Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3713

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
29 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
08.105481.24, 08.093173.25 en 08.002452.26
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 197a SrArt. 241 SrArt. 243 SrArt. 300 SrArt. 38v Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot gevangenisstraf voor mensensmokkel, gekwalificeerde opzetverkrachting, opzetaanranding en mishandeling

De rechtbank Overijssel heeft verdachte veroordeeld voor meerdere strafbare feiten, waaronder mensensmokkel, gekwalificeerde opzetverkrachting, opzetaanranding en mishandeling. De feiten vonden plaats tussen februari 2024 en januari 2026 in Enschede, Hengelo en Kampen. Verdachte hielp een medeverdachte bij het verkrijgen van illegaal verblijf door het regelen van een werk- en verblijfplaats in de prostitutie.

Daarnaast heeft verdachte op 26 februari 2025 in Hengelo een vrouw (slachtoffer 1) gedwongen tot seksuele handelingen, ondanks haar duidelijke verzet en dreiging met openbaarmaking van seksueel belastend materiaal. Ook mishandelde verdachte op 3 januari 2026 een andere vrouw (slachtoffer 2) door haar krachtig tegen een muur te stoten.

De rechtbank achtte het bewijs wettig en overtuigend, waaronder geluidsopnamen, getuigenverklaringen en WhatsApp-berichten. Verdachte werd vrijgesproken van enkele tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 4,5 jaar op, met aftrek van voorarrest, en een contact- en gebiedsverbod van vijf jaar. Tevens werd verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €5.507,67 aan slachtoffer 1, met wettelijke rente en een schadevergoedingsmaatregel.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 4,5 jaar gevangenisstraf, een vrijheidsbeperkende maatregel van vijf jaar en betaling van schadevergoeding aan slachtoffer.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummers: 08.105481.24, 08.093173.25 (gev.) en 08.002452.26 (ttz.gev.) (P)
Datum vonnis: 29 juni 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 1987 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] .

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 5 maart 2026 en van 15 juni 2026.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. W.K. Cheng, advocaat in Amsterdam, naar voren is gebracht.
Ook heeft de rechtbank kennis genomen van de namens [slachtoffer 1] (hierna ook: [slachtoffer 1] ) voorgedragen slachtofferverklaring en van wat namens de benadeelde partij [slachtoffer 1] door mr. Baan is aangevoerd.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, in de zaak met parketnummer 08.105481.24, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 23 februari 2024 in Enschede al dan niet samen met een ander, [medeverdachte] (hierna ook: [medeverdachte] ) uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van wederrechtelijk verblijf in Nederland, terwijl verdachte daarvan een beroep of gewoonte heeft gemaakt (mensensmokkel).
De verdenking komt er, in de zaak met parketnummer 08.093173.25, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 26 februari 2025 in Hengelo [slachtoffer 1] :
feit 1:heeft verkracht;
feit 2:heeft aangerand.
De verdenking komt er, in de zaak met parketnummer 08.002452.26, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 3 januari 2026 in Kampen [slachtoffer 2] (hierna ook: [slachtoffer 2] ) heeft mishandeld.
Voluit luiden de tenlasteleggingen aan verdachte, dat:
In de zaak met parketnummer 08.105481.24
hij op of omstreeks 23 februari 2024 te Enschede,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en),
een ander of anderen, te weten [medeverdachte] ,
uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in
Nederland
of haar daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,
door
- voornoemde [medeverdachte] (tegen betaling) onderdak en/of een
verblijfplaats en/of een werkplaats te bieden en/of
- contacten te leggen en/of te onderhouden ten einde die [medeverdachte] aan
een werkplaats/verblijfplaats te helpen en/of aan het werk te helpen als prostituee
en/of (aldus) haar prostitutiewerk mogelijk te maken en haar (daarmee) te helpen
aan middelen van bestaan in Nederland,
terwijl hij, verdachte, wist of ernstige redenen had te vermoeden dat dat verblijf
wederrechtelijk was
terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) daarvan een beroep of gewoonte heeft/
hebben gemaakt (lid 4);
In de zaak met parketnummer 08.093173.25
1
hij op of omstreeks 26 februari 2025 te Hengelo, althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,
met een persoon, te weten [slachtoffer 1] ,
een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het
seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten (telkens)
- het brengen en/of bewegen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 1] ,
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak
en welke opzetverkrachting werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd
door dwang, geweld en/of bedreiging, door (telkens)
- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen ‘je bent niet goed’ en/of ‘je spoort niet’ en/of ‘wat is het
probleem dan’ en/of ‘je bent niet goed moet ik weer wat in je face spuiten’ en/of ‘ik
heb genoeg om van jou te showen’ en/of ‘iedereen gaat het zien’ en/of ‘kanker stoer
doen altijd met je dikke kont’ en/of ‘spuiten met je kut ik heb alles van jou, alles’
en/of ‘ik kan alles van jou online zetten om je te exposen’, althans woorden van
soortgelijke aard en/of strekking en/of
- op en/of over die [slachtoffer 1] te liggen/hangen en/of
- de borsten van die [slachtoffer 1] te betasten en/of
- meermalen, althans eenmaal tegen die [slachtoffer 1] te zeggen ‘doe in je mond’ en/of 'pijp
me', althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of
- die [slachtoffer 1] bij haar haren vast te pakken en/of houden en/of
- het hoofd van die [slachtoffer 1] naar zijn, verdachtes, penis te bewegen/drukken en/of
- die [slachtoffer 1] (met vlakke hand) op haar wang, althans in het gezicht, te slaan en/of
- die [slachtoffer 1] bij haar arm vast te pakken en/of mee te sleuren en/of
- te dreigen met het openbaar maken van seksuele afbeeldingen en/of filmpjes
waarop die [slachtoffer 1] te zien was en/of
- voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand
van die [slachtoffer 1] ;
2
hij op of omstreeks 26 februari 2025 te Hengelo, althans in Nederland,
met een persoon, te weten [slachtoffer 1] ,
een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten
- op en/of over die [slachtoffer 1] te liggen/hangen en/of
- de borsten van die [slachtoffer 1] te betasten en/of - het laten betasten en/of aftrekken van
zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 1] en/of
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak
en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd
door dwang, geweld en/of bedreiging, door
- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen ‘je bent niet goed’ en/of ‘je spoort niet’ en/of ‘wat is het
probleem dan’ en/of ‘je bent niet goed moet ik weer wat in je face spuiten’ en/of ‘ik
heb genoeg om van jou te showen’ en/of ‘iedereen gaat het zien’ en/of ‘kanker stoer
doen altijd met je dikke kont’ en/of ‘spuiten met je kut ik heb alles van jou, alles’
en/of ‘ik kan alles van jou online zetten om je te exposen’, althans woorden van
soortgelijke aard en/of strekking en/of
- op en/of over die [slachtoffer 1] te liggen/hangen en/of
- de borsten van die [slachtoffer 1] te betasten en/of
- de hand van die [slachtoffer 1] vast te pakken en op zijn, verdachtes, stijve penis te leggen
en/of
- die [slachtoffer 1] bij haar haren vast te pakken en/of houden en/of
- het hoofd van die [slachtoffer 1] naar zijn, verdachtes, penis te bewegen/drukken en/of
- die [slachtoffer 1] (met vlakke hand) op haar wang, althans in het gezicht, te slaan en/of
- die [slachtoffer 1] bij haar arm vast te pakken en/of mee te sleuren en/of
- te dreigen met het openbaar maken van seksuele afbeeldingen en/of filmpjes
waarop die [slachtoffer 1] te zien was en/of
- voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand
van die [slachtoffer 1] ;
In de zaak met parketnummer 08.002452.26
hij op of omstreeks 3 januari 2026 te Kampen
[slachtoffer 2] heeft mishandeld, door haar (krachtig) bij haar kaak vast te pakken
en/of (vervolgens) (met kracht) tegen een muur heeft gestoten/geduwd.

