ECLI:NL:RBOVE:2026:4414

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
11800415 \ CV EXPL 25-1216
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:17 BWArt. 7:750 BWArt. 21 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen wegens non-conformiteit en tekortschieten reparatie gebruikte BMW

Eiser heeft een gebruikte BMW 7-serie uit 2008 gekocht van Autohuis voor €19.250. Binnen een maand na aankoop ontstond een defect aan de distributieketting, waarna Autohuis de auto tegen betaling repareerde. Eiser stelde dat de auto non-conform was en dat Autohuis tekortgeschoten was bij de reparaties, en vorderde herstelkosten, schadevergoeding en incassokosten.

De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat de auto non-conform was bij levering. De gebreken aan motorblok, injectiesysteem, versnellingsbak en motorsturing zijn niet concreet aangetoond. Het verspringen van de distributieketting binnen een maand na koop rechtvaardigt geen non-conformiteit zonder bewijs dat het gebrek al bij levering bestond.

Ook is niet gebleken dat Autohuis tekortgeschoten is bij de reparaties van distributieketting en multiriem. Eiser heeft onvoldoende verband gelegd tussen de reparaties en de vermeende gebreken. De vorderingen tot schadevergoeding wegens waardevermindering, motorrijtuigenbelasting, verzekeringspremies en incassokosten worden eveneens afgewezen.

Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van €1.008,00, te vermeerderen met kosten van betekening en wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. Het verzoek van Autohuis tot een hoger salaris gemachtigde wegens vermeend misbruik van procesrecht wordt afgewezen.

Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van non-conformiteit en tekortschieten bij reparatie, met veroordeling in proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 11800415 \ CV EXPL 25-1216
Vonnis van 28 april 2026
in de zaak van
[eiser] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. J.N.A. Kilian,
tegen
AUTO- & MOTORHUIS B.V.,
gevestigd te Borne,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Autohuis,
gemachtigde: mr. N.G. Klaassen.

