Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
Rechtbank Overijssel
De huurovereenkomst tussen eiser en gedaagde, betreffende een woning in een woonplaats, is ontbonden wegens een huurachterstand van ruim drie maanden. Gedaagde erkende een achterstand van €3.795,00, waarvan een deel was betaald, maar bleef een restant van €2.659,57 verschuldigd. Ondanks een moeilijke periode en een gedeeltelijke aflossing, heeft gedaagde onvoldoende aannemelijk gemaakt dat bijzondere omstandigheden ontbinding zouden rechtvaardigen.
Eiser vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning, betaling van de huurachterstand met wettelijke rente, een gebruiksvergoeding vanaf ontbinding tot ontruiming, en vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde verscheen niet bij de mondelinge behandeling en betwistte de achterstand niet.
De kantonrechter oordeelde dat op grond van artikel 6:265 BW Pro ontbinding gerechtvaardigd is bij tekortkoming in nakoming, hier de huurachterstand. De door gedaagde aangevoerde bijzondere omstandigheden waren onvoldoende om ontbinding te voorkomen. De gevorderde incassokosten werden deels toegewezen, exclusief btw, en de gebruiksvergoeding werd toegewezen vanaf ontbinding tot ontruiming. Gedaagde werd veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening van het vonnis en tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, incassokosten, gebruiksvergoeding en ontruiming binnen veertien dagen.