ECLI:NL:RBOVE:2026:4025

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
11 juli 2026
Zaaknummer
11981178 \ CV EXPL 25-3485
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Consumentenkoop auto: contractspartij en non-conformiteit vastgesteld

De consument kocht op 24 oktober 2024 een BMW X5 van de handelaar, die de auto op zijn website aanbood. Binnen vier maanden bleek de auto defect door een kapotte hogedrukpomp en metaalsplinters in het brandstofsysteem, met reparatiekosten van bijna € 9.761. De handelaar weigerde de reparatie en stelde geen partij te zijn in de koopovereenkomst, omdat hij geen lid was van de BOVAG en slechts als bemiddelaar zou hebben opgetreden.

De rechtbank oordeelde dat de consument voldoende heeft onderbouwd dat de koopovereenkomst met de handelaar is gesloten, mede op basis van WhatsApp-correspondentie en het ontbreken van bewijs dat de handelaar slechts bemiddelaar was. De auto was gebrekkig en non-conform, en de consument had de overeenkomst op juiste gronden buitengerechtelijk ontbonden.

De rechtbank veroordeelde de handelaar tot terugbetaling van het aankoopbedrag van € 16.250, vermeerderd met wettelijke rente, en tot betaling van schadevergoeding en incassokosten. Ook werden de proceskosten aan de zijde van de consument toegewezen. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de koopovereenkomst met de handelaar is gesloten en wijst de vorderingen van de consument toe wegens non-conformiteit van de auto.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 11981178 \ CV EXPL 25-3485
Vonnis van 30 juni 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats 1] ,
eisende partij, hierna te noemen [eiser] ,
gemachtigde: mr. R.S. Bosch (Legal Advice Wanted B.V.) ,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij, hierna te noemen [bedrijf 1] ,
gemachtigde: Goedman Adviesgroep .

1.De zaak in het kort

1.1.
[eiser] heeft bij [bedrijf 1] een auto gekocht. Er is sprake van een consumentenovereenkomst. Binnen vier maanden na aankoop is de auto stil komen te staan. Er is een gebrek bestaande uit een defecte hogedrukpomp en verspreiding van metaalsplinters in het brandstofsysteem geconstateerd. De kosten voor reparatie zijn begroot op € 9.760,69. [bedrijf 1] weigert de reparatie uit te voeren. Hij vindt dat hij geen partij is in deze koopovereenkomst en dat hij geen garantie hoeft te verlenen omdat hij geen lid is van de BOVAG. [eiser] heeft de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden op grond van non-conformiteit. Hij vordert het aankoopbedrag terug en een bedrag aan schadevergoeding. De kantonrechter wijst de vorderingen toe. Hieronder wordt dat uitgelegd.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 14 november 2025,
- de conclusie van antwoord van 15 december 2025,
- akte producties (mail 12 januari 2026) van [bedrijf 1] ,
- akte producties (mail 23 januari 2026) van [bedrijf 1] ,
- akte uitlating tevens overleggende aanvullende producties van [eiser] ,
- antwoord akte van [bedrijf 1] .
2.2.
