ECLI:NL:RBOVE:2026:4344

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
19 juli 2026
Zaaknummer
C/08/346420 / HA ZA 26-113
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 210 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot oproeping notaris in vrijwaring bij geschil aanbiedingsplicht en boete

In deze civiele procedure staat een geschil centraal over een aanbiedingsplicht die tussen partijen is overeengekomen in een overeenkomst van april 2021. [partij A] vordert betaling van een contractuele boete van € 500.000 omdat [partij B] een perceel verkocht zou hebben zonder dit eerst aan [partij A] aan te bieden.

[partij B] verzoekt in een incident toestemming om de notaris mr. T.J. Castelein en het notariskantoor Sekuer Notarissen B.V. in vrijwaring te mogen oproepen. Hij stelt dat hij niet weet of en hoe de aanbiedingsplicht tot stand is gekomen en dat de notaris mogelijk haar zorgplicht heeft geschonden door hem niet voldoende te informeren over de hypotheekakte en de nadelige inhoud van de overeenkomst.

De rechtbank oordeelt dat [partij B] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een rechtsverhouding met de notaris bestaat die tot vrijwaring kan leiden, en wijst de vordering tot oproeping in vrijwaring toe. De proceskosten in het incident worden gecompenseerd. De rechtbank verwijst de hoofdzaak naar de rol voor het nemen van een conclusie van antwoord door [partij B] en houdt verdere beslissingen aan.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot oproeping van de notaris en het notariskantoor in vrijwaring toe en verwijst de hoofdzaak naar de rol voor conclusie van antwoord.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/346420 / HA ZA 26-113
Vonnis in incident van 8 juli 2026
in de zaak van
[partij A] B.V.,
te [vestigingsplaats],
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: [partij A],
advocaat: mr. ing. J.G.H. Meijerink,
tegen
[partij B],
te [woonplaats],
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: [partij B],
advocaat: mr. G. Willemsen.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties,
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring,
- de conclusie van antwoord in het incident.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2.De beoordeling in het incident

