ECLI:NL:RBOVE:2026:4420

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
C/08/348873
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:205 BWArt. 1:205 lid 4 BWArt. 1:206 BWArt. 1:5 BWArt. 1:7 lid 4 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging erkenning en behoud geslachtsnaam na herroeping adoptie

Verzoekster, geboren in 1983, werd erkend door [de erkenner] en later geadopteerd door de adoptievader, waarna haar geslachtsnaam werd gewijzigd. Na herroeping van de adoptie verzoekt zij de vernietiging van de erkenning door [de erkenner], omdat hij niet haar biologische vader is, maar [naam 1].

Hoewel de wettelijke termijn voor vernietiging van de erkenning was verstreken, oordeelt de rechtbank dat bijzondere omstandigheden, waaronder het seksueel misbruik door de adoptievader en de impact daarvan, ontvankelijkheid rechtvaardigen. Tevens wordt het belang van verzoekster op respect voor haar privé- en familieleven onder artikel 8 EVRM Pro meegewogen.

De rechtbank vernietigt de erkenning en stelt vast dat verzoekster de geslachtsnaam van haar biologische vader mag behouden, ondanks dat de wet geen expliciete regeling hiervoor kent. De beslissing is niet uitvoerbaar bij voorraad en kan pas na onherroepelijkheid worden uitgevoerd.

Uitkomst: De erkenning door [de erkenner] wordt vernietigd en verzoekster behoudt de geslachtsnaam van haar biologische vader.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

locatie Almelo
team familie- en jeugdrecht
zaaknummer: C/08/348873 / FA RK 26-1466 (vernietiging erkenning)
beschikking van 14 juli 2026
inzake
[verzoekster],
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
verzoekster,
advocaat: mr. R. Neurink.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

1.[de moeder],

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna als de moeder aangeduid,

2.[de erkenner],

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna als [de erkenner] of de erkenner aangeduid.

1.Het procesverloop

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende bescheiden:
- het verzoekschrift, binnengekomen op 24 december 2025, met bijlagen:
- een op 22 januari 2026 binnengekomen bericht van mr. Neurink;
- een op 17 februari 2026 binnengekomen bericht van mr. Neurink, met bijlage.
1.2.
De zitting van de meervoudige kamer van deze rechtbank heeft achter gesloten deuren plaatsgevonden op 16 juni 2026. Op dezelfde dag heeft ook de behandeling van het verzoek over de herroeping van de adoptie plaatsgevonden (zaaknummer C/08/343042 / FA RK 25-3265). Verschenen zijn:
  • verzoekster, bijgestaan door haar advocaat;
  • de moeder;
  • [de erkenner].
1.3.
Aan de heer [naam 1] (hierna te noemen: [naam 1]), de biologische vader van verzoekster, en de heer [naam 2], partner van verzoekster, is bijzondere toegang verleend.
1.4.
De beschikking is bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
Verzoekster is geboren op [geboortedatum 1] 1983 te [geboorteplaats 1], als dochter van de moeder. Bij de aangifte van de geboorte heeft [de erkenner] verzoekster erkend, waarbij verzoekster de geslachtsnaam [de erkenner] kreeg. De moeder had op dat moment een affectieve relatie met [de erkenner].
2.2.
De moeder is op 10 september 1986 te Oegstgeest gehuwd met [de adoptievader], hierna de noemen de adoptievader.
2.3.
Bij beschikking van de rechtbank ’s-Gravenhage van 29 januari 1997 is verzoekster door de adoptievader geadopteerd, waarbij zij de geslachtsnaam [de adoptievader] kreeg.
2.4.
Het huwelijk van de moeder en de adoptievader is op 14 december 2000 ontbonden door echtscheiding.
2.5.
Bij Koninklijk Besluit van 3 oktober 2008 is de geslachtsnaam van verzoekster gewijzigd in [naam 1].
2.6.
Bij beschikking van de rechtbank van heden is de adoptie door de adoptievader van verzoekster herroepen (zaaknummer C/08/343042 / FA RK 25-3265). Na het in kracht van gewijsde gaan van die beschikking zal [de erkenner] (weer) de juridische vader van verzoekster zijn.
2.7.
Verzoekster, de moeder en [de erkenner] hebben de Nederlandse nationaliteit.

