Uitspraak
[gedaagde] B.V.,
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
Rechtbank Overijssel
Eiser en gedaagde B.V. exploiteerden samen een broodjeszaak waarbij eiser 49% van de aandelen bezat en verantwoordelijk was voor de dagelijkse aansturing. Na het beëindigen van hun affectieve relatie ontstonden conflicten, waarna eiser de toegang tot de zaak werd ontzegd.
Eiser vorderde betaling van achterstallig loon en vakantiegeld, stellende dat zij als bedrijfsleidster op basis van een arbeidsovereenkomst werkte. Gedaagde B.V. betwistte dit en stelde dat er geen gezagsverhouding of loon was, en dat eiser te laat klaagde.
De rechtbank beoordeelde de afspraken en omstandigheden en concludeerde dat er geen arbeidsovereenkomst bestond omdat de gezagsverhouding ontbrak en er geen loon was overeengekomen. Eiser gedroeg zich meer als ondernemer dan werknemer, mede door haar aandeelhouderschap en zelfstandige werktijden.
De vorderingen werden daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten van €2.309,00. Het vonnis werd gewezen door rechter A.M.S. Kuipers en op 13 januari 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot betaling van achterstallig loon en vakantiegeld wordt afgewezen wegens het ontbreken van een arbeidsovereenkomst.