ECLI:NL:RBOVE:2026:4332

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
18 juli 2026
Zaaknummer
12024033 \ CV EXPL 25-2251
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H.B. de Hek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:750 BWArt. 7:754 BWArt. 7:758 BWArt. 7:760 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens ondeugdelijke vijverconstructie en waarschuwingsplicht aannemer

Eiser en gedaagde sloten een aannemingsovereenkomst voor de bouw van een vijver voor koikarpers, waarbij de vijver gedeeltelijk boven het maaiveld zou uitsteken en voorzien zou zijn van een glazen paneel. Na oplevering ontstonden problemen met doorbuigende wanden, waarna eiser vervangende schadevergoeding vorderde wegens vermeende ondeugdelijkheid van gebruikte materialen.

Eiser baseerde zijn vordering op rapporten die stelden dat de gebruikte sandwichpanelen en constructie ongeschikt waren, terwijl gedaagde tegenrapporten overlegde die juist deugdelijkheid bevestigden mits correcte verdichting en vullen van de vijver door eiser zelf. De rechtbank stelde vast dat partijen overeenkwamen dat eiser verantwoordelijk was voor het verdichten en vullen.

De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat de vijver bij oplevering ondeugdelijk was, mede gelet op de technische rapporten die aantoonden dat de gebruikte materialen geschikt waren bij juiste uitvoering. Ook werd geoordeeld dat de waarschuwingsplicht van de aannemer niet van toepassing was in deze situatie. De vorderingen van eiser werden daarom afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af wegens onvoldoende onderbouwing van ondeugdelijkheid en niet-toepassing van de waarschuwingsplicht.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 12024033 \ CV EXPL 25-2251
Vonnis van 7 juli 2026
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. L. Sars, ARAG SE Rechtsbijstand,
tegen

1.de vennootschap onder firma [gedaagde 1] ,

te [vestigingsplaats] ,
2.
[gedaagde 2],
te [woonplaats 2] ,
3.
[gedaagde 3],
te [woonplaats 3] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen in mannelijk enkelvoud: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. M.H.J. Booijink.

1.De samenvatting

1.1
Partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] voor [eiser] een vijver zou aanleggen. Zij spraken af dat een deel van de vijver boven het maaiveld moest uitsteken. In de vijver zou een raam komen, waardoor de vissen ook vanaf de zijkant van de vijver zijn te bekijken. [gedaagde] heeft voor de vijver een bedrag van € 7.801,87 gefactureerd. De zijkanten van de vijver zijn enige tijd na oplevering bol gaan staan (ze buigen naar buiten). [eiser] heeft daarom een vervangende schadevergoeding gevorderd van € 22.620,02. Volgens [eiser] voldoet de vijver niet doordat [gedaagde] onjuiste materialen heeft gebruikt. Hij heeft dat onderbouwd met twee rapporten. [gedaagde] heeft dit weersproken. Ook hij heeft twee rapporten ingebracht over de gebruikte materialen. De kantonrechter oordeelt dat [eiser] , in het licht van de betwisting en rapporten van [gedaagde] , zijn stellingen onvoldoende heeft onderbouwd. Het staat daarom niet vast dat de vijver bij oplevering ondeugdelijk was. [eiser] heeft dus geen recht op vervangende schadevergoeding. De kantonrechter oordeelt verder dat de waarschuwingsplicht uit artikel 7:754 BW Pro niet van toepassing is op deze situatie. De vorderingen van [eiser] worden daarom afgewezen. Hij moet ook de proceskosten van [gedaagde] betalen.
2 De procedure
2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 2 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1
Begin april 2023 is tussen [gedaagde] en [eiser] een overeenkomst tot aanneming van werk tot stand gekomen. De overeenkomst is gesloten op basis van een door [gedaagde] uitgebrachte offerte, waarop de materialen en arbeidsuren staan vermeld. [gedaagde] was op grond van de overeenkomst verplicht om verschillende materialen te leveren en een vijver op te bouwen voor de koikarpers van [eiser] . De vijver zou bestaan uit een constructie van een stalen frame, sandwichpanelen van 60 mm en een glazen paneel. De vijver zou gedeeltelijk boven het maaiveld worden opgebouwd, zodat [eiser] ook door het glas in de zijkant van zijn vijver naar zijn koikarpers kon kijken. De offerte vermeldt niet welk resultaat partijen beoogden en ook niet wie de vijver zou vullen met water en zou verdichten. Verdichten is het met zand verstevigen van het gedeelte van de vijver dat zich onder het maaiveld bevindt.
3.2
Op 5 juli 2023 is de vijver opgeleverd. De vijver was op dat moment niet gevuld met water en ook niet verdicht.
3.3
Op 11 juli 2023 stuurde [eiser] aan [gedaagde] een Whatsappbericht met een foto van de vijver. Op die foto is te zien dat de vijver is gevuld met water en dat er vissen in zwemmen. Ook is te zien dat de wand van de vijver doorbuigt naar buiten. [gedaagde] reageerde als volgt:

Dat mag ie niet doen. Is het niet goed genoeg verdicht.

