ECLI:NL:RBOVE:2026:3673

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
08-232300-25, 16-292932-25, 08-022626-26 (gev. ttz.) (P)
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 SrArt. 47 SrArt. 138ab SrArt. 311 SrArt. 326 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen bankhelpdeskfraude, diefstal en computervredebreuk

De rechtbank Overijssel heeft op 30 juni 2026 een 25-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden en een schadevergoeding van €7.750,--. De verdachte pleegde binnen een periode van twee weken meerdere strafbare feiten, waaronder medeplegen van oplichting, diefstal met valse sleutels, poging diefstal en computervredebreuk.

De feiten betroffen bankhelpdeskfraude waarbij slachtoffers, veelal ouderen, telefonisch werden benaderd door personen die zich voordeden als bankmedewerkers. De verdachte en mededaders bezochten de slachtoffers thuis, overtuigden hen tot het afgeven van bankpassen, pincodes en andere waardevolle goederen, en maakten vervolgens onrechtmatig gebruik van deze gegevens en goederen. Bewijsmateriaal bestond uit getuigenverklaringen, camerabeelden, digitale sporen, en bekentenissen.

De rechtbank oordeelde dat verdachte samen met anderen nauw samenwerkte bij de uitvoering van de misdrijven, waarbij ieder een cruciale rol vervulde. De ernst van de feiten, de kwetsbaarheid van de slachtoffers en het recidivepatroon van verdachte leidden tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van achttien maanden. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van schadevergoedingen aan de slachtoffers, met een bijkomende gijzeling bij niet-betaling.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf en betaling van €7.750 schadevergoeding wegens medeplegen bankhelpdeskfraude en aanverwante feiten.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08-232300-25, 16-292932-25, 08-022626-26 (gev. ttz.) (P)
Datum vonnis: 30 juni 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 2001 in [geboorteplaats 1] ,
wonende aan de [adres 1] .

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van
2 juni 2026 en 16 juni 2026.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. U. Ural, advocaat in Enschede, naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van 2 juni 2026 in de zaak met parketnummer 08-232300-25, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
08-232300-25
op 3 september 2025, al dan niet samen met een of meer anderen
feit 1:[slachtoffer 1] (hierna ook: [slachtoffer 1] ) heeft opgelicht;
feit 2:een geldbedrag van [slachtoffer 1] heeft gestolen door middel van een valse sleutel;
feit 3: heeft geprobeerd een geldbedrag van [slachtoffer 1] te stelen door middel van een valse sleutel;
feit 4: computervredebreuk bij [slachtoffer 1] heeft gepleegd;
16-292932-25
op 25 augustus 2025
feit 1: al dan niet samen met een of meer anderen [slachtoffer 2] (hierna ook: [slachtoffer 2] ) heeft opgelicht (
primair), medeplichtig is geweest aan die oplichting (
subsidiair), een pinpas en ring heeft geheeld (
meer subsidiair);
feit 2: een geldbedrag heeft gestolen van [slachtoffer 2] door middel van een valse sleutel;
08-022626-26
feit 1: op 20 augustus 2025, al dan niet samen met een of meer anderen [slachtoffer 3] (hierna ook: [slachtoffer 3] ) heeft opgelicht;
feit 2: op 20 augustus 2025 geldbedragen heeft gestolen van [slachtoffer 3] door middel van een valse sleutel.
Voluit luiden de tenlasteleggingen aan verdachte, dat:
08-232300-25
1
hij op of omstreeks 3 september 2025 te [plaats 1] , gemeente Dinkelland,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te
bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of van een valse
hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een
samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 1] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van enig goed en/of
het ter beschikking stellen van gegevens, te weten
- zijn bankpas en/of
- zijn pincode en/of
- een contant geldbedrag ter hoogte van ongeveer 150 euro in een
portemonnee,
door
- zich voor te doen als medewerker(s) van ABNAMRO en/of
- ( daarbij) (telefonisch) mee te delen dat (een) oplichter(s) had(den)
geprobeerd geld te stelen van de bankrekening van die [slachtoffer 1]
en/of
- ( vervolgens) aan te geven dat een bankmedewerker bij die [slachtoffer 1]
thuis zou komen om zijn bank- en geldzaken veilig te stellen en/of
- te vragen aan die [slachtoffer 1] om telefonisch zijn pincode in te voeren
tussen twee pieptonen en/of
- ( vervolgens) een bezoek te brengen aan die [slachtoffer 1] en zich voor te
doen als bankmedewerker en ongeveer een uur in de woning van die
[slachtoffer 1] te blijven, terwijl die [slachtoffer 1] ook aan de lijn was met de telefonische medewerker(s) en/of
- ( vervolgens) die bankpas en/of contant geld mee te nemen bij die
[slachtoffer 1] onder het voorwendsel om die/dat goed(eren) veilig te
stellen, zodat daarna gepind kon worden met die bankpas;
2
hij op of omstreeks 3 september 2025 te [plaats 1] , gemeente Dinkelland,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal, (een) geldbedrag(en), ter hoogte van in
totaal 4000 euro, in elk geval enig geldbedrag,
dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander
dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n),
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te
eigenen,
terwijl verdachte en/of zijn mededader(s die weg te nemen
geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door
middel van een valse sleutel,
door met een bankpas en pincode van die [slachtoffer 1] geld te pinnen
uit/bij een geldautomaat, tot welk gebruik hij en/of zijn mededader(s)
niet gerechtigd was/waren en welke bankpas en pincode hij en/of zijn
mededader(s), onrechtmatig onder zich had(den);
3
hij op of omstreeks 3 september 2025 te Oldenzaal, althans in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s)
voorgenomen misdrijf om meermalen, althans eenmaal,
(een) geldbedrag(en), ter hoogte van 515,90 euro, in elke geval enig
geldbedrag,
dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander
dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n),
weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te
eigenen
en dat/die weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik te
brengen door middel van een valse sleutel,
met een bankpas en pincode van die [slachtoffer 1] heeft/hebben betaald,
tot welk gebruik hij en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren
en welke bankpas en pincode hij en/of zijn mededader(s) onrechtmatig
onder zich had(den),
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4
hij, op of omstreeks 3 september 2025 te [plaats 1] , gemeente Dinkelland,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal,
opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerd
werk, te weten een webserver van een bank met daarop het internetbankieren(account) van [slachtoffer 1] (aangever) is
binnengedrongen
a. door het doorbreken van een beveiliging, en/of
b. met behulp van een valse sleutel, en/of
c. door het aannemen van een valse hoedanigheid
door
- zich voor te doen als bankmedewerker en/of
- die [slachtoffer 1] vanuit die (valse) hoedanigheid te overtuigen tot
het gebruik van de laptop van die [slachtoffer 1] en/of
- onrechtmatig gebruik te maken van verkregen inloggegevens ten
behoeve van internetbankieren en/of
- onbevoegd gebruik te maken van de randomreader van die
[slachtoffer 1] en/of
- daarmee in te loggen op de daadwerkelijke
internetbankieren-omgeving en/of
- het onlinebankieren-account op de website van de bank van die
aangever,
waardoor hij, verdachte en/of zijn medevedachte(n) toegang
verkreeg/verkregen tot het/de computersyste(e)m(en) van die aangever
en/of de zich daarop bevindende online bankrekening(en)/online
bankierenpagina(s);
16-292932-25
1
primair
hij op of omstreeks 25 augustus 2025 te Veenendaal, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of
door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking
stellen van
gegevens, te weten
- haar bankpas en/of
- haar pincode e/of
- haar telefoon en/of
- sieraden,
door
- zich voor te doen als medewerker(s) van Rabobank en/of
- ( daarbij) (telefonisch) mee te delen dat er fraude was gepleegd met de
bankrekening van
voornoemde persoon en/of
- ( vervolgens) aan te geven dat een bankmedewerker bij voornoemd persoon thuis
zou komen om
waardevolle spullen veilig te stellen en/of
- ( vervolgens) een bezoek te brengen aan voornoemd persoon en zich voor te doen
als
bankmedewerker en/of
- ( vervolgens) die bankpas en/of telefoon en/of sieraden mee te nemen bij
voornoemd persoon
onder het voorwendsel om dat veilig te stellen, zodat daarna gepind kon worden met die bankpas;
subsidiair
hij en/of een of meerdere onbekend gebleven mededaders, op of omstreeks 25
augustus 2025 te
Veenendaal,
althans in Nederland
met het oogmerk om zich en/of een ander
wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door
listige
kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking
stellen van
gegevens, te weten
- haar bankpas en/of
- haar pincode e/of
- haar telefoon en/of
- sieraden,
door
- zich voor te doen als medewerker(s) van Rabobank en/of
- ( daarbij) (telefonisch) mee te delen dat er fraude was gepleegd met de
bankrekening van
voornoemde persoon en/of
- ( vervolgens) aan te geven dat een bankmedewerker bij voornoemd persoon thuis
zou komen om
waardevolle spullen veilig te stellen en/of
- ( vervolgens) een bezoek te brengen aan voornoemd persoon en zich voor te doen
als
bankmedewerker en/of
- ( vervolgens) die bankpas en/of telefoon en/of sieraden mee te nemen bij
voornoemd persoon
onder het voorwendsel om dat veilig te stellen, zodat daarna gepind kon worden met die bankpas;
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks
25 augustus 2025 te Veenendaal althans in Nederland,
opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of
inlichtingen
heeft verschaft, door naar het woonadres van die [slachtoffer 2] te gaan en/of (als bankmedewerker)die
bankpas en/of telefoon en/of sieraden op te halen en/of in ontvangst te nemen;
meer subsidiair
hij op of omstreeks 25 augustus 2025 te Veenendaal, althans in Nederland
meermalen, althans eenmaal
een pinpas en/of een ring, althans een of meer goederen heeft verworven,
voorhanden heeft
gehad en/of heeft overgedragen,
terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden
krijgen van dit goed/deze goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten
vermoeden dat het
(een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
2
hij op of omstreeks 25 augustus 2025 te Veenendaal, althans in Nederland,
geldbedrag(en), ter hoogte van in totaal 928,94 euro, in elk geval enig geldbedrag,
dat/die geheel of
ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het
oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de
plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik
heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door door met een bankpas en pincode van
bovengenoemd persoon te pinnen, tot welk gebruik hij niet gerechtigd was en welke bankpas en
pincode hij onrechtmatig onder zich had;
08-022626-26
1
hij op of omstreeks 20 augustus 2025 te Twello, gemeente Voorst, althans in
Nederland tezamen
en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of
door listige
kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een
dienst, het ter
beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of
het teniet doen van een
inschuld, te weten
pinpassen en/of een iPad, door
- voornoemde [slachtoffer 3] te bellen en/of
- voornoemde [slachtoffer 3] mede te delen dat er meerdere inbraken in zijn buurt
zijn gepleegd
en/of er geld van zijn rekening werd afgegeven/afgeschreven en/of dat er een wijkagent naar hem
toe zou komen en/of
- aan te bellen bij de woning van voornoemde [slachtoffer 3] en/of
- de pinpassen en/of de iPad van voornoemde [slachtoffer 3] mee te nemen;
2
hij op of omstreeks 20 augustus 2025 te Deventer en/of Apeldoorn en/of [adres 19]
en/of Ugchelen
en/of Stroe en/of Amersfoort, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens)
geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval
aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk
toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaften/of
die weg te nemen geldbedragen (telkens) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een
valse sleutel door onbevoegd gebruik te maken van de pinpas van [slachtoffer 3] .

