Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.De bewijsmotivering
- het proces-verbaal van de terechtzitting van 16 juni 2026, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van 8 april 2026, pagina 5 en 7;
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] van 9 april 2025, pagina 9.
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod; en
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De vordering tenuitvoerlegging 13.057968.24
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod; en
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden;
4 (vier) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
teruggavevan de telefoon, te weten een Apple Iphone met goednummer 3674982, aan verdachte;
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van Rechtbank Amsterdam van 23 mei 2025 voorwaardelijk opgelegde
taakstrafvoor de duur van
60 (zestig) uren;