Water eruit en beter verdichten. En kijk even of het u profiel aan de bovenkant niet gebroken is
3.4
Op 14 juli 2023 stuurde [eiser] een nieuw bericht aan [gedaagde] , met een foto van diezelfde vijver. Op de foto is te zien dat de wand van de vijver nu niet meer doorbuigt naar buiten. Bij de foto heeft [eiser] de volgende tekst geplaatst:

Gelukt. Ik krijg als goed is morgen de centen wil ik je maandag komen brengen of dinsdag. Factuur kwam ik vandaag ook tegen
3.5
[eiser] heeft de facturen van [gedaagde] vervolgens voldaan. Het totale factuurbedrag was € 7.801,87.
3.6
Op 16 september 2023 stuurde [eiser] een aantal foto’s aan [gedaagde] . Daarop is te zien dat de wanden van de vijver (opnieuw) doorbuigen naar buiten. Partijen hebben daarna verder per Whatsapp gecommuniceerd. Op 18 september schreef [eiser] onder meer het volgende aan [gedaagde] :

De wanden zijn te dun en t Frame niet dik genoeg. Dit ga met aanstampen niet redden. Wanden moeten minimaa 10 cm tot 15 cm zijn blijkt dus na vragen. Ik hoop dat je met een oplossing komt want ben er goed ziek van.
3.7
Partijen hebben daarna telefonisch met elkaar gesproken. Hierna is [gedaagde] bij [eiser] langs geweest. Hij heeft geprobeerd de vijver te herstellen en verstevigen.
3.8
Op 25 maart 2024 heeft de gemachtigde van [eiser] een brief gestuurd aan [gedaagde] . In de brief staat dat [gedaagde] volgens [eiser] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. Met de brief wordt [gedaagde] gesommeerd om de gebreken aan het uitgevoerde werk alsnog te herstellen.
3.9
Op 10 april 2024 is door [gedaagde] gereageerd. In de email staat onder meer dat partijen zijn overeengekomen dat niet [gedaagde] maar [eiser] de vijver zou verdichten en vullen. Volgens [gedaagde] is de vijver bol gaan staan omdat [eiser] deze werkzaamheden niet correct heeft uitgevoerd. Dat [gedaagde] later alsnog herstelwerkzaamheden heeft uitgevoerd, is volgens hem uit coulance geweest. Desondanks is met de email aangeboden om “
uit serviceoverwegingen” nogmaals herstelwerkzaamheden uit te voeren.
3.1
Op 12 april 2024 heeft de gemachtigde van [eiser] gereageerd. Hij weerspreekt dat [eiser] zelf de vijver zou verdichten en vullen. Volgens hem is het aan [gedaagde] om te bewijzen dat [eiser] deze werkzaamheden zelf zou verrichten. [eiser] verwijst ook naar een rapport dat hij heeft laten opmaken door de heer [deskundige 1] (hierna: [deskundige 1] ) van de firma [bedrijf 1] . [deskundige 1] concludeert dat [gedaagde] materiaal heeft gebruikt dat de druk van de hoeveelheid water in de vijver niet aankan. Daarnaast wijst [deskundige 1] op het belang van het verdichten van de vijver. Hij merkt op dat een niet goed verdichte vijver die eenmaal gevuld is en krom is gaan staan, niet meer te herstellen is als de vijver niet binnen een paar dagen is hersteld. De volgende drie citaten komen uit zijn rapport:

Probleem is dat de bak scheef is gaan staan en uit het lood. Dat is niet zo gek gezien de gebruikte materialen. Een vijver die word opgebouwd uit koelcel panelen moet minimaal gebouwd worden met panelen van 10 cm dik. Waarom dit gezien de enorme druk dat water met zich meebrengt.(…)
Ook weer gezien de druk moet het stalen frame ONDER en BOVEN minimaal uit 4mm dik stalen u profiel bestaan.

Belangrijk is ook dat als de vijver staat deze heel goed moet worden aangevuld met stabilisatie zand en dit word ingewaterd. Aangezien de vijver voor de tweede keer is geprobeerd recht te krijgen, is dit voor mij niet te achterhalen of dit de eerste keer wel goed is gebeurt. Mocht een vijverbouw project van staal en panelen door wat dan ook krom gaan staan en uit het lood, is het noodzakelijk dit binnen een paar dagen te herstellen.(…)
Als dit te lang duurt voordat je dit doet, ontstaat er een soort metaal moeheid zoals wij dit noemen krijg je dit staal niet meer recht.

De basis voor de gebruikte materialen zijn onvoldoende om een goede vijver bovengronds te bouwen. Zowel materiaal voor de wanden als staal wat moet zorgen voor de stabiliteit. Verder is het wachten op problemen met de HDPE folie zak. Werken aan deze vijver in deze staat en materialen zal voor geen enkele verbetering kunnen zorgen. Advies is dan ook geheel slopen en degelijke vijver bouwen met de juiste materialen en wat mij betreft vakmensen.
3.11
Met een email van 17 april 2024 heeft [gedaagde] per email gereageerd en naar voren gebracht dat mondeling met [eiser] is afgesproken dat hij de vijver zelf zou verdichten en vullen. Daarbij is door [gedaagde] verwezen naar de offerte en de factuur, waarop deze werkzaamheden niet staan vermeld. Ook heeft [gedaagde] , zoals door [eiser] verzocht, een plan bijgesloten voor het herstellen van de vijver. Door [gedaagde] is daarbij opnieuw opgemerkt dat deze poging tot herstel enkel uit coulance wordt uitgevoerd.
3.12
Op 19 april 2024 is gereageerd door de gemachtigde van [eiser] . Hij herhaalt dat [eiser] betwist dat zou zijn afgesproken dat hij de vijver zelf zou verdichten en vullen. Hij merkt verder op dat [eiser] van mening blijft dat de gebruikte materialen ongeschikt zijn voor de vijver en dat [gedaagde] daarom gehouden is de vijver te herstellen.
3.13
Diezelfde dag heeft [gedaagde] gereageerd. Door hem is verwezen naar Whatsappberichten die met [eiser] zijn uitgewisseld en waaruit volgens hem blijkt dat [eiser] de vijver zelf zou verdichten en vullen. [gedaagde] heeft er ook op gewezen dat uit het rapport van [deskundige 1] blijkt dat het fout verdichten en vullen van de vijver grote gevolgen kan hebben. Door [gedaagde] is tot slot een rapport bijgevoegd van de heer [deskundige 2] (hierna: [deskundige 2] ) van [bedrijf 2] B.V. Met dat rapport wordt gereageerd op de bevindingen van [deskundige 1] . [deskundige 2] merkt onder meer het volgende op:

De vijver is opgebouwd uit 6cm dikke sandwichpanelen die onder en boven zijn voorzien van een stalen frame (gegalvaniseerd)(…)
Op het moment dat een vijver boven het maaiveld uitkomt is verdichting van de grond rondom de vijver essentieel. De waterdruk is namelijk erg hoog. Wanneer een vijver rondom niet op de juiste wijze wordt verdicht, zal het water de wanden naar buiten duwen.
Zou de wand dikker zijn geweest dan 6 cm dan zou bij een slechte verdichting precies hetzelfde resultaat zijn ontstaan. Ook dan zouden de wanden naar buiten zijn gedrukt.(…)
Kortom, bij een juiste verdichting had de vijver ook met panelen van 6 cm een mooi resultaat kunnen geven.
Om de huidige ontstane schade te herstellen zijn een paar zaken van belang, namelijk hoe ver heeft de vijver zich ontzet. Dus hoeveel ruimte was er voor de panelen om uit te zetten. En hoe lang is dit aan de orde geweest.
Wat we namelijk vaak zien is dat materiaal in zo’n situatie ernstig verzwakt of in het ergste geval breekt. Een poging tot stabilisatie van de grond rondom de vijver heeft dan niet meer het gewenste resultaat. Het enige dat dan gedaan kan worden is het toepassen van een frame om de materialen weer stabiliteit te geven en weer naar elkaar toe te trekken.(…)”
3.14
Op 23 april 2024 reageerde de gemachtigde van [eiser] als volgt op de e-mail van 19 april 2024 en het rapport van [deskundige 2] :

Duidelijk is dat u bij uw standpunt blijft. Duidelijk is tevens dat ook cliënt zijn standpunt handhaaft. Nu beide partijen graag een oplossing zien, nodigt cliënt u uit om (wederom) het werk te komen herstellen. Voor nu zie ik dan ook (nog) geen aanleiding om in te gaat op het ‘rapport’ dat u heeft meegestuurd. Mocht ook deze herstelpoging niet het gewenste resultaat opleveren, dan behoudt cliënt zich uitdrukkelijk het recht voor om het werk door een andere expert te laten beoordelen, mogelijk in samenspraak met u, om zodoende tot een vergelijk te komen.”
3.15
Op 27, 28 en 29 mei 2024 hebben de herstelwerkzaamheden plaatsgevonden, op basis van het plan dat op 17 april 2024 door [gedaagde] met [eiser] is gedeeld. [gedaagde] heeft een constructie over de wanden van de vijver aangebracht (hoekijzerframe), waarmee de panelen bij elkaar werden gehouden. Door de constructie is het zicht van [eiser] op de vijver verminderd. De constructie overlapt de ruit in de constructie gedeeltelijk. Volgens het door [gedaagde] met [eiser] gedeelde plan voor herstel gaat het om een overlapping van 7cm, op een totale hoogte (boven het maaiveld) van 60 cm.
3.16
De herstelwerkzaamheden zijn niet naar tevredenheid van [eiser] uitgevoerd. Hij heeft om die reden [bedrijf 3] (hierna: [bedrijf 3] ) gevraagd om de vijver te beoordelen. [bedrijf 3] heeft op 13 augustus 2024 gerapporteerd. In het rapport staat onder meer het volgende:

Zekerheidshalve hebben we de vijver tweemaal diagonaal (kruislings) gemeten waarbij vastgesteld kan worden of de hoeken wel haaks zijn. Dit blijkt het geval te zijn omdat beide diagonalen 652 cm lang zijn. Maar wanneer we met een digitale waterpas van 60 cm lengte het bovengrondse deel van de sandwichpanelen aan de buitenzijde meten blijken deze met name in het midden van de lange zijde sterk uit het lood te staan, ze staan scheef naar buiten toe gericht wat ook blijkt wanneer we een lijn over de lange zijde van de vijver spannen Ook dan blijkt dat de wanden niet deugdelijk staan.

De wederpartij geeft aan dat na het uitgraven van de vijver de sandwichpanelen, die 2 meter lang zijn 20 cm breed en 6 cm dik zijn, in de grond zijn aangebracht, daarna een R.V.S. U-profiel van 6 cm breed over de panelen zijn aangebracht om het geheel recht te houden, deze U-profielen zijn door ons gemeten op een dikte van 4 mm.”

Omdat sandwichpanelen onderling verbonden kunnen worden kan er in de lengterichting een deugdelijke wand ontstaan.(…)
Voor de hoeken bestaan speciale hoekdelen die aan de binnenzijde of buitenzijde geplaatst kunnen worden en de stabiliteit van het geheel garanderen.(…)
Aanvankelijk veronderstellen we dat het hier om een profiel in de volledige lengte van de wand gaat maar uit een door de consument getoonde foto blijkt dat het slechte om een hoekijzer gaat welke in het midden van de wand is geplaatst. Een dergelijke hoekconstructie kan wanneer er onvoldoende tegendruk vanaf de buitenzijde is, nooit de druk van de duizenden kilo’s water weerstaan.

