ECLI:NL:RBOVE:2026:4221

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
08.251226.21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38d SrArt. 38e SrArt. 6:6:12 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling wegens psychiatrische kwetsbaarheid en recidiverisico

De terbeschikkinggestelde is bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 7 juni 2024 ter beschikking gesteld na bewezenverklaring van meervoudige doodslag, poging tot doodslag en bedreiging. De maatregel loopt sinds 22 juni 2024 en zou eindigen op 22 juni 2026. Het Openbaar Ministerie verzocht tijdig om verlenging met twee jaren, hetgeen de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw niet betwistten.

De rechtbank nam kennis van het verlengingsadvies van het Forensisch Psychiatrisch Centrum, waarin een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis werd vastgesteld. De terbeschikkinggestelde vertoonde bij het delict een psychotische ontregeling, mogelijk in combinatie met middelengebruik. Hoewel medicatie de psychotische symptomen heeft doen afnemen, blijven achterdocht en betrekkingsideeën aanwezig. De behandeling bevindt zich in een beginfase met geplande interventies zoals psychomotorische therapie, traumatherapie en delictanalyse.

De deskundige bevestigde dat de stabilisatie veel tijd heeft gekost en dat de terbeschikkinggestelde gemotiveerd is voor verdere behandeling. De rechtbank oordeelde dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid dit vereisen. Gezien de aard van de misdrijven, de psychiatrische kwetsbaarheid en het recidiverisico achtte de rechtbank verlenging noodzakelijk. De terbeschikkingstelling wordt daarom met twee jaren verlengd.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met twee jaren vanwege psychiatrische kwetsbaarheid en recidiverisico.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08.251226.21
Datum uitspraak: 16 juli 2026
Beslissingop de vordering van het Openbaar Ministerie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van:
[terbeschikkinggestelde],
geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats],
verblijvende in het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) [locatie]
,
hierna te noemen: de terbeschikkinggestelde.

1.De aanleiding

De terbeschikkinggestelde is bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van
7 juni 2024 ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, na bewezenverklaring van de misdrijven:
  • doodslag, meermalen gepleegd;
  • poging tot doodslag, meermalen gepleegd;
  • bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
De terbeschikkingstelling is ingegaan op 22 juni 2024 en eindigt, behoudens nadere voorziening, op 22 juni 2026.

2.De stukken

De rechtbank heeft kennis genomen van de op grond van artikel 6:6:12 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) overgelegde stukken, te weten:
  • het verlengingsadvies van FPC [locatie] (hierna: de kliniek) van 21 april 2026, opgemaakt en ondertekend door E.P.M.T. Brouns, psychiater, directeur patiëntenzorg en plaatsvervangend hoofd van de instelling en L. Sepers, MSc., behandelcoördinator en GZ-psycholoog;
  • de wettelijke aantekeningen over de periode van 11 juni 2025 tot 1 april 2026.

3.De procedure

Het Openbaar Ministerie heeft op 18 mei 2026 een vordering ingediend tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren.
Het onderzoek van de zaak heeft plaatsgevonden op de openbare terechtzitting van
2 juli 2026. De rechtbank heeft op die zitting gehoord:
  • de terbeschikkinggestelde, bijgestaan mr. N.L.A.N. Weusthof, advocaat te Enschede, waarnemend voor haar kantoorgenoot mr. J.B.A. Kalk;
  • de officier van justitie;
  • L. Sepers, voornoemd, als deskundige.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering.
De terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw hebben geen bezwaar tegen verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling met twee jaren. De terbeschikkinggestelde noemt de maatregel het beste wat hem is overkomen.