1.De procedure

1.1
De kantonrechter heeft de volgende stukken gelezen:
  • de dagvaarding (met bij akte producties 1 t/m 7);
  • de conclusie van antwoord (met bij akte producties 1 t/m 13);
  • de brief van [eiser] van 28 november 2025 (met aanvullende producties 8 t/m 12).
1.2
Op 9 december 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig de heer [naam 1] namens [eiser], bijgestaan door mr. J.N.A. Kilian, en de heer [naam 2] namens Autohuis, bijgestaan door mr. L.W. van de Wetering. Aan de zijde van [eiser] zijn spreekaantekeningen overgelegd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] verzocht om haar eis te mogen wijzigen. Dit verzoek is afgewezen.
1.3
Bij brief van 22 december 2025 heeft [eiser] verzocht om nog een akte te mogen nemen, zonder dit verzoek toe te lichten. Autohuis heeft bij e-mail van gelijke datum kenbaar gemaakt dat zij zich tegen dat verzoek verzet. Het verzoek om het nemen van een akte is door de kantonrechter afgewezen en daarnaast is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1
Op 16 oktober 2023 heeft [eiser] van Autohuis een gebruikte BMW, type 7-serie, uit 2008 gekocht voor een bedrag van € 19.250,00. De BMW is in de eerste maand na de koop defect geraakt, waarna de BMW door Autohuis is gerepareerd. Partijen zijn het niet met elkaar eens over het antwoord op de vraag of de BMW non-conform is en of de daarna uitgevoerde reparaties goed zijn uitgevoerd.
2.2
[eiser] vraagt in deze procedure – in woorden van gelijke strekking – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. een verklaring voor recht dat de BMW niet beantwoordt aan de overeenkomst in de zin van artikel 7:17 BW Pro (non-conformiteit), vanwege structurele gebreken aan o.a. doch niet uitsluitend het motorblok, zo ook het injectiesysteem, de versnellingsbak en de motorsturing;
II. primair: een veroordeling van Autohuis tot het (al dan niet door Autohuis) bij een erkende BMW garage op kosten van Autohuis laten herstellen van de BMW voor een maximaal bedrag van € 15.909,09 en zodanig dat de BMW aan de overeenkomst beantwoordt;
subsidiair: om een veroordeling tot het betalen van een schadevergoeding wegens waardevermindering van de BMW, nader op te maken bij staat;
III. een veroordeling van Autohuis tot het betalen van in totaal € 1.423,29 aan schadevergoeding bestaande uit motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremies;
IV. een veroordeling van Autohuis tot het betalen van de buitengerechtelijke incassokosten van € 925,00;
V. een veroordeling van Autohuis tot het betalen van de proceskosten.
2.3
De vorderingen van [eiser] worden afgewezen en zij wordt veroordeeld tot het betalen van de proceskosten. Hieronder wordt uitgelegd waarom.
De BWM was niet non-conform (vordering I)
2.4
Het onder I gevorderde wordt afgewezen omdat [eiser] onvoldoende heeft gesteld waarom de BMW non-conform is.
Het beoordelingskader: non-conformiteit
2.5
Voor een geslaagd beroep op non-conformiteit moet [eiser] de feiten en omstandigheden stellen waaruit blijkt dat de BMW op het moment van de koop niet de eigenschappen bezit die [eiser] op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. Wat [eiser] mocht verwachten, hangt onder andere af van de aard van de BMW en de mededelingen die Autohuis over de BMW heeft gedaan.
Wat mocht [eiser] verwachten van de BMW?
2.6
Voorafgaand aan koop van de BWM is door Autohuis over de BMW medegedeeld dat deze in uitstekende staat zou verkeren, zonder noemenswaardige gebreken, passend bij de aard van een luxe voertuig en de betaalde prijs. Ook is aan [eiser] medegedeeld dat het kleppendeksel nog moest worden vervangen. Deze mededelingen zijn alleen onvoldoende concreet, zodat deze niet kunnen invullen wat van de BMW mag worden verwacht.
2.7
Nu niet is gebleken dat door Autohuis andere (concretere) mededelingen zijn gedaan, wordt als beoordelingskader aangehouden dat de BMW op het moment van levering de eigenschappen moest bezitten die voor een normaal gebruik nodig zijn en waarvan [eiser] de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. Omdat het hier om een tweedehands BMW gaat en het niet ter discussie staat dat [eiser] de BMW heeft gekocht om hiermee aan het verkeer deel te nemen, is de BMW in beginsel non-conform als deelname aan het verkeer met de BMW een gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren door een gebrek dat niet eenvoudig kan worden hersteld. Dit gebrek moet aanwezig zijn op het moment van aflevering. [1]
De distributieketting van de BMW is binnen een maand na koop versprongen
2.8
Op 16 oktober 2023 heeft [eiser] van Autohuis de BMW gekocht