3.De bewijsmotivering

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder parketnummer
08-232300-25 onder 1, 2, 3 en 4, de onder parketnummer 16-292932-25 1 primair en 2 en de onder parketnummer 08-022626-26 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen verklaard kunnen worden.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft het standpunt ingenomen dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de feiten 1 en 4 onder parketnummer 08-232300-25 en heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de feiten 2 en 3.
De raadsman heeft onder de parketnummers 16-292932-25 en 08-022626-26 telkens verzocht verdachte vrij te spreken van de feiten onder 1 en heeft zich ten aanzien van de feiten 2 van die tenlasteleggingen gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
3.3
Het oordeel van de rechtbank in zaak 08-232300-25
3.3.1
De verklaring van [verdachte]
heeft ter terechtzitting van 2 juni 2026 bekend dat hij op 3 september 2025 in [plaats 1] vierduizend euro heeft gepind met de pinpas en pincode van [slachtoffer 1] (
feit 2) en geprobeerd heeft een bedrag van € 519,90 te pinnen (
feit 3). Hij ontkent de andere feiten (
1 en 4)te hebben gepleegd.
3.3.2
De vaststelling van de feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het dossier en van hetgeen ter terechtzitting is besproken de feiten en omstandigheden vast die van belang zijn voor de bewijsvraag van alle ten laste gelegde feiten in de zaken van alle verdachten in dit onderzoek: [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] .
- [verdachte] bij [slachtoffer 1] en pinnen
[slachtoffer 1] , een man van achtentachtig jaar, wordt op 3 september 2025 rond 19:00 uur thuis in [plaats 1] gebeld door iemand die zich voordoet als [naam 1] , bankmedewerker bij de ABN AMRO Bank, waar [slachtoffer 1] klant is. Zij vertelt [slachtoffer 1] dat iemand hem probeert op te lichten en heeft geprobeerd zijn spaargeld te stelen. Op haar verzoek geeft [slachtoffer 1] haar zijn pincode door deze, tussen twee pieptonen, in te toetsen in zijn telefoon. De vrouw zegt hem dat een bankmedewerker, [naam 2] , langs zal komen om de bank- en geldzaken van [slachtoffer 1] veilig te stellen. Hij moet hem een door de vrouw genoemde code geven. Rond 20:30 uur komt een man aan de deur die zich voorstelt als [naam 2] , medewerker van de ABN AMRO Bank. De man maakt gedurende ongeveer een uur gebruik van de computer van [slachtoffer 1] om, zo zegt hij, de rekeningen van [slachtoffer 1] veilig te stellen. Tussendoor gaat hij weg, naar zijn auto, “om alles te scannen”.
Maar wat er tussendoor is gebeurd, was iets anders dan [verdachte] (want dat was de man die zich als [naam 2] voordeed) [slachtoffer 1] wijsmaakte.
Op basis van de gegevens van de ABN AMRO Bank over de tijdstippen van diverse transacties, de browsegeschiedenis van de laptop van [slachtoffer 1] en het aanvullend proces-verbaal waarin verbalisanten de mogelijk door [verdachte] afgelegde route en tijdsduur daarvan berekend hebben, komt de rechtbank tot dezelfde conclusie als die van verbalisanten. Die conclusie is dat [verdachte] de woning van [slachtoffer 1] op enig moment heeft verlaten, in [plaats 1] tussen 21:23:37 en 21:25:58 uur een bedrag van 4.000 euro heeft gepind, naar [slachtoffer 1] is teruggekeerd, daar om 21:43:59 uur 10.000 euro heeft overgemaakt van de spaarrekening naar de betaalrekening van [slachtoffer 1] en vervolgens, met medeneming van een portemonnee met 150 euro, is vertrokken, waarna hij vergeefs heeft geprobeerd wederom te pinnen in Oldenzaal en daar werd aangehouden. Hierbij was de rol van de medeverdachten onmisbaar: met een van de auto’s waarin zij in de buurt paraat en op de uitkijk stonden, moet [verdachte] zijn bliksemactie in nauwe en bewuste samenwerking tussen hen allen hebben uitgevoerd. Samenwerking was er ook met de vrouw door wie [slachtoffer 1] gedurende het hele bezoek van [verdachte] telefonisch aan de lijn werd gehouden.
Dat het [verdachte] was die [slachtoffer 1] bezocht, baseert de rechtbank op het volgende.
[slachtoffer 1] geeft een signalement van de zogenaamde bankmedewerker. [verdachte] voldoet aan dit signalement. [slachtoffer 1] herkent [verdachte] op de door de politie aan hem getoonde foto. De rechtbank stelt vast dat [verdachte] de man is op de beelden van de pinautomaat. Ook de man die op de beelden van het tankstation is te zien en die probeert te pinnen met de pas van [slachtoffer 1] , voldoet aan het signalement en belangrijker: wordt door de verbalisant die de beelden heeft bekeken als [verdachte] geïdentificeerd.
[slachtoffer 1] herkent zichzelf op de foto die in de onder [medeverdachte 4] in beslag genomen telefoon is aangetroffen, kennelijk door [verdachte] is verzonden en waarop [slachtoffer 1] , zittend achter zijn computer, is te zien.
De rechtbank stelt samengevat vast dat [verdachte] de man is die de concrete oplichtingshandelingen verrichtte (
feit 1),4.000 euro heeft gepind
(feit 2),geprobeerd heeft 515,90 euro te pinnen (
feit 3) en computervredebreuk heeft gepleegd (
feit 4).
- Alle verdachten, de Opel Corsa en de Volkswagen Polo
Terwijl [slachtoffer 1] bezoek heeft van ‘de bankmedewerker’, staat op het erf van zijn buurman, verdekt opgesteld, enige tijd een Volkswagen Polo. Daarin zitten twee jongens, twintigers, donkerder dan licht getint, de bestuurder met een wat vollere bos bruin krullend haar en de bijrijder met zwart kort kroeshaar. Tussen 20:30 en 21:00 uur stoppen een grijze Opel Corsa en een Volkswagen Polo bij dat erf naast elkaar op de weg.
[medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] rijden op 3 september 2025 in een grijze Opel Corsa die op naam staat van [verdachte] . [medeverdachte 1] is de bestuurder en [medeverdachte 4] de bijrijder. Zij stoppen rond 22:25 uur met hun auto bij het tankstation waar [verdachte] heeft geprobeerd te pinnen. Tegelijkertijd stopt daar ook de Volkswagen Polo op naam van de moeder van [medeverdachte 1] waarvan [medeverdachte 3] de bestuurder is en [medeverdachte 2] de bijrijder. De politie volgt beide auto’s, laat deze stoppen en doorzoekt de auto’s. In het dashboardkastje van de Polo ligt contant geld: vierduizend euro in coupures van 50 euro. Precies het gepinde bedrag. In de Opel ligt een tas van [verdachte] , met onder meer zijn paspoort daarin.
- Gegevens telefoon [medeverdachte 4]
Op basis van de bevindingen van het onderzoek in de onder [medeverdachte 4] in beslag genomen telefoon stelt de rechtbank het volgende vast:
  • a) Op 3 september 2025 worden video-opnames gedeeld in een groeps-chat waarvan in elk geval [medeverdachte 4] en iemand onder de naam ‘ [alias 1] ’ deel van uitmaakten;
  • b) Om 18:10.19 uur (werkelijke tijd) deelt ‘ [alias 1] ’ een video-opname waarop de Opel Corsa met openstaande motorkap van [verdachte] en [verdachte] zelf te zien zijn bij het [bedrijf 1] in Utrecht. [medeverdachte 2] verbleef in dat hotel (zie ook hierna). Op de opname is een deel van een schoen te zien van degene die de opname maakte. Dit is de schoen van [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] maakt dus die de opname, toen nog zittend op de bijrijdersstoel en deelde deze opname. De rechtbank stelt op basis hiervan vast dat [medeverdachte 3] onder de naam ‘ [alias 1] ’ deelnam aan de chatgroep;
  • c) Om 18:19.09 uur (werkelijke tijd) deelt [medeverdachte 3] (‘ [alias 1] ’) een opname van de Opel met op de bestuurdersstoel [verdachte] ;
  • d) Om 20:18.08 (UTC+0) uur (werkelijke tijd) deelt [medeverdachte 3] (‘ [alias 1] ’) een video-opname vanaf de bestuurdersstoel van de Volkswagen Polo;
  • e) Om 21:35.27 uur (werkelijke tijd) filmt de telefoon een live Snapchat gesprek dat te zien is op een andere telefoon. Met die andere telefoon maakt [verdachte] een live opname van [slachtoffer 1] , thuis zittend achter een laptop. Te horen is dat een mannenstam zegt: “Inloggen inderdaad”;