Vordering in de hoofdzaak
2.1
[partij A] stelt in de hoofdzaak dat zij en [partij B] op 26 april 2021 een overeenkomst hebben gesloten, waarin is afgesproken dat [partij B] een aanbiedingsplicht tegenover haar heeft. Deze aanbiedingsplicht houdt in dat als [partij B] één of meer van de in de overeenkomst genoemde percelen (gedeeltelijk) wil verkopen, hij deze eerst moet aanbieden aan [partij A]. Dit op straffe van een boete van € 500.000,00. Volgens [partij A] heeft [partij B] een perceel waarop de aanbiedingsplicht rust verkocht, zonder dit eerst aan [partij A] te koop aan te bieden. [partij A] vordert daarom betaling van de contractuele boete van € 500.000,00.
Incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring
2.2
[partij B] vordert toestemming om de notaris mr. T.J. Castelein (hierna: Castelein) en het notariskantoor Sekuer Notarissen B.V. (hierna: Sekuer) in vrijwaring te mogen oproepen. [partij B] legt hieraan het volgende ten grondslag.
2.3
[partij B] voert aan dat hij niet weet of, hoe en wanneer de overeenkomst tussen hem en [partij A] tot stand is gekomen. Hij stelt dat hij op 29 april 2021 [1] een hypotheekakte heeft gesloten met de heer [naam] als hypotheeknemer. Deze hypotheekakte is door Castelein of Sekuer opgesteld. In de hypotheekakte is opgenomen:
“Partijen zullen een half jaar voor einde van de termijn van drie jaar in overleg treden tezamen met de heer [partij A] , aan partijen bekend, over mogelijke verlenging van de geldlening en de voorwaarden hiervoor, een en ander ook vastgelegd in een door schuldenaar te tekenen aanvullende overeenkomst waar tevens een aanbiedingsverplichting met betrekking tot het hierna te noemen onderpand is opgenomen.”
Volgens [partij B] zou het kunnen dat de notaris de beweerdelijke overeenkomst tussen hem en [partij A] heeft opgesteld of heeft verwerkt in het kader van de hypotheekakte. Op de nota van afrekening die [partij B] van Sekuer heeft ontvangen, staat namelijk een tarief opgenomen voor het opmaken van een aanbiedingsplicht. [partij B] stelt dat de notaris hem niet (voldoende) heeft geïnformeerd over de hypotheekakte met [naam] en de uiterst nadelige inhoud van de beweerdelijke overeenkomst met [partij A] en dat zij daarmee haar zorgplicht tegenover hem heeft geschonden. Als hij in de hoofdzaak wordt veroordeeld tot betaling van de boete aan [partij A], is dit volgens [partij B] aan te merken als schade als gevolg van deze schending van de zorgplicht. Deze schade moet daarom door de notaris aan hem worden vergoed. Omdat het [partij B] nog niet duidelijk is wie de opdracht heeft uitgevoerd – de notaris of het kantoor – verzoekt hij beide in vrijwaring te mogen oproepen.
2.4
[partij A] heeft daartegen verweer gevoerd. Zij betwist de stellingen van [partij B] en voert aan dat [partij B] geen bewijs van zijn stellingen heeft geleverd. Voor zover [partij B] gebruik heeft gemaakt van een notaris om zaken te doen met [naam], staat dat los van de hoofdzaak. Het incident heeft volgens [partij A] kennelijk geen ander doel dan het vertragen van de procedure in de hoofdzaak.
2.5
Voor toewijzing van een vordering tot oproeping in vrijwaring is vereist dat [partij B] zich beroept op een rechtsverhouding met een derde, die meebrengt dat deze derde verplicht is om de nadelige gevolgen van een eventuele beslissing tegen [partij B] in de hoofdzaak (gedeeltelijk) te dragen. Of die rechtsverhouding daadwerkelijk bestaat, hoeft in dit incident niet vast komen te staan.
2.6
Naar het oordeel van de rechtbank heeft [partij B] voldoende onderbouwd gesteld dat sprake kan zijn van een dergelijke rechtsverhouding met Castelein of Sekuer. Als vast komt te staan dat hij een aanbiedingsplicht tegenover [partij A] heeft, dan is de notaris volgens [partij B] namelijk betrokken geweest bij de totstandkoming daarvan, heeft zij haar zorgplicht tegenover hem geschonden en is zij daarom verplicht hem te vrijwaren van de schade die daaruit volgt. [partij B] heeft weliswaar geen stukken overgelegd ter onderbouwing van zijn stellingen, maar de gestelde rechtsverhouding is niet dermate onaannemelijk dat de incidentele vordering moet worden afgewezen. Uit de door [partij A] overgelegde overeenkomst volgt namelijk ook dat [partij B] en [naam] (op 19 april 2021) een akte van hypotheekrecht hebben gesloten, dat deze akte is opgesteld door Castelein en dat de hypotheekakte en overeenkomst verband houden met elkaar. Dit maakt het voorlopig voldoende aannemelijk dat Castelein of Sekuer betrokken is geweest bij de totstandkoming van de (gestelde) aanbiedingsplicht.
2.7
De rechtbank is van oordeel dat op voorhand niet is te verwachten dat de vrijwaringszaak zo ingewikkeld en tijdrovend zal zijn dat deze een onredelijke of nodeloze vertraging van de procedure in de hoofdzaak zal veroorzaken. De vordering tot oproeping in vrijwaring zal dan ook worden toegewezen.
Proceskosten
2.8
Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3.De beoordeling in de hoofdzaak

3.1
Volgens [partij A] heeft [partij B] op 1 april 2026 bewust verstek laten gaan om extra tijd te hebben voor het indienen van een conclusie van antwoord in de hoofdzaak. Het incident had volgens hem eerder ingesteld kunnen en moeten worden en is alleen ingesteld om de hoofdzaak verder te vertragen. [partij B] had op 10 juni 2026 een conclusie van antwoord in de hoofdzaak moeten indienen. Die gelegenheid is nu voorbij en moet volgens [partij A] niet nogmaals gegeven worden.
3.2
In artikel 210 Rv Pro is echter bepaald dat een incidentele conclusie vóór alle weren moet worden ingesteld en dat deze kan worden ingediend op de roldatum die is bepaald voor het nemen van de conclusie van antwoord. De rechtbank ziet onvoldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat [partij B] misbruik van procesrecht maakt. [partij B] heeft dus nog recht op het nemen van een conclusie van antwoord. De zaak zal daarvoor naar de rol worden verwezen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4.De beslissing

De rechtbank
in het incident
4.1
staat toe dat mr. T.J. Castelein en Sekuer Notarissen B.V. door [partij B] worden gedagvaard tegen de rolzitting van
woensdag 19 augustus 2026,
4.2
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in de hoofdzaak
4.3
verwijst de zaak naar de rol van
woensdag 19 augustus 2026voor conclusie van antwoord aan de zijde van [partij B],
4.4
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.

Voetnoten

1.Naar de rechtbank begrijpt, is mogelijk 19 april 2021 bedoeld. In de door [partij A] overgelegde overeenkomst van 21 april 2021 staat namelijk dat [partij B] en [naam] op 19 april 2021 een hypotheekakte hebben gesloten.