Al met al moet als antwoord op deze eerste onderzoeksvraag geconcludeerd worden dat de keuze om sandwichpanelen, die normaliter voor het maken van wanden en/of plafonds gebruikt worden, geen goede keuze is om een vijver mee te maken, helemaal gezien de omvang van de vijver is de keuze voor zowel het materiaal alsook de dikte opmerkelijk. Uitgaande van het feit dat de oppervlakte van deze vijver 612.228 cm is met een hoogte bovengronds van 57 centimeter dan wordt er bovengronds 7954 liter geborgen. Eén liter water is gelijk aan één kilogram en om deze 7,954 ton tegen te houden dien je andere materialen te gebruiken. (…)
Voor dit formaat vijver waarbij circa 1/3 deel bovengronds is zijn er qua constructie twee mogelijkheden, te weten: een betonnen constructie van minimaal 15 cm dik met een wapening van bouwstaalmaat verstevigd met betonijzer(…)
of het geheel van ijzer uitvoeren met steunberen aan de zijkant die van boven naar beneden lopen.
3.17
Op 17 september 2024 stuurde de gemachtigde van [eiser] een email aan [gedaagde] waarin het volgende staat:

Uit het rapport blijkt zeer duidelijk dat uw cliënte hierin tekort is geschoten en niet aan zijn verplichtingen richting cliënt heeft voldaan. De gekozen constructie in combinatie met de gebruikte materialen hebben ervoor gezorgd dat de vijver bol is gaan staan.(…)
Deze is niet meer ‘op te lappen’ zoals veelvuldig door uw cliënte is geprobeerd. Herstel is simpelweg niet meer mogelijk doordat de gehele constructie niet voldoet. Het uitgevoerde werk is in die zin waardeloos te noemen(…)”
3.18
Op de bijgevoegde offerte van [naam] (hierna: [naam] ), met als totaalbedrag € 22.620,02, staat onder meer het volgende:

Sandwichpanelen U profielen(…)
€ 2.272,78(…)”
3.19
Op 30 september 2024 heeft de advocaat van [gedaagde] gereageerd. Hij zet vraagtekens bij het rapport van [bedrijf 3], haar deskundigheid en de aan [bedrijf 3] gestelde onderzoeksvragen. Hij merkt op dat [bedrijf 3] in het rapport er geen rekening mee heeft gehouden dat de vijver tweemaal door [eiser] zelf is verdicht en daarna tweemaal bol heeft gestaan. Volgens hem had [bedrijf 3] ten minste ook gevraagd moeten worden of de problemen konden zijn ontstaan door de (beweerdelijk) gebrekkige verdichting. Namens [gedaagde] wordt bevestigd dat hij niet zal overgaan tot verdere herstelwerkzaamheden.
3.2
Met een brief van 18 oktober 2024 heeft de gemachtigde van [eiser] vervangende schadevergoeding gevorderd. Voor de hoogte van de vervangende schadevergoeding heeft [eiser] verwezen naar de offerte van [naam] , ter hoogte van € 22.620,02.
3.21
Op 10 januari 2025 heeft ing. [deskundige 3] van [bedrijf 4] B.V. (hierna: [bedrijf 4]), een adviesbureau voor bouwtechniek, op verzoek van [gedaagde] een rapport uitgebracht. [bedrijf 4] heeft berekend of de door [gedaagde] gebruikte materialen sterk genoeg zijn om de waterdruk aan te kunnen van de vijver. [bedrijf 4] heeft haar berekeningen gebaseerd op de volgende uitgangspunten:
De vijverconstructie wordt als volgt opgebouwd:
-
De vijver heeft de afmetingen 6, 12m lengte x 2,28m breedte x 1,8m hoogte
-
De vijver steek 0,57m boven de maaiveld uit en 1,23m onder het maaiveld
- De vijver wordt tot aan de bovenzijde gevuld met water
- Aan één zijkant is in het midden een sparing met een glazen paneel aanwezig
- De sandwich bestaat uit een dikte van 60mm met een staalplaat van 0,5mm dik (2 zijden)
- De sandwich wordt aan de onderzijde en bovenzijde voorzien van een U -profiel, dikte 4mm
3.22
[bedrijf 4] heeft berekend welke invloed het wel of niet juist verdichten van de vijver heeft op de vijverconstructie, zowel op de gewone wand (toetsing 1 en 2) als op de wand waarin het glazen paneel is aangebracht (toetsing 3 en 4). [bedrijf 4] komt tot de conclusie dat de gebruikte sandwichpanelen sterk genoeg zijn om de waterdruk van de vijver op te vangen, mits de vijver op de juiste wijze is verdicht en gevuld (toetsing 1 en 3). Is dat niet het geval (toetsing 2 en 4), dan vindt volgens [bedrijf 4] een te grote verplaatsing plaats van de materialen (de kantonrechter begrijpt: dan buigen de materialen volgens [bedrijf 4] te ver door naar buiten). De volledige conclusie luidt als volgt:

In deze rapportage wordt de constructie voor vijverconstructie berekend cq beschouwd.
Er zijn 4 toetsingen uitgevoerd:
- Toetsing 1: Standaard doorsnede met het uitgangspunt dat het water en het verdichte zandpakket tegelijkertijd aangebracht worden:
- Sandwichplaat voldoet op sterkte
- Vervorming van circa 11mm (hierbij is uitgegaan van een normaal verdicht zandpakket)
Toetsing 2: Standaard doorsnede met het uitgangspunt dat het zand niet verdicht is:
- Sandwichplaat voldoet op sterkte
- Vervorming van circa 49mm (hierbij is uitgegaan van een normaal verdicht zandpakket)
- Toetsing 3: Doorsnede naast het glazen paneel met het uitgangspunt dat het water en het verdichte zandpakket tegelijkertijd aangebracht worden:
- Sandwichplaat voldoet op sterkte
- Vervorming van circa 17mm (hierbij is uitgegaan van een normaal verdicht zandpakket)
Toetsing 4: Doorsnede naast het glazen paneel met het uitgangspunt dat het zand niet verdicht is:
- Sandwichplaat voldoet op sterkte
- Vervorming van circa 88mm (hierbij is uitgegaan van een normaal verdicht zandpakket)
Conclusie is dat de verplaatsing te groot wordt als het zand niet tegelijkertijd of niet voldoende verdicht aangebracht wordt. Het is essentieel dat de waterhoogte en zandhoogte (verdicht) tegelijkertijd in verschillende lagen opgebouwd wordt. Hierdoor ontstaat geen horizontale kracht naar binnen of buiten aangezien het zand en het water elkaar vereffenen. Zodra dit niet op deze manier uitgevoerd wordt ontstaan grote verplaatsingen. Dit is gebleken in de praktijk en blijkt eveneens uit de rekenmodellen. Zodra de sandwichplaat plastisch vervormt (vloeigrens
overschreden) is en dus niet terugkomt in zijn oorspronkelijke vorm, is deze niet geschikt voor (nieuw) gebruik.
3.23
Naar aanleiding van het rapport van [bedrijf 4] heeft [eiser] aan [bedrijf 3] gevraagd een addendum op haar rapport op te maken. [bedrijf 3] zag in het rapport van [bedrijf 4] geen aanleiding haar bevindingen te herzien. In het addendum, dan van 27 februari 2025 dateert, is door [bedrijf 3] onder meer het volgende opgeschreven:

Omdat [bedrijf 3] geen natuurkundigen in dienst heeft of als ingenieur en specialist op moeilijke constructieberekeningen ingezet wordt, hebben wij volstaan met een rapport op basis van ervaring en van het klachtenbeeld.
Nu ligt er vanuit de wederpartij een rapport voor welke onzes inziens alleen maar focust op de belastbaarheid van het hier gekozen materiaal.(…)
Merkwaardig is ook dat gesteld wordt dat de toegepaste materialen zouden voldoen. Dit is een zuiver theoretische benadering omdat in de praktijk gebleken is dat er wel degelijk sprake is van ernstige vervorming van de panelen.(…)
3.24
[bedrijf 3] heeft voor haar rapporten een bedrag van € 1.955,11 in rekening gebracht.
3.25
[bedrijf 4] heeft gereageerd op het addendum van [bedrijf 3]. In reactie op het verwijt van [bedrijf 3] dat zij een theoretische benadering heeft gehanteerd, is door [bedrijf 4] het volgende opgemerkt:

Deze opmerking is merkwaardig, is de rapportage goed gelezen. Er worden namelijk 2 manieren van uitvoering beschouwd:
-
Toetsing 1: standaard doorsnede met het uitgangspunt dat het water en het verdichte zandpakket tegelijkertijd aangebracht worden;
-
Toetsing 2: standaard doorsnede met het uitgangspunt dat het zand niet verdicht is.
De resultaten uit de toetsingen komen overeen met de praktijk.”
3.26
[eiser] is vervolgens deze procedure gestart.