4.De beoordeling

De vordering is op 18 mei 2026 ingediend. Dit is tijdig.
De rechtbank dient op grond van het bepaalde in de artikelen 38d en 38e van het Wetboek
van Strafrecht (Sr) te bepalen of de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling moet worden verlengd.
De rechtbank neemt bij haar overwegingen het over de terbeschikkinggestelde opgemaakte verlengingsadvies van de kliniek en de toelichting van de deskundige ter zitting in aanmerking.
Het verlengingsadvies van de kliniek
Het rapport van de kliniek houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in.
Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis. Ten tijde van het indexdelict was sprake van een psychotische ontregeling, mogelijk in combinatie met middelengebruik. De kernproblematiek van de terbeschikkinggestelde is chronisch van aard en maakt hem psychiatrisch kwetsbaar.
De terbeschikkinggestelde is in juni 2025 vanuit het PPC in Zwolle in de huidige kliniek gekomen, waar hij begint op een afdeling voor kwetsbare patiënten. Na aanpassing van de anti-psychotische medicatie verbleken de psychotische symptomen vrij snel na de opname. Ook de depressieve stemmingsklachten verdwijnen grotendeels na instelling op een ander antidepressivum.
De primaire delictgerelateerde risicofactoren, te weten de psychotische kwetsbaarheid, medicatieweigering en middelengebruik, zijn binnen de huidige behandelsetting onder controle. De terbeschikkinggestelde is momenteel niet floride psychotisch. Wel is nog sprake van achterdocht en van betrekkingsideeën. Daarnaast wordt frequent werkverzuim gezien. Dit kan passen bij negatieve symptomen van de psychotische stoornis, maar kan tevens samenhangen met stemmingsproblematiek.
De terbeschikkinggestelde bevindt zich momenteel in de assesmentfase. Hij volgt psycho-educatie met betrekking tot schizofrenie/psychotische kwetsbaarheid. Hij toont zich hierin geïnteresseerd. Daarnaast voert hij wekelijks gesprekken met zijn persoonlijke begeleiders en wordt de medicamenteuze behandeling in overleg met de psychiater verder geoptimaliseerd. De terbeschikkinggestelde staat op de wachtlijst voor verdiepende psychomotorische therapie (PMT), traumascreening en delictanalyse, waarbij tevens middelenanalyse zal worden verricht. Op termijn zijn de interventie Toolbox Middelengebruik en cognitieve gedragstherapie geïndiceerd.
De terbeschikkinggestelde is gemotiveerd voor behandeling, maar lijkt hier selectief in te zijn. Er is sprake van affectieve instabiliteit; de terbeschikkinggestelde heeft last van neerslachtigheid en heeft eenmaal een kenmerk ontvangen wegens het uiten van zijn boosheid. Daarnaast is hij snel afgeleid (cognitieve instabiliteit). Over het algemeen is de terbeschikkinggestelde goed in de samenwerking. Hij vraagt om hulp wanneer nodig en is doorgaans open over zijn emoties en gedachten. Bij oplopende spanning verandert het contact echter merkbaar, waarbij hij in enkele situaties als intimiderend wordt ervaren. De terbeschikkinggestelde stelt zich binnen de kliniek begeleidbaar op en komt afspraken na. Hij wordt ervaren als een rustige, wat afwachtende man, die zichzelf met humor en nuance goed kan verwoorden. De terbeschikkinggestelde bespreekt dat hij zich grote delen van het delict kan herinneren. Deze herinneringen heeft hij opgeschreven, zodat dit bij de delictanalyse aan de orde kan komen.
Er hebben zich tot op heden geen situaties voorgedaan waarin zijn copingvaardigheden tekortschoten. Er is nog geen sprake van verloven. Het recidiverisico wordt in het kader van begeleid verlof als laag ingeschat. De verwachting is dat de terbeschikkinggestelde zich aan de verlofvoorwaarden zal houden en zich tijdens begeleid verlof voldoende begeleidbaar zal opstellen. Eventuele spanningsopbouw tijdens het begeleid verlof kan naar verwachting, mede door de aanwezige begeleiding, tijdig worden gesignaleerd.
Bij beëindiging van de maatregel wordt het recidiverisico als hoog ingeschat. Naar verwachting zal de terbeschikkinggestelde langdurig afhankelijk zijn van een kader met voldoende begeleiding, structuur en controle. Voortzetting van de behandeling binnen het kader van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging wordt noodzakelijk geacht om de gefaseerde opbouw van vrijheden intensief te kunnen monitoren. Daarbij zijn met name van belang het huidige onvermogen van de terbeschikkinggestelde om zelfstandig een dagstructuur op te bouwen en vast te houden, zijn beperkte copingvaardigheden, het frequent drugsgebruik in het verleden en de daarmee samenhangende psychotische ontregeling en het gewelddadige gedrag. Uit de voorgeschiedenis blijkt dat ambulante behandeling onvoldoende heeft geleid tot een duurzame vermindering van de risicofactoren.
