Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
primair) dan wel dat verdachte gevaar op de weg heeft veroorzaakt (
subsidiair) dan wel dat verdachte zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij zijn auto tijdig tot stilstand kon brengen (
meer subsidiair).
3.De bewijsmotivering
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De toegepaste wettelijke voorschriften
8.De beslissing
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood;
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen;
ontzegtverdachte de
bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigenvoor de duur van
1 (één) jaar.
- het verkeersongeval had plaatsgevonden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Lichtmisweg, ter hoogte van perceel 35;
- de Lichtmisweg bestond uit één rijbaan die niet verdeeld was in rijstroken;
- aan beide zijden van de Lichtmisweg was een grasberm gelegen;
- de Lichtmisweg was parallel gelegen aan de A28.
- de bestuurder van de Volkswagen, kort voor het moment van de botsing, niet zoveel mogelijk rechts hield en zich met zijn voertuig deels over de middenas van de rijbaan bevond, waardoor er weinig ruimte was voor tegemoetkomend verkeer;
- de bestuurder van de fiets, kort voor het moment van de botsing, niet zoveel mogelijk rechts hield, maar zich met zijn voertuig niet over de middenas van de rijbaan bevond waardoor er voldoende ruimte was voor tegemoetkomend verkeer.