3.De beoordeling

3.1.
Verzoekster verzoekt de rechtbank om de door [de erkenner] op 29 september 1983 gedane erkenning van verzoekster te vernietigen. De rechtbank zal het verzoek beoordelen voor de situatie dat de herroeping van de adoptie in kracht van gewijsde is gegaan.
De internationale bevoegdheid
3.2.
Verzoekster en [de erkenner] wonen in Nederland. De moeder woont in Duitsland. De Nederlandse rechter komt rechtsmacht toe, omdat verzoekster haar woonplaats in Nederland heeft. [1]
Toepasselijk recht
3.3.
De vraag op welke wijze een erkenning kan worden tenietgedaan wordt, wat betreft de bevoegdheid van de persoon die het kind heeft erkend en de voorwaarden voor de erkenning, bepaald door het recht dat op de erkenning van het kind is toegepast. Op de erkenning was het Nederlands recht van toepassing, omdat [de erkenner] de Nederlandse nationaliteit had/heeft. Daarom is ook Nederlands recht van toepassing op het verzoek tot vernietiging van de erkenning. [2]
3.4.
Een verzoek tot vernietiging van de erkenning kan op de grond dat de erkenner niet de biologische vader is van het kind, door het kind zelf bij de rechtbank worden ingediend. [3]
De ontvankelijkheid
3.5.
Verzoekster verzoekt, voor het geval de rechtbank de adoptie zal herroepen (zoals inmiddels is gebeurd), de op 29 september 1983 door [de erkenner] gedane erkenning te vernietigen op grond van artikel 1:205 lid 1 sub a BW Pro. Niet [de erkenner], maar [naam 1] is volgens verzoekster haar (biologische) vader.
3.6.
Een verzoek tot vernietiging van de erkenning moet door het kind worden ingediend binnen drie jaren nadat het kind bekend is geworden met het feit dat de erkenner vermoedelijk niet haar biologische vader is. Indien het kind evenwel gedurende haar minderjarigheid bekend is geworden met dit feit kan het verzoek tot uiterlijk drie jaren nadat het kind meerderjarig is geworden, worden ingediend. [4]
3.7.
Verzoekster realiseert zich dat de termijn voor de vernietiging van de erkenning is overschreden. Verzoekster verkeerde echter in de veronderstelling dat de familierechtelijke betrekking tussen haar en haar adoptievader in 2008, door de wijziging van haar geslachtsnaam naar ‘[naam 1]’, was verbroken. Pas in de zomer van 2025 kwam zij erachter dat dit niet zo was. Zij heeft daarom een verzoek tot herroeping van de adoptie ingediend bij de rechtbank. Nu de rechtbank dit verzoek heeft toegewezen, zal de situatie zoals die was voor de adoptie gaan herleven. Verzoekster is van mening dat er in haar geval sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat zij, ondanks de termijnoverschrijding, toch ontvankelijk is in haar verzoek. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat het vasthouden aan de wettelijke termijn voor vernietiging van de erkenning een ongerechtvaardigde inbreuk op haar familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) oplevert. Verzoekster doet een beroep op hetgeen zij ten aanzien van de herroeping adoptie heeft aangevoerd en op de bestaande jurisprudentie over de vernietiging van de erkenning.
3.8.
De rechtbank oordeelt als volgt. Op basis van de eigen stellingen van verzoekster, stelt de rechtbank vast dat verzoekster al gedurende haar minderjarigheid wist dat [de erkenner] niet haar biologische vader is. Dit betekent dat het verzoek had moeten worden ingediend binnen drie jaren nadat verzoekster meerderjarig is geworden. Omdat verzoekster in 2001 meerderjarig is geworden en het verzoek in 2025 bij de rechtbank is ingediend, is genoemde wettelijke termijn ruimschoots overschreden. Verzoekster heeft echter verklaard dat zij tot de zomer van 2025 niet op de hoogte was van het feit dat de familierechtelijke banden met de adoptievader nog niet verbroken waren. Zij heeft daarna de procedure voor de herroeping van de adoptie in gang gezet. Nu de herroeping is toegewezen zal de familierechtelijke betrekking tussen verzoekster en [de erkenner] herleven, terwijl zowel verzoekster als [de erkenner] dit beiden niet wensen. Verzoekster wenst in familierechtelijke betrekking te komen staan tot haar biologische vader, [naam 1]. De vernietiging van de erkenning zal de weg hiervoor vrijmaken.
3.9.
Op grond van artikel 8 lid 1 en Pro 2 van het EVRM heeft eenieder recht op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economische welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
3.10.
De mogelijkheid de erkenning te vernietigen heeft rechtstreeks betrekking op de uitoefening van het recht van verzoekster op respect voor haar privéleven. De termijn waarbinnen een verzoek tot vernietiging van de erkenning moet worden ingediend op grond van artikel 1:205 BW Pro is te beschouwen als een bij wet voorziene inmenging door het openbaar gezag in het recht op privé, familie- en gezinsleven.