Vervolgens is de zaak verwezen naar de rol voor het opgeven van verhinderdata voor de bepaalde mondelinge behandeling. [bedrijf 1] heeft bij mailbericht van
12 januari 2026 de rechtbank bericht dat hij niet in de gelegenheid is de zitting bij te wonen en hij verzoekt de rechtbank om de zaak te beoordelen op basis van de aanwezige stukken. Op 23 januari 2026 bericht [bedrijf 1] nogmaals dat zij op de nog nader vast te stellen datum van comparitie niet aanwezig zal zijn, omdat hij naast het aangeleverde bewijs en verklaringen geen aanvullende opmerkingen heeft.
2.3.
In de akte uitlating bericht [eiser] dat gezien de duidelijke onjuiste verklaringen van [bedrijf 1] en het feit dat overgelegde bewijsstukken het verweer weerleggen, [eiser] van mening is dat de kantonrechter tot een beslissing kan komen op basis van het huidige dossier. [eiser] verzoekt daarop vonnis te wijzen.
2.4.
Ook [bedrijf 1] verzoekt bij antwoord akte om vonnis te wijzen.
2.5.
Vervolgens is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
[gedaagde] handelt onder de naam [bedrijf 1] . Als omschrijving van de activiteiten staat in het uittreksel van de Kamer van Koophandel genoemd: Begeleider in de gehandicaptenzorg en GGZ. Inkoop en verkoop van auto’s. Import en export van auto’s. Detailhandel. Zorgprofessional.
3.2.
Op 24 oktober 2024 heeft [eiser] een koopovereenkomst gesloten betreffende een BMW X5 met kenteken [kenteken] . De koopprijs was EUR 16.250,00. De auto werd aangeboden op de website van [internetsite] (productie 4).
3.3.
Als productie 2 WhatsApp correspondentie overgelegd tussen [bedrijf 1] en [eiser] . Hierin staat, voor zover van belang:
“Goedermorgen [eiser] ,
Ik kom totaal uit op € 16.250. Inclusief nieuwe APK. Afleverinspectie 2 nieuwe Eenon verlichting. Als je daarmee akkoord gaat breng ik vanmiddag de auto naar de garage voor de nieuwe apk en kunnen jullie vrijdag de auto ophalen.
Hoi [bedrijf 1],
Wij gaan akkoord met € 16.250. Ik mis 1 punt dat dit incl. 1 jaar BOVAG garantie is, zoals we hadden besproken.
..Die zit er uiteraard bij ! ”
3.4.
Op 22 februari 2025 heeft [eiser] een defect aan de auto geconstateerd. De auto is stil komen te staan en afgesleept. [eiser] heeft hierover telefonisch contact gehad met [bedrijf 1] . Op 3 maart 2025 heeft [eiser] het diagnoserapport van de ANWB via Whatsapp toegestuurd aan [bedrijf 1] . [bedrijf 1] heeft medewerking aan een oplossing geweigerd.
3.5.
In het telefoongesprek op 5 maart 2025 heeft [bedrijf 1] bericht geen lid te zijn van BOVAG en dat hij meent op die grond niet gehouden te zijn tot het verlenen van garantie.
3.6.
[eiser] heeft de auto door een gespecialiseerde BMW garage [bedrijf 2] laten onderzoeken. De reparatiekosten zijn begroot op € 9.760,69 en de kosten voor het rapport bedragen € 277,50.
3.7.
[eiser] heeft [bedrijf 1] verzocht om de reparatie op zich te nemen. Bij brief van 13 mei 2025 heeft [eiser] [bedrijf 1] in gebreke gesteld. [bedrijf 1] heeft niet gereageerd.
3.8.
[eiser] heeft bij schrijven van 6 juni 2025 de koopovereenkomst buitengerechtelijk op grond van non-conformiteit ontbonden.