  • f) De onder [medeverdachte 4] in beslag genomen telefoon heeft via Bluetooth verbinding gemaakt met de Volkswagen Polo. Er is dus een connectie tussen [medeverdachte 4] en de Polo.
Het tijdstip waarop te horen is “Inloggen inderdaad” komt overeen met het tijdstip waarop een bedrag van tienduizend euro is overgeboekt van de spaarrekening van [slachtoffer 1] naar zijn betaalrekening.
-
Gegevens telefoon [medeverdachte 2]
Op basis van de bevindingen van het onderzoek in de onder [medeverdachte 2] in beslag genomen telefoon stelt de rechtbank het volgende vast:
  • a) [medeverdachte 2] is eigenaar en gebruiker van deze telefoon, gelet op de gebruikersgegevens en inhoud ervan;
  • b) Op 3 september 2025 om 12:44:32 uur en dus uren voor het bezoek aan [slachtoffer 1] , verstuurt het toestel en kennelijk [medeverdachte 2] zelf (want te zien is een been met een schoen zoals hij die ten tijde van zijn aanhouding droeg) naar tien personen een foto met daarop de tekst: “21:36” en “Geloofsgemeenschap [plaats 1] ”. Kennelijk dienen deze personen van het plan om in [plaats 1] samen te komen op de hoogte te worden gebracht waarmee de verklaring dat men hier toevallig belandde wordt ontkracht;
  • c) Op 2 september 2025 om 19:47.44 uur (werkelijke tijd) bericht [medeverdachte 2] / [gebruikersnaam 1] dat hij in een hotel slaapt omdat zijn woning wordt verbouwd;
  • d) Om 20:30:23 uur (werkelijke tijd) meldt [medeverdachte 2] : “Ben op een rara strip ook” “In de buurt van Duitsland” en stuurt de onder (b) beschreven foto;
  • e) Om 21:37:26 (werkelijke tijd) stuurt hij opnieuw die foto en om 21:58:04 laat hij aan “ [alias 2] ” weten dat de auto (een Polo te oordelen aan de schermafdruk van de hierna genoemde video-opname) door een storing is uitgevallen waarvan hij een video-opname zendt waarop [medeverdachte 3] te zien is die vergeefs probeert de auto te starten om (volgens de klok in de auto) op twee minuten na dezelfde tijd;
  • f) Aan een zekere [gebruikersnaam 2] laat [medeverdachte 2] weten: “Kben 4jongens” en “Die jongens zitten Andere auto”. En [naam 3] vogelt dan uit dat hij tussen Oldenzaal en [plaats 1] moet zijn;
  • g) De telefoon van [medeverdachte 2] is op 3 september 2025 met hem meegereisd van het [bedrijf 1] in [vestigingsplaats] , waar ook, zoals hiervoor vastgesteld, [medeverdachte 4] en zijn telefoon waren en op het [adres 2] in [plaats 1] , de locatie van de Geldmaat waar door [verdachte] is gepind met de pinpas van [slachtoffer 1] .
3.3.3
De bewijsoverwegingen van de rechtbank
- Oplichting
Niet ter discussie staat dat [slachtoffer 1] is opgelicht. En evenmin dat dit door meer daders is gedaan. Op basis van de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden komt de rechtbank tot de volgende conclusies over de betrokkenheid van [verdachte] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] .
- Helpdeskfraude, gekwalificeerde diefstal en medeplegen
De wijze waarop [slachtoffer 1] is opgelicht wordt in de volksmond wel bankhelpdeskfraude genoemd. Deze vorm van oplichting kenmerkt zich hierdoor - zoals inmiddels helaas een feit van algemene bekendheid is – dat daarvoor een zekere vorm van organisatie en handelingen nodig zijn waarbij meerdere personen ieder een cruciale rol vervullen. De geijkte handelingen, die ook in deze zaak zijn verricht, duiden, ook in deze zaak, op een gezamenlijk en vooropgezet plan. Gevijven vertrokken deze verdachten in twee auto’s en na daartoe gemaakte afspraken vanuit hun biotoop in het westen naar het oosten van het land. De rol van (zichtbare) oplichter werd vervuld door [verdachte] . Een onbekend gebleven vrouw voerde het telefoongesprek met [slachtoffer 1] zodat van nauwe en bewust samenwerking tussen [verdachte] en haar in elk geval sprake was. Maar ook [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] voldoen aan de criteria voor medeplegen. Zij fungeerden als chauffeur van en naar de plaats van de oplichting, als observanten, verscholen achter het mais op en/of bij het erf van de buurman van [slachtoffer 1] . [verdachte] is met een van de auto’s in zeer korte tijd naar [plaats 1] en terug naar [slachtoffer 1] gegaan en heeft in [plaats 1] gepind. Het kan niet anders dat een of meer van de anderen hem hebben vervoerd en van het doel en de daarvoor vereiste rijsnelheid moeten hebben geweten. Hetzelfde geldt voor de rit naar het tankstation in Oldenzaal. Zonder de bijdrage van het vervoeren van de pinner en het gepinde geld had deze vorm van oplichting niet kunnen plaatsvinden. Vanaf het moment dat er contact wordt gelegd met het slachtoffer is immers snelheid geboden. De daders verrichten handelingen die tegelijkertijd of kort na elkaar plaatsvinden en die moeten worden afgestemd om de bankhelpdeskfraude tot een geslaagd einde te kunnen brengen en het gezamenlijke doel te bereiken: in korte tijd zoveel mogelijk geld van de bankrekening van een slachtoffer halen: snel, nog voordat de geldopnames met de bankpas worden ontdekt en rekeningen worden geblokkeerd. Deze handelingen kunnen dan ook niet los van elkaar worden gezien en vergen een intensieve en nauwe samenwerking en duidelijke afstemming tussen de verschillende daders. De rechtbank merkt daarbij op dat er kennelijk bewust voor is gekozen om degene die de zichtbare rol van oplichter en pinner verrichtte [verdachte] – wiens spullen immers in de op zijn naam staande Corsa zijn aangetroffen – en de buit in afzonderlijke auto’s te vervoeren, nu de door oplichting verkregen gelden in de Polo zijn gevonden.
[medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] hebben geen aannemelijke, laat staan een geloofwaardige, verklaring gegeven voor hun aanwezigheid in het buitengebied van een klein dorpje in Twente waar “chillen” geen enkele meerwaarde kan hebben boven chillen dichterbij hun woonplaatsen. Hun auto’s reden overduidelijk samen rond en stonden samen stil, zowel bij de woning van [slachtoffer 1] op het moment dat [verdachte] daar binnen was, als bij het tankstation waar [verdachte] de mislukte pinpoging deed. Een verklaring voor het aanzienlijke geldbedrag van vierduizend euro in de auto van de tante van [medeverdachte 1] , waar zowel [medeverdachte 2] als [medeverdachte 3] in zaten, ontbreekt eveneens.
- Conclusie
Op basis van alle feiten en omstandigheden komt de rechtbank tot de slotsom dat [verdachte] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] tezamen en in vereniging [slachtoffer 1] hebben opgelicht (
feit 1),met een valse sleutel 4.000 euro hebben gestolen van [slachtoffer 1]
(feit 2)en dat geprobeerd hebben met een bedrag van € 510,90 (
feit 3). [verdachte] heeft feit 2 primair en feit 3 primair bekend. Om redenen van proceseconomie zijn de bewijsmiddelen voor ook die feiten uitgewerkt opgenomen in de bewijsmiddelenbijlage.
3.3.4
Feit 4 Computervredebreuk
Van computervredebreuk als bedoeld in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) is onder meer sprake als met de ontfutselde bankpas, inloggegevens, digipas of scanner en/of pincode van een slachtoffer wordt ingelogd in diens digitale bancaire omgeving of als er met die bankpas pinopnames van diens bankrekening worden gedaan. Ook in dat laatste geval dringt de dader met een valse sleutel (de door oplichting verkregen pincode) binnen op het netwerk van de bank.
Computervredebreuk op deze wijze maakt een essentieel onderdeel uit van de gepleegde oplichting en is daarmee onlosmakelijk verbonden. Op basis van de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden en met dezelfde overwegingen over medeplegen komt de rechtbank tot de conclusie dat [verdachte] de feitelijke handelingen van de computervredebreuk heeft verricht, in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] (en met de onbekend gebleven vrouw).