3.De bewijsmotivering

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder parketnummers 08.105481.24, met uitzondering van het beroep of gewoonte maken, en 08.093173.25 feit 1 en feit 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Verdachte moet worden vrijgesproken van het onder parketnummer 08.002452.26 ten laste gelegde.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van het onder parketnummers 08.105481.24, 08.093173.25 feit 1 en feit 2 en 08.002452.26 ten laste gelegde, vanwege het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
3.3.1
In de zaak met parketnummer 08.105481.24
De vaststelling van de feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt op grond van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken de volgende feiten en omstandigheden vast.
Op 23 februari 2024 krijgen verbalisanten de melding om naar de [adres 2] te gaan. Aldaar aangekomen treffen zij [medeverdachte] die overstuur de deur voor hen open doet. [medeverdachte] neemt de verbalisanten mee naar de woning. Hier treffen zij ook de bewoner en huurder van de woning, [naam 1] (hierna ook: [naam 1] ), aan. [medeverdachte] verklaart dat zij illegaal in Nederland verblijft, in de prostitutie werkt en adverteert op een (web)site genaamd ‘ [internetsite] ’. [medeverdachte] is van het station in Enschede opgehaald en naar de woning aan de [adres 2] gebracht door iemand die zij in haar telefoon als “ [gebruikersnaam] ” heeft aangeduid. Hierbij hoort het telefoonnummer [telefoonnummer] .
De overwegingen van de rechtbank
- De verklaring van verdachte
Verdachte heeft verklaard dat hij een zogenaamde snordersdienst had en via WhatsApp een bericht heeft ontvangen van [medeverdachte] . Hij bracht haar naar [naam 1] , die hij via via kent en die, volgens de verklaring van verdachte, kamers verhuurt. Toen hij met [medeverdachte] bij [naam 1] was, verzocht [naam 1] hem om geld in voor hem ontvangst te nemen. Het zou gaan om een bedrag van € 100,00.
- Bewijsoverweging
Aan verdachte is mensensmokkel ten laste gelegd, door [medeverdachte] behulpzaam te zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat zowel [naam 1] als [medeverdachte] verklaren dat verdachte degene is die de kamer aan de [adres 2] voor [medeverdachte] heeft geregeld. Ook verklaren zij beiden dat verdachte degene is die de kamer aan [medeverdachte] heeft laten zien. Verdachte sms’te naar [naam 1] dat hij een vrouw voor hem had en bracht vervolgens [medeverdachte] naar de woning van [naam 1] . [medeverdachte] verklaart dat zij de kamerhuur aan verdachte moest betalen. Zij kent verdachte via een (app)groep van prostitutiemedewerkers waarin informatie wordt gedeeld over, onder andere, kamers. [medeverdachte] appt op 23 februari 2024 naar verdachte “ik ben de griet die naar je huis gaat” en “ik ben met 15 minuten in Enschede ”. Verdachte appt wat later het adres “ [adres 2] , [adres 2] ” naar [medeverdachte] . Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit dat verdachte een kamer voor [medeverdachte] heeft geregeld van waaruit zij haar werkzaamheden kon uitvoeren.
Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat verdachte op de hoogte was van het feit dat [medeverdachte] sekswerk deed, nog voor hij [medeverdachte] aan de [adres 2] had afgezet. Ook verklaart verdachte dat hij weet dat je daar een vergunning voor nodig hebt.
[medeverdachte] verklaart tot slot dat zij geld moest betalen aan verdachte voor de huur van de kamer. Verdachte meldt zich vervolgens bij [medeverdachte] omdat hij van haar diensten gebruik wil maken en zegt hierbij “ik kan gaan je hoeft me morgen niet te betalen” en “morgen is het gratis voor jou”.
Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte op de hoogte was van het wederrechtelijk verblijf van [medeverdachte] in Nederland, dat hij haar behulpzaam is geweest door een kamer aan haar te verhuren en dat hij degene is die hier geld voor heeft ontvangen.
Gelet op al dit vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte [medeverdachte] behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland.
- Beroep of gewoonte
Aan verdachte is ook ten laste gelegd dat hij hier beroep of gewoonte van heeft gemaakt. [medeverdachte] heeft verklaard dat zij al eens eerder een kamer heeft gehuurd van verdachte. Echter is er, naast deze verklaring van [medeverdachte] , geen ander bewijs in het dossier aanwezig die deze verklaring ondersteunt.
Gelet hierop zal de rechtbank verdachte voor dit deel van de tenlastelegging vrijspreken.
- Conclusie
De rechtbank is van oordeel dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen met uitzondering van het maken van beroep of gewoonte hiervan zodat de rechtbank verdachte hiervan zal vrijspreken.
3.3.2
In de zaak met parketnummer 08.093173.25
De vaststelling van de feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt op grond van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken de volgende feiten en omstandigheden vast.
[slachtoffer 1] en verdachte zijn bekenden van elkaar. Zij beschrijven hun verstandhouding als ‘friends with benefits’. Na een periode van minder contact vindt [slachtoffer 1] een briefje in deur met daarop de contactgegevens van verdachte. Er komt contact via Snapchat tot stand wat leidt tot een afspraak op 26 februari 2025 in de woning van [slachtoffer 1] .
De overwegingen van de rechtbank (feiten 1 en 2)
- De verklaring van verdachte
Volgens verdachte hebben de ten laste gelegde handelingen plaats gevonden, maar was dit met wederzijdse instemming. Volgens verdachte ging de seks tussen hem en [slachtoffer 1] altijd op deze manier en was er sprake van een ‘rollenspel’. Verder heeft verdachte verklaard dat er geen (seks)filmpjes of foto’s van [slachtoffer 1] in zijn telefoon staan. Deze heeft hij samen met haar gewist. De uitlatingen die verdachte hier over deed waren, zo heeft hij verklaard, momentopnamen. Verdachte omschrijft zichzelf als dominant en overheersend. De uitlatingen over het beeldmateriaal waren bedoeld om de aandacht van [slachtoffer 1] te krijgen, maar dat betekent niet dat hij ook daadwerkelijk beeldmateriaal van haar had, of dat hij dat openbaar zou maken.
- Verklaring [slachtoffer 1]
heeft verklaard dat verdachte over haar heen is gaan liggen. [slachtoffer 1] had haar armen ertussen omdat zij geen zoen of lichamelijk contact wilde. Verdachte probeerde aan haar borsten te zitten. Ook haalde hij zijn stijve piemel uit zijn broek en legde haar hand erop. Verdachte dreigde ondertussen met het openbaren van seksfilmpjes. Hij bracht zijn piemel naar de mond van [slachtoffer 1] terwijl hij haar stevig vast had aan haar knotje. Toen [slachtoffer 1] zei dat ze echt niet meer verder wilde gaf verdachte haar een klap met zijn vlakke hand. [slachtoffer 1] is even opgestaan om ijs te halen en daarna moest zij verdachte weer pijpen. Hij kwam klaar in de mond van [slachtoffer 1] en wilde dat zij doorging met het pijpen.
- Steunbewijs
De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van verdachte en [slachtoffer 1] uiteenlopen wat betreft de wederzijdse instemming. Volgens verdachte hebben de seksuele handelingen wel plaats gevonden maar was er sprake van wederzijdse instemming. [slachtoffer 1] heeft daarentegen verklaard dat zij geen lichamelijk contact met verdachte wilde.
- Juridisch kader
Bij de beoordeling van het bewijs stelt de rechtbank voorop dat zedenzaken zich doorgaans kenmerken door het gegeven dat slechts twee personen aanwezig waren bij de ten laste gelegde seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Op grond van artikel 342, tweede lid, Sv, kan het bewijs dat iemand een strafbaar feit heeft gepleegd niet uitsluitend worden aangenomen op grond van de verklaring van één getuige. Dat betekent dat de enkele verklaring van een aangever onvoldoende is. Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, dient sprake te zijn van steunbewijs. Die ondersteuning hoeft niet te zien op alle onderdelen van de tenlastelegging. Het gaat erom dat de verklaring op specifieke punten steun vindt in ander bewijsmateriaal, zodat die verklaring “ niet op zichzelf staat”, maar als het ware is ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron Tot slot benadrukt de rechtbank dat de vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan, zich niet in algemene zin laat beantwoorden, maar een beoordeling vergt van het concrete geval.
