ECLI:NL:RBOVE:2026:4403

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
21 juli 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
ZWO 26/1001
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-betaling griffierecht

Verzoekster heeft het college van burgemeester en wethouders van Ommen verzocht om handhaving tegen Asfaltcentrale Bovenveld in Stegeren. Het college wees dit handhavingsverzoek af bij besluit van 21 oktober 2025. Op het bezwaar van verzoekster handhaafde het college dit besluit bij besluit van 3 maart 2026. Verzoekster stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat het verschuldigde griffierecht niet tijdig is voldaan. Hierdoor is er geen beroep meer aanhangig en wordt niet voldaan aan het vereiste van connexiteit voor het verzoek om voorlopige voorziening.

Daarom verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke beoordeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. J.W.M. Bunt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.C. Smitstra, griffier.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 26/1001

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] B.V., uit [vestigingsplaats], verzoekster

(gemachtigde: [gemachtigde]),
en

het college van burgemeester en wethouders van Ommen.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de afwijzing van de aanvraag van verzoekster. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
1.2.
Verzoekster heeft het college gevraagd om handhaving tegen Asfaltcentrale Bovenveld in Stegeren (verder: ACB). Het college heeft het handhavingsverzoek afgewezen bij besluit van 21 oktober 2025. Met het bestreden besluit van 3 maart 2026 op het bezwaar van verzoekster is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van heden is het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het verschuldigde griffierecht niet (tijdig) is voldaan. Nu er geen beroep meer aanhangig is wordt niet voldaan aan het connexiteitsvereiste. Om die reden wordt het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.

Conclusie en gevolgen

3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W.M. Bunt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.C. Smitstra, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
de voorzieningenrechter is buiten staat te tekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.