ECLI:NL:RBOVE:2026:4412

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
11888829 \ CV EXPL 25-1691
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:5 BWArt. 7:21 BWArt. 7:22 BWArt. 6:228 lid 1 onder b BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen wegens non-conformiteit en dwaling bij koop tweedehandsauto

Eiser kocht op 6 september 2024 een tweedehands Audi RS 6 Avant van gedaagde voor €125.000. Na montage van een trekhaak ontstonden softwarestoringen. Eiser stelde dat de auto non-conform was omdat deze niet geschikt zou zijn voor trekhaakmontage en vorderde ontbinding of vernietiging van de koopovereenkomst wegens dwaling.

De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat de auto non-conform is. De auto voldeed aan de gerechtvaardigde verwachtingen van eiser en er was geen bewijs dat gedaagde onjuiste mededelingen had gedaan over de geschiktheid voor trekhaakmontage of het schadeverleden.

Eiser kon niet aannemelijk maken dat de auto een schadeverleden had, ondanks overgelegde schaderapporten. Het onderhoudslogboek van de auto toonde geen aanwijzingen voor een ongeval met forse schade. Ook was niet gebleken dat gedaagde wist van de vermeende ongeschiktheid voor trekhaakmontage of dat eiser hierover verkeerd was geïnformeerd.

Daarom werden de vorderingen afgewezen en werd eiser veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €2.164,00 plus wettelijke rente. Het vonnis is gewezen door kantonrechter A.N. Neumann en op 2 juni 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De vorderingen van eiser tot ontbinding en vernietiging van de koopovereenkomst worden afgewezen wegens gebrek aan bewijs van non-conformiteit of dwaling.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 11888829 \ CV EXPL 25-1691
Vonnis van 2 juni 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende in [woonplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. H.J. Koop,
tegen
[gedaagde] B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende in [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. A.A. Bos.

1.De procedure

1.1
De kantonrechter heeft de volgende stukken gelezen:
  • de dagvaarding (met producties 1 t/m 13);
  • de conclusie van antwoord (met producties 1 t/m 10);
  • de brief van [eiser] met aanvullende producties (14 t/m 21).
1.2
Op 5 maart 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig [eiser] , bijgestaan door mr. H.J. Koop, en [naam 1] en [naam 2] namens [gedaagde] , bijgestaan door mr. A.A. Bos. Beide partijen hebben spreekaantekeningen overgelegd. De kantonrechter heeft de mondelinge behandeling gesloten en bepaald dat hij vonnis zal wijzen.

2.Kern van het geschil

2.1
Op 6 september 2024 heeft [eiser] als consument van [gedaagde] voor € 125.000,00 een auto gekocht, namelijk een Audi RS 6 Avant met een kilometerstand van 21.969 uit bouwjaar 2020. Na het monteren van een trekhaak op de Audi in opdracht van [eiser] bij [bedrijf] zijn storingen ontstaan in de software van de Audi. [eiser] vindt dat de Audi non-conform is omdat de software het klaarblijkelijk niet toelaat om een trekhaak onder de Audi te monteren. [eiser] vordert daarom een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst (buitengerechtelijk) is ontbonden. En anders vordert hij dat de overeenkomst wordt vernietigd vanwege dwaling omdat de Audi een ‘schade-auto’ zou zijn dan wel hij niet wist dat de Audi ongeschikt was om een trekhaak op te monteren. [eiser] krijgt ongelijk. De kantonrechter wijst zijn vorderingen af.

