ECLI:NL:RBOVE:2026:4434

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
23 juli 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
12217112 \ RR FORM 26-30
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Terugbetaling lening en proceskosten na verstekvonnis

In deze civiele procedure vordert eiser betaling van een openstaande lening van €1.812, vermeerderd met een boete van €30 wegens niet-nakoming van een betalingsregeling. De gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend.

De kantonrechter oordeelt dat de boete niet kan worden toegewezen omdat deze eenzijdig is opgelegd en niet is overeengekomen of wettelijk gefundeerd. De hoofdsom van €1.812 wordt wel toegewezen.

Daarnaast wordt de gedaagde veroordeeld tot betaling van proceskosten van €315. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat nakoming direct kan worden afgedwongen, ook bij verzet of hoger beroep.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.812 en proceskosten van €315 na verstek.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 12217112 \ RR FORM 26-30
Vonnis van 23 juli 2026 in de experimentele procedure bij de kantonrechter als regelrechter
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het aanmeldformulier van 7 mei 2026,
- de mondelinge behandeling van 9 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.2. De vordering en de beoordeling daarvan

2.1.
[eiser] en [gedaagde] waren vrienden. Volgens [eiser] leende [gedaagde] in de loop van de tijd meerdere keren geld van haar en betaalde hij daarvan ook bedragen terug. Per saldo staat volgens [eiser] nog een bedrag van € 1.812,00 aan hoofdsom open. [eiser] stelt dat partijen mondeling hebben afgesproken dat [gedaagde] dit bedrag vanaf februari 2026 in maandelijkse termijnen van € 250,00 zou aflossen. [gedaagde] heeft zich volgens [eiser] niet aan die afspraak gehouden.
[eiser] vordert in deze procedure betaling van in totaal € 1.842,00. Dit bedrag bestaat uit de hoofdsom van € 1.812,00, vermeerderd met drie keer € 10,00 aan boete wegens het niet nakomen van de betalingsregeling.
2.2.
De regelrechter stelt voorop dat [gedaagde] niet is verschenen. Bij het oproepen van [gedaagde] zijn de voorgeschreven formaliteiten in acht genomen. Tegen [gedaagde] is daarom verstek verleend.
2.3.
De regelrechter is van oordeel dat de gevorderde boete van in totaal € 30,00 niet kan worden toegewezen. [eiser] heeft hierover tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd verklaard dat het hierbij gaat om een eenzijdig door haar aan [gedaagde] opgelegde boete. Niet is gesteld of gebleken dat partijen een boete zijn overeengekomen. Ook is niet gesteld of gebleken dat voor deze boete een wettelijke grondslag bestaat. Voor toewijzing van dit deel van de vordering bestaat daarom geen grond. De regelrechter zal de gevorderde boete afwijzen.
2.4.
De vordering komt de regelrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor. Gelet op het verleende verstek zal de kantonrechter de vordering van [eiser] voor het overige dan ook toewijzen zoals is gevorderd.
2.5.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht
265,00
- reis-, verblijf- en verletkosten
50,00
Totaal
315,00
2.6.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat de nakoming van het vonnis meteen kan worden afgedwongen, ook als één van de partijen daartegen verzet of hoger beroep instelt.

3.De beslissing

De kantonrechter als regelrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.812,00,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 315,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door regelrechter en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026.