ECLI:NL:RBOVE:2026:4335

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
18 juli 2026
Zaaknummer
12132654 \ CV EXPL 26-325
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H.B. de Hek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:33 BWArt. 3:61 lid 2 BWArt. 6:119 BWArt. 6:217 BWArt. 7:1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering koopovereenkomst nachtegalen en aquarium; betaling restant nieuw aquarium

De zaak betreft een geschil tussen [partij A] en Aquadeco B.V. over de koop van twee nachtegalen en een oud aquarium met vissen en planten, waarbij [partij A] stelt dat Aquadeco deze van hem heeft gekocht zonder prijsafspraak. Aquadeco ontkent de koopovereenkomst en biedt slechts een kortingsbon aan voor het oude aquarium.

De kantonrechter oordeelt dat onvoldoende is onderbouwd dat er een koopovereenkomst is gesloten voor de nachtegalen, mede omdat de persoon die de vogels meenam geen volmacht had en er geen schijn van volmacht door Aquadeco is gewekt. Ook voor het oude aquarium is niet komen vast te staan dat Aquadeco een koopprijs wilde betalen, slechts een coulancekorting werd gegeven.

De vordering van [partij A] wordt daarom afgewezen. De tegenvordering van Aquadeco tot betaling van het resterende bedrag van €144,15 voor het nieuwe aquarium wordt toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf 16 mei 2025. [partij A] wordt tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan Aquadeco.

Uitkomst: Vordering van eiser afgewezen; eiser veroordeeld tot betaling restant nieuw aquarium en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 12132654 \ CV EXPL 26-325
Vonnis van 7 juli 2026
in de zaak van
[partij A],
te [woonplaats],
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [partij A],
gemachtigde: [gemachtigde], werkzaam bij Kredietinformatie- en incassobureau Cap Debitum,
tegen
AQUADECO B.V.,
te Almelo,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Aquadeco,
gemachtigde: mr. M.A.A. Koster, werkzaam bij Stichting Univé Rechtshulp.

1.De samenvatting

1.1
[partij A] heeft bij Aquadeco een aquarium met toebehoren gekocht. Hij moet daar nog € 144,15 voor betalen. [partij A] wil dit bedrag verrekenen met een vordering die hij op Aquadeco heeft. Volgens [partij A] heeft Aquadeco namelijk twee nachtegalen en zijn oude aquarium, inclusief vissen en planten, van hem gekocht. De koop is volgens [partij A] mondeling gesloten, zonder een koopprijs af te spreken. Omdat de verkochte spullen volgens [partij A] samen € l.232,20 waard zijn, wil hij dat Aquadeco wordt veroordeeld dit bedrag aan hem te betalen. De kantonrechter oordeelt dat [partij A] onvoldoende heeft onderbouwd dat er een koopovereenkomst is tussen hem en Aquadeco. Dit betekent dat de vordering van [partij A] wordt afgewezen. Dit betekent ook dat de vordering van Aquadeco wordt toegewezen. [partij A] moet dus de resterende € 144,15 voor het nieuwe aquarium betalen. Hij moet ook de proceskosten betalen.