3.4
Het oordeel van de rechtbank in zaak 16-292932-25
3.4.1
De verklaring van [verdachte]
heeft ter terechtzitting van 2 juni 2026
feit 2bekend en hij heeft verklaard dat hij betrokken was bij de verkoop van de sieraden onder
feit 1. Hij ontkent de oplichting.
Over feit 2 verklaart hij dat hij een bericht kreeg van iemand (hij wil geen namen noemen), werd opgehaald, een pinpas en een reeks locaties kreeg waar gepind moest worden en dat hij daarnaartoe werd gereden. Na het pinnen gaf hij geld, bonnen en pinpas af. Hij kreeg daarvoor een vergoeding.
3.4.2
De vaststelling van de feiten en omstandigheden feit 1 en feit 2
De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het dossier en van hetgeen ter zitting is besproken de volgende feiten en omstandigheden vast. Hoewel verdachte feit 2 bekent, zal de rechtbank ook daarvan feiten en omstandigheden vaststellen en uitgewerkt in de bewijsmiddelen opnemen, omdat deze relevant zijn voor de bewijsvraag van feit 1.
-
Oplichting
Op 25 augustus 2025 thuis in [plaats 2] wordt [slachtoffer 2] gebeld door een vrouw die vertelt dat er ‘een Rabobankfraude’ gaande is. Daarom zal haar collega ‘ [naam 4] ’ langskomen om alle waardevolle spullen op te halen, omdat er mogelijk ingebroken zal worden. [slachtoffer 2] moet die spullen alvast klaarleggen. Vervolgens komt er een man aan de deur die zich voorstelt als [naam 4] van de Rabobank. [slachtoffer 2] geeft hem haar bankpas, pincode, telefoon en sieraden. Met die bankpas pint [verdachte] bij twee tankstations (Shell en Total) in [plaats 2] voor in totaal € 928,94. Een van de sieraden, een gouden trouwring, verkoopt [verdachte] op 26 augustus 2025 bij een Goudwisselkantoor.
-
Identificatie [verdachte] feit 1
De man die bij [slachtoffer 2] thuis is geweest is te zien op camerabeelden in de straat waar [slachtoffer 2] woont. Hij draagt een donkere jas en een lichtgekleurde korte broek. Hij heeft een lichtgekleurd voorwerp in zijn handen. Op camerabeelden van de tankstations Shell en Total is [verdachte] , die zichzelf daarop herkent, te zien, gekleed in een lichtblauwe korte broek en een zwart dun vest/jas. Op de camerabeelden van het Goudwisselkantoor is [verdachte] te zien met een donkerkleurig vest. Behalve voor wat betreft de kleding komen de signalementen ook op andere punten overeen met het signalement van [verdachte] op de beelden waarop hij zich herkent. De rechtbank stelt vast dat [verdachte] de man op alle beelden is, afgaande op zijn kleding en uiterlijke kenmerken zoals zwart krullend haar en baard. Aan de herkenning draagt bij dat de man in de straat van [slachtoffer 2] een licht gekleurd voorwerp in zijn handen, hetgeen past bij het door [slachtoffer 2] aan hem afgegeven witgekleurde doosje.
- De trouwring
[verdachte] heeft de gouden trouwring van [slachtoffer 2] daags na de oplichting verkocht.
3.4.3
De overwegingen van de rechtbank
- Oplichting
Niet ter discussie staat dat [slachtoffer 2] is opgelicht. En evenmin dat dit door meer daders is gedaan. Op basis van de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden komt de rechtbank tot de volgende conclusie over de betrokkenheid van [verdachte] daarbij.
De rechtbank passeert de verklaring van [verdachte] dat hij slechts heeft gepind en de ring heeft verkocht. De in de zaak met parketnummer 08-250916-25 beschreven werkwijze van helpdeskfraude geldt ook voor feit 2 in deze zaak. Bovendien is het [verdachte] die de woning van [slachtoffer 2] met het buitgemaakte witte doosje verlaat. Hij handelde samen met in elk geval de vrouw die [slachtoffer 2] belde. Het ophalen van de goederen, het pinnen met de gestolen pinpas en ontfutselde pincode (die hij gekregen moet hebben want hij heeft er immers mee kunnen pinnen) en het verkopen van de afgegeven trouwring heeft [verdachte] een wezenlijke, onmisbare bijdrage geleverd aan de oplichting.
- Conclusie oplichting en gekwalificeerde diefstal
Op basis van alle feiten en omstandigheden komt de rechtbank tot de slotsom dat [verdachte] tezamen en in vereniging met een of meer anderen [slachtoffer 2] heeft opgelicht (
feit 1)en (zoals ten laste gelegd: alleen) met een valse sleutel € 928,94 heeft gestolen van [slachtoffer 2]
(feit 2).
3.5.
Het oordeel van de rechtbank in zaak 16-292932-25
3.5.1
De verklaring van [verdachte]
heeft ter terechtzitting van 2 juni 2026
feit 2bekend.
3.5.2
De vaststelling van de feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt op grond van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken de volgende feiten en omstandigheden vast. Hoewel verdachte feit 2 bekent, zal de rechtbank ook bij feit 3 daarvan feiten en omstandigheden vaststellen en uitgewerkt in de bewijsmiddelen opnemen, omdat deze relevant zijn voor de bewijsvraag van feit 1.
-
Oplichting
Op 20 augustus 2025 wordt [slachtoffer 3] om 18:15 uur (blijkens het aanvullend proces-verbaal op bladzijde 9) thuis in [plaats 3] gebeld door een man die hem vertelt dat er 700 euro van zijn Rabobankrekening is afgeschreven en dat er meerdere inbraken in de buurt zijn geweest. De man zegt dat er een wijkagent bij [slachtoffer 3] aan de deur zal. Vervolgens komt om 18:30 uur (Id.) inderdaad een man die zich voorstelt als ‘ [alias 3] ’. Hij komt binnen bij [slachtoffer 3] en vertrekt om 19:00 uur (Id.) met medeneming van twee Rabobankpassen en de iPad van [slachtoffer 3] . Met de bankpassen is diezelfde dag vanaf 19:30 uur bij negen tankstations gepind voor een totaalbedrag van € 2.428,55.
-
Identificatie feit 1
[slachtoffer 3] beschrijft ‘ [alias 3] ’ die bij hem thuis is geweest als volgt: een man met krullend zwart haar, ongeveer 1.80 meter lang, ongeveer dertig jaar, slank, een lichtblauwe broek, lichtblauw poloshirt en met een tasje. Verdacht bekent het pinnen van feit 2. Hij is dus de man die op de beelden van de tankstations te zien is.
Het signalement dat [slachtoffer 3] geeft komt overeen met de uiterlijke kenmerken van verdachte op de beelden van de tankstations.
3.5.3
De overwegingen van de rechtbank
- Oplichting
Niet ter discussie staat dat [slachtoffer 3] is opgelicht. En evenmin dat dit door meer daders is gedaan. Op basis van de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden komt de rechtbank tot de volgende conclusie over de betrokkenheid van [verdachte] daarbij.
De rechtbank passeert ook voor dit feit de verklaring van [verdachte] dat hij slechts heeft gepind. De in de zaak met parketnummer 08-250916-25 beschreven werkwijze van helpdeskfraude geldt ook voor feit 2 in deze zaak. Hij handelde samen met in elk geval de man die [slachtoffer 3] belde. Met het ophalen van de bankpassen en de iPad, het afkijken van de pincode, het wijzigen van het wachtwoord van het e-mailaccount en het uitschakelen van ‘Find my iPad’, het pinnen met de pinpas en pincode (die hij afgekeken moet hebben want hij heeft er immers mee kunnen pinnen) heeft [verdachte] een wezenlijke, onmisbare bijdrage geleverd aan de oplichting.
- Conclusie oplichting en gekwalificeerde diefstal
Op basis van alle feiten en omstandigheden komt de rechtbank tot de slotsom dat [verdachte] tezamen en in vereniging met een of meer anderen [slachtoffer 3] heeft opgelicht (
feit 1)en (zoals ten laste gelegd: alleen) met een valse sleutel geldbedragen van [slachtoffer 3] heeft gestolen
(feit 2).
3.5
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaringen steunen [1] wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
08-232300-25
1.
hij op
of omstreeks3 september 2025 te [plaats 1] , gemeente Dinkelland,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te
bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en
/ofvan een valse
hoedanigheid en
/ofdoor listige kunstgrepen en
/ofdoor een
samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 1] heeft
/hebbenbewogen tot de afgifte van enig goed en
