Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.De procedure
2.Het verzoek
€ 32.699,01, waaronder de volgende schulden:
Rechtbank Overijssel
De verzoeker heeft een aanvraag ingediend om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een schuldenlast van ruim €32.699,01, ontstaan tussen 2023 en 2025. Hij gaf aan in financiële problemen te zijn gekomen door gebrek aan overzicht en prioriteiten, en is sinds april 2025 onder beschermingsbewind gesteld. De verzoeker is ziek uit dienst gegaan en wacht op een WIA-beoordeling.
Tijdens de zitting verklaarde de verzoeker dat hij mogelijk autisme en ADHD heeft, maar dit is niet officieel vastgesteld. Hij gaf toe dat hij geleend geld onder andere aan vakanties heeft besteed en dat hij naast zijn weekgeld extra inkomsten ontving door de verkoop van platen met piratenmuziek. Ondanks waarschuwingen van de beschermingsbewindvoerder gaf hij aan deze inkomsten te gebruiken voor eigen levensonderhoud.
De rechtbank oordeelde dat de verzoeker niet te goeder trouw was geweest in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek, omdat hij inkomsten niet aan schuldeisers heeft afgedragen. Ook achtte de rechtbank het niet aannemelijk dat de verzoeker zich aan de verplichtingen van de Wsnp zal houden, gezien zijn gedrag en het negeren van adviezen. Daarom wees de rechtbank het verzoek af op grond van artikel 288 lid 1 sub b en Pro c van de Faillissementswet.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens ontbreken van goede trouw en onvoldoende aannemelijkheid dat de verzoeker aan de verplichtingen zal voldoen.