4.Het geschil

4.1.
[eiser] vordert - samengevat – dat de kantonrechter voor recht zal verklaren dat de koopovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden met veroordeling van [bedrijf 1] tot betaling van het bedrag van € 16.250,-, te vermeerderen met rente.
Ook wordt gevorderd dat de kantonrechter [bedrijf 1] veroordeelt tot betaling van € 3.040,33 aan schadevergoeding en € 967,90 aan buitengerechtelijke incassokosten te vermeerderen met rente en met de kosten van de procedure.
4.2.
[bedrijf 1] concludeert tot ongegrond verklaring van de dagvaarding.
4.3.
Op de stellingen van partijen zal hieronder voor zover van belang verder worden ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
Aan de orde is of [eiser] met [bedrijf 1] een koopovereenkomst heeft gesloten, nu [eiser] zijn vordering daarop baseert en [bedrijf 1] dat betwist.
5.2.
Volgens [eiser] heeft [bedrijf 1] de auto op haar site aangeboden, heeft hij daarop gereageerd en heeft hij de onderhandelingen die tot koop hebben geleid gevoerd met [bedrijf 1] . Hij heeft met [bedrijf 1] overeenstemming bereikt over het bedrag en de koop is gesloten met [bedrijf 1] . [eiser] verwijst hiervoor naar productie 4 en naar de onder de feiten opgenomen Whatsapp correspondentie. Ook verwijst [eiser] naar de Whatsapp correspondentie nadat het gebrek is geconstateerd. Ook die correspondentie wordt gevoerd met [bedrijf 1] , waarbij niet wordt gezegd dat [bedrijf 1] geen koopovereenkomst met [eiser] is aangegaan en niet de contractspartij is. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] hiermee de totstandkoming van de koopovereenkomst met [bedrijf 1] voldoende heeft onderbouwd.
5.3.
[bedrijf 1] voert als verweer dat hij enkel als bemiddelaar is opgetreden.
Hij had enkel een bemiddelende rol. De koopovereenkomst is rechtstreeks tussen de koper en de eigenaar afgehandeld. Volgens [bedrijf 1] is daarom de koopovereenkomst rechtstreeks tot stand gekomen tussen de koper en de eigenaar van de auto.
5.4.
[eiser] betwist dat [bedrijf 1] enkel als bemiddelaar is opgetreden. Gedurende het gehele traject, vanaf de eerste melding van de gebreken op 27 februari 2025 tot aan het uitbrengen van de dagvaarding, heeft [bedrijf 1] met geen enkel woord gerept over een verkoop in consignatie of bemiddeling namens een derde. [bedrijf 1] heeft zich steeds gepresenteerd als de contractuele wederpartij. Dat [bedrijf 1] dit verweer pas voor het eerst voert nadat de procedure is gestart, maakt de stelling ongeloofwaardig.
5.5.
De kantonrechter gaat voorbij aan het verweer van [bedrijf 1] , dat hij hier geen contractspartij is, omdat hij het verweer onvoldoende heeft onderbouwd en uit de Whatsapp correspondentie het tegendeel volgt. De overeenkomst waaruit volgt dat [bedrijf 1] in opdracht van de eigenaar heeft gehandeld en verkocht, heeft [bedrijf 1] niet overgelegd. Ook een verklaring van de eigenaar hiertoe ontbreekt. Wie daadwerkelijk eigenaar is, heeft [bedrijf 1] evenmin onderbouwd.
5.6.
Daarnaast had het toch voor de hand gelegen dat [bedrijf 1] , nadat hij met het gebrek wordt geconfronteerd, had gereageerd dat [eiser] niet met hem een koopovereenkomst is aangegaan en niet bij hem moet zijn. [bedrijf 1] Automotie bericht dat echter niet. Hij bericht dat het defect mogelijk komt door gebruik van ondeugdelijke brandstof en dat hij geen garantie hoeft te geven omdat hij geen BOVAG lid is. Dat hij heeft gezegd dat [eiser] zich tot de daadwerkelijke verkoper moet wenden is hiermee tegenstrijdig en onderbouwt [bedrijf 1] niet.
5.7.
Hierbij weegt ook mee dat het om een consumentenovereenkomst gaat en de consumentenbeschermende bepalingen van toepassing zijn. Een handelaar moet dan onder andere voldoen aan de wettelijke informatieverplichtingen. Een daarvan is dat voor de consument duidelijk moet zijn met wie hij de overeenkomst aangaat. Niet gebleken is dat [bedrijf 1] hier aan heeft voldaan. Het bankafschrift overgelegd door [bedrijf 1] en waaruit volgt dat [eiser] € 16.250,00 heeft overgemaakt aan [naam] , maakt het bovenstaande niet anders. Nergens volgt uit dat [naam] eigenaar is van de auto en als verkoper heeft opgetreden bij de totstandkoming van deze overeenkomst.
5.8.
De conclusie is dan ook dat er een koopovereenkomst tot stand is gekomen tussen [bedrijf 1] en [eiser] . Als niet weersproken staat vast dat de auto gebrekkig is en non-conform is. [eiser] heeft de overeenkomst op 6 juni 2025 op juiste gronden buitengerechtelijk ontbonden. Hierdoor ontstaat een ongedaanmakingsverbintenis. Deze houdt in dat [bedrijf 1] het aankoopbedrag moet terugbetalen aan [eiser] en [eiser] de auto terug moet geven aan [bedrijf 1] . Rente is verschuldigd vanaf verzuim, en zal worden toegewezen vanaf 21 juni 2025.
5.9.
Nu [bedrijf 1] voor het overige geen verweer heeft gevoerd tegen de vorderingen, worden ook de overige vorderingen als niet weersproken toegewezen.
5.10.
[bedrijf 1] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten worden aan de zijde van [eiser] begroot op € 1.967,02 en bestaan uit:
€ 149,02 kosten exploot;
€ 732,00 griffierecht
€ 1.086,00 salaris gemachtigde
met
€ 135,00 aan nakosten.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
verklaart voor recht dat de tussen [eiser] en [bedrijf 1] tot stand gekomen overeenkomst buitengerechtelijk is ontbonden,
6.2.
veroordeelt [bedrijf 1] om tegen kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van € 16.250,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 juni 2025 tot de dag der algehele voldoening,
6.3.
veroordeelt [bedrijf 1] om tegen kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van € 4.008,23, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 november 2025 tot de dag der algehele voldoening,
6.4.
veroordeelt [bedrijf 1] in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op € 1.967,02, en de nakosten op € 135,00,
6.5.
verklaart de onderdelen 6.2, 6.3 en 6.4 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.6.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026.