/of
het ter beschikking stellen van gegevens, te weten
- zijn bankpas en
/of
- zijn pincode en
/of
- een contant geldbedrag ter hoogte van ongeveer 150 euro in een
portemonnee,
door
- zich voor te doen als medewerker
(s
)van ABNAMRO en
/of
-
(daarbij)(telefonisch) mee te delen dat
(een
)oplichter
(s) had
(den)
geprobeerd geld te stelen van de bankrekening van die [slachtoffer 1]
en
/of
- ( vervolgens) aan te geven dat een bankmedewerker bij die [slachtoffer 1]
thuis zou komen om zijn bank- en geldzaken veilig te stellen en
/of
- te vragen aan die [slachtoffer 1] om telefonisch zijn pincode in te voeren
tussen twee pieptonen en
/of
- ( vervolgens) een bezoek te brengen aan die [slachtoffer 1] en zich voor te
doen als bankmedewerker en ongeveer een uur in de woning van die
[slachtoffer 1] te blijven, terwijl die [slachtoffer 1] ook aan de lijn was met de telefonische medewerker
(s)en
/of
- ( vervolgens) die bankpas en
/ofcontant geld mee te nemen bij die
[slachtoffer 1] onder het voorwendsel om die
/datgoed
(eren
)veilig te stellen,
waarna gepind kon worden met die bankpas;
2.
hij op
of omstreeks3 september 2025 te [plaats 1] , gemeente Dinkelland,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,
meermalen,
althans eenmaal, (een
)geldbedragen, ter hoogte van in
totaal 4.000 euro,
in elk geval enig geldbedrag,
dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] ,
in elk geval aan een ander
dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorden,
heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te
eigenen,
terwijl verdachte en
/ofzijn mededader
(s
) diedie weg te nemen
geldbedragen onder
zijn/hun bereik
heeft/hebben gebracht door
middel van een valse sleutel,
door met een bankpas en pincode van die [slachtoffer 1] geld te pinnen
uit
/bijeen geldautomaat, tot welk gebruik hij en/of zijn mededader
(s
)
niet gerechtigd
was/waren en welke bankpas en pincode hij en/of zijn
mededader
(s
), onrechtmatig onder zich had
(den
);
3.
hij op
of omstreeks3 september 2025 te Oldenzaal,
althans in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader
(s
)
voorgenomen misdrijf om
meermalen, althans eenmaal,
(een
)geldbedrag
(en), ter hoogte van 515,90 euro,
in elke geval enig
geldbedrag,
dat
/diegeheel of ten dele aan [slachtoffer 1] ,
in elk geval aan een ander
dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n),
weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te
eigenen
en dat
/dieweg te nemen geldbedrag
(en)onder
zijn/hun bereik te
brengen door middel van een valse sleutel,
te weten
meteen bankpas en pincode van die [slachtoffer 1]
heeft/hebben betaald,
tot welk gebruik hij en/of zijn mededader
(s
)niet gerechtigd
was/waren
en welke bankpas en pincode hij en/of zijn mededader
(s
)onrechtmatig
onder zich had
(den
),
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4.
hij, op
of omstreeks3 september 2025 te [plaats 1] , gemeente Dinkelland,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,
meermalen,
althans eenmaal,
opzettelijk en wederrechtelijk in een
(gedeelte van) eengeautomatiseerd
werk, te weten een webserver van een bank met daarop het internetbankieren(account) van [slachtoffer 1] (aangever) is
binnengedrongen
a. door het doorbreken van een beveiliging, en/of
b. met behulp van een valse sleutel, en
/of
c. door het aannemen van een valse hoedanigheid
door
- zich voor te doen als bankmedewerker en
/of
- die [slachtoffer 1] vanuit die (valse) hoedanigheid te overtuigen tot
het gebruik van de laptop van die [slachtoffer 1] en
/of
- onrechtmatig gebruik te maken van verkregen inloggegevens ten
behoeve van internetbankieren en
/of
- onbevoegd gebruik te maken van de randomreader van die
[slachtoffer 1] en/of
-
daarmeein te loggen
opin de
daadwerkelijke
internetbankieren-omgeving en
/of
- het onlinebankieren-account op de website van de bank van die
aangever,
waardoor hij, verdachte en/of zijn medeverdachte
(n
)toegang
verkreeg/verkregen tot het/de computersyste(e)m(en) van die aangever
en
/ofde zich daarop bevindende online bankrekening(en)/online
bankierenpagina(s);
16-292932-25
1.
hij op
of omstreeks25 augustus 2025 te Veenendaal,
althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en
/ofvan een valse hoedanigheid en
/of
door listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en
/ofhet ter beschikking
stellen van
gegevens, te weten
- haar bankpas en
/of
- haar pincode en
/of
- haar telefoon en
/of
- sieraden,
door
- zich voor te doen als medewerker
(s
)van Rabobank en
/of
-
(daarbij)(telefonisch) mee te delen dat er fraude was gepleegd met de
bankrekening van voornoemde persoon en
/of
- ( vervolgens) aan te geven dat een bankmedewerker bij voornoemd persoon thuis
zou komen om waardevolle spullen veilig te stellen en
/of
- ( vervolgens) een bezoek te brengen aan voornoemd persoon en zich voor te doen
als bankmedewerker en
/of
- ( vervolgens) die bankpas en
/oftelefoon en
/ofsieraden mee te nemen bij
voornoemd persoon onder het voorwendsel om
datdie veilig te stellen,
zodat daarna gepind kon worden met die bankpas;
2.
hij op
of omstreeks25 augustus 2025 te Veenendaal,
althans in Nederland,
geldbedrag
(en
), ter hoogte van in totaal 928,94 euro,
in elk geval enig geldbedrag,
dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] ,
in elk geval aan een andertoebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte
zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/ofdie weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door
doormet een bankpas en pincode van bovengenoemde persoon te pinnen, tot welk gebruik hij niet gerechtigd was en welke bankpas en pincode hij onrechtmatig onder zich had;
08-022626-26
1.
hij op
of omstreeks20 augustus 2025 te Twello, gemeente Voorst,
althans in
Nederlandtezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en
/ofvan een valse hoedanigheid en
/of
door listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,
het verlenen van een
dienst,het ter beschikking stellen van gegevens,
het aangaan van een schuld en/of
het teniet doen van een inschuld,te weten
pinpassen en
/ofeen iPad, door
-
voornoemde van[slachtoffer 3] te bellen en
/of
-
voornoemde van[slachtoffer 3] mede te delen dat er meerdere inbraken in zijn buurt zijn gepleegd en
/ofer geld van zijn rekening werd
afgegeven/afgeschreven en
/ofdat er een wijkagent naar hem toe zou komen en
/of
- aan te bellen bij de woning van
voornoemde van[slachtoffer 3] en
/of
- de pinpassen en
/ofde iPad van
voornoemde van[slachtoffer 3] mee te nemen;
2.
hij op
of omstreeks20 augustus 2025 te Deventer en
/ofApeldoorn en
/of[adres 19]
en
/ofUgchelen en
/ofStroe en
/ofAmersfoort,
althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal, (telkens
)
geldbedragen,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] ,
in elk geval aan een andertoebehoorde
(n
)
heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte
zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of
die weg te nemen geldbedragen
(telkens
)onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel door onbevoegd gebruik te maken van de pinpas van [slachtoffer 3] .
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 45, 47, 138ab, 311 en 326 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
parketnummer 08-232300-25
feit 1
het misdrijf: medeplegen van oplichting;
feit 2
het misdrijf: diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;
feit 3
het misdrijf: poging diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels ;
feit 4
het misdrijf: computervredebreuk;
parketnummer 16-292932-25
feit 1
primair
het misdrijf: medeplegen van oplichting;
feit 2
het misdrijf: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;
parketnummer 08-022626-26
feit 1
het misdrijf: medeplegen van oplichting;
feit 2
het misdrijf: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

5.De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

6.De op te leggen straf of maatregel

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en een proeftijd van drie jaren en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden, zoals geadviseerd door de reclassering (met uitzondering van het contactverbod). Verder heeft de officier van justitie gevorderd dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht om verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van negen maanden, waarvan 165 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en een proeftijd van drie jaren en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden, zoals geadviseerd door de reclassering. Aan verdachte kan volgens de raadsman daarnaast een taakstraf worden opgelegd.
6.3
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich in een periode van twee weken schuldig gemaakt aan het medeplegen van oplichtingen, diefstallen, poging diefstal en computervredebreuk, op de wijze die hiervoor uitgebreid is beschreven.
Er is sprake van bankhelpdeskfraude; een ernstige vorm van criminaliteit die maatschappij-breed veel beroering wekt. De kwetsbare slachtoffers, zijn vaak (hoog)bejaard (zoals in deze zaak [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ), worden niet alleen thuis bezocht en vervolgens op geraffineerde en lafhartige wijze financieel uitgekleed, zij kampen ook nog lang daarna met gevoelens van onveiligheid en onmacht, mede omdat de daders zich diep in hun persoonlijke levenssfeer hebben gedrongen, zowel fysiek (thuis) als digitaal (bank-/spaarrekening). Niet zelden is hun vertrouwen in de mensheid nadien volledig zoek en vertrouwen zij zelfs echte hulpdiensten niet meer. Ook de slachtoffers van verdachte en zijn kompanen tonen zich in dat opzicht diep getroffen. Daarnaast leiden dergelijke feiten tot maatschappelijke onrust. Opvallend element bij helpdesk-/nepagentenfraude is dat de plegers zich naar de (verre) uithoeken van het land begeven om zich vervolgens na een ‘hit & run’ uit de voeten te maken. Daarmee vertoont deze vorm van criminaliteit sterke trekken van mobiel banditisme. Ook dat element zal de rechtbank in haar overwegingen betrekken. Verdachte heeft voorts kennelijk enkel en alleen gedacht aan zijn eigen financiële gewin en zich, bij herhaling, totaal niet bekommerd om de gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers. Verdachte heeft daarnaast vrijwel geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.
De persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 15 april 2026. Hieruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor strafbaar feiten. De rechtbank houdt rekening met het bepaalde in artikel 63 Sr Pro dat van toepassing is.
De rechtbank heeft ook kennis genomen van het over verdachte opgemaakte reclasseringsadvies van 19 mei 2026. Verdachte is eerder veroordeeld voor vermogensdelicten en de reclassering ziet een zorgelijk delictpatroon. Volgens de reclassering is er sprake (geweest) van een instabiele leefsituatie. Er zijn schulden en verdachte had in de periode voor en ten tijde van de ten laste gelegde feiten geen werk en inkomen. Daarnaast is er sprake (geweest) van een negatief sociaal netwerk. Als gevolg van problemen in de thuissituatie zijn er voorts huisvestingsproblemen ontstaan. Ook zijn er zorgen over het middelengebruik van verdachte. Verdachte heeft pro criminele keuzes gemaakt. Er zijn zorgen over het psychosociaal functioneren en de houding van verdachte. Diagnostiek kan meer inzicht geven in mogelijke onderliggende oorzaken voor zijn gedrag. De reclassering noemt als beschermende factoren dat verdachte nu in een instelling voor begeleid wonen verblijft, werk heeft via een uitzendbureau en daarmee een inkomen genereert en dat hij open staat voor professionele ondersteuning bij zijn financiën. De kans op recidive wordt als hoog ingeschat, gelet op de actuele risicofactoren en het zorgelijke patroon van recidive. Het risico op letselschade en op onttrekking wordt ingeschat als gemiddeld. De reclassering adviseert de volgende bijzondere voorwaarden bij een veroordeling op te leggen: meldplicht bij reclassering, ambulante behandeling, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, dagbesteding, aflossing schulden en beheersing middelengebruik.
De op te leggen straf of maatregel
Gezien de ernst van de gepleegde feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank ziet gelet op de aard en de ernst van de feiten en met name gelet op voornoemde omstandigheden aanleiding om verdachte een hogere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, dan de gevangenisstraf zoals die door de officier van justitie is geëist.
Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden passend en geboden. Dit met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De rechtbank ziet geen meerwaarde in het opleggen van een voorwaardelijk deel.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

7.De schade van benadeelden

7.1
Parketnummer 08-232300-25
7.1.1
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 4.150,00 (vierduizend honderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:
- gepind bedrag op woensdag 3 september 2025 om 21:23 uur € 1.000,00
- gepind bedrag op woensdag 3 september 2025 om 21:24 uur € 1.000,00
- gepind bedrag op woensdag 3 september 2025 om 21:25 uur € 1.000,00
- gepind bedrag op woensdag 3 september 2025 om 21:25 uur € 1.000,00
- kleine portefeuille met daarin geld € 150,00
7.1.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de materiële schade tot een bedrag van € 150,00 toewijsbaar is, ervan uitgaande dat het onder medeverdachte [medeverdachte 3] (klassiek en conservatoir) inbeslaggenomen bedrag van vierduizend euro aan de rechthebbende [slachtoffer 1] zal worden teruggeven. Subsidiair vordert de officier van justitie dat de vordering geheel en hoofdelijk wordt toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.1.3
Het standpunt van de verdediging
De raadsman refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
7.1.4
Het oordeel van de rechtbank
Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door de bewezen verklaarde feiten rechtstreekse schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De post ‘kleine portefeuille met daarin geld’ is voldoende onderbouwd en aannemelijk en door of namens de verdachte niet betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat deze schade in rechtstreeks verband staat met de bewezen verklaarde feiten. De rechtbank zal het gevorderde daarom in elk geval toewijzen tot een bedrag van € 150,00, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Het bedrag van € 4.000,00 is onder medeverdachte [medeverdachte 3] klassiek en conservatoir in beslag genomen. Te verwachten valt dat dit bedrag op enig moment aan de [slachtoffer 1] zal worden teruggeven. Dat is echter afhankelijk van het moment waarop het vonnis in de zaak [medeverdachte 3] (waarin de rechtbank gelast dat de vierduizend euro aan rechthebbende [slachtoffer 1] wordt teruggeven) onherroepelijk wordt. De rechtbank vindt het onaanvaardbaar dat [slachtoffer 1] , een man op zeer gevorderde leeftijd, daarop moet wachten. De rechtbank wijst daarom de vordering ook voor dit bedrag toe, met rente en hoofdelijk voor alle verdachten.
De rechtbank geeft de officier van justitie in overweging het daartoe te geleiden dat het inbeslaggenomen bedrag zo spoedig mogelijk aan [slachtoffer 1] wordt teruggeven.
De verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat de verdachte tegenover de benadeelde partij voor het hele bedrag aansprakelijk is.
7.1.5
De schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.
Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met 41 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
7.2
Parketnummer 16-292932-25
7.2.1
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]
heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van
€ 4.500,00 (vierduizend vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:
- Trouwring(en) beschadigd € 1.000,00
- Parelketting met gouden sluiting € 2.500,00
- Gouden halsketting € 500,00
- Telefoon € 500,00
- Bankfraude pinbetaling € 900,00
De gevorderde materiële schade is deels vergoed (een bedrag van € 900,00) door de Rabobank, zodat een vordering van € 3.600,00 (drieduizend zeshonderd euro) resteert.
7.2.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie verzoekt de rechtbank om de schade te schatten, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en er daarbij rekening mee te houden dat één gouden ring (beschadigd) aan de benadeelde partij is teruggegeven.
7.2.3
Het standpunt van de verdediging
De raadsman refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
7.2.4
Het oordeel van de rechtbank
Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door de bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] . De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 3.600,00, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
De verdachte is voor de schade van de benadeelde partij [slachtoffer 2] naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat de verdachte tegenover de benadeelde partij voor het hele bedrag aansprakelijk is.
7.2.5
De schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij [slachtoffer 2] naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.
Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met 36 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

8.De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op artikel 57 Sr Pro.