- Het oordeel van de rechtbank
Gelet op het hiervoor omschreven juridisch kader komt het in deze zaak dus aan op de vraag of de verklaring van [slachtoffer 1] voldoende wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend en is van oordeel dat er voldoende steunbewijs is voor het ten laste gelegde. Dit zal hierna worden toegelicht.
De verklaring van [slachtoffer 1] wordt ondersteund door de geluidsopnamen waaruit blijkt dat [slachtoffer 1] roept: “Nee, nee, ik zeg toch een nee?”, “Niet doen! Stop. Stop” en “Niet doen. Au! Stop. Hou op niet doen!”. Verdachte zegt: “Door. Kom doe in je mond, kom. Pijp me, kom” en “Kom. Ik heb alles van jou he. Ik ga alles online gooien he”. De verbalisant hoort op de opname een vrouw huilen, kokhalzen en hoesten. [slachtoffer 1] zegt vervolgens: “je sloeg mij net” “met de vlakke hand” en “ik wil gewoon geen seks en ook geen seksuele handelingen”.
Daarnaast vindt haar verklaring steun in de verklaring van getuige [getuige 1] , een buurman van [slachtoffer 1] . Daaruit blijkt dat [slachtoffer 1] direct nadat verdachte de woning van [slachtoffer 1] heeft verlaten, getuige [getuige 1] aanspreekt, die zij op straat tegen komt. [getuige 1] verklaart dat [slachtoffer 1] in paniek leek, had gehuild en er wat verdwaald bij stond. Daarbij zag hij een rode vlek op haar wang. Voorts zijn de door [slachtoffer 1] verstuurde berichtjes aan een vriend, [naam 2] (hierna ook: [naam 2] ) ondersteunend voor haar verklaring. Meteen na het incident stuurt ze aan [naam 2] : “Voel me super onveilig” en “Jaa geslagen”.
De verklaring van verdachte, dat sprake was van een ‘rollenspel’, vindt daarentegen geen steun in het dossier. In de eerste plaats is dat niet op te maken uit de geluidsopnamen en deze verklaring wordt bovendien weerlegd door met name de verklaring van getuige [getuige 1] en de berichtjes die [slachtoffer 1] aan [naam 2] stuurde. Daaruit blijkt immers dat [slachtoffer 1] vrijwel direct nadat verdachte was vertrokken, gehuild had, in paniek leek, zich onveilig voelde en is geslagen door verdachte. Dit past niet in het scenario van verdachte, nu hieruit ondubbelzinnig blijkt dat [slachtoffer 1] het allerminst heeft ervaren als een ‘rollenspel’.
Het door de verdediging gestelde alternatieve scenario, hetgeen kort gezegd inhoudt dat [slachtoffer 1] doelbewust een opname heeft gemaakt en verdachte tot seksuele handelingen heeft uitgelokt, met als kennelijk doel een dossier op te bouwen tegen verdachte, acht de rechtbank ongeloofwaardig en vindt geen steun in het dossier. Uit de geluidsopname blijkt namelijk dat verdachte – voordat en terwijl hij [slachtoffer 1] fysiek en seksueel benadert – dreigt dat hij alles van [slachtoffer 1] online gaat zetten. Van uitlokking door [slachtoffer 1] is dan ook niet gebleken. Bovendien is op de geluidsopname ook te horen dat [slachtoffer 1] huilt, kokhalst en hoest, hetgeen zich moeilijk laat rijmen met het door de verdediging geschetste scenario.
- Conclusie
Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de bewijsmiddelen dat [slachtoffer 1] duidelijk kenbaar heeft gemaakt dat zij geen seks met verdachte wilde. Verdachte is voorbij gegaan aan de signalen van [slachtoffer 1] en heeft, in plaats van te stoppen, [slachtoffer 1] gedreigd belastend materiaal van haar online te zetten. Gelet op hetgeen hiervoor overwogen moet verdachte hebben gemerkt, gehoord en daarmee geweten dat [slachtoffer 1] geen seks met hem wilde. Toch is hij doorgegaan zich door [slachtoffer 1] te laten pijpen.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank zowel de opzetverkrachting als de opzetaanranding wettig en overtuigend bewezen. Van het ten laste gelegde ‘betasten van de borsten’ zal de rechtbank verdachte vrijspreken. [slachtoffer 1] heeft hierover verklaard dat dit niet is gelukt.
3.3.3
In de zaak met parketnummer 08.002452.26
De vaststelling van de feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt op grond van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken de volgende feiten en omstandigheden vast.
Op 3 januari 2026 ontvangen verbalisanten een melding van een getuige over een ruzie in een woning aan de Visseringstraat 27 in Kampen. Verbalisanten treffen in de woning [slachtoffer 2] die meteen begint te huilen en vertelt dat zij een ruzie heeft gehad met haar vriend.
De overwegingen van de rechtbank
- De verklaring van verdachte
Verdachte heeft verklaard dat hij en [slachtoffer 2] ruzie hebben gehad waarbij er is geduwd en getrokken, maar van mishandeling was geen sprake.
- Bewijsoverweging
Door ongeruste buren is een melding gedaan bij de politie. Getuige [getuige 2] verklaart dat hij geschreeuw en gescheld hoorde en dat het erger was dan anders. Naast het schreeuwen hoorde hij ook bonken tegen de muur of op de grond en daarna nog meer geschreeuw en gesnik. Verbalisanten die op de melding afkomen treffen [slachtoffer 2] in de woning aan. Zij begint meteen te huilen. Verbalisanten zien dat gang vol ligt met kleding en desgevraagd geeft [slachtoffer 2] aan dat er met spullen is gegooid. Verdachte was boos geworden, heeft [slachtoffer 2] bij de rechterkaak gepakt en tegen de muur gestoten. Hierop is [slachtoffer 2] met haar linkerkaak tegen de muur gekomen. Dit deed pijn waarna zij duizelig werd en op de grond is gevallen.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte [slachtoffer 2] heeft mishandeld.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
In de zaak met parketnummer 08.105481.24
hij op 23 februari 2024 te Enschede,
een ander te weten [medeverdachte] ,
uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland,
door
- voornoemde [medeverdachte] tegen betaling een werkplaats te bieden en
- contacten te leggen en te onderhouden ten einde die [medeverdachte] aan een werkplaats te helpen en aldus haar prostitutiewerk mogelijk te maken en haar daarmee te helpen aan middelen van bestaan in Nederland, terwijl hij, verdachte, wist of ernstige redenen had te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was;
In de zaak met parketnummer 08.093173.25
1
hij op 26 februari 2025 te Hengelo,
eenmaal,
met een persoon, te weten [slachtoffer 1] ,
een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
- het brengen en bewegen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 1] , terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgegaan door, vergezeld van of gevolgd door dwang, geweld en bedreiging, door
- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen ‘je bent niet goed’ en ‘je spoort niet’ en ‘wat is het probleem dan’ en ‘je bent niet goed moet ik weer wat in je face spuiten’ en ‘ik heb genoeg om van jou te showen’ en ‘iedereen gaat het zien’ en ‘kanker stoer doen altijd met je dikke kont’ en ‘spuiten met je kut ik heb alles van jou, alles’ en ‘ik kan alles van jou online zetten om je te exposen’, en
- op en over die [slachtoffer 1] te liggen/hangen en
- meermalen tegen die [slachtoffer 1] te zeggen ‘doe in je mond’ en 'pijp
me', en
- die [slachtoffer 1] bij haar haren vast te pakken en houden en
- het hoofd van die [slachtoffer 1] naar zijn, verdachtes, penis te bewegen/drukken en
- die [slachtoffer 1] met vlakke hand op haar wang te slaan en
- die [slachtoffer 1] bij haar arm vast te pakken en mee te sleuren en
- te dreigen met het openbaar maken van seksuele afbeeldingen en/of filmpjes waarop die [slachtoffer 1] te zien was en
- voorbij te gaan aan de verbale en non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer 1] ;
2
hij op 26 februari 2025 te Hengelo,
met een persoon, te weten [slachtoffer 1] ,
een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten
- op en over die [slachtoffer 1] te liggen/hangen en
- aftrekken van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 1] en
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van of gevolgd door dwang, geweld en bedreiging, door
- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen ‘je bent niet goed’ en ‘je spoort niet’ en ‘wat is het probleem dan’ en ‘je bent niet goed moet ik weer wat in je face spuiten’ en ‘ik heb genoeg om van jou te showen’ en ‘iedereen gaat het zien’ en ‘kanker stoer doen altijd met je dikke kont’ en ‘spuiten met je kut ik heb alles van jou, alles’ en ‘ik kan alles van jou online zetten om je te exposen’, en
- op en over die [slachtoffer 1] te liggen/hangen en
- de hand van die [slachtoffer 1] vast te pakken en op zijn, verdachtes, stijve penis te leggen en
- die [slachtoffer 1] bij haar haren vast te pakken en houden en
- het hoofd van die [slachtoffer 1] naar zijn, verdachtes, penis te bewegen/drukken en
- die [slachtoffer 1] met vlakke hand op haar wang, en
- die [slachtoffer 1] bij haar arm vast te pakken en mee te sleuren en
- te dreigen met het openbaar maken van seksuele afbeeldingen en/of filmpjes
waarop die [slachtoffer 1] te zien was en
- voorbij te gaan aan de verbale en non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer 1] ;
In de zaak met parketnummer 08.002452.26
hij op 3 januari 2026 te Kampen
[slachtoffer 2] heeft mishandeld, door haar bij haar kaak vast te pakken en vervolgens tegen een muur heeft gestoten/geduwd.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 197a, 241, 243 en 300 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
In de zaak met parketnummer 08.105481.24
het misdrijf:een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is.