.Vervolgens is de BMW ergens in de periode tussen 16 oktober 2023 en 22 november 2023 stil komen te staan. [eiser] heeft hierna de BMW naar een garage gebracht om te onderzoeken wat het defect was. Bij deze garage is vastgesteld dat de distributieketting was versprongen. [eiser] heeft Autohuis benaderd met het verzoek om de distributieketting te repareren, waarna de reparatie heeft plaatsgevonden. Dat de reparatie tegen betaling zou worden uitgevoerd, is als niet weersproken vast komen te staan
Niet is gebleken van een gebrekkige BMW op het moment van koop
2.9
Door [eiser] is in haar vordering onder I expliciet opgenomen dat de BMW non-conform is omdat onder andere sprake is van structurele gebreken aan het motorblok, het injectiesysteem, de versnellingsbak en de motorsturing van de BMW. Niet is onderbouwd dat de BMW deze gebreken heeft. De genoemde gebreken zijn in de dagvaarding en bijbehorende producties nergens (duidelijk) besproken. Op grond van deze omstandigheden kan dan ook niet tot het oordeel worden gekomen dat de BMW non-conform is.
2.1
Voor zover het gebrek aan de BMW volgens [eiser] zou bestaan uit het kunnen verspringen van de distributieketting, wordt overwogen dat [eiser] na de koop wel met de BWM heeft kunnen rijden. Dat de distributieketting binnen een maand na de koop is versprongen, rechtvaardigt op zichzelf niet het oordeel dat sprake is van een gebrek aan de BMW. [eiser] had dan ook moeten uitleggen wat de achterliggende oorzaak was van het kunnen verspringen van de distributieketting én dat die oorzaak (het gebrek) al aanwezig was op het moment van koop. Daarover is door [eiser] niets gezegd en daarom kan niet tot het oordeel worden gekomen dat de BMW non-conform is. Het onder I gevorderde wordt afgewezen.
De BMW hoeft niet te worden hersteld. Ook hoeft geen schadevergoeding te worden betaald. (vordering II)
2.11
De kantonrechter begrijpt dat [eiser] – in de kern – aan het onder II primair dan wel subsidiair gevorderde de volgende stellingen ten grondslag legt, namelijk dat:
de BMW niet voldeed aan de koopovereenkomst (non-conformiteit);
Autohuis is tekortgeschoten in de reparatie van de distributieketting;
Autohuis is tekortgeschoten in de reparatie van de multiriem.
(a) Geen non-conformiteit
2.12
Als de stelling van [eiser] is dat de BMW non-conform is, dan kan de vordering niet worden toegewezen met als reden dat niet is gebleken dat de BMW non-conform is. [2]
(b) Geen tekortkoming vanwege reparatie van de distributieketting
2.13
Niet is komen vast te staan dat Autohuis is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst die gaat over de reparatie van de distributieketting.
Na oplevering kon worden gereden met de BMW
2.14
[eiser] en Autohuis hebben medio november 2023 afgesproken dat Autohuis de versprongen distributieketting tegen betaling zou repareren. Dit is dan ook een overeenkomst van aanneming. [3] Duidelijk is dat tijdens de reparatie van die distributieketting fouten zijn gemaakt en dat door die fouten de reparatie langer heeft geduurd dan zonder die fouten het geval was geweest. Tijdens een proefrit door Autohuis is de distributieketting opnieuw versprongen met schade aan de cilinderkop als gevolg. De oorzaak van het verspringen was dat tijdens de reparatie de krukasbout niet goed was aangedraaid. Autohuis heeft vervolgens de cilinderkop laten reviseren bij een derde partij. Tijdens de revisie is door deze partij ook een fout gemaakt. Deze partij heeft een verkeerde klepseal gemonteerd waardoor olie heeft gelekt langs de kleppen de cilinders in. Autohuis heeft herstelwerkzaamheden aan de BMW uitgevoerd/laten uitvoeren. De BMW is vervolgens begin maart 2024 door Autohuis opgeleverd. Ongeveer drie maanden na de reparatie, op 25 mei 2024, heeft [eiser] zich bij Autohuis gemeld met de mededeling dat de boordcomputer kapot is, het motorblok is gescheurd en de multiriem is gescheurd.
Door [eiser] is onvoldoende gesteld en onderbouwd dat Autohuis is tekortgeschoten in de overeenkomst van reparatie aan de distributieketting
2.15
De kantonrechter overweegt dat als [eiser] stelt dat Autohuis is tekortgeschoten met schade als gevolg omdat Autohuis de reparatie aan de distributieketting niet goed zou hebben uitgevoerd, het aan [eiser] is om uit te leggen en te onderbouwen waarom dat dan zo is. Dat heeft [eiser] niet gedaan. Daarom kan niet tot het oordeel worden gekomen dat Autohuis de reparatie aan distributieketting niet goed heeft uitgevoerd.
Zo heeft [eiser] niet onderbouwd dat inderdaad sprake is van een defecte boordcomputer en een gescheurd motorblok. Deze gebreken zijn dan ook niet vast komen te staan. Dat de multiriem was gescheurd, staat niet ter discussie. [eiser] heeft alleen niet uitgelegd en onderbouwd wat het verband is tussen de uitgevoerde reparatie aan de distributieketting en de gescheurde multiriem. Dit verband is zonder toelichting niet begrijpelijk.