2.De procedure

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de conclusie van antwoord in reconventie
- de mondelinge behandeling van 29 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de door partijen overgelegde spreekaantekeningen.
2.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1
Aquadeco is een speciaalzaak, gespecialiseerd in de verkoop van aquaria en vijvers. [partij A] was een klant van Aquadeco.
3.2
Rond april 2024 heeft [partij A] bij Aquadeco een nieuw aquarium met een nieuwe controller gekocht. Een controller is een systeem waarmee onder meer het licht in het aquarium kan worden geregeld. De koopprijs bedroeg € 599,95 voor het aquarium en € 103,00 voor de controller. Op de factuur staat een korting van € 40,00. Na klachten van [partij A] over de controller, heeft [partij A] de controller retour gestuurd. Hij heeft toen een nieuwe factuur gekregen, waarop de koopprijs van de controller en de door [partij A] gemaakte portokosten van € 10,80 in mindering zijn gebracht. Na aftrek van de korting en de kosten voor de controller, bleef een bedrag over van € 549,15. [partij A] heeft hiervan € 405,00 afbetaald, zodat een bedrag van € 144,15 overblijft. Op 16 mei 2025 heeft [partij A] aangegeven dat hij dit resterende bedrag niet zal betalen.
3.3
Op enig moment is de heer [naam 1] (hierna: [naam 1]) bij [partij A] langs geweest. [naam 1] werkt bij Aquadeco. Hij heeft twee nachtegalen van [partij A] meegenomen. Volgens een verklaring van [naam 1] kreeg hij deze vogels gratis, omdat [partij A] een nieuw onderkomen voor zijn vogels zocht. Volgens [partij A] heeft [naam 1] de vogels namens Aquadeco gekocht zonder een koopprijs af te spreken.
3.4
Enige tijd daarna heeft [partij A] zijn oude aquarium, inclusief planten en vissen (hierna: het oude aquarium), afgegeven aan Aquadeco. Volgens [partij A] heeft Aquadeco het oude aquarium gekocht zonder een koopprijs af te spreken. Volgens Aquadeco was van koop echter geen sprake. Zij heeft [partij A] een kortingsbon van € 40,00 gegeven als compensatie voor het oude aquarium.
3.5
[partij A] vordert nu betaling van Aquadeco voor de vogels en het oude aquarium. Aquadeco heeft een tegenvordering ingesteld. Zij wil betaling van het restbedrag voor het nieuwe aquarium. De procedure die door [partij A] is gestart wordt ‘de vordering in conventie’ genoemd en de tegenwording van Aquadeco de ‘vordering in reconventie’.

4.Het geschil

in conventie
4.1
[partij A] vordert dat Aquadeco wordt veroordeeld om € 1.232,20, vermeerderd met rente en kosten, aan hem te betalen. Volgens [partij A] heeft Aquadeco zijn vogels en oude aquarium van hem gekocht. Een redelijke koopprijs is volgens [partij A] € 1.232,20.
4.2
Aquadeco voert verweer. Aquadeco ontkent dat een koopovereenkomst is gesloten.
in reconventie
4.3
Aquadeco vordert dat [partij A] wordt veroordeeld om € 144,15, vermeerderd met rente en proceskosten, aan haar te betalen.
4.4
[partij A] voert verweer. Hij erkent dat hij dit bedrag nog moet betalen. Maar volgens [partij A] mag hij dit bedrag verrekenen met het bedrag dat Aquadeco hem nog moet betalen.