In de zaak met parketnummer 08.093173.25
feit 1
het misdrijf:gekwalificeerde opzetverkrachting;
feit 2
het misdrijf:gekwalificeerde opzetaanranding.
In de zaak met parketnummer 08.002452.26
het misdrijf:mishandeling.

5.De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

6.De op te leggen straf of maatregel

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren wordt opgelegd. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd de maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr op te leggen inhoudende een contactverbod met [slachtoffer 1] en een gebiedsverbod voor Hengelo (Ov) met uitzondering van het [locatie] , voor de duur van vijf jaren.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft in de zaak met parketnummer 08.105481.24 geen strafmaat verweer gevoerd. In de zaken met parketnummers 08.093173.25 en 08.002452.26 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat rekening moet worden gehouden met de omstandigheden van de zaak en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. In de zaak met parketnummer 08.002452.26 zou daarom toepassing moeten worden gegeven aan artikel 9a Sr.
6.3
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich aan meerdere strafbare feiten schuldig gemaakt en daarbij verschillende vrouwelijke slachtoffers gemaakt.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel. Dit delict maakt een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Het doorkruist het overheidsbeleid inzake de bestrijding van illegaal verblijf in Nederland. Verder draagt het bij tot het in stand houden van een illegaal circuit dat maatschappelijk ongewenste effecten met zich meebrengt en niet zelden persoonlijk leed tot gevolg heeft. Dit geldt ook voor [medeverdachte] , het slachtoffer van de mensensmokkel. Omdat zij illegaal in Nederland verblijft is zij extra kwetsbaar. Dit blijkt ook uit de seks die zij heeft gehad met verdachte, waarover de officier van justitie heeft verklaard dat nog wordt beoordeeld of verdachte wordt vervolgd voor verkrachting.
Naast mensensmokkel heeft verdachte zich aan gekwalificeerde opzetverkrachting en aanranding schuldig gemaakt. Door zijn handelen heeft hij een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en seksuele integriteit van [slachtoffer 1] . De impact hiervan op het leven van [slachtoffer 1] is naar voren gebracht in de namens haar voorgedragen slachtofferverklaring. Hieruit blijkt dat zij nog dagelijks kampt met gevoelens van schaamte en van angst dat verdachte haar opnieuw iets aan zal doen. Hierdoor heeft zij last van slapeloze nachten waardoor [slachtoffer 1] moeite heeft zich te focussen op haar werk en dagelijkse taken.
Tot slot heeft verdachte [slachtoffer 2] mishandeld en hiermee inbreuk gemaakt op haar lichamelijk integriteit.
De rechtbank maakt zich zorgen over de houding van verdachte richting vrouwen. Hij neemt ter zitting geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn handelen en gaat volledig voorbij aan de gevoelens en grenzen van de vrouwelijke slachtoffers. Hij maakt misbruik van hun kwetsbare positie en schuwt niet om dwang en geweld te gebruiken. Verdachte heeft [slachtoffer 2] zelfs mishandeld terwijl hij in een schorsing van zijn voorlopige hechtenis liep. Dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.
De persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 18 mei 2026. Hieruit blijkt dat verdachte meermalen is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van verdachte heeft bij de oplegging van de navolgende straf geen rol gespeeld.
Verder heeft de rechtbank kennis genomen van de over verdachte opgemaakte reclasseringsadviezen van 23 juni 2025, 31 oktober 2025 en van 31 mei 2026.
Er is bij verdachte geen sprake van een psychiatrische stoornis en ook zijn er geen aanwijzingen gevonden voor persoonlijkheidsproblematiek of andere psychische factoren. De motivatie van verdachte om mee te werken aan gedragsverandering en deelname aan interventies was beperkt. Verdachte lijkt over weinig probleemoplossende vaardigheden te beschikken als het gaat om conflicten binnen een relatie. Inmiddels ziet de toezichthouder een positieve houding bij verdachte. Hij komt de gemaakte afspraken na en overlegt wanneer hij niet kan komen. Verder heeft verdachte uit zichzelf over een nieuwe verdenking verteld en is hij akkoord gegaan met deelname aan de gedragsinterventie BORG. Verdachte kon in een eerste training goed verwoorden wat zijn aandeel is in conflicten en wat hij anders kan doen. Deze ontwikkelingen geven ook aanleiding om een eerder gedaan advies te heroverwegen. Het risico op recidive wordt ingeschat als gemiddeld evenals het risico op letsel. Het risico op onttrekken aan de voorwaarden wordt ingeschat als laag. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met een aantal bijzondere voorwaarden.
De strafmodaliteit en de hoogte daarvan
Gelet op de ernst van de gepleegde feiten kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstaf van aanzienlijke duur. De rechtbank overweegt dat op het plegen van dergelijk feiten hoge straffen zijn gesteld en worden opgelegd.
Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van vierenhalf jaar passend en geboden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Hoewel de straf bij verdachte mogelijk de indruk kan wekken dat de rechtbank de feiten minder ernstig vindt dan de officier van justitie, wil de rechtbank benadrukken dat daarvan geenszins sprake is. Bij de bepaling van de hoogte van de straf zijn de feiten gepleegd tegen [slachtoffer 1] het zwaarst wegend. Gelet op de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd voor opzetverkrachting en opzetaanranding is, ook in combinatie met de overige feiten, de strafeis van de officier van justitie hoog. Slechts daarom legt de rechtbank geen 6 jaar gevangenisstraf op.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Daarnaast is verzocht om aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen. Ook al had [slachtoffer 1] de relatie met verdachte verbroken, hij is haar blijven benaderen en smeken dat hij haar terug wil. Ook is hij hierbij blijven dreigen dat hij belastend materiaal van haar openbaar zou maken. Uit de overgelegde slachtofferverklaring van [slachtoffer 1] blijkt dat zij nog dagelijks de nadelige gevolgen van het strafbare feit ervaart. De rechtbank zal daarom de vrijheidsbeperkende maatregel opleggen voor de duur van vijf jaren. De maatregel houdt in dat verdachte op geen enkele manier, niet direct en niet indirect, contact mag opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] . Ook mag verdachte zich niet in Hengelo (Ov) begeven met uitzondering van het [locatie] ( [adres 3] ) vanwege de medische behandeling van zijn zoon. Tegenover iedere overtreding staat vervangende hechtenis voor de duur van veertien dagen met een maximum van zes maanden.