(c) Geen tekortkoming vanwege reparatie van de multiriem
2.16
Niet is komen vast te staan dat Autohuis is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst die gaat over de reparatie van de multiriem.
Door Autohuis is een reparatie uitgevoerd aan de multiriem
2.17
Op 25 mei 2024 hebben [eiser] en Autohuis afgesproken dat Autohuis de kapotte multiriem kosteloos zou repareren, waarna op 19 augustus 2024 Autohuis de BMW heeft ingenomen om die reparatie uit te voeren. Op 15 september 2024 heeft Autohuis [eiser] bericht dat de BMW goed reed, waarna op 21 februari 2025 de BMW door [eiser] is opgehaald. Op 24 februari 2025 berichtte [eiser] Autohuis dat op 21 februari 2025 de BMW moeilijk startte, de BMW niet lekker stationair liep, dat de batterij van de sleutel leeg was en dat op 24 februari 2025 bleek dat sprake was van een lekkende linker schokdemper, oliereuk bij stationair lopen, niet-werkende airco, uitvallende multimedia en achteruitrijcamera en oververhitting van de motor.
Door [eiser] is onvoldoende gesteld en onderbouwd dat Autohuis is tekortgeschoten in de overeenkomst van reparatie aan de multiriem
2.18
Hoewel door [eiser] is gesteld dat nadat zij de BMW op 21 februari 2025 heeft opgehaald, sprake was van diverse gebreken, heeft [eiser] de aanwezigheid van deze gebreken slechts beperkt onderbouwd. Daarnaast heeft [eiser] onder andere niet gesteld wat het verband is tussen de gebreken en de door Autohuis uitgevoerde reparatie aan de multiriem. Nu [eiser] te weinig heeft gesteld, kan niet tot het oordeel worden gekomen dat Autohuis de reparatie aan de multiriem niet goed heeft uitgevoerd.
De vordering wordt afgewezen
2.19
De conclusie is dat niet is gebleken van een grond voor toewijzing van het onder II primair dan wel subsidiair gevorderde. De vordering zal dan ook worden afgewezen.
Geen schadevergoeding van schade en buitengerechtelijke kosten (vordering III en IV)
2.2
Onder III en IV heeft [eiser] gevorderd dat Autohuis wordt veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van € 1.423,29, bestaande uit motorijtuigenbelasting (€ 956,00) en verzekeringspremies (€ 467,29), en € 925,00 aan buitengerechtelijke kosten.
2.21
[eiser] vindt dat Autohuis deze schade moet vergoeden omdat de BMW “na levering non-conform en/of niet normaal bruikbaar was”, terwijl zij wel de motorijtuigenbelasting en verzekeringspremies heeft moeten doorbetalen. Dit zijn ‘kosten zonder nut’. Ook stelt [eiser] dat zij schade heeft geleden in de vorm van buitengerechtelijke kosten. Autohuis betwist dat zij schadevergoeding moet betalen.
2.22
Niet is gebleken van enige grond voor schadevergoeding omdat niet vaststaat dat Autohuis is tekortgeschoten in de nakoming van enige overeenkomst met [eiser], dan wel dat Autohuis in verzuim is geraakt. Daarom zal het onder III en IV gevorderde worden afgewezen.
[eiser] wordt veroordeeld in de proceskosten volgens het liquidatietarief zonder verhoging
2.23
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
2.24
Autohuis stelt dat [eiser] misbruik heeft gemaakt van procesrecht. [eiser] zou in haar processtukken volgens Autohuis feiten en omstandigheden onvolledig en onjuist hebben gepresenteerd. Autohuis vordert daarom dat aan haar een hoger bedrag aan salaris gemachtigde wordt toegekend dan gebruikelijk is bij een vordering van deze omvang.
2.25
Het verzoek van Autohuis wordt afgewezen. Niet is gebleken dat [eiser] misbruik heeft gemaakt van het procesrecht of onrechtmatig heeft gehandeld door haar vordering te baseren op feiten en omstandigheden waarvan zij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan zij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. [4]
De proceskosten worden aan de hand van het liquidatietarief zonder verhoging begroot op:
- salaris gemachtigde
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.008,00

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1
wijst de vorderingen van [eiser] af,
3.2
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.008,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3
veroordeelt [eiser] tot betaling aan Autohuis van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.4
verklaart de veroordelingen onder 3.2 en 3.3. uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.N. Neumann, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken door mr. E. Horsthuis op 28 april 2026.

Voetnoten

1.Artikel 7:17 lid 1 en Pro lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
2.Zie r.o. 2.10.
3.Artikel 7:750 BW Pro.
4.Artikel 21 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering.