Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker,
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV),
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Ministerie van Defensie (Defensie),
Procesverloop
Feiten en omstandigheden
Bij besluit van 25 november 2025 heeft Defensie verzoeker disciplinair ontslagen wegens plichtsverzuim. Daaraan ligt, samengevat weergegeven, ten grondslag dat verzoeker gedurende zijn ziekteperiode meermaals zijn verantwoordelijkheden in het kader van zijn re-integratie niet is nagekomen en dat hij zich toegang heeft verschaft tot de Legerplaats bij [plaats] met een Defensiepas die niet aan hem toebehoort, maar op naam van een collega staat. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Defensie heeft nog niet op dit bezwaar beslist. Defensie heeft naar aanleiding van het bezwaar van verzoeker een psychiater verzocht om te onderzoeken in welke mate de gedragingen aan verzoeker kunnen worden toegerekend. Verzoeker is tweemaal uitgenodigd voor een onderzoek door deze psychiater, maar hij is niet op de afspraken verschenen.
Bij besluit van 30 december 2025 heeft het UWV deze maatregel aan verzoeker opgelegd. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen deze maatregel. Het UWV heeft nog niet op het bezwaar beslist. In het kader van dit bezwaar zal door een verzekeringsarts Bezwaar en Beroep worden onderzocht in hoeverre de aan verzoeker verweten gedragingen hem kunnen worden toegerekend, mede gelet op zijn medische situatie. In verband met achterstanden bij het UWV is dit onderzoek nog niet opgestart.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
“Het UWV voert slechts een marginale toets uit op het voorstel van de eigenrisicodrager. Marginale toetsing wil zeggen dat beoordeeld wordt of het voorstel op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en of het voorstel gedragen kan worden door de feiten en omstandigheden die de eigenrisicodrager heeft aangedragen. Het UWV toetst alleen dát aspect op grond waarvan een beslissing via een beschikking bekend gemaakt moet worden. Bijvoorbeeld: de eigenrisicodrager doet een voorstel voor het opleggen van een maatregel. Het UWV betrekt in haar toetsing uitsluitend de voor die maatregel van belang zijnde aspecten. Alle overige aspecten die te maken hebben met recht/hoogte/duur van de uitkering, worden hierbij niet betrokken. Dergelijke aspecten komen in een periodieke toetsing van het functioneren van de eigenrisicodrager aan de orde (artikel 3). Indien de eigenrisicodrager het voorstel voor een beslissing niet of niet voldoende zorgvuldig heeft voorbereid, zal het UWV hem eenmaal een termijn geven om een en ander te herstellen. Bij uitblijven hiervan verricht het UWV (een deel van) de werkzaamheden (conform artikel 63a, vijfde lid, ZW).”
Tussen partijen is op zichzelf niet in geschil dat verzoeker ten tijde van het einde van zijn dienstverband ongeschikt was voor zijn eigen werk in de zin van de ZW. Duidelijk is dat hij op dat moment kampte met psychische klachten, een instabiele woonsituatie, gezinsproblematiek en financiële problemen. Dit doet ook vermoeden dat verzoeker vanwege zijn problematiek onvoldoende in staat was zelf de situatie ten goede te keren. Gelet op de aard van de problemen van verzoeker is de voorzieningenrechter er niet op voorhand van overtuigd dat zijn gedragingen hem daadwerkelijk (volledig) kunnen worden aangerekend. Ook is de voorzieningenrechter er nog niet van overtuigd, gelet op de instabiele woonsituatie en overige problemen van verzoeker, dat er geen dringende redenen zijn om geheel of gedeeltelijk van de maatregel af te zien. Om die reden bestaat er reële twijfel of een volledige weigering van uitkering in bezwaar stand kan houden. Hierin ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- bepaalt dat de uitbetaling van de ZW-uitkering van verzoeker met ingang van 20 mei 2026 wordt hervat;
- veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.868,-;
- draagt het UWV op het betaalde griffierecht van € 54,- aan verzoeker te vergoeden.