De rechtbank is van oordeel dat de op grond van artikel 38v Sr opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar moet zijn, nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens [slachtoffer 1] . Zoals hiervoor al overwogen is verdachte [slachtoffer 1] blijven benaderen, smeken en dreigen. Verdachte heeft verklaard dat er geen belastend materiaal van [slachtoffer 1] in zijn telefoon staat. De politie heeft echter wel video’s in de telefoon van verdachte aangetroffen waarin hij seksuele handelingen uitvoert met zichzelf en met een ander of meerdere anderen. De politie heeft niet met zekerheid kunnen vaststellen of een van deze personen [slachtoffer 1] betreft. Desalniettemin is de rechtbank van oordeel dat hiervan, in samenhang met de aan het adres van [slachtoffer 1] gedreigde uitlatingen, een zodanige dreiging uitgaat dat verdachte zich belastend zal gedragen tegen [slachtoffer 1] , dat zij zal bepalen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar moet zijn.
7. De schade van benadeelde
In de zaak met parketnummer 08.093173.25
7.1
De vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 6.806,67, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bedraagt € 1.806,67 en bestaat uit de volgende posten:
- nieuwe telefoon € 1.299,00;
- eigen risico € 385,00;
- reiskosten psycholoog € 122.67.
Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 5.000,00 gevorderd.
Daarnaast is er een bedrag van € 16,09 aan proceskosten, bestaande uit reiskosten naar het politiebureau gevorderd.
7.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voldoende is onderbouwd en dat de posten in direct verband staan met de gepleegde strafbare feiten. De vordering kan in zijn geheel worden toegewezen.
7.3
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering en subsidiair dat de vordering moet worden afgewezen dan wel aanzienlijk moet worden gematigd.
7.4
Het oordeel van de rechtbank
De vordering heeft betrekking op het onder parketnummer 08.093173.25 onder 1 en 2 ten laste gelegde.
-Materiële schade
Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling ter terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde materiële schadeposten zijn, met uitzondering van de kosten voor een nieuwe telefoon, voldoende onderbouwd en onvoldoende gemotiveerd betwist.
Wat betreft de schade vanwege het aanschaffen van een nieuwe telefoon overweegt de rechtbank het volgende. Voor het vergoeden van materiële schade geldt als uitgangspunt dat de dagwaarde van het goed voor vergoeding in aanmerking komt, in dit geval die van de in beslaggenomen telefoon van [slachtoffer 1] . De door de benadeelde partij gegeven onderbouwing is voor het bepalen van deze waarde onvoldoende, omdat uit is gegaan van de nieuwwaarde van een vervangende telefoon. Daar staat tegenover de gemotiveerde betwisting door de verdediging. De rechtbank is van oordeel dat het alsnog aan de benadeelde partij gelegenheid bieden om dit gedeelte van de vordering verder te onderbouwen, tot een te grote belasting van dit strafproces zal leiden. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in dit deel van de vordering.
De rechtbank zal de gevorderde materiële schade gelet hierop toewijzen tot een bedrag van € 507,67 en voor het overige deel niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
- Immateriële schade
Wat betreft de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank het volgende. Naar het oordeel van de rechtbank is het evident dat slachtoffers van dit soort strafbare feiten immateriële schade lijden. De aard en de ernst van de normschending (in dit geval een opzetverkrachting en een opzetaanranding) zijn naar het oordeel van de rechtbank van zodanig groot gewicht, dat de nadelige gevolgen daarvan voor [slachtoffer 1] zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon zonder meer kan worden aangenomen. Uit de toelichting op de vordering blijkt bovendien dat [slachtoffer 1] tot op de dag van vandaag nadelige gevolgen van de gepleegde feiten ondervindt. Zij is gediagnosticeerd met PTSS. Gelet op het voorgaande heeft [slachtoffer 1] op grond van artikel 6:106, aanhef onder b, van het Burgerlijk Wetboek dan ook recht op een vergoeding van immateriële schade. De rechtbank acht het billijk, gelet op de aard en de ernst van de normschending, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en gelet op wat er in vergelijkbare gevallen in andere zaken is toegewezen, om een bedrag van € 5.000,00 aan immateriële schadevergoeding toe te wijzen.
-Proceskosten
De benadeelde partij heeft vergoeding van de proceskosten gevorderd.
Bij begroting van de door de benadeelde partij gemaakte kosten moet aansluiting worden gezocht bij de maatstaf die wordt gehanteerd in civiele procedures. In artikel 241 Burgerlijke Pro rechtsvordering (Rv) is bepaald dat alleen de kosten genoemd in de artikelen 237 tot en met 240 Rv voor vergoeding in aanmerking komen. Deze artikelen bevatten een limitatieve en exclusieve regeling ten aanzien van de proceskosten waarin de partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld. kan worden veroordeeld.
Uit artikel 238 Rv Pro volgt dat reis- en verblijfskosten en verletkosten (van de wederpartij van de in het ongelijk gestelde partij) voor vergoeding in aanmerking komen indien zonder
gemachtigde wordt geprocedeerd. In dit geval is er echter met een gemachtigde geprocedeerd. De door de benadeelde partij gemaakte proceskosten worden om deze reden afgewezen.
- Conclusie
De rechtbank zal het gevorderde toewijzen tot een bedrag van € 5.507,67, bestaande uit € 507,67 materiële schade en € 5.000,00 immateriële schade, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
7.5
De schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.
Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met 52 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

9.De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 38w en 57 Sr.

10.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder parketnummers 08.105481.24, 08.093173.25, feiten 1 en 2 en 08.002452.26 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
In de zaak met parketnummer 08.105481.24
het misdrijf:een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is.
In de zaak met parketnummer 08.093173.25
feit 1
het misdrijf:gekwalificeerde opzetverkrachting;
feit 2
het misdrijf:gekwalificeerde opzetaanranding.
In de zaak met parketnummer 08.002452.26
het misdrijf:mishandeling.
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
4,5 (vierenhalf) jaren;
- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
maatregel
- legt aan de verdachte op de
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheidals bedoeld in artikel 38v Sr voor de duur van
vijf jaren;
- beveelt dat de verdachte gedurende vijf jaren op geen enkele wijze – direct of
indirect – contact op zal nemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] , geboren op
[geboortedatum 2] 1996;
- beveelt dat de verdachte zich gedurende vijf jaren niet in Hengelo (Ov) mag bevinden, met uitzondering van het [locatie] [adres 3] ;
- beveelt dat voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan de maatregel per overtreding wordt vervangen door
14 (veertien) dagenhechtenis en bepaalt daarbij dat de maximale hechtenis zes maanden bedraagt;
- beveelt dat deze maatregel
dadelijk uitvoerbaaris, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen en/of zich belastend zal gedragen jegens [slachtoffer 1] ;
- toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op;
schadevergoeding (parketnummer 08.93173.25)
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] (feiten 1 en 2) toe tot een bedrag van € 5.507,67, bestaande uit € 507,67 materiële schade en € 5.000,00 immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 5.507,67, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 februari 2025;
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 5.507,67, (zegge: vijfduizendvijfhonderdenzeven euro en zevenenzestig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 februari 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
52 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Bijlage bewijsmiddelen
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
In de zaak met parketnummer 08.105481.24
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2024139375 (Liberia/ONRBC24214) van 20 juni 2024. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
1. Het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van 24 februari 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 12 - 15):
Op 23 februari 2024 kregen wij de melding om te gaan naar de [adres 2] . Ter plaatse gekomen zagen wij een vrouw, overstuur de deur voor ons open doen. Deze nam ons mee naar de genoemde woning. De vrouw bleek later te zijn het slachtoffer: [naam 3] van [geboortedatum 3] 1990, Tevens troffen wij een man in de woning welke de bewoner bleek te zijn: [naam 1] van [geboortedatum 4] 1962. Wij hoorden dat de vrouw aan het huilen was en dat ze de Nederlandse taal niet machtig was.
Ik vroeg aan [naam 1] wie hij was, wat hij in de woning deed, en wat er zich in de woning had afgespeeld aangezien het slachtoffer aan het huilen was. Ik hoorde [naam 1] zeggen dat hij de bewoner is van de genoemde woning. Hij gaf aan dat het slachtoffer vandaag in zijn woning was gekomen. Tevens gaf hij aan dat hij via een vriend in contact was gekomen met het slachtoffer. Hij wilde niet vertellen wie deze vriend was. Hij zei dat een vriend contact had gehad met slachtoffer, maar niet in welke hoedanigheid.