4.Het geschil

4.1
[eiser] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 24.575,13, vermeerderd met rente en kosten. Dit bedrag bestaat uit de kosten voor de rapporten van [bedrijf 3] (€ 1.955,11) en uit de vervangende schadevergoeding (€ 22.620,02). Volgens [eiser] heeft hij recht op deze bedragen omdat uit de rapporten van [deskundige 1] en [bedrijf 3] zou blijken dat de door [gedaagde] geleverde vijver non-conform is, [gedaagde] ondanks ingebrekestellingen heeft nagelaten de vijver te herstellen en de genoemde kosten voor een vervangende vijver blijken uit de offerte van [naam] . [eiser] heeft ook nog gewezen op de waarschuwingsplicht uit artikel 7:754 BW Pro. Volgens hem heeft [gedaagde] hem onvoldoende gewezen op de risico’s die kleven aan een dergelijke vijver.
4.2
[gedaagde] voert verweer. Hij betwist dat de vijver niet voldoet. De vijver is bij de oplevering geaccepteerd door [eiser] . Volgens [gedaagde] blijkt uit de door hem ingebrachte rapporten van [deskundige 2] en [bedrijf 4] dat de materialen en constructie voldoen. Dat de vijver uiteindelijk niet naar tevredenheid van [eiser] is, komt volgens [gedaagde] doordat [eiser] de vijver niet op de juiste wijze heeft verdicht en gevuld. [gedaagde] voert verder aan dat hij de vijver, uit coulance, heeft hersteld en dat hij dus niet in verzuim verkeert. Tot slot is door [gedaagde] betoogd dat de offerte van [naam] geen realistische weergave is van de schade, omdat de door [naam] aangeboden vijver groter is, geavanceerdere apparatuur bevat en is begroot inclusief verdichten en vullen van de vijver.
4.3
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Het karakter van de overeenkomst
5.1
De tussen partijen gesloten overeenkomst is een overeenkomst tot aanneming van werk in de zin van artikel 7:750 BW Pro. Dit betekent dat [gedaagde] op grond van de overeenkomst verplicht was het overeengekomen werk – de vijver – voor [eiser] te maken en op te leveren. Tussen partijen staat vast dat de vijver door [gedaagde] aan [eiser] is opgeleverd en dat hij deze oplevering zonder aanmerkingen heeft geaccepteerd. Uit artikel 7:758 BW Pro volgt dat het risico voor de staat van de vijver bij de oplevering overgaat op de opdrachtgever. Dit betekent dat de aannemer vanaf de oplevering in beginsel niet meer aansprakelijk is voor gebreken aan de vijver die op een later moment optreden, tenzij deze gebreken aan de aannemer zijn toe te rekenen. Uit hetzelfde artikel volgt dat de aannemer niet aansprakelijk is voor gebreken die de opdrachtgever op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken.
De inhoud van de overeenkomst en de door de kantonrechter te beantwoorden vraag
5.2
Het is allereerst van belang om vast te stellen wat [gedaagde] op grond van de afspraken tussen partijen precies moest opleveren. In de aanloop naar de mondelinge behandeling verschilden partijen daarover van mening. Volgens [gedaagde] moest hij enkel de constructie van de vijver opleveren en zou [eiser] de vijver zelf verdichten en vullen. Het is bij het verdichten belangrijk dat het gedeelte van de vijver dat zich bevindt onder het maaiveld goed vast komt te zitten: aan de buitenkant door stabilisatiezand en aan de binnenkant door het water in de vijver. Alleen zo is het mogelijk om met deze materialen een constructie te maken die ook gedeeltelijk boven het maaiveld uitkomt. Het gedeelte boven het maaiveld – waar geen tegendruk is van de grond maar wel druk ontstaat door het water –wordt dan tegengehouden doordat het onderste gedeelte van de vijver goed is verdicht in de ondergrond en aldaar tegendruk ondervindt. Om te voorkomen dat de vijverconstructie scheef gaat staan doordat er slechts aan één kant druk ontstaat, is het van belang dat de verdichting van de grond en het onder het maaiveld vullen van de vijver gelijktijdig - stapsgewijs - plaatsvindt. [eiser] stelde zich in zijn brieven en dagvaarding op het standpunt dat [gedaagde] de vijver zou verdichten en vullen. Volgens hem is [gedaagde] daarom óók aansprakelijk als het gebrek in de vijver is ontstaan door het onjuist verdichten en vullen van de vijver.
5.3
Tijdens de mondelinge behandeling is [eiser] echter teruggekomen op dat standpunt. Partijen zijn het er nu dus over eens dat [eiser] de vijver op grond van de overeenkomst zelf zou verdichten en vullen. Eventuele gebreken die zijn ontstaan door de wijze van verdichting, komen daarom in beginsel niet voor rekening van [gedaagde] . Het enkele feit dat de vijver volgens [eiser] op dit moment niet voldoet – omdat deze bol staat en/of omdat deze door de herstelwerkzaamheden een ander uiterlijk heeft gekregen – is daarom niet bepalend. Het voorgaande betekent dat het in deze procedure gaat om de vraag of de vijver, zoals deze door [gedaagde] is opgeleverd, bij oplevering deugdelijk was. [gedaagde] heeft niet gesteld dat [eiser] de door hem ervaren problemen al had moeten ontdekken bij oplevering. De kantonrechter kan dus in volle omvang toetsen of de vijver bij oplevering voldeed.
De deugdelijkheid van de gebruikte materialen
5.4
Het is aan [eiser] om te onderbouwen dat de door [gedaagde] gemaakte vijver bij oplevering ondeugdelijk was. [eiser] heeft in dat kader gesteld dat [gedaagde] onjuiste materialen heeft gebruikt voor dit type vijver, dat gedeeltelijk boven het maaiveld uitkomt. Hij heeft ter onderbouwing van deze stelling (uitsluitend) verwezen naar de rapporten van [deskundige 1] en [bedrijf 3].
5.5
De kantonrechter begrijpt uit deze rapporten dat [eiser] het volgende aanvoert:
- De gebruikte sandwichpanelen zijn ongeschikt voor een vijver die gedeeltelijk boven het maaiveld uitkomt ( [deskundige 1] en [bedrijf 3]);
- Er is geen frame gebruikt aan de bovenkant en onderkant van de vijver ( [deskundige 1] );
- De gebruikte hoekprofielen zijn te klein ([bedrijf 3]).
5.6
Deze drie gestelde problemen met de gebruikte materialen worden hierna besproken.
De sandwichpanelen
5.7
Het staat tussen partijen vast dat de vijver is opgebouwd uit sandwichpanelen van 60 mm dik. De kantonrechter bespreekt eerst wat de deskundigen van [eiser] hierover aangeven en vervolgens wat de visie is van de deskundigen van [gedaagde] .
5.8
Volgens [deskundige 1] zijn panelen van 60 mm onvoldoende sterk en hadden de panelen minimaal 100 mm dik moeten zijn. [deskundige 1] legt niet uit hoe hij tot deze conclusie komt, anders dan dat water een enorme “
druk met zich meebrengt.” Maar waarom dat zo is – hoeveel druk erop komt te staan en welke druk de panelen wel aankomen – staat niet in het rapport. Ook blijkt niet uit het rapport waarom panelen van 100 mm die druk wel aankunnen en panelen 60 mm niet. Volgens [bedrijf 3] kan een vijver als deze niet worden gemaakt met sandwichpanelen, maar moet een betonnen of stalen constructie worden gebruikt. [bedrijf 3] komt tot deze conclusie omdat een constructie van sandwichpanelen ongeschikt is om het gewicht van 7.954 liter water tegen te houden.
5.9
Volgens [deskundige 2] is het mogelijk om met panelen van 60 mm een “
mooi resultaat” te bereiken, mits de vijver op de juiste wijze is verdicht. Als de vijver niet op de juiste wijze is verdicht, helpt het volgens [deskundige 2] niet om panelen van 100 mm te gebruiken. [deskundige 2] onderbouwt wel waarom het correct verdichten zo belangrijk is, maar niet waarom sandwichpanelen van 60 mm sterk genoeg zijn om een correct verdichte vijver recht te laten staan. Dit blijkt wel uit het rapport van [bedrijf 4]. [bedrijf 4] heeft berekeningen uitgevoerd die zien op hoeveel druk het gebruikte materiaal kan weerstaan in verschillende situaties: met en zonder goede verdichting van de vijver. [bedrijf 4] komt op grond van die berekeningen tot de conclusie dat een constructie uit sandwichpanelen van 60 mm voldoende sterk is om de druk van het water in deze vijver aan te kunnen, mits de vijver op de correcte wijze is verdicht.
5.1
De kantonrechter overweegt als volgt. [bedrijf 3] is de enige deskundige die concludeert dat voor de vijver geen sandwichpanelen kunnen worden gebruikt. Deze conclusie is blijkens het rapport gebaseerd op de aanname dat de wanden van de vijver het volledige gewicht van al het water in de vijver moeten dragen. Dat is een onjuiste aanname. Op de wanden rust niet het gewicht van al het water, maar komt druk te staan. Hoeveel druk de wanden te verduren hebben, is afhankelijk van meerdere factoren, waaronder de vorm van de vijver en of er sprake is van tegendruk. In dit geval leidt het (correct) verdichten van de vijver ertoe dat sprake is tegendruk door het verdichte zand, waardoor de druk van binnen naar buiten toe op de wanden wordt verminderd. Ook [deskundige 1] en [deskundige 2] gaan ervan uit dat de wanden waterdruk moeten weerstaan en dat deze wordt verminderd door het verdichten van de vijver. Ook de berekeningen van [bedrijf 4] zijn gebaseerd op waterdruk en de tegendruk bestaande uit de permanente belasting uit zand. Tot slot blijkt ook uit de offerte van [naam] dat de door [eiser] gewenste vervangende vijver is opgebouwd uit sandwichpanelen. Uit het voorgaande volgt dat [eiser] onvoldoende heeft onderbouwd waarom [gedaagde] geen sandwichpanelen had mogen gebruiken voor de vijver.
5.11
Dan resteert de vraag of sandwichpanelen van 60 mm dik en sterk genoeg zijn. [deskundige 1] meent van niet, [deskundige 2] en [bedrijf 4] menen van wel. Zowel [deskundige 1] als [deskundige 2] onderbouwen hun (van elkaar verschillende) conclusies niet (zie overweging 5.8 en 5.9 hiervoor). [bedrijf 4] doet dat wel. In het rapport zijn uitgebreide berekeningen opgenomen. Op basis van onder meer de stijfheid van de gebruikte sandwichpanelen van 60 mm heeft [bedrijf 4] berekend dat de panelen, bij juiste verdichting, sterk genoeg zijn om de in deze vijver optredende waterdruk te weerstaan. De door [bedrijf 4] gebruikte berekeningen, rekenmethodes en tussenstappen zijn bij het rapport gevoegd. [eiser] heeft de kans gehad om te reageren op dit rapport en deze berekeningen. Hij heeft dat gedaan met het addendum van [bedrijf 3]. [bedrijf 3] ging in haar reactie evenwel niet in op de berekeningen zelf, maar zette deze weg als een theoretische benadering, die – zo begrijpt de kantonrechter – volgens [bedrijf 3] geen waarde heeft omdat volgens [bedrijf 3] zou zijn gebleken dat de vijver in de praktijk de belasting niet aankon. [bedrijf 3] gaat er daarmee echter aan voorbij dat [bedrijf 4] ook heeft berekend wat er zou gebeuren bij onjuiste verdichting en dat juist dit (theoretische) scenario zich volgens [bedrijf 4] in de praktijk heeft voorgedaan. Dat het andere (theoretische) scenario, te weten dat de panelen de druk wel hielden omdat de vijver correct was verdicht, zich niet heeft voorgedaan, betekent niet dat de berekening van [bedrijf 4] onjuist is. De kantonrechter volgt ook niet waarom uit het rapport van [bedrijf 3] volgt dat een theoretische berekening geen juist beeld kan geven – of in dit geval geeft – van de waterdruk die de gebruikte materialen kunnen weerstaan. Het rapport van [bedrijf 3] doet daarom niet af aan de bevindingen en berekeningen van [bedrijf 4]. De kantonrechter concludeert daarom dat [eiser] onvoldoende heeft ingebracht tegen het rapport van [bedrijf 4]. [eiser] heeft daarom niet voldoende onderbouwd dat [gedaagde] sandwichpanelen heeft gebruikt die niet geschikt zijn voor de vijver.
Het frame
5.12
Enkel [deskundige 1] concludeert dat voor een goede constructie is vereist dat de panelen met een stalen u-profiel van minimaal 4 mm bij elkaar worden gehouden. Uit het rapport van [deskundige 1] blijkt niet dat [gedaagde] geen profielen heeft gebruikt. [deskundige 2] constateert dat de sandwichpanelen onder en boven zijn voorzien van een stalen frame. Ook volgens [bedrijf 3] is een u-profiel aangebracht op de panelen, dat volgens hen 4 mm groot is. Ook in de door [bedrijf 4] opgesomde uitgangspunten voor haar berekeningen is opgenomen dat een u-profiel van 4 mm is gebruikt voor de boven- en onderkant van de sandwichpanelen. Uit de rapporten, inclusief die van de door [eiser] naar voren gebrachte deskundigen, blijkt dus niet dat [gedaagde] onjuiste profielen heeft aangebracht op de sandwichpanelen.
De hoekprofielen
5.13