5.De beoordeling

in conventie
5.1
[partij A] zegt eigenlijk dat er twee koopovereenkomsten zijn gesloten. Eén voor de nachtegalen en één voor het oude aquarium met planten van vissen. De kantonrechter zal beide koopovereenkomsten los van elkaar bespreken.
De nachtegalen
5.2
De kantonrechter begrijpt dat [naam 1] de twee nachtegalen van [partij A] heeft meegenomen. [partij A] heeft een verklaring ingestuurd van zijn vrouw, [naam 2]. Zij schrijft dat [naam 1] de vogels heeft meegenomen en dat [naam 1] zou hebben gezegd dat “
ze het over de prijs nog wel eens” zouden worden. Ook van [naam 1] is een verklaring ingestuurd. Hij verklaart dat hij de vogels gratis mocht meenemen. Ook legt hij uit dat hij niet namens Aquadeco bij [partij A] langskwam, maar dat het een privéafspraak was. Hij heeft de vogels ook zelf gehouden en niet aan Aquadeco gegeven. Tijdens de zitting is duidelijk geworden dat Aquadeco zelf geen vogels verkoopt. Ook staat vast dat [naam 1] geen statutair bestuurder is van Aquadeco. Dit betekent dat [naam 1] normaalgesproken geen overeenkomsten kan sluiten namens Aquadeco.
5.3
Tijdens de zitting heeft [partij A] een beroep gedaan op de ‘schijn van volmachtverlening’ (artikel 3:61 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek, hierna: BW). Daarmee bedoelt hij dat [partij A] erop mocht vertrouwen dat [naam 1] namens Aquadeco overeenkomsten mocht sluiten, ook al had hij geen officiële bevoegdheid. Voor een geslaagd beroep op de schijn van volmacht is nodig dat dit vertrouwen is veroorzaakt door het handelen van Aquadeco (en dus niet door het handelen van [naam 1]). De kantonrechter oordeelt dat in deze procedure niet is komen vast te staan dat Aquadeco iets heeft gedaan waaruit [partij A] mocht afleiden dat [naam 1] namens Aquadeco vogels kwam kopen. [partij A] heeft wel (getuigen)bewijs aangeboden, maar dit bewijs ziet steeds op wat [naam 1] zou hebben gedaan of hebben gezegd. Voor een geslaagd beroep op de schijn van volmacht is echter niet van belang wat [naam 1] heeft gedaan, maar wat Aquadeco heeft gedaan. De kantonrechter zal [partij A] dus niet in de gelegenheid stellen nog bewijs te leveren.
5.4
[partij A] is de procedure gestart tegen Aquadeco en niet tegen [naam 1]. In deze procedure staat vast dat [naam 1] geen overeenkomst mocht sluiten namens Aquadeco. De kantonrechter heeft ook vastgesteld dat [partij A] er niet op mocht vertrouwen dat [naam 1] dit wel mocht doen. De kantonrechter oordeelt daarom dat er geen koopovereenkomst is tussen [partij A] en Aquadeco voor de koop van de twee nachtegalen. Het maakt daarvoor niet uit of er tussen [naam 1] en [partij A] wel een koopovereenkomst is gesloten en ook niet wat zij daarbij hebben afgesproken. [partij A] heeft aangeboden te bewijzen wat er met [naam 1] is besproken. Omdat dit voor het oordeel van de kantonrechter niet relevant is, hoeft [partij A] dat niet te bewijzen. De kantonrechter zal hierover dus geen getuigen horen.
5.5
De kantonrechter wijst de vordering van [partij A] af, voor zover deze ziet op de nachtegalen.
Het oude aquarium met vissen en planten
5.6
Een koopovereenkomst is de afspraak dat de ene partij iets aan de ander moet geven en dat de andere partij daarvoor moet betalen (artikel 7:1 BW Pro). Een koopovereenkomst wordt gesloten door aanbod en aanvaarding (artikel 6:217 BW Pro). Dit betekent dat partijen het erover eens moeten zijn dat de één iets moet geven en dat de ander daarvoor moet betalen. Dat partijen deze overeenkomst willen sluiten, moet blijken uit hun verklaringen (artikel 3:33 BW Pro).
5.7
Partijen kunnen ook een koopovereenkomst sluiten zonder een koopprijs af te spreken. De koper moet in dat geval een “redelijke prijs” betalen (artikel 7:4 BW Pro). Beide partijen moeten het er dan wel over eens zijn dat er iets wordt gekocht, en dat er dus ook betaald moet worden, maar dat nu geen prijs wordt afgesproken. Als partijen het bij het sluiten van de overeenkomst niet eens kunnen worden over de prijs, of over of er een prijs moet worden betaald, is er ook geen koopovereenkomst (artikel 7:1 BW Pro).