9.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder parketnummer 08-232300-25 feit 1, 2, 3 en 4, parketnummer 16-292932-25 feit 1 primair en 2 en parketnummer 08-022626-26 feit 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
parketnummer 08-232300-25
feit 1
het misdrijf: medeplegen van oplichting;
feit 2
het misdrijf: diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;
feit 3
het misdrijf: poging diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;
feit 4
het misdrijf: computervredebreuk;
parketnummer 16-292932-25
feit 1
primair
het misdrijf: medeplegen van oplichting;
feit 2
het misdrijf: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;
parketnummer 08-022626-26
feit 1
het misdrijf: medeplegen van oplichting;
feit 2
het misdrijf: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden;
- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
schadevergoeding
[slachtoffer 1]
-
wijstde vordering van de benadeelde partij
toetot een bedrag van € 4.150,00 (bestaande uit materiële schade);
- veroordeelt de verdachte
hoofdelijktot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
€ 4.150,00 (honderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 september 2025, met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 4.150,00 (honderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 september 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
41 dagenkan worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
[slachtoffer 2]
-
wijstde vordering van de benadeelde partij
toetot een bedrag van € 3.600,00 (bestaande uit materiële schade);
- veroordeelt de verdachte
hoofdelijktot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
€ 3.600,00 (drieduizend zeshonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 augustus 2025, met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 3.600,00 (drieduizend zeshonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 augustus 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
36 dagenkan worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
opheffing bevel voorlopige hechtenis
- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van heden.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.G. Ellenbroek, voorzitter, mr. E. Venekatte en
mr. D.K. ten Cate, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.J.W. Renskers, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026.
Buiten staat
De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage bewijsmiddelen
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Parketnummer 08-232300-25
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het digitale dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025426196 gesloten op 13 november 2025. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar de pagina’s (uit het eindproces-verbaal of uit een aanvullend proces-verbaal) in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
Voor zover de bewijsmiddelen conclusie bevatten neemt de rechtbank die al dan niet expliciet over in de bewijsmiddelen of het vonnis en maakt deze tot de hare.
1.
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 2 juni 2026, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte [verdachte] :
Ik heb op 3 september 2025 in [plaats 1] een bedrag van 4.000 euro gepind en geprobeerd in Oldenzaal een bedrag van € 519,90 te pinnen met de pinpas en pincode van [slachtoffer 1] .
2.
Het proces-verbaal van aangifte van aangever [slachtoffer 1] van 4 september 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 25 en 26):
Aangever
Achternaam: [slachtoffer 1]
Voornamen: [slachtoffer 1]
Geboortedatum: [geboortedatum 2] 1937
Op 3 september 2025 omstreeks 19.00 uur werd ik thuis in [plaats 1] gebeld. De vrouwelijke stem aan de andere kant van de lijn vertelde dat ze een medewerker was van de ABN-bank, de bank waar ik klant ben. De vrouw vertelde mij dat een man mij probeerde op te lichten. Hij zou hebben getracht mijn spaargeld te stelen. De vrouw gaf aan dat ze me wilde helpen door een medewerker bij mij thuis langs te sturen om mijn bank- en geldzaken veilig te stellen. De vrouw vroeg mij om mij pincode die ik heb gegeven. Om de pincode in te voeren hoorde ik een pieptoon tijdens het telefoongesprek. Na de eerste pieptoon voerde ik mijn pincode in welke werd gevolgd door een tweede pieptoon. De vrouw gaf aan dat ze een medewerker naar mijn huisadres zou sturen. Deze medewerker zou zich voorstellen als [naam 2] . De vrouw gaf aan [naam 1] te heten en vertelde mij dat ik de code [nummer 1] aan [naam 2] moest zeggen zodra hij bij mij aan de deur stond om er zeker van te zijn dat ik niet werd opgelicht.
Diezelfde avond omstreeks 20.30 uur stond een man bij mij voor de deur die aangaf [naam 2] te heten en medewerker te zijn van de ABN-bank. Ik kan de man omschrijven als:
- jongere man tussen de 25 en 35 jaar oud,
- licht getinte huidskleur,
- donker tot zwart haar, krullend dan wel met een slag in het haar,
- lengte ongeveer 1,80 meter.
Wat mij direct opviel was zijn spijkerbroek met de vele horizontale strepen of scheuren.
[naam 2] vertelde hetzelfde en vulde het verhaal van de vrouw aan de telefoon aan. Terwijl [naam 2] bij mij in de woning was, moest ik de vrouw de gehele tijd aan de lijn houden. [naam 2] heeft gebruik gemaakt van mijn computer om naar eigen zeggen mijn rekeningen veilig te stellen. [naam 2] is bijna een uur bij mij thuis geweest.
[naam 2] vroeg mij vervolgens om mijn portemonnee, mijn geld en mijn bankpas. Mijn bankpas en mijn contante geld heb ik in een portemonnee gedaan. [naam 2] vertelde mij dat hij even naar zijn auto moest om alles te scannen zodat ik er zeker van kon zijn dat alles goed was. [naam 2] is vervolgens naar zijn auto gegaan, welke op de openbare weg voor mij erf stond. Ik heb [naam 2] hierna niet weer gezien.
3.
Het aanvullend proces-verbaal van bevindingen van 23 maart 2026 , met de getoonde foto van verdachte [verdachte] als bijlage bij dit proces-verbaal voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 14 e.v.):
A: Het viel mij op dat [naam 2] scheuren in zijn broek had.
V: We tonen u nu een foto van een persoon. Herkent u deze persoon?
A: Ja, dat is de jongeman die bij mij thuis is geweest.

4.Het proces-verbaal van bevindingen van 15 september 2025, voor zover

inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 167) als verklaring van [slachtoffer 1] :

V: Heeft ' [naam 2] ' naar de computer/laptop gevraagd?
A: Ja, mijn computer staat in de werkkamer op het bureau. Ik heb ' [naam 2] ' meegenomen naar de werkkamer. In de werkkamer heeft hij bijna een uur aan het bureau gezeten en op de computer gewerkt.
V: Hoe heeft ' [naam 2] ' kunnen inloggen op uw rekening?
A: Ik heb een icoontje van de ABN-AMRO op mijn bureaublad staan. Die kan je aanklikken en dan moet je de pinpas in de random reader doen. Op de random reader komt een code in beeld en die moet je invoeren op de computer. Daarna kan je op mijn rekeningen kijken en geld overboeken. Ik heb mijn pinpas en de pincode afgegeven aan ' [naam 2] '. Toen ' [naam 2] ' achter de computer zat had hij de hele tijd zijn mobiele telefoon voor zich liggen. Hij sprak met iemand. Ik had de hele tijd een vrouw op de vaste lijn aan de telefoon dus daardoor werd ik afgeleid.

5.Het proces-verbaal van bevindingen van 11 september 2025 met bijlagen, voor

zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 153 e.v.):

Er werden door de ABN AMRO Bank gegevens van drie bankrekeningnummers op naam van [slachtoffer 1] verstrekt, te weten;
- [rekeningnummer 1] , privérekening.
- [rekeningnummer 2] , vermogens spaarrekening.
- [rekeningnummer 3] , direct sparen.
Uit de bankgegevens bleek dat er op 03 september 2025
- om 21:23:37 uur (UTC+01) met pasnummer [pasnummer 1] en bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] een bedrag van 1.000 euro is opgenomen bij een Geldmaat, gevestigd aan het [adres 2] te [plaats 1] .
- om 21:24:20 uur (UTC+01) met pasnummer [pasnummer 1] en bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] een bedrag van 1.000 euro is opgenomen bij een Geldmaat, gevestigd aan het [adres 2] te [plaats 1] .
- om 21:25:10 uur (UTC+01) met pasnummer [pasnummer 1] en bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] een bedrag van 1.000 euro is opgenomen bij een Geldmaat, gevestigd aan het [adres 2] te [plaats 1] .
- Om 21:25:58 uur (UTC+01) met pasnummer [pasnummer 1] en bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] een bedrag van 1.000 euro is opgenomen bij een Geldmaat, gevestigd aan het [adres 2] te [plaats 1] .
Na de laatste geldopname om 21:25:58 uur bedroeg het saldo op dat moment 446,20 euro
(positief).
Op 03 september 2025 om 21:43:59 uur (UTC+01) werd er een geldbedrag van 10.000 euro
zonder kenmerk overgeboekt vanaf de vermogens spaarrekening, [rekeningnummer 2] , naar de privérekening [rekeningnummer 1] .
6.
Het aanvullend proces-verbaal van bevindingen van 23 maart 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 21 en 22):
De rit van de woning van aangever [slachtoffer 1] , naar de Geldmaat locatie [adres 2] te [plaats 1] , duurde 1 minuut en 35 seconden.
De vier pinopnames bij de Geldmaat locatie [adres 2] op 3 september 2025, hebben in totaal 2 minuten en 21 seconden geduurd.
De totale tijdsduur van het tijdstip van vertrek bij de woning van aangever [slachtoffer 1] , het pinnen, en het terugkeren bij de woning na het pinnen, zou ongeveer 5 minuten en 31 seconden geduurd kunnen hebben. Met het lopen naar een voertuig in de buurt en van een voertuig naar de pinautomaat en terug, in totaal zo'n 6 minuten.
Dit is voldoende tijd om van de Geldmaat locatie [adres 2] te [plaats 1] terug te rijden naar de woning van aangever.
Volgens bovenstaande zou verdachte [verdachte] , met de bankpas van aangever [slachtoffer 1] bij zich, in een voertuig zijn gestapt dat geparkeerd stond langs de weg naast de woning van aangever. Vervolgens naar of in de buurt van de Geldmaat locatie [adres 2] te [plaats 1] is gereden en daar gepind heeft, om vervolgens weer terug te rijden naar de woning van aangever.
Eenmaal weer bij aangever in de woning, heeft verdachte [verdachte] , aangever verzocht achter de laptop plaats te nemen om in te loggen op de ABN AMRO bankomgeving, waarna op woensdag 3 september om 21:43 uur het bedrag van 10.000 euro is overgeboekt van de spaarrekening naar de betaalrekening van aangever.
Nadat het bedrag was overgeboekt heeft verdachte [verdachte] de woning van aangever weer verlaten.
De rit van de woning van aangever naar het tankstation Esso te Oldenzaal, duurt met een auto 5 minuten, volgens Google Maps.
Op woensdag 3 september 2025 om 21:59 uur, is tweemaal door verdachte [verdachte] getracht is te pinnen met de bankpas van aangever.
Er was dus voldoende tijd om van de woning van aangever naar het Esso tankstation te rijden.
7.
Het proces-verbaal van bevindingen van 30 september, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 33 en 35):
Op dinsdag 30 september 2025 toonden wij [slachtoffer 1] de foto's bijgevoegd bij dit proces verbaal. Deze foto's zijn printscreens van een opname die met de telefoon van verdachte [medeverdachte 4] is gemaakt op 3 september 2025.
Ik vroeg aan [slachtoffer 1] of hij kon vertellen wat hij op de foto zag. (foto 1)
Wij hoorden dat [slachtoffer 1] zeggen dat hij zichzelf op de foto herkende.
Hij vertelde: 'Ik zit achter mijn computer. Ik herken mijzelf aan de blouse, de bril en mijn grote oren'.