Ik hoorde dat het slachtoffer zich prostitueert en tegen betaling sex heeft met klanten. Via de telefoon had ze contact met een man. Ze hebben de afspraak gemaakt om tegen betaling sex te hebben, 30 min voor 100,- euro. De dader zou later naar het slachtoffer hebben geappt dat hij spijt zou hebben van wat hij gedaan heeft.
2. Het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] van 24 februari 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 16 - 18):
Op 23 februari 2024 waren wij ter plaatse op het adres [adres 2] . Wij hoorden dat het slachtoffer via WhatsApp een persoon gesproken had voor een werkafspraak, oftewel prostitutie. Hierop volgend liet het slachtoffer ons een aantal WhatsApp berichten zien. Zij gaf aan dat de berichten afkomstig waren van de persoon wie haar zou hebben verkracht. Wij zagen dat de berichten in het Spaanse taal te lezen waren. Wij lazen dat het slachtoffer en verdachte om ongeveer 17.35 uur hadden afgesproken op het station in Enschede. Wij hoorden dat het slachtoffer een kamer huurde aan de [adres 2] . Wij hoorden dat de verdachte in deze zaak de persoon is aan wie slachtoffer haar kamerhuur moet betalen. In de loop van de avond hadden zij contact met elkaar over een seksafspraak. Wij hoorden dat de afspraak zo'n 30 minuten zou duren voor 100,00 euro.
3. Het proces-verbaal van aangifte door [naam 3] van 26 februari 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 19 – 23, 26 en 27):
Mijn naam is [medeverdachte] . en ik werk in de prostitutie. Ik ben 34 jaar oud en ik kom uit Colombia. Ik ben sinds juli 2023 illegaal in Nederland. Ik sliep op plekken die ik huurde zoals de plek van die man van het weekend. Het zijn kamers om te werken. Ik betaalde hiervoor honderd euro per kamer per dag. Ik kreeg contact met klanten via een pagina – [internetsite] - waar je berichten op kan zetten. Klanten kunnen mij benaderen via WhatsApp. Ik kende verdachte via een groep van prostitutiemedewerkers waarin wij informatie delen over kamers en andere dingen. Ik was op zoek naar een kamer. Ik kwam aan in Enschede en stuurde hem een bericht dat ik over twintig minuten er zou zijn. Hij zou mij ophalen en hij zei dat ik moest wachten.
Ik kwam aan in het huis. Hij - de man die mij verkracht heeft - liet mij alles zien, de wc, de keuken etc. Er was ook een andere man in de woning. Dat was de eigenaar van het huis. Ik betaalde honderd euro voor het verblijf van die dag aan de man die mij had opgehaald. Hij bleef vragen dat we een leuke tijd zouden hebben en dan zou ik de volgende dag geen honderd euro voor het verblijf hoeven te betalen. Ik zei toen dat ik het geld nodig had. Hij zei: 'Ja, ik betaal je'. Ik ging ervan uit dat hij een dienst van dertig minuten wilde, omdat ik daar honderd euro voor vraag en hij zei dat ik de volgende dag het verblijf van honderd euro niet hoefde te betalen. Hij werd toen een beetje agressief. Hij zei toen veertig euro en morgen is gratis.
4. Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 3] bij de rechter-commissaris van 18 februari 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
U vraagt mij hoe ik in contact kwam met hem. Een kennis van mij had zijn nummer gegeven en heeft hij mij gegevens gegeven over het huis en adres. Hij zei dat het huis beschikbaar was en hij vroeg hoe laat ik zou aankomen en toen zei hij dat hij mij zou komen ophalen.
U vraagt mij wie dan specifiek met het adres van het huis kwam: was dat die meneer of iemand anders? Hij. Toen ik hem schreef en vroeg over het huis, gaf hij mij het adres.
Een collega geeft het contact door. Vervolgens schrijf je naar het contact en als het contact bevestigt dat er een kamer beschikbaar is, geeft het contact het adres door. U vraagt mij of hij wist wat ik kwam doen in Enschede. Uiteraard, want hij verhuurde het huis om te werken.
5. Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 1] van 1 maart 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 28, 30-31 en 34):
V: Wat zei hij vrijdag?
A: Hij smste mij en zei dat hij een meisje voor mij had, afgelopen vrijdag om 18.00 uur. Hij is om18.00 uur geweest en heeft het meisje achter gelaten.
V: Hoe ging het brengen van de vrouw dan?
A: [alias] heeft de vrouw gebracht en heeft haar de kamer in mijn huis laten zien.
V: Moest jij [alias] daar nog wat voor geven, dat hij dit meisje bij jou bracht?
A: Nee. Ik heb hem geen geld of iets dergelijks te hoeven betalen.
V: [alias] zou voor de kamer geld ontvangen van de vrouw, voor de huur, € 100. Hoe zit dat met geld voor jou?
A: Toen [alias] de eerste keer weg ging die avond gaf hij mij 50 euro. Hij zei dat dit voor eten en drinken was voor het meisje.
6. Het proces-verbaal van bevindingen, met bijlage, opgemaakt door [verbalisant 5] van 4 april 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 41-47):
Uit onderzoek in de WhatsApp gesprekken werd het volgende gesprek aangetroffen tussen slachtoffer genaamd in de telefoon als [accountnaam 1] @s.whatsapp.net en verdachte [accountnaam 2] @s.whatsapp.net.
In het gesprek is te lezen dat slachtoffer opgehaald zou worden door de verdachte en dat hij haar naar de woning aan de [adres 2] zal brengen. Als zij daar eenmaal is, vertrekt verdachte weer. Kort daarna, geeft slachtoffer aan dat zij geen wifi verbinding heeft. Hierop reageert de verdachte dat als hij een half uurtje plezier mag hebben met haar, dat zij dan de volgende dag niet hoeft te betalen.
[afbeelding]
[afbeelding]
7. Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 26 maart 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 72, 92 en 96):
V: Wat kwam [medeverdachte] doen in Enschede?
A: Wat ik al vertelde, dat zij seks deed tegen betaling.
V: Wat wist jij over haar werkzaamheden als prostituee?
A: Dat ze seks heeft met mannen. Niet veel en ieder zijn eigen ding. Ik ga ervan uit dat als je zoiets doet, dat je dan een vergunning hebt. Sekswerkers moeten een vergunning hebben, anders kunnen ze niet aan de slag.
In de zaak met parketnummer 08.093173.25
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer ONRBC25212/SINDARIN van 21 mei 2025. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
1. Het proces-verbaal van aangifte, met bijlagen, door [slachtoffer 1] van 7 maart 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 47-48, 52, en 54-58)
Jij hebt een informatief gesprek gehad op 26 februari 2025 en op 5 maart heb je aangegeven dat je aangifte wilt doen van iets op zedengebied.
V: Kun je in het kort aangeven, in je eigen woorden, van welk feit(en) je aangifte wilt doen?
A: Bedreigen met plaatsen van seksfilmpjes. Het maken van seksuele filmpjes waar ik geen toestemming voor heb gegeven. Het slaan. De seksuele handelingen dus het pijpen en aftrekken. Dit was zonder instemming. Op de spraakopname kan je ook horen dat ik zeg 'nee niet doen, nee, nee'.
V: Wanneer is dit gebeurd?
A: 26 februari 2025, tussen 20.00 en 21.15 uur. Dat was bij mij thuis en buiten bij mijn huis. Ik woon aan de [adres 5] .
V: Door wie is dit gedaan?
A: [alias] . Ik weet zijn achternaam niet.
V: Wat zijn de account namen van [alias] ?
A: Van Snapchat is dat [accountnaam 3] . Zijn naam is [accountnaam 4] . Ik heb verder geen accountnamen van hem.
O: Wij willen het nu met jou hebben over het incident op 26 februari 2025. V: Vertel eens vanaf het begin tot aan het einde wat er is gebeurd, waarvan je aangifte doet.
