Uitspraak
1.[gedaagde 1],
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de dagvaarding (met producties 1 t/m 10);
- de conclusie van antwoord;
- de op 18 maart 2025 door LPFS toegezonden stukken (producties 11 en 12);
- de op 25 maart 2025 door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] toegezonden stukken (diverse producties).
22 april 2026 plaatsgevonden. Voor LPFS was aanwezig de heer [naam], bijgestaan door mr. A.L.S. Verhoog. Daarnaast was [gedaagde 2] aanwezig, voor zichzelf en voor
(€ 2.717,83), 25% van de resterende termijnen (€ 3.919,94), juridische kosten (€ 995,93) en buitengerechtelijke kosten (€ 605,00). De kantonrechter beslist dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk de gevorderde achterstallige leasetermijnen en de buitengerechtelijke kosten volledig en de resterende termijnen gedeeltelijk moeten betalen. De contractuele rente wordt gedeeltelijk toegewezen. De juridische kosten worden afgewezen.
2.De beoordeling
Uniek Expressdit moet worden vervangen door
[gedaagde 1] en [gedaagde 2].In dit vonnis zal de kantonrechter daar waar nodig onderscheid maken tussen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en Uniek Express.
Kosten Fidron)en innamekosten vanwege het innemen van de bedrijfswagen (
Toeslag L3/H3 of meubelbak en Transport bedrijfswagen). LPFS heeft daarbij verwezen naar een door haar ingebrachte factuur van Fidron. Op die factuur staat het volgende (de rechtbank heeft een kenteken zwartgelakt):
Kosten Fidronis niet toewijsbaar. LPFS heeft benoemd dat deze post bestaat uit incassokosten. Die uitleg wordt niet gevolgd. LPFS heeft namelijk haar uitleg niet onderbouwd, zodat niet duidelijk is of inderdaad deze post gaat over incassokosten. Daarnaast wordt overwogen dat als de post al zou gaan over incassokosten, die post niet apart toewijsbaar is naast de door LPFS gevorderde vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. Anders zou dat mogelijk kunnen betekenen dat dan twee keer buitengerechtelijke incassokosten kosten worden vergoed. Voor zover buitengerechtelijke kosten worden gemaakt, moeten die kosten als een geheel worden beoordeeld. De buitengerechtelijke incassokosten die wel toewijsbaar zijn, worden verderop in het vonnis besproken. [1]
Toeslag L3/H3 of meubelbak en Transport bedrijfswagen), niet in redelijkheid zijn gemaakt.
3.De beslissing
2 juni 2026.