Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
Rechtbank Overijssel
P.W.R. Motoren B.V. vordert betaling van € 2.282,08 voor werkzaamheden aan de motorboot van gedaagde, inclusief wettelijke rente en incassokosten. Gedaagde betwist de vordering en stelt dat PWR tekort is geschoten bij een servicebeurt in oktober 2024, omdat toen water in de brandstoftank niet zou zijn ontdekt, wat later tot defect leidde.
De kantonrechter stelt vast dat PWR de werkzaamheden heeft uitgevoerd en dat gedaagde de factuur moet betalen tenzij hij zijn verweer voldoende onderbouwt. Gedaagde heeft echter geen concrete feiten of technische rapportages overgelegd waaruit blijkt dat de servicebeurt onzorgvuldig was of dat het gebrek toen al aanwezig was.
Het enkele feit dat in april 2025 water in de tank werd aangetroffen, is onvoldoende om een tekortkoming in oktober 2024 aan te tonen. PWR heeft plausibele verklaringen gegeven over mogelijke oorzaken van het water in de tank, waaronder tijdens het poetsen of te water laten. Het verweer dat PWR onvoldoende heeft uitgelegd hoe het probleem ontstond, leidt niet tot een ander oordeel.
De kantonrechter wijst de vordering van PWR toe, inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten van € 342,30. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 1.282,28. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de factuur, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.