Hoewel een positieve ontwikkeling zichtbaar is ten aanzien van het afnemen van de psychotische ontregeling, is de behandeling nog onvoldoende gevorderd om de maatregel te kunnen afbouwen. De kliniek adviseert de maatregel met twee jaren te verlengen.
De toelichting van de deskundige ter zitting
De deskundige heeft het advies ter zitting gehandhaafd. Aanvullend heeft zij verklaard dat het veel tijd heeft gekost om tot de huidige stabilisatie van de terbeschikkinggestelde te komen. De terbeschikkinggestelde heeft veel tijd nodig gehad om weer op kracht te komen. De langdurende psychose heeft een grote impact op zijn brein gehad, waarvan hij moet herstellen. Hij wordt nu voldoende stabiel gevonden om met de behandeling te starten.
De terbeschikkinggestelde toont zich hiervoor gemotiveerd. Dit zal een uitdaging voor hem zijn, omdat herinneringen tot nu toe mogelijk bewust zijn tegengehouden, omdat deze te heftig zijn. De komende periode zal daarom zorgvuldig worden opgebouwd. Gestart zal worden met de delictanalyse. Dit moet worden uitgevoerd, zodat het risicomanagement in kaart is gebracht, voordat een verlofmachtiging kan worden aangevraagd. Pas na het afronden van de delictanalyse zal via therapie ook aandacht worden besteed aan het in de rapportage genoemde, als intimiderend ervaren, gedrag van de terbeschikkinggestelde waarbij hij oninvoelbaar overkomt. Dit is nog een te grote vraag voor nu.
Het oordeel van de rechtbank
Gelet op het verlengingsadvies en hetgeen tijdens de zitting is besproken, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de maatregel van terbeschikkingstelling wordt verlengd. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de maatregel is opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Er is sprake van stoornissen en van recidiverisico. Aan de gronden voor verlenging van de maatregel wordt voldaan.
De rechtbank stelt vast dat de terbeschikkinggestelde sinds juni 2025 in de huidige kliniek verblijft, waar hij met behulp van medicatie een zekere mate van stabiliteit heeft bereikt. De primaire delictgerelateerde risicofactoren zijn binnen de huidige behandelsetting onder controle. De terbeschikkinggestelde is niet langer floride psychotisch, maar ervaart nog wel achterdocht en betrekkingsideeën. Het moet nog duidelijk worden of dit voortkomt uit zijn kwetsbare persoonlijkheidsstructuur of dat dit verklaard kan worden als negatief symptoom behorend bij de stoornis. De terbeschikkinggestelde lijkt in staat een samenwerkingsrelatie op te bouwen. De behandeling bevindt zich nog in de beginfase. Met de voorgenomen PMT, traumatherapie en de delictanalyse, waarbij tevens een middelenanalyse zal worden verricht, is nog geen aanvang gemaakt. De terbeschikkinggestelde diende daarvoor eerst voldoende te herstellen van zijn langdurige psychose. Momenteel wordt hij als voldoende stabiel ingeschat en staat hij op de wachtlijst voor deze behandelonderdelen. Voortzetting van de behandeling zoals die nu is gestart bij de kliniek is nodig. Hij zal daarbij kunnen profiteren van de daarbij behorende structuur en nabijheid van het behandelteam. Het traject zal geleidelijk worden vormgegeven en naar verwachting de nodige tijd in beslag nemen. Een eerste verlofaanvraag is nog niet aan de orde en kan pas worden geschreven na uitvoering van de delictanalyse. Verlenging van de maatregel is dan ook noodzakelijk. De terbeschikkinggestelde is gemotiveerd voor de behandeling en vindt het zelf ook van belang om de terbeschikkingstelling te verlengen. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling met twee jaren verlengen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- verlengt de terbeschikkingstelling van
[terbeschikkinggestelde]met twee jaren.
Aldus gegeven door mr. M.H. van der Lecq, voorzitter, mr. M.S. de Waard en
mr. H.H. de Boef, rechters, in tegenwoordigheid van Z. Demir als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 juli 2026.