ECLI:NL:RBOVE:2026:584

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
11827064 \ CV EXPL 25-2311
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst met ontruiming en huurachterstand nader behandeld

Woningstichting Domijn vordert ontbinding van de huurovereenkomst met ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand van de gedaagden. Tijdens de mondelinge behandeling op 12 augustus 2025 is gebleken dat de kantonrechter onvoldoende geïnformeerd is om een beslissing te nemen.

Domijn heeft haar vordering gewijzigd in een voorwaardelijke ontbinding en ontruiming, maar de gedaagden hebben hier niet op gereageerd. De kantonrechter bepaalt daarom een korte online mondelinge behandeling via Teams om partijen in de gelegenheid te stellen hun stellingen nader toe te lichten en te onderzoeken of een minnelijke regeling mogelijk is.

Domijn moet onder meer de hoogte van de huurachterstand en de belangen van minderjarige bewoners toelichten. De gedaagden dienen aan te geven of zij contact hebben met het ROZ over een betalingsregeling en of zij recht hebben op huurtoeslag vanaf 2026. De kantonrechter waarschuwt dat niet verschijnen nadelige gevolgen kan hebben. De zaak wordt aangehouden tot na deze mondelinge behandeling.

Uitkomst: De kantonrechter wijst de beslissing aanhoudend en bepaalt een online mondelinge behandeling voor nadere toelichting en onderbouwing.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 11827064 \ CV EXPL 25-2311
Vonnis van 13 januari 2026
in de zaak van
de stichting
WONINGSTICHTING DOMIJN,
gevestigd en kantoorhoudende te Enschede,
eisende partij,
hierna te noemen: Domijn,
gemachtigde: Groothuis Ligtermoet & Nijhuis,
tegen

1.[gedaagde 1],

wonende te [woonplaats 1],
2.
[gedaagde 2],
wonende te [woonplaats 2],
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde 1] en [gedaagde 2],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de mondelinge behandeling van 12 augustus 2025;
- de akte van uitlating van Domijn.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1.
Domijn heeft in haar dagvaarding de ontbinding van de huurovereenkomst met ontruiming van het gehuurde gevorderd, met veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de huurachterstand en overige kosten.
2.2.
[gedaagde 1] verscheen op 12 augustus 2025 op de rolzitting om te reageren op de dagvaarding. Omdat Domijn ook op de rolzitting verscheen, is de kantonrechter aansluitend overgegaan tot een mondelinge behandeling.
2.3.
Na de mondelinge behandeling van 12 augustus 2025 heeft Domijn in haar akte van uitlating te kennen gegeven bereid te zijn haar vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde te wijzigen in een voorwaardelijke ontbinding en ontruiming. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, niet op de akte van uitlating gereageerd.
2.4.
De kantonrechter acht zich op dit moment onvoldoende geïnformeerd om een beslissing te nemen op het gevorderde. Daarom zal de kantonrechter een korte mondelinge behandeling bepalen – welke online (via Teams) zal plaatsvinden – om inlichtingen over de zaak te vragen, partijen gelegenheid te geven hun stellingen nader te onderbouwen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.
2.5.
Domijn dient in ieder geval toe te lichten wat de hoogte is van de huurachterstand ten tijde van de (aankomende) mondelinge behandeling. Ook dient Domijn toe te lichten in hoeverre Domijn rekening heeft gehouden met de belangen van de minderjarige(n) die in de woning verblijft (verblijven) [1] .
2.6.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] dienen toe te lichten of zij nog steeds contact hebben met het ROZ om na te gaan wat de mogelijkheden zijn met betrekking tot het treffen van een betalingsregeling. Ook verneemt de kantonrechter graag of [gedaagde 1] en [gedaagde 2] vanaf 2026 recht hebben op huurtoeslag en of het betalen van de maandelijkse huurprijs daarmee haalbaar is.
2.7.
De kantonrechter wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij op de mondelinge behandeling de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.
2.8.
Indien een partij wenst dat de kantonrechter bij de beoordeling van het geschil rekening houdt met bijvoorbeeld brieven of andere schriftelijke stukken, dient zij deze uiterlijk tien dagen voordat de zitting plaatsvindt aan de kantonrechter en haar wederpartij toe te zenden.
2.9.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
beveelt een online mondelinge behandeling via Teams, waarbij partijen dienen te verschijnen, voor het geven van inlichtingen, het nader onderbouwen van hun stellingen en het beproeven van een minnelijke regeling, door mr. A.M.S. Kuipers, op een door de kantonrechter vast te stellen datum en tijd,
3.2.
bepaalt dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] dan in persoon aanwezig moeten zijn en dat Domijn dan vertegenwoordigd moet zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,
3.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
dinsdag 27 januari 2026voor een schriftelijke opgave van de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden februari en met maart, waarna dag en uur van de mondelinge behandeling zullen worden bepaald,
3.4.
bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de kantonrechter het tijdstip van de mondelinge behandeling zelfstandig zal bepalen,
3.5.
bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de mondelinge behandeling dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,
3.6.
wijst partijen er op, dat voor de mondelinge behandeling
45 minutenzal worden uitgetrokken,
3.7.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2026.

Voetnoten

1.Zie Hoge Raad 28 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1799.