ECLI:NL:RBOVE:2026:3799
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering betaling op grond van geldleningsovereenkomst met dwingende bewijskracht
Eiser vordert betaling van €25.000 op grond van een geldleningsovereenkomst die zij met gedaagde heeft gesloten. Gedaagde betwist de overeenkomst en wijst een derde aan als schuldenaar. Eiser legt een ondertekende geldleningsovereenkomst en een verklaring van een derde over die bevestigt dat het geld op diens rekening is gestort op verzoek van gedaagde.
Gedaagde voert aan dat de schuld door de derde is erkend en terugbetaald in termijnen, en dat zij niet betrokken is bij de schuld. De kantonrechter stelt vast dat eiser de overeenkomst moet bewijzen, wat zij doet met een onderhandse akte die dwingende bewijskracht heeft. Gedaagde betwist de ondertekening niet, maar levert geen tegenbewijs.
De kantonrechter oordeelt dat de betwisting onvoldoende is onderbouwd en wijst de vordering toe, verminderd met €5.000 die reeds is betaald. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €20.000 plus wettelijke rente vanaf 17 september 2025 en tot betaling van de proceskosten van €2.175,45. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €20.000 plus wettelijke rente en proceskosten.