3.De beoordeling

Het staat niet vast dat de Audi non-conform is
3.1
De vordering van [eiser] tot ontbinding kan niet worden toegewezen omdat niet is komen vast te staan dat de Audi non-conform is. De kantonrechter zal dit hierna toelichten.
[eiser] heeft als consument de Audi gekocht
3.2
[eiser] heeft op 6 september 2024 als consument van [gedaagde] , die handelde in het kader van haar bedrijfsactiviteit (in- en verkoop van personenauto’s), een auto gekocht. Daarom is sprake van een consumentenkoop. [1] Omdat het gaat om consumentenkoop heeft [eiser] de bevoegdheid de koopovereenkomst te ontbinden als de Audi niet aan de overeenkomst beantwoordt omdat sprake is van een gebrek. De bevoegdheid om te ontbinden ontstaat pas als herstel en vervanging van dat gebrek onmogelijk is of van [gedaagde] niet kan worden verlangd om dat gebrek op te lossen, of wanneer [gedaagde] tekort is geschoten in haar verplichting om binnen een redelijke termijn het gebrek op te lossen. [2]
[eiser] mocht in ieder geval verwachten dat de Audi geschikt is voor normaal gebruik
3.3
Het uitgangspunt is dat de Audi aan de koopovereenkomst moet beantwoorden. Dat betekent dat de Audi aan de gerechtvaardigde verwachting van [eiser] moet voldoen. [eiser] mag verwachten dat de Audi de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. De gerechtvaardigde verwachting wordt verder ingekleurd door de aard van de Audi en de mededelingen die [gedaagde] over de Audi heeft gedaan.
3.4
In deze zaak gaat het om een tweedehandsauto met een kilometerstand van 21.969 uit 2020. Het staat niet ter discussie dat de Audi door [eiser] is gekocht om daarmee aan het verkeer deel te nemen. De Audi beantwoordt dan ook in principe niet aan de overeenkomst als door een gebrek aan de Audi (dat niet op eenvoudige wijze kan worden ontdekt en hersteld) het gebruik van de Audi gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren. [3]
3.5
Wat [eiser] verder nog gerechtvaardigd van [gedaagde] mocht verwachten, is allereerst afhankelijk van welke mededelingen zijn gedaan over de Audi. Partijen zijn het niet met elkaar eens over welke mededelingen al dan niet zijn gedaan. [eiser] stelt dat hij tegen [gedaagde] heeft gezegd dat hij een trekhaak onder de Audi wilde laten monteren en dat hem niet is verteld dat dit niet kon. Ook zou [gedaagde] hebben medegedeeld dat de Audi geen schadeverleden had. Dat is toegezegd dat de Audi geen schadeverleden had, is niet vast komen te staan. Deze stelling is namelijk door [eiser] niet onderbouwd en tegelijkertijd is door [gedaagde] ontkend dat zij heeft toegezegd dat de Audi geen schadeverleden had.
Dat de Audi niet (zonder meer) geschikt is om een trekhaak op te monteren, maakt de Audi niet non-conform
3.6
Na de koop is de Audi eind 2024 door [eiser] naar [bedrijf] gebracht voor het monteren van een trekhaak op de Audi. Om de trekhaak te kunnen laten werken heeft [bedrijf] aanpassingen uitgevoerd aan de software van de Audi. Door deze aanpassingen zijn storingen ontstaan in de software van de auto met als gevolg dat de achterlichten en matrix functie van het grootlicht niet meer werken. [gedaagde] heeft vervolgens op verzoek van [eiser] (herstel-)werkzaamheden aan de software uitgevoerd. De achterlichten werken weer, maar alleen op de ‘reguliere’ manier. De functie van dynamische achterlichten werkt niet meer.
3.7
Het is niet gebleken dat [eiser] tegen [gedaagde] heeft gezegd dat hij een trekhaak op de Audi wilde laten monteren en dat vervolgens [gedaagde] niet heeft gewaarschuwd dat de Audi hiervoor niet geschikt zou zijn dan wel heeft gezegd dat een trekhaak op de Audi kon worden gemonteerd. [eiser] heeft hier namelijk pas voor het eerst tijdens de mondelinge behandeling over verklaard en zijn stelling onvoldoende onderbouwd. [eiser] had op het moment van de koop dan ook niet de gerechtvaardigde verwachtingen kunnen hebben dat de (software van de) Audi geschikt is voor montage van een trekhaak. Voor het overige is niet gebleken dat iets mis is met de software van de Audi dat maakt dat de Audi niet op een normale en veilige manier kan worden gebruikt. Kortom, niet is gebleken dat de Audi niet voldoet aan de gerechtvaardigde verwachtingen van [eiser] , zodat de Audi op die grond dan ook niet non-conform is.
Niet is gebleken dat [eiser] heeft gedwaald bij de aankoop van de Audi
3.8
[eiser] heeft verder nog aangevoerd dat sprake is van dwaling. Hij vraagt de kantonrechter op die grond om vernietiging van de koopovereenkomst.
3.9
Bij dwaling gaat het erom dat [eiser] niet gebonden wil zijn aan de overeenkomst omdat hij deze is aangegaan zonder een juiste voorstelling van zaken. Volgens [eiser] heeft hij allereerst gedwaald omdat volgens hem de Audi een “schade-auto” blijkt te zijn en dat hij de Audi nooit had gekocht als hij dit had geweten op het moment van koop. [4]
3.1