A: Hij ging dreigen met die seksfilmpjes. Toen vroeg ik waar hij was. Hij gaf aan dat hij in Hengelo was en dat hij wel langs kon komen. Om 20.00 uur zou hij er zijn. Hij stuurde dat ik hem niet moest flashen of zoiets. Toen ben ik in mijn auto gaan zitten en wachten tot hij kwam. In de auto heb ik een spraakopname gestart met mijn telefoon. Ik had dat gedaan uit voorzorg want ik had geen lekker onderbuikgevoel. Hij werd afgezet. Ik ben toen uit mijn auto gegaan en naar hem toe gelopen. Hij liep een beetje duwend tegen mij aan in de richting van de ingang van het appartementencomplex. Hij liep begeleidend tegen mij aan. We zijn met de lift gegaan naar mijn appartement. We zijn vervolgens bij mij naar binnen gegaan. Hij ging over mij heen liggen. Hij ging eerst dichterbij mij zitten, stond vervolgens op en ging daarna over mij heen liggen. Hij duwde mij naar achter waardoor ik op mijn rug kwam te liggen en hij over mij heen hing/leunde. Onze gezichten keken naar elkaar. Onze lichamen zaten niet helemaal tegen elkaar aan, want ik had mijn armen er tussen gedaan, omdat ik geen zoen of lichamelijk contact wilde. Hij probeerde vervolgens aan mijn borsten te zitten met zijn handen. Ik droeg een bh, hemd, t-shirt, vest en een winterjas die open was. Hij probeerde met zijn handen onder mijn kleding te komen. Ik heb hem afgeweerd/weggeduwd. Toen is hij volgens mij naast mij gaan staan. Ik zat onderuitgezakt en hij deed zijn broek open. Hij haalde zijn piemel eruit, uit zijn onderbroek, en legde mijn blote hand op zijn blote piemel. Ik weet niet welke hand. Ik voelde dat zijn piemel stijf was. Hij dreigde met dat hij alles van mij heeft. Hij zei iets van 'in je mond'. Hij pakte mij bij mijn haar, aan mijn knotje, want ik had mijn haar in een knotje. Ik zei nog 'nee'. Hij bracht mijn hoofd naar zijn piemel. Hij had mij stevig vast aan mijn knotje en ik had geen mogelijkheid om mijn hoofd nog te draaien. Ik heb hem toen gepijpt. Ik heb toen mijn mond open gedaan, omdat hij dreigde. Op gegeven moment wilde ik echt niet meer, want het was heel vies. Ik wilde het al helemaal niet, maar toen was het zo erg dat ik niet verder kon. Je hoort mij ook bijna kotsen. Ik zei toen ook dat ik echt niet meer wilde, maar toen heeft hij mij geslagen. Hij sloeg mij op mijn gezicht op mijn linkerwang. Hij sloeg met zijn vlakke rechterhand op mijn linkerwang terwijl hij voor mij stond. Zijn penis zat toen niet in mijn mond, omdat ik mijn hoofd had weggedraaid. Toen ik mijn hoofd had weggedraaid toen sloeg hij mij. Het deed pijn en ik zei 'au waarom sla jij mij' of 'waarom doe je dat'. [alias] liep achter mij aan en pakte mij vast aan mijn arm en sleurde mij naar een andere plek in de woonkamer. Ik zei dat ik ijs moest hebben voor mijn wang, omdat ik voelde dat het ging opzwellen en warm werd. Hij liet mij het ijs pakken en toen zette hij mij op de bank. Hij had mij vast aan mijn arm en zette mij zittend op de bank. Ik zat aan de kopse kant van de bank. [alias] stond voor mij. Toen pakte hij mij weer bij mijn knotje en moest ik hem weer pijpen. Hij bracht mijn hoofd weer naar zijn piemel en ging weer dreigen met de filmpjes. Hij is klaargekomen in mijn mond. Na het klaarkomen wilde hij dat ik doorging met hem pijpen. Dat maakte hij kenbaar door mijn hoofd tegen zijn piemel blijven aan te drukken. Ik had op dat moment zijn sperma nog in mijn mond. Ik ben korte tijd nog doorgegaan met pijpen. Heel kort. Ik dacht van 'ik heb jouw sperma in mijn mond ik moet het eruit hebben'. Ik ben toen op gaan staan en heb een bekertje uit mijn kast gehaald en heb het sperma daarin gespuugd. Dit is overhandigd aan de politie.
V: Welke seksuele handelingen hebben er tegen jou wil plaatsgevonden?
A: Aftrekken en pijpen. Hij heeft geprobeerd mijn borsten aan te raken, maar dat is niet gelukt.
V: Op welke manier heeft [alias] druk bij jou uit geoefend om de seksuele handelingen
van jou bij hem gedaan te krijgen?
A: Dreigen met de filmpjes, boven mij staan, slaan, en ook door mij vast te pakken
bij mijn knotje en arm.
V: Hoe gaat het dan verder?
A: Ik liet hem het sperma in het bekertje zien en zei van 'kijk'. Ik had water gepakt en mijn mond gespoeld. Ik vond het heel erg vies. Toen sloeg zijn gedrag eigenlijk helemaal om en kon hij weer lief doen. Ik zat daar niet op te wachten. Hij wilde mij zoenen en knuffelen. Ik zei dat ik dat niet wilde. Hij gaf mij toen weer een klap in mijn gezicht. Weer op dezelfde linkerwang en hij deed het weer met zijn platte rechterhand. Hij had inmiddels zijn broek weer dicht gedaan. [alias] pakte mij met beide handen vast bij mijn wangen. Uiteindelijk ging hij mee naar buiten. Hij zei toen nog 'weet je het zeker' en begon weer te dreigen. Hij doelde weer op de filmpjes. Eén van de buurmannen kwam aanlopen en ik zei tegen de buurman 'ik weet niet wat ik moet doen'. Ik zei 'die jongen had mij net geslagen en andere dingen gedaan die ik niet wilde'. De buurman zei toen dat ik de politie moest bellen en dat heb ik toen ook gedaan. Ik wist zijn naam toen niet en heb daarom opgehangen om het briefje te zoeken waar zijn naam op stond. Ik heb daarna weer gebeld.
2. Het proces-verbaal uitwerking geluidsopname opgemaakt door [verbalisant 6] van 8 april 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 96, 97, 102-106, 109-110):
A = Aangeefster, [slachtoffer 1] ,
V = Verdachte, [alias] ( [verdachte] ),
C = buurtbewoner
V: Hoezo ben je bang voor mij?
A: Omdat je iets anders stuurt.
V: Tuurlijk ik heb genoeg, ik heb genoeg. Hoefje niet bang te zijn.
A: Ik heb je gezegd ik wil dat je het verwijdert. En ik heb niet eens toestemming gegeven om die dingen te maken.
V: Maakt niets uit. Als je niet wilt, ik heb genoeg van jou
A: Niet doen. Au!. Stop. Hou op niet doen! Niet doen! Hou op!
V: Kom..
A: Niet doen! Stop. Stop. Ga gewoon daar zitten op de bank niet op mij.
V: Maakt niks uit ik kan alles online gooien schat maakt niks uit. Wat jij wil.
A: Ik heb je nooit toestemming gegeven voor die dingen.
V: Dat boeit mij niet.
A: Niet zo doen? Jij doet zo. Wil je van mij afgaan? Alstublieft? Nee. Nee. Nee. Ik zeg toch een nee?
V: Ik ga alles online zetten, he. Ik zet het online he.
A: Wat zet je online?
V: Alles van jou.
V: Online zetten? he met die stront tussen je billen...en alles... he., met die mond van jou open. Dat ik in je gezicht spuit? Zeg maar watje wil. Kan je het laten zien. Kan je alles laten zien.
A: (noot verbalisant: hoor een vrouw die huilt).
V: Kom. Kom. Ik heb genoeg van jou om te laten zien he, echt genoeg. Kan je wel huilen. Ik heb genoeg om jou te laten zien, kom, doe in je mond, kom.
A: Nee.
V: Kom.
A: Nee, ik ben echt misselijk, ik ga kotsen.
V: Jawel.
V: Jawel door.
A: Neeheej.
