, rechter, in aanwezigheid van A. van den Ham, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
2.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.