ECLI:NL:RBOVE:2026:4333

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
18 juli 2026
Zaaknummer
12134363 \ CV EXPL 26-351
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:28 BWArt. 3:317 lid 1 BWArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens verjaring consumentenkoopbetaling

Riverty GmbH vordert betaling van €331,95 van [gedaagde] voor een bestelling gedaan op 16 januari 2023 via een webwinkel met achteraf betalen via Riverty. [gedaagde] stelt dat de bestelling in overleg met zijn toenmalige bewindvoerder is gedaan en dat deze voor de betaling zou zorgen. Hij was niet op de hoogte van het uitblijven van betaling en ontving geen communicatie tot de dagvaarding.

Riverty betwist het bestaan van bewind ten tijde van de overeenkomst, maar erkent dat indien bewind bestond, de overeenkomst via de bewindvoerder is gesloten. Riverty heeft betalingsherinneringen gestuurd, waarvan de laatste op 30 mei 2023, maar daarna geen verdere aanmaningen.

De kantonrechter oordeelt dat de vordering verjaard is op grond van artikel 7:28 BW Pro, omdat de dagvaarding pas op 6 februari 2026 is uitgebracht, meer dan twee jaar na de laatste aanmaning. De verjaring is niet gestuit. Daarom wordt de vordering afgewezen en worden de proceskosten aan Riverty opgelegd, met een vergoeding van €50 aan [gedaagde] wegens verletkosten.

Uitkomst: De vordering van Riverty wordt afgewezen wegens verjaring van het betalingsvorderingsrecht.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 12134363 \ CV EXPL 26-351
Vonnis van 30 juni 2026
in de zaak van
RIVERTY GMBH,
te Verl (Duitsland),
eisende partij,
hierna te noemen: Riverty,
gemachtigde: AGIN Timmermans,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 6 februari 2026;
- de (mondelinge) conclusie van antwoord van 7 april 2026;
- de conclusie van repliek van Riverty van 12 mei 2026.
1.2
[gedaagde] heeft hierna, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd.
1.3
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

Waar gaat deze zaak over?
2.1
[gedaagde] heeft op 16 januari 2023 een bestelling gedaan in de webwinkel van [internetsite], voor een bedrag van € 331,95. Hij heeft gekozen voor achteraf betalen via Riverty.
2.2
[gedaagde] heeft het aankoopbedrag van € 331,95 niet betaald. Hij zegt dat hij in overleg met zijn toenmalige bewindvoerder de artikelen heeft besteld. Volgens hem zou zijn bewindvoerder voor de betaling zorgen. [gedaagde] wist niet dat de artikelen niet zijn betaald. Volgens [gedaagde] heeft hij vanaf januari 2023 tot de dagvaarding heeft niets gehoord en hij is dan ook verbaasd dat hij na al die tijd nog wordt aangesproken voor deze vordering.
2.3
Riverty heeft in reactie op het verweer, kort samengevat, naar voren gebracht dat zij niet heeft kunnen vaststellen dat er sprake was van bewind bij [gedaagde] ten tijde van het sluiten van de overeenkomst. Zo hier wel sprake van was, dan staat volgens Riverty vast dat de overeenkomst tussen partijen met tussenkomst van deze bewindvoerder tot stand is gekomen. Riverty begrijpt dat een vervelende situatie ontstaat wanneer een bewindvoerder niet voldoet aan de betalingsverplichting, maar deze tekortkoming kan niet voor haar rekening komen, aldus Riverty. Riverty heeft sommaties naar het opgegeven woonadres van [gedaagde] gestuurd en [gedaagde] had zijn bewindvoerder op de hoogte moeten brengen van deze sommaties, aldus Riverty.

3.De beoordeling

De vordering is verjaard
3.1
De kantonrechter leest in het hierboven weergegeven verweer van [gedaagde] een beroep op verjaring van het vorderingsrecht van Riverty. Dit beroep slaagt. In artikel 7:28 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat de rechtsvordering tot betaling van de koopprijs bij een consumentenkoop verjaart door verloop van twee jaren. Die termijn gaat lopen vanaf de factuurdatum. De verjaring kan worden gestuit door een schriftelijke aanmaning of mededeling waarin de schuldeiser (Riverty) zich ondubbelzinnig het recht op nakoming (betaling) voorbehoudt. Dit staat in artikel 3:317 lid 1 BW Pro. Riverty heeft bij dagvaarding een aantal betalingsherinneringen overgelegd uit 2023. De laatste daarvan is op 30 mei 2023 verstuurd. Niet gesteld en/of gebleken is dat Riverty daarna [gedaagde] nog heeft aangemaand. De dagvaarding is meer dan twee jaren later, op 6 februari 2026, uitgebracht.
3.2
Omdat het vorderingsrecht van Riverty is verjaard, wordt haar vordering afgewezen.
3.3
De proceskosten komen voor rekening van Riverty, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). Aangezien [gedaagde] in persoon procedeert, zal een bedrag van € 50,00 aan verletkosten worden toegewezen.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1
wijst de vordering af;
4.2
veroordeelt Riverty in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 50,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op
30 juni 2026.