3.11.
Gezien het voorgaande dient de rechtbank te beoordelen of voldaan is aan het noodzakelijkheidscriterium zoals hierboven onder 3.9. vermeld.
3.12.
De rechtbank is van oordeel dat het stellen van wettelijke termijnen in beginsel geen ongerechtvaardigde inmenging in het recht op family life als bedoeld in artikel 8 van Pro het EVRM is, omdat de in de wet gegeven termijnen noodzakelijk zijn in een democratische samenleving om rechtszekerheid te waarborgen en om de belangen te beschermen van de betrokkenen in de van toepassing zijnde wettelijke bepaling.
3.13.
De rechtbank is in het onderhavige geval evenwel van oordeel dat de bescherming van voormelde belangen, rechten en vrijheden van anderen niet alleen kan worden gewaarborgd door het hanteren van de termijn. Verzoekster, de moeder, [de erkenner] en [naam 1] hebben verklaard in te stemmen met de verzoeken. Er zijn geen belangen van anderen gebleken die worden geschaad door het niet hanteren van de termijn en ook de rechtszekerheid, veiligheid of het economisch welzijn zijn in dit geval niet in het geding als het verzoek in behandeling zou worden genomen ondanks het feit dat de wettelijke termijn is verstreken.
3.14.
Er is naar het oordeel van de rechtbank sprake van bijzondere omstandigheden die maken dat verzoekster, ondanks de termijnoverschrijding, toch ontvankelijk is in haar verzoek. Als onweersproken is komen vast te staan dat de adoptievader is veroordeeld wegens seksueel misbruik van verzoekster. Uit psychiatrische rapporten uit 2004 en 2008 die verzoekster heeft overgelegd blijkt dat dit misbruik een grote impact op haar heeft gehad. In 2008 heeft verzoekster haar naam laten wijzigen in die van haar biologische vader ([naam 1]). Zij verkeerde in de veronderstelling dat daardoor de familierechterlijke betrekkingen met haar adoptievader waren verbroken. In juni 2025 kwam zij er per toeval achter dat haar adoptievader nog altijd haar juridische vader was. Zij heeft dit niet eerder gezien in haar gegevens bij de gemeente, ook niet bij het aangaan en einde van haar geregistreerd partnerschap. Als zij dat had geweten, had zij eerder stappen gezet om dit te regelen. Toen zij erachter kwam dat de familierechtelijke betrekking met haar adoptievader nog bestond, zijn alle emoties en (psychische) klachten teruggekomen.
3.15.
Verzoekster heeft voldoende aangetoond dat [de erkenner] niet de biologische vader is van verzoekster, maar dat [naam 1] dit is.
Verzoekster, [de erkenner] en [naam 1] hebben dit op de mondelinge behandeling verklaard en dit wordt bevestigd door het rapport van het verwantschapsonderzoek uit 2004 van Forensisch Laboratorium voor DNA Onderzoek (FLDO), Centrum voor Humane en Klinische Genetica van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).
3.16.
Gelet op bovenstaande feiten en omstandigheden wordt verzoekster ontvankelijk verklaard in haar verzoek.
Vernietiging erkenning
3.17.
Het is in het belang van verzoekster dat de juridische werkelijkheid in overeenstemming wordt gebracht met de biologische werkelijkheid, oftewel dat in de geboorteakte van verzoekster de juiste vadergegevens (kunnen) komen te staan. Daarom zal de rechtbank de erkenning vernietigen. De moeder, de biologische vader en [de erkenner] zijn het hiermee ook eens.
3.18.
De rechtbank zal het verzoek van verzoekster daarom toewijzen, na het in kracht van gewijsde gaan van de beschikking van 14 juli 2026 met betrekking tot de herroeping van de adoptie en deze beschikking met betrekking tot de vernietiging van de erkenning.
3.19.
De vernietiging van de erkenning maakt te zijner tijd de weg vrij voor de erkenning van verzoekster door [naam 1]. Dat is immers wat zij beiden wensen. Daarvoor dient [naam 1] wel een rechtshandeling te verrichten; hij zal samen met verzoekster naar de gemeente moeten gaan om verzoekster officieel te erkennen. Er ontstaat juridisch geen familierechtelijke betrekking tussen hen als dat niet gebeurt.
Geslachtsnaam verzoekster
3.20.
Verzoekster heeft de wens om na de vernietiging van de erkenning de naam van haar biologische vader ‘[naam 1]’ te houden. De rechtbank zal dit opvatten als een verzoek om dat in deze beschikking vast te stellen, althans te verstaan. De rechtbank overweegt hierover als volgt.
3.21.
Bij Koninklijk Besluit van 3 oktober 2008 is de geslachtsnaam van verzoekster op haar verzoek gewijzigd in “[naam 1]”. Bij beschikking van de rechtbank van heden, waarbij de adoptie door de adoptievader van verzoekster is herroepen, is verstaan dat verzoekster de achternaam ‘[naam 1]’ kan behouden en zij niet zal terugvallen op de geslachtsnaam van [de erkenner], zoals dat was voor de adoptie.