V: Door. Kom doe in je mond, kom. Pijp me, kom.
A: Ik wil niet
V: Jawel kom..
A: Nee. (Noot verbalisant: [slachtoffer 1] huilt, kokhalst en hoest)
V: Kom, kom.
A: (Noot verbalisant: [slachtoffer 1] hoest)
V : Kom. Kom. Kom.
A : Niet aan mij zitten.
V: Kom. Kom. Kom nou.
A: Auw! (Noot verbalisant: [slachtoffer 1] huilt) Au, je gaat mij toch niet slaan!! Laat mij los!
V: Kom. Ik heb alles van jou he. Ik ga alles online gooien he.
A: Je gaat mij gewoon slaan.
V: Kom, doe nu, lik me, zuig me. Kom.
V: Kom kom. Niet zo gaan doen. Kom. Kom.
(Noot verbalisant: hoor [slachtoffer 1] geluid maken en hoesten).
A: Mag ik mijn haar even doen?
(Noot verbalisant: hoor [slachtoffer 1] kokhalzen, hoesten en een uitspugend geluid maken).
A: Je sloeg mij net.
V: Hoe sloeg ik jou dan?
A: Met de vlakke hand.
A: Maar ik wil gewoon geen seks en ook geen seksuele handelingen.
V: Maar hoe wil je dat dan doen?
A: Wat? Praten? Met je mond.
A: Je hebt mij geslagen, wel. Dat doet fucking pijn.
V: Het was misschien een beetje een tikkie, een beetje dit en dat, maar ik heb je niet geslagen. Eerlijk. Moet ik je echt slaan?
A: Nee.
A: (Noot verbalisant: [slachtoffer 1] spreekt iemand aan) Hallo, mag ik wat vragen?
C: Ja natuurlijk.
A: Oke. Die jongen die heeft mij net geslagen en dingen gedaan die ik niet wil doen. Maar hij heeft zeg maar een soort van filmpjes van mij en zo. En ik weet nu eigenlijk niet zo goed wat ik nu moet doen.
C: Politie bellen
3. Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 5, het fotoblad ‘Gesprek met [naam 2] ’, voor zover inhoudende (pagina’s 61 en 63):
[afbeelding]
[afbeelding]
4. Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 5, het fotoblad ‘Snapchat gesprek met [alias] ’, voor zover inhoudende (pagina’s 70, 72, 75-76 en 79-82):
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
5. Het proces-verbaal van bevindingen, betreffende het telefonisch verhoor van getuige [getuige 1] , van 9 april 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 111-112):
Samengevat verklaarde getuige [getuige 1] het volgende.
Getuige kwam uit zijn auto en liep in de richting van de voordeur. De vrouw, die hij herkende als zijn buurvrouw enkele nummers verder, sprak hem aan en vroeg hem of hij de man/jongen had gezien die zojuist was weggelopen. Getuige had dit niet gezien. De vrouw had hem vervolgens gevraagd wat zij het beste kon gaan doen. De man/jongen die was weggelopen daarmee had zij gedatet, ze wou niet meer en was door hem geslagen. Ook zou hij haar gedreigd hebben om seksvideo’s op het internet te zetten. Getuige had haar hierop geadviseerd om naar binnen te gaan en de politie te gaan bellen.
Hij zag bij de vrouw een rode vlek op haar wang. Ze had gezegd dat ze was geslagen.
Over haar gemoedstoestand, verklaarde hij dat zij in paniek leek, ze had geweend en water in haar ogen en stond wat verdwaald. De vrouw keek telkens weifelend om de hoek, tijdens hun gesprek voor de toegangsdeur tot het appartementencomplex.
In de zaak met parketnummer 08.002452.26
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2026004206 van 7 januari 2026 Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
1. Het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door [verbalisant 7] van 3 januari 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 5 en 6):
Op 3 januari 2026 ontvingen wij de melding van een ruzie in een woning. In de woning ging collega in gesprek met mevrouw [slachtoffer 2] .
Ik trof getuige [getuige 2] en hoorde hem zeggen: "Ik hoorde vanavond een hoop geschreeuw en gescheld uit de woning van huisnummer [adres 1]
[de rechtbank begrijpt: [adres 1] ]komen. Ik hoor de laatste tijd wel vaker dat er ruzie is in de woning. Ik hoor dan de buurvrouw schreeuwen en ook de man schreeuwt dan. Vandaag had ik het idee dat het nog erger was. Op een gegeven moment werd het rustiger. Ik ging naar buiten om te kijken wat er gebeurde. Ik liep in het trapportaal en hoorde de man in de woning hard schreeuwen: Kom terug kankerhoer, trut. Dan kunnen we het er overhebben. Hieruit maakte ik opdat de buurvrouw de woning was uitgegaan en dat hij haar nu dus telefonisch terug probeerde te krijgen in de woning. Toen ik weer in mijn woning was is de buurvrouw blijkbaar teruggekomen. Want ik hoorde dat de ruzie weer begon. Ik had het idee dat het juist nog erger werd dan eerder op de avond. Ik hoorde naast het schreeuwen ook bonken tegen de muur of op de grond. Hierop hoorde ik nog meer geschreeuw en gesnik. Ik ben voor het raam gaan kijken en heb het kenteken opgeschreven: [kenteken] .
2. Het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door [verbalisant 8] en [verbalisant 9] van 3 januari 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 8-9):
Op 3 januari 2026 kregen wij melding van iemand die zich zorgen maakte, omdat zij de indruk kreeg dat de buren erge ruzie hadden. Ter plaatse stond ik voor de voordeur. Ik luisterde of ik nog geluiden hoorde vanuit de woning, maar dit was niet het geval. Ik drukte op de deurbel, en ik zag dat iets later een vrouw de deur opendeed. De vrouw bleek te zijn [slachtoffer 2] , het slachtoffer. Zij begon nadat zij ons zag direct hevig te huilen. Ik vroeg of ik mocht binnenkomen. Wij zagen dat de vloer in de gang vol lag met kleding. Dit lag dusdanig slordig dat wij het idee kregen dat er met deze spullen was gegooid. Dit werd later bevestigd door het slachtoffer. Wij vroegen haar wat er was gebeurd. Wij hoorden dat zij het volgende vertelde: Het slachtoffer vertelde dat zij ruzie had gehad met haar vriend en dat is geëscaleerd. Toen heeft de verdachte het slachtoffer bij haar kaak gepakt en tegen de muur gestoten. Slachtoffer vertelde dat verdachte haar bij haar rechterkaak had gepakt, en met een harde armbeweging naar de muur had geduwd. Hierop was haar linkerkaak met een klap tegen de muur aan gekomen. Als direct gevolg van deze stoot tegen de muur ervoer zij pijn, werd zij duizelig en viel zij op de grond. Wij hoorden dat zij zei dat ze wel pijn had als zij haar hand tegen haar linkerwang/kaak hield.
3. Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 4 januari 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, (pagina’s 22 en 25-27):
V: Wat wil jij hier zelf over verklaren?
A: Eigenlijk niks, we hebben vaak ruzie gehad, woordenwisseling. We schreeuwen hierbij dan.
V: Is er vaker sprake geweest van huiselijk geweld?
A: Natuurlijk wel eens duwen en trekken.
V: Wat versta jij onder mishandeling/ huiselijk geweld?
A: Dat noem ik als je iemand onderuit trapt, hard gaan slaan. Ik zie niet als mishandeling duwen en trekken, dat zie ik iets van stoeien.
V: Getuigen hoorden een vrouwenstem hard schreeuwen: "Blijf van mij af". Wat kan jij hierover verklaren?
A: Zij had mijn jas vast. Ik hield haar ook vast. Toen schreeuwde zij inderdaad: “Blijf van mij af!”.
V: Kelly verklaarde dat jij haar rechterkaak had gepakt en met een armbeweging naar de muur had geduwd. Als direct gevolg van deze stoot tegen de muur, ervoer zij pijn, werd duizelig en viel op de grond. Wat kan jij hierover verklaren?
A: Ik duwde haar van mij af. Ik pak haar zo vast.
Opmerking verbalisant : Verdachte maakt een beweging met zijn hand dat hij haar vast hield.