5.8
[partij A] beroept zich op het bestaan van een koopovereenkomst met Aquadeco. Volgens Aquadeco is er geen koopovereenkomst gesloten. [partij A] moet dus voldoende onderbouwen dat Aquadeco zijn oude aquarium wilde kopen en dat zij daarvoor wilde betalen. Daarvoor is meer nodig dan dat Aquadeco het aquarium in ontvangst heeft genomen. Het gaat erom dat Aquadeco er een – nog vast te stellen – bedrag voor wilde betalen en dat zij wist wat zij kocht.
5.9
Uit de door [partij A] ingebrachte getuigenverklaringen blijkt niet welke afspraken er zijn gemaakt tussen [partij A] en Aquadeco. De verklaringen gaan vooral over de nachtegalen. Mevrouw [naam 2] verklaart wel dat ook het aquarium is opgehaald, maar niet dat partijen het “
over de prijs nog wel eens” zouden worden, zoals ze wel zegt over de vogels. De heer Pijpe zegt alleen iets over de vogels. Vogelspeciaalzaak De Toekan verklaart alleen dat [partij A] zou hebben verteld over een aquarium dat door Aquadeco zou zijn meegenomen. Uit deze verklaringen blijkt dus niet dat was afgesproken dat Aquadeco zou betalen voor het oude aquarium en ook niet dat de prijs op een later moment zou worden vastgesteld. De kantonrechter zal de personen die deze verklaringen hebben opgesteld, daarom ook niet als getuige horen, zoals door [partij A] is aangeboden.
5.1
Dan de verklaring van [partij A] zelf. Uit de toelichting van [partij A] is niet helemaal duidelijk geworden wat er volgens hem met Aquadeco is afgesproken. Wel is duidelijk dat hij er kennelijk van uitging dat Aquadeco in ruil voor het oude aquarium een bedrag zou verrekenen bij de aanschaf van het nieuwe aquarium. De kantonrechter gelooft dat [partij A] er inderdaad van uitging dat Aquadeco hem zou compenseren voor het inleveren van zijn oude aquarium. Maar het gaat er in deze procedure niet alleen om waar [partij A] van uitging. Omdat voor een koopovereenkomst (minimaal) twee partijen nodig zijn, is net zo belangrijk om vast te stellen dat ook Aquadeco wilde betalen voor het oude aquarium (artikel 3:33 BW Pro). Uit de verklaringen van [partij A] blijkt echter niet dat Aquadeco méér voor het oude aquarium wilde betalen dan de korting die op het nieuwe aquarium is gegeven. Daar staat tegenover dat Aquadeco heeft uitgelegd dat zij niet zoveel heeft aan tweedehands vissen, en dat zij het aquarium en de planten heeft weggegooid. Daarnaast heeft Aquadeco toegelicht dat het voor haar niet werkbaar is om toe te zeggen dat zij per vis een bedrag betaalt, omdat zij van tevoren niet weet wat zij aantreft en omdat tweedehands vissen voor haar sowieso vrijwel geen waarde hebben. Zij heeft daarom, uitsluitend uit coulance omdat [partij A] een vaste klant is, een kortingsbon aangeboden. Daarbij past niet dat ook nog zou worden afgerekend op basis van het aantal vissen en het soort vissen dat zou worden aangetroffen. [partij A] heeft hier te weinig tegenover gesteld om duidelijk te maken dat Aquadeco de koopprijs op een later moment wilde vaststellen. De kantonrechter oordeelt daarom dat [partij A] zijn stelling, dat een koopovereenkomst is gesloten waarbij de prijs nog moet worden vastgesteld, niet voldoende heeft onderbouwd.
5.11
Dit betekent dat de kantonrechter de vordering van [partij A] afwijst voor zover deze ziet op het oude aquarium met planten en vissen.
De proceskosten
5.12
[partij A] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van Aquadeco worden begroot op:
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
Totaal
434,00
in reconventie
5.13
In de aanloop naar de zitting heeft [partij A] erkend dat hij het door Aquadeco gevorderde bedrag van € 144,15 nog moet betalen. Zijn gemachtigde heeft allereerst twee formele verweren gevoerd. [partij A] vindt dat hij daarom in deze procedure niet kan worden veroordeeld om dit bedrag te betalen.