3.22.
Nadat de beschikking vernietiging van de erkenning in kracht van gewijsde is gegaan, wordt de erkenning geacht nimmer gevolg te hebben gehad,. [5] Dit betekent dat [de erkenner] (door deze terugwerkende kracht) nooit de juridische vader van verzoekster is geweest en verzoekster hierdoor alleen in familierechtelijke betrekking staat tot haar moeder. In artikel 1:5 BW Pro is bepaald dat een kind dat alleen in familierechtelijke betrekking tot de moeder staat, haar geslachtsnaam heeft.
3.23.
De rechtbank heeft geconstateerd dat de Nederlandse wet geen bepaling kent die voor deze (specifieke) situatie is geschreven.
Artikel 1:7 lid 4 BW Pro bepaalt dat een wijziging of vaststelling van de geslachtsnaam door de Koning in stand blijft niettegenstaande een latere erkenning of een gerechtelijke vaststelling. Hier wordt een vernietiging erkenning niet expliciet benoemd.
3.24.
Los van de vraag of verzoekster naar analogie van artikel 1:5 BW Pro een keuze zou moeten hebben voor de geslachtsnaam of dat naar analogie van artikel 1:7 lid 4 BW Pro de geslachtsnaam door de Koning in stand kan blijven, is de rechtbank reeds op grond van het bepaalde in artikel 8 lid 2 van Pro het EVRM van oordeel dat verzoekster de geslachtsnaam ‘[naam 1]’ moet kunnen behouden. Het naamrecht valt onder de hiervoor onder 3.9. overwogen bescherming van artikel 8 EVRM Pro. De in dit artikel genoemde belangen rechtvaardigen geen inbreuk op het privé- en familieleven van verzoekster. Verzoekster is sinds 2008 bekend onder de geslachtsnaam ‘[naam 1]’, zodat deze naam een wezenlijk onderdeel van haar identiteit betreft. Er is niet gebleken van bezwaren tegen het behoud van de geslachtsnaam, noch dat de openbare orde daarbij in het geding komt. Verzoekster heeft dan ook een rechtens te respecteren belang om de geslachtsnaam ‘[naam 1]’ te behouden.
3.25.
Onder deze (bijzondere) omstandigheden is strikte toepassing van de artikelen 1:5 en 1:7 BW, waarbij verzoekster terug zou vallen op de geslachtsnaam van haar moeder, zozeer in strijd met het recht van de verzoekster op bescherming van haar identiteit en de eerbiediging van haar privé-, familie- en gezinsleven, dat strikte toepassing van het rechtsgevolg met betrekking tot de geslachtsnaamswijziging in dit geval achterwege moet blijven, zodat verzoekster de geslachtsnaam ‘[naam 1]’ zal kunnen blijven behouden.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.26.
Verzoekster heeft verzocht om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat wil zeggen dat de beslissing meteen kan worden uitgevoerd, ook al wordt er hoger beroep ingesteld. De rechtbank zal dit verzoek afwijzen. De ambtenaar van de burgerlijke stand kan de geboorteakte pas aanpassen (door een latere vermelding toe te voegen aan de geboorteakte) wanneer de beslissing onherroepelijk is.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
vernietigt, na het in kracht van gewijsde gaan van de beschikking van 14 juli 2026 met betrekking tot de herroeping van de adoptie, de erkenning door:
[de erkenner], geboren op [geboortedatum 2] 1960 in [geboorteplaats 2],
van het kind:
[verzoekster], geboren op [geboortedatum 1] 1983 in [geboorteplaats 1];
4.2.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [geboorteplaats 1] een latere vermelding van de vernietiging van de erkenning aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen;
4.3.
stelt vast dat verzoekster de geslachtsnaam “[naam 1]” wil behouden en verstaat dat volledige namen na de vernietiging van de erkenning
[verzoekster]zijn;
4.4.
verstaat dat de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking en slechts indien geen hoger beroep is ingesteld tegen deze beschikking en tegen de beschikking herroeping adoptie, een afschrift van deze beschikking zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Leiden;
4.5.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Jongebreur, mr. M.H. van der Lecq en mr. I.M. Brandwacht-Kampman, rechters, en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026 in tegenwoordigheid van mr. A.H. Wiersma, griffier.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:
door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
Afschrift verzonden d.d.
Aan:

Mr. R. Neurink

[de moeder]

[de erkenner]
Afschrift verzonden na appèltermijn d.d.
Aan:

Gemeente Leiden, afdeling Burgerzaken

Voetnoten

1.artikel 3 aanhef Pro onder a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)
2.artikel 10:96 BW Pro in samenhang met artikel 10:95 BW Pro
3.artikel 1:205 Burgerlijk Pro Wetboek (BW)
4.artikel 1:205 lid 4 BW Pro
5.Artikel 1:206 BW Pro