ECLI:NL:RBOVE:2026:4431

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
C/08/347062 / FA RK 26-932
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:4 lid 4 BWArt. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot wijziging voornaam wegens belemmering werkzaamheden en emotioneel belang

Verzoeker heeft bij de rechtbank Overijssel een verzoek ingediend tot wijziging van zijn voornaam op grond van artikel 1:4 lid 4 BW Pro. Hij ervaart belemmeringen in de uitoefening van zijn werkzaamheden doordat zijn geregistreerde naam niet overeenkomt met de roepnaam die hij feitelijk gebruikt, wat leidt tot argwaan in het buitenland bij het ondertekenen van overeenkomsten.

De rechtbank overweegt dat voornamen onder het privéleven en familie- en gezinsleven vallen zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. Voor een wijziging moet een zwaarwichtig belang bestaan, waarbij het persoonlijk belang van verzoeker wordt afgewogen tegen het belang van consistentie in het rechtsverkeer.

Verzoeker heeft voldoende zwaarwichtig belang onderbouwd, mede omdat hij zijn roepnaam altijd heeft gebruikt en deze ook op de grafsteen van zijn vader staat. De rechtbank acht het onredelijk om van verzoeker te verlangen zijn geregistreerde naam te gebruiken. Daarom wordt het verzoek toegewezen en wordt de wijziging van de voornaam gelast.

Uitkomst: Verzoek tot wijziging van de voornaam wordt toegewezen vanwege belemmering in werkzaamheden en emotioneel belang.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

locatie Zwolle
team familie- en jeugdrecht
zaaknummer: C/08/347062 / FA RK 26-932
beschikking van 8 juli 2026
in de zaak van
[verzoeker],
verder te noemen: verzoeker,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.H. Broeksema.

1.De procedure

1.1
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het verzoekschrift (met bijlagen), binnengekomen op 16 april 2026;
  • de op 23 april 2026 binnengekomen brief (met bijlage), van mr. Broeksema.
1.2
Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling met gesloten
deuren op 29 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- verzoeker, bijgestaan door zijn advocaat.

2.De feiten

2.1
Verzoeker is geboren op [geboortedatum] 1969 in [geboorteplaats] . Als voornaam staat geregistreerd: [verzoeker] .

3.Het verzoek

3.1
Verzoeker wendt zich tot de rechtbank met het verzoek om bij beschikking de wijziging van de voornaam ‘ [verzoeker] ’ in de voornamen ‘ [gewenste voornaam] ’ te gelasten.

4.De beoordeling

4.1
De rechtbank zal het verzoek toewijzen en overweegt hierover als volgt.
4.2
Op grond van artikel 1:4 lid Pro 4, eerste en tweede volzin, Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijke vertegenwoordiger wijziging van de voornaam worden gelast door de rechtbank.
4.3
Voornamen zijn een middel om personen binnen hun familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren. Daarom vallen voornamen onder het begrip ‘privéleven en familie- en gezinsleven’ in de zin van artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Voor een wijziging van de voornaam zoals verzocht dient voldoende zwaarwichtig belang te bestaan. Het persoonlijk belang van de betrokkene dient afgewogen te worden tegen het belang dat het rechtsverkeer heeft bij een zo hoog mogelijke mate van consistentie in namen. Bepalend bij de vraag of een weigering om een bepaalde voornaam toe te kennen een ongerechtvaardigde inmenging oplevert, is de mate van ongemak of overlast die de betrokkene hiervan ondervindt. Daarbij dienen alle feiten en omstandigheden te worden meegewogen, waaronder ook de vraag of het voor de betrokkene feitelijk toch mogelijk is de gewenste voornamen te voeren.
4.4
De rechtbank is van oordeel dat verzoeker het zwaarwichtig belang voldoende heeft onderbouwd. Verzoeker is geregistreerd met de naam [verzoeker] , maar zijn ouders hebben hem de roepnaam [naam] gegeven. Die naam heeft verzoeker feitelijk altijd gebruikt en doet dat nog steeds. Verzoeker is directeur en moet vanuit deze functie regelmatig overeenkomsten in het buitenland ondertekenen. Op die momenten loopt hij ertegen aan dat de naam die hij feitelijk gebruikt niet overeenkomt met zijn geregistreerde naam. In het buitenland ontstaat er argwaan over of de persoon die op de overeenkomst staat genoemd dezelfde is als met wie hierover is gecommuniceerd. Het is verzoeker hierdoor al een paar keer overkomen dat hij onverrichter zake vanuit het buitenland is teruggekeerd. Omdat de ouders van verzoeker hem de roepnaam [naam] hebben gegeven en hij deze feitelijk altijd heeft gebruikt, kan van verzoeker in redelijkheid niet worden verwacht dat hij nu zijn geregistreerde naam feitelijk moet gaan gebruiken. Daarnaast heeft verzoeker een emotioneel belang bij de wijziging van zijn voornaam, omdat de naam die hij feitelijk gebruikt staat genoemd op de grafsteen van zijn vader. Zijn geregistreerde naam blijft ook van emotionele betekenis, omdat hij is vernoemd naar zijn opa. Verzoeker wil daarom zijn roepnaam ( [naam] ) toevoegen aan zijn geregistreerde naam ( [verzoeker] ). De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1
gelast wijziging van de voornaam van
[verzoeker], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, in die zin dat de voornaam na wijziging zal luiden:
[gewenste voornaam] [achternaam];
5.2
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] de latere vermelding aan de geboorteakte van het jaar 1969, nummer [nummer] , toe te voegen.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.F. Smeele, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026 in tegenwoordigheid van mr. K.J. de Jong, griffier.
De rechtbank stuurt een afschrift van deze beschikking naar de Raad voor de Kinderbescherming. De raad neemt de gegevens uit deze beschikking op in zijn registratie.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:
door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.