Dan resteren de hoekprofielen. Dit zijn een soort scharnieren die aan de binnenkant van de vijver worden geplaatst in de vier hoeken. Enkel in het rapport van [bedrijf 3] is daarover iets opgenomen. Volgens [bedrijf 3] zijn de gebruikte hoekprofielen niet over de gehele lengte (hoogte) van de hoek aangebracht, maar slechts op een gedeelte. [bedrijf 3] concludeert dat een dergelijke hoekconstructie de druk van duizenden kilo’s water niet kan weerstaan. Uit het rapport van [bedrijf 3] blijkt niet hoe [bedrijf 3] tot deze conclusie komt. Het is voor de kantonrechter ook niet inzichtelijk welk gevolg [bedrijf 3] koppelt aan de constatering dat de hoekprofielen te klein zouden zijn. [bedrijf 3] concludeert immers niet dat de bolling in de vijver hierdoor is veroorzaakt. Daarnaast heeft [bedrijf 3] zelf gemeten dat de hoeken, ook bij een gevulde vijver, nog steeds helemaal haaks zijn. Ook dat duidt erop dat de hoekprofielen sterk genoeg zijn om de sandwichpanelen in de juiste hoek te houden. Volgens de reactie van [bedrijf 4] op het addendum van [bedrijf 3] zijn de hoekverbindingen van dien aard dat deze geen rotatie kunnen opnemen. De kantonrechter begrijpt daaruit dat deze niet doorbuigen naar binnen of buiten en dus geen invloed hebben op de bolling van de vijver. In het licht van het voorgaande heeft [eiser] niet goed genoeg onderbouwd dat [gedaagde] onjuiste hoekprofielen heeft gebruikt.
De rest van de constructie. Tussenconclusie.
5.14
Over de ondeugdelijkheid van de rest van de constructie heeft [eiser] niets gemotiveerd gesteld. De kantonrechter komt daarom tot de conclusie dat in deze procedure niet is komen vast te staan dat [gedaagde] ondeugdelijke materialen heeft gebruikt en ook niet dat hij de constructie op onjuiste wijze in elkaar heeft gezet. Het staat in deze procedure dus niet vast dat de vijver bij oplevering ondeugdelijk was. Voor zover de vorderingen van [eiser] op dat standpunt zijn gebaseerd, kunnen de vorderingen dus niet worden toegewezen.
De waarschuwingsplicht
5.15
In de dagvaarding heeft [eiser] verwezen naar de waarschuwingsplicht als bedoeld in artikel 7:754 BW Pro. Hij heeft dit summier uitgewerkt. Volgens [eiser] volgt uit artikel 7:754 BW Pro dat [gedaagde] de verplichting had om [eiser] te informeren over de risico’s van het gebruik van een dergelijke constructie. Volgens [gedaagde] heeft [eiser] dit niet gedaan. Tijdens de mondelinge behandeling is de grondslag van zijn vordering met [eiser] besproken. [eiser] heeft toen ook nog artikel 7:760 lid 2 BW Pro genoemd als mogelijke grondslag van zijn vordering. Een andere grondslag heeft hij niet kunnen geven. De kantonrechter begrijpt uit de door [eiser] gegeven toelichting dat hij bedoelt dat [gedaagde] , als zou komen vast te staan dat niet [gedaagde] maar [eiser] de vijver zou verdichten en vullen, hem had moeten uitleggen op welke wijze hij dat had moeten doen, en meer specifiek dat [gedaagde] hem daarbij had moeten vertellen dat hij stabilisatiezand moest gebruiken.
Artikel 7:754 BW Pro
5.16
De kantonrechter oordeelt dat artikel 7:754 BW Pro niet van toepassing is op deze situatie. Het artikel ziet op het geval dat de opdrachtgever een opdracht geeft waarvan de aannemer weet of moet weten dat die niet uitvoerbaar is, bijvoorbeeld vanwege de grond waarop de opdracht moet uitgevoerd. In dat geval heeft de aannemer de verplichting om de opdrachtgever te waarschuwen. Dit artikel zou bijvoorbeeld van toepassing zijn geweest als de grond waarop [eiser] de vijver wilde aanleggen niet geschikt was voor het aanleggen van een dergelijke constructie, en als [gedaagde] dit wist of behoorde te weten. Het artikel geldt ook voor de situatie dat het door [eiser] voorgestelde ontwerp in de praktijk niet uitvoerbaar is. [eiser] heeft niet gesteld of onderbouwd dat daarvan sprake is.
Artikel 7:760 lid 2 BW Pro
5.17
Ook dit artikel geldt naar het oordeel van de kantonrechter niet voor deze situatie. Artikel 7:760 lid 2 BW Pro regelt dat de waarschuwingsplicht uit artikel 7:754 BW Pro ook geldt als de opdrachtgever zelf zaken aan de aannemer aanlevert om de opdracht mee uit te voeren. Als de aannemer weet of moet weten dat deze zaken daarvoor ongeschikt zijn, moet de aannemer waarschuwen. Dit artikel geldt bijvoorbeeld als [gedaagde] de vijver zou hebben opgebouwd met door [eiser] aangeleverde materialen die ongeschikt waren om een vijver mee te bouwen. In dat geval had [gedaagde] , als hij wist of moest weten dat de panelen niet sterk genoeg waren, [eiser] ervoor moeten waarschuwen. Dit voorbeeld verschilt van de situatie die zich hier voordoet, omdat [eiser] geen materialen aan [gedaagde] heeft aangeleverd. Dat de vijver – volgens [eiser] – niet voldoet, is dus niet het gevolg van door [eiser] aangeleverde materialen waarvoor [gedaagde] moest waarschuwen.
Andere grondslag?
5.18
Ook als [eiser] heeft bedoeld aan te voeren dat het aan [gedaagde] in de zin van artikel 7:758 lid 2 BW Pro is toe te rekenen dat de vijver er nu zo bijstaat, dan is het aan hem om voldoende feiten te stellen waaruit volgt dat (i) de vijver (pas) na de oplevering is tenietgegaan of achteruitgegaan, (ii) dat dit aan [gedaagde] kan worden toegerekend en (iii) waarom dit het geval is. [eiser] heeft zijn stellingen evenwel geconcentreerd rond zijn standpunt dat het gebrek al bestond bij de oplevering en dat [gedaagde] de vijver moest verdichten en vullen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] niet weersproken dat [gedaagde] wel degelijk heeft uitgelegd dat en waarom het van belang is dat de vijver op de juiste wijze wordt gevuld en verdicht en hoe [eiser] dit moest doen. Dat partijen het er niet over eens zijn of [gedaagde] daarbij het woord ‘stabilisatiezand’ heeft gebruikt, kan in het midden blijven. Ook als [gedaagde] dit woord niet zou hebben gebruikt, heeft [eiser] onvoldoende onderbouwd dat het aan [gedaagde] kan worden toegerekend dat de vijver na oplevering bol is gaan staan.
De conclusie
5.19
De kantonrechter komt tot de conclusie dat niet is komen vast te staan dat [gedaagde] een ondeugdelijke vijver heeft opgeleverd. Er is dus geen grondslag voor de gevorderde vervangende schadevergoeding en vergoeding van de expertisekosten. Er is ook geen andere grondslag naar voren gekomen waarop de vordering van [eiser] kan worden toegewezen. Dit betekent dat de kantonrechter de vorderingen van [eiser] afwijst.
5.2
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
1.154,00
(2 punten × € 577,00)
Totaal
1.154,00

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1
wijst de vorderingen van [eiser] af,
6.2
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.154,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.B. de Hek en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.