5.14
Aquadeco heeft haar tegenvordering ingesteld onder de voorwaarde dat het verweer van Aquadeco over het nieuwe aquarium en de controller zou slagen (nr. 7 conclusie van antwoord). Met dit verweer bedoelt Aquadeco dat zij heeft aangevoerd dat de prijs van de controller, waar [partij A] niet tevreden over was, al is afgetrokken van de factuur (nr. 5.4 conclusie van antwoord). Volgens de gemachtigde van [partij A] is deze voorwaarde niet vervuld en is de tegenvordering dus niet ingesteld, omdat de stellingen van Aquadeco over het nieuwe aquarium in juridische zin geen verweer zijn. Technisch is de kantonrechter het op dit punt met [partij A] eens: de stellingen van Aquadeco zijn inderdaad geen bevrijdend verweer, maar de betwisting van stellingen van [partij A]. Aan de andere kant
slagende stellingen en betwistingen van Aquadeco wel. [partij A] heeft immers erkend dat de door hem betaalde prijs voor de controller al in mindering is gebracht op de koopprijs van het nieuwe aquarium, zoals Aquadeco had aangevoerd. De kantonrechter heeft de voorwaarde voor de tegenvordering dan ook zo gelezen dat Aquadeco bedoelt dat zij nog geld van [partij A] krijgt als in deze procedure komt vast te staan dat de prijs van de controller al van de factuur is afgetrokken. Nu dat is komen vast te staan, is de voorwaarde vervuld en kan de kantonrechter de vordering beoordelen.
5.15
Ten tweede heeft de gemachtigde van [partij A] aangevoerd dat Aquadeco haar tegenvordering onvoldoende heeft onderbouwd. De feiten voor de tegenvordering waren wel opgenomen in de conclusie van antwoord, maar Aquadeco zou niet naar deze feiten hebben verwezen in het gedeelte van zijn processtuk dat over de tegenvordering gaat. Dit betekent volgens [partij A] dat de vordering moeten worden afgewezen. De kantonrechter ziet dat anders. Zoals hierboven in overweging 5.14 aan de orde is gekomen, heeft Aquadeco voor haar tegenvordering verwezen naar haar ‘verweer’ over de controller. [partij A] heeft niet betwist dat de prijs voor de controller al is afgetrokken van de factuur. Er staan dus in reconventie voldoende feiten vast om de vordering van Aquadeco te kunnen toewijzen. [partij A] heeft erkend nog € 144,15 te moeten betalen voor het aquarium.
5.16
De kantonrechter wijst het beroep van [partij A] op verrekening af. In conventie is komen vast te staan dat Aquadeco [partij A] niet hoeft te betalen voor de vogels en het aquarium. [partij A] heeft dus geen vordering om te verrekenen.
5.17
De kantonrechter zal [partij A] daarom veroordelen om € 144,15 te betalen aan Aquadeco. Hij moet ook de wettelijke rente betalen vanaf het door Aquadeco gevorderde moment van 16 mei 2025. Dit is de dag waarop [partij A] bevestigde niet te zullen betalen.
5.18
[partij A] is in het ongelijk gesteld en moet daarom ook de proceskosten in reconventie betalen. De proceskosten van Aquadeco worden begroot op:
- salaris gemachtigde
86,00
(2 punten × € 43,00)
Totaal
86,00

6.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
6.1
wijst de vorderingen van [partij A] af,
6.2
veroordeelt [partij A] in de proceskosten van € 434,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [partij A] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
in reconventie
6.3
veroordeelt [partij A] om aan Aquadeco te betalen een bedrag van € 144,15, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 16 mei 2025, tot de dag van volledige betaling,
6.4
veroordeelt [partij A] in de proceskosten van € 86,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [partij A] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend
6.5
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 6.3 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.B. de Hek en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.