Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- [gedaagde] betaalt de reguliere huurpenningen tijdig conform artikel 3.3 van de huurovereenkomst bij vooruitbetaling, derhalve op de dag voorafgaand aan de nieuwe maand op de rekening van de beheerder;
- Naast de reguliere huurpenningen, betaalt [gedaagde] maandelijks een bedrag van minimaal € 400,00 ter zake van terugbetaling van de huurachterstand, voor het eerst uiterlijk op 21 april 2026 en telkens uiterlijk op de laatste dag van de maand;
- [gedaagde] heeft de gehele huurachterstand, van € 3.324,95, terugbetaald op uiterlijk 31 december 2026;
- Indien [gedaagde] haar verplichtingen uit de huurovereenkomst en de voornoemde betalingsregeling niet tijdig of niet volledig nakomt, dan is het restant wederom ineens en algeheel opeisbaar.