Eiser diende een aanvraag in voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven na een mishandeling op 27 juli 2024 bij het station in Almelo. De commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) wees de aanvraag af vanwege tegenstrijdigheden in de verklaringen van eiser en onvoldoende duidelijkheid over de toedracht.
Eiser voerde aan dat de verschillen in zijn verklaringen begrijpelijk zijn gezien de heftige gebeurtenis en dat het ontbreken van camerabeelden geen reden is om de uitkering te weigeren. De rechtbank oordeelde dat het letsel van eiser, waaronder een orbitabodemfractuur en afgebroken tanden, het gevolg is van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf en dat de verklaringen slechts op ondergeschikte punten verschillen.
De rechtbank stelde vast dat de CSG onvoldoende rekening hield met de aard van het letsel en de omstandigheden, en dat het beroep gegrond is. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg de CSG op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarin de uitkering alsnog wordt toegekend. Tevens werd de CSG veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.