Hoewel [eiser] niet heeft gesteld wat onder een schade-auto moet worden begrepen, gaat de kantonrechter ervanuit dat hiermee wordt bedoeld dat de Audi een schadeverleden heeft omdat de Audi zou zijn betrokken bij een (eenzijdig) verkeersongeval.
3.11
De kantonrechter is van oordeel dat niet vast is komen te staan dat de Audi een schadeverleden heeft.
In door [eiser] overgelegde schaderapporten van Carfax, AutoDNA en Finnik staat dat in juni 2020 de Audi bij een kilometerstand van 6.315 door een ongeval in Frankrijk schade heeft opgelopen ter hoogte van € 91.000- € 92.000 dan wel € 85.000,00 - € 100.000,00 aan de voorkant, rechterzijde en linker achterzijde. Meer (relevante) informatie over het vermeende ongeval staat niet in de rapporten. Zo blijkt onder andere niet de precieze toedracht van het ongeval, op welke datum het ongeval heeft plaatsgevonden, wie bij het ongeval betrokken waren en welke herstelwerkzaamheden moesten plaatsvinden. De inhoud van de rapporten is dus vrij algemeen zodat daaruit niet zonder meer kan worden afgeleid dat inderdaad het ongeval heeft plaatsgevonden. Verder blijkt niet wat de bron van informatie is waarop het rapport is gebaseerd. Daarom kan niet worden uitgesloten dat de informatie uit de verschillende rapporten voortkomt uit één bron. Het gegeven dat meerdere rapporten het ongeval vermelden, maakt het dus niet meer aannemelijk dat het vermeende ongeval heeft plaatsgevonden.
Daarbij heeft [gedaagde] – die betwist dat het ongeval heeft plaatsgevonden – het onderhoudslogboek van de Audi ingebracht. Uit dat logboek blijkt niet dat de Audi rond juni 2020 een ongeval heeft gehad met schade als gevolg. Wel blijkt dat begin juni 2020 onder andere de turbocompressor, katalysator en de luchtfilter zijn vervangen, maar uit de toelichting in het logboek blijkt niet dat die is uitgevoerd vanwege het vermeende ongeval.
[gedaagde] wordt gevolgd in haar betoog dat als een ongeval heeft plaatsgevonden met circa € 85.000,00 - € 100.000,00 aan schade, het onaannemelijk is dat daarover dan niets in het logboek van de Audi is vermeld. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het op de weg van [eiser] had gelegen om zijn stellingen meer te onderbouwen. Dat heeft hij niet gedaan. Daarom kan niet worden vastgesteld dat de Audi een (fors) schadeverleden heeft en dat [eiser] op die grond bij de aankoop van de Audi heeft gedwaald.
3.12
[eiser] heeft verder nog gesteld dat sprake is van dwaling omdat hij op het moment van de koop in de onjuiste veronderstelling verkeerde dat op de Audi een trekhaak kon worden gemonteerd en bij een juiste voorstelling van zaken de koopovereenkomst niet zou hebben gesloten. De stelling van [eiser] wordt niet gevolgd. Zelfs als [eiser] deze onjuiste veronderstelling had, dan moet daarnaast sprake zijn geweest van een van de volgende situaties:
  • a) het ontstaan van de onjuiste veronderstelling van [eiser] was te wijten aan een onjuiste inlichting van [gedaagde] ,
  • b) [gedaagde] wist voorafgaand aan de koop dat [eiser] in de onjuiste veronderstelling was én dat [eiser] bij een juiste veronderstelling de Audi niet had gekocht. [gedaagde] moet vervolgens hebben nagelaten [eiser] over die dwaling in te lichten, of
  • c) [gedaagde] moest van dezelfde onjuiste veronderstelling als [eiser] zijn uitgegaan én hebben begrepen dat [eiser] bij een juiste veronderstelling de overeenkomst niet (op deze manier) zou zijn aangegaan.
Niet is gebleken dat een van voornoemde dwalingsgevallen zich heeft voorgedaan. Het is namelijk niet vast komen te staan dat (a) [gedaagde] onjuiste inlichtingen heeft verstrekt, (b) dat [gedaagde] wist dat [eiser] een trekhaak op de Audi wilde of (c) [gedaagde] zelf ook dacht dat de Audi geschikt was voor montage van een trekhaak. Kortom, niet tot het oordeel kan worden gekomen dat [eiser] bij de aankoop van de Audi heeft gedwaald.
Conclusie: de vorderingen moeten worden afgewezen
3.13
Nu niet is gebleken dat sprake is van non-conformiteit dan wel dwaling, ontbreekt een grond voor het kunnen toewijzen van het door [eiser] primair dan wel subsidiair gevorderde. De vorderingen worden dan ook afgewezen.
[eiser] moet de proceskosten betalen
3.14
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
2.020,00
(2 punten × € 1.010,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.164,00
3.15
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
wijst de vorderingen van [eiser] af,
4.2
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 2.164,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.4
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.N. Neumann en in het openbaar uitgesproken op
2 juni 2026.

Voetnoten

1.Artikel 7:5 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
2.Artikel 7:21 en Pro 7:22 BW.
3.HR 15 april 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1338, NJ 1995/614 (Schirmeister/De Heus).
4.Artikel 6:228 lid 1 onder Pro b dan wel c BW. Z.o.