8.Het proces-verbaal van bevindingen van 2 oktober 2025 inclusief fotoblad, voor

zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 36, 37 en 39-48):

De geschiedenis van de browser leverde het volgende overzicht op (Foto's 1 t/m 4):
21:03 uur Inloggen Internet Bankieren - ABN AMRO abnamro.nl;
21:33 uur Inloggen Internet Bankieren - ABN AMRO abnamro.nl;
21:38 uur Overboeken - ABN AMRO abnamro.nl;
21:40 uur Overboeken - ABN AMRO abnamro.nl;
21:40 uur Overboeken - ABN AMRO abnamro.nl;
21:44 uur Transacties - ABN AMRO abnamro.nl;
21:44 uur Transacties - ABN AMRO abnamro.nl;
21:45 uur Ondertekenen - ANB AMRO abnamro.nl;
21:45 uur Mijn betaalpassen - ABN AMRO abnamro.nl;
21:48 uur Zelf regelen - ABN AMRO abnamro.nl;
21:48 uur Zelf regelen - ABN AMRO abnamro.nl;
21:48 uur Zelf regelen - ABN AMRO abnamro.nl;
21:49 uur Zelf regelen - ABN AMRO abnamro.nl;
21:49 uur Mijn betaalpassen - ABN AMRO abnamro.nl.

9.Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 3 september 2025,

voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 49):

Op 3 september 2025 was ik aan het werk bij een tankstation de ESSO ( de rechtbank begrijpt dat dit het tankstation is dat in het proces-verbaal op bladzijde 132 e.v. als tankstation [bedrijf 2] wordt aangeduid) aan de [adres 3] . Omstreeks 21.55 uur kwam daar een jongen binnen. De jongen was ongeveer 1.80 cm lang hij was bijna net zo lang als ik ben. De jongen had een licht getinte huidskleur. De jongen had donkerbruin, kort krullend haar met een kort baardje. Ik zag dat hij een donkergroene jas droeg. Ik zag dat de jongen probeerde te pinnen met een blauwgroene kaart die ik herkende als bankpas van de ABN Amro. Ik zag vervolgens dat de betaling geweigerd werd. Hierop zag ik dat de jongen wat zenuwachtig werd. Ik zag dat de jongen een telefoon pakte en iemand belde en vroeg naar de code. Er werd gezegd: "De code doet het niet”. Hierop hoorde ik iemand aan de telefoon zeggen: “de code is [nummer 2] ". Ik zag dat de jongen opnieuw probeerde te pinnen met de pas. Ik zag dat de betaling opnieuw geweigerd werd.

10.Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] van 6 oktober 2025, voor

zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 53 en 54):

Op 3 september 2025 omstreeks 20:30 à 21:00 uur zag ik vanaf het erf een grijze Opel Corsa de weg oprijden. De auto stopte naast een Volkswagen Polo die de weg op kwam rijden. De auto's stopten naast elkaar op de weg.
Ik heb gezegd ( de rechtbank begrijpt: gezien) dat er al langere tijd een Volkswagen Polo op ons erf stond. Ik en mijn broertje zijn bij de auto gaan kijken. We zijn er langs gelopen om te kijken wat er aan de hand was en wie er in de auto zaten. De motor van de auto draaide niet. Op het moment dat wij langs de bestuurderszijde van de auto liepen zag ik dat het raam van de bestuurder tot halverwege open stond. Toen wij er langs liepen werd het raam dicht gedaan. In de auto zaten twee jongens. Ik kon dit goed zien omdat de binnenverlichting van de auto aan was. Ik zag dat beide jongens een donkere huiskleur hadden. Donkerder dan licht getint maar niet zwart. De bestuurder had bruin krullend haar. Een wat vollere bos krullen. De bijrijder had zwart kort kroeshaar. Ik schat de jongens tussen de 20 à 25 jaar oud. Beide jongens hadden een normaal postuur. Ze droegen geen bril. Op het punt waar ze stonden achter het mais kon men hun vanaf de doorgaande weg niet zien.

11.Het proces-verbaal van bevindingen van 4 september 2025, voor zover inhoudende,

zakelijk weergegeven (pag. 59):

Omstreeks 22:25 uur kwam ik in Oldenzaal aan bij de Esso aan de [adres 3] te Oldenzaal. Ik parkeerde mijn dienstvoertuig aan de Zandbreeweg om zicht te kunnen maken op de Esso. Op het moment dat ik mijn voertuig achteruit had ingeparkeerd en had uitgeschakeld, zag ik dat er twee voertuigen de Zandbreeweg in kwamen gereden. Ik zag dat de beide voertuigen voor mijn voertuig tot stilstand kwamen. Ik zag dat het voertuig dat het dichtst voor mij stopte een grijze, oud type, Opel Corsa was. Ik zag dat het andere voertuig omkeerde en in de richting van de [adres 3] reed. Ik zag dat dit voertuig een wat ouder model Volkswagen Polo betrof. Ik zag dat de grijze Opel Corsa ook keerde en tevens in de richting van de [adres 3] reed.
Toen ik achter de Opel Corsa kwam te rijden zag ik dat deze was voorzien van kenteken
[kenteken 1] . Hierop wisten wij direct dat dit het voertuig van verdachte [verdachte] betrof. Ik zag dat er twee personen in het voertuig zaten en dat zij de snelweg Al in de richting van Hengelo opreden.

12.Het proces-verbaal van bevindingen van 4 september 2025, voor zover inhoudende,

zakelijk weergegeven (pag. 62):

Op woensdag 3 september 2025 waren wij belast met de doorzoeking van een grijze Opel Corsa voorzien van kenteken [kenteken 1] op de carpoolplaats aan de Henriette Holstlaan te Almelo. Kort hiervoor waren de bestuurder, [medeverdachte 1] , en de bijrijder, [medeverdachte 4] , aangehouden. De tenaamgestelde van het voertuig, [verdachte] , was eerder in Oldenzaal aan de [adres 3] aangehouden. Tijdens de doorzoeking van het voertuig trof ik een tas aan op de grond voor de bijrijdersstoel. Ik zag dat in de tas een paspoort lag van de tenaamgestelde van het voertuig, [verdachte] , geboren [geboortedatum 3] 2001 te [geboorteplaats 2] . Ook zag ik dat er een zwarte Google Pixel telefoon met een hoesje en met diverse schades aan het scherm in de tas lag.
13.
Het proces-verbaal van bevindingen van 4 september 2025, voor zover inhoudende,\

zakelijk weergegeven (pag. 65-67):

Wij hoorden dat de Opel Corsa in de richting van de provinciale rondweg reed en dat de Volkswagen Polo in de richting van De Lutte reed. Wij hoorden dat twee collega's achter de Opel Corsa aanreden en wij zijn vervolgens achter de Volkswagen Polo aangereden.
Ik zag dat er twee personen in het voertuig zaten.
De Duitse collega's hebben vervolgens het voertuig en de personen gecontroleerd. De Duitse collega's troffen in het voertuig twee personen aan te weten:
Bestuurder:
[medeverdachte 3] , [medeverdachte 3]
geboren op [geboortedatum 4] 2003 te [geboorteplaats 3]
Bijrijder:
[medeverdachte 2] , [medeverdachte 2]
geboren op: [geboorteplaats 3] 2002 te [geboorteplaats 4]
Wij zagen dat de Duitse collega's in het dashboardkastje 4.000 euro aan biljetten van 50 euro aantroffen.
Wij hoorden via de verbindingsmiddelen dat de Opel Corsa door de collega’s werd gecontroleerd en dat de inzittenden werden aangehouden. Uit navraag van de politiesystemen bleek dat de bestuurder van deze Opel Corsa, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 1] geboren op [geboortedatum 5] 2003, de zoon is van de tenaamgestelde van de Volkswagen Polo voorzien van kenteken [kenteken 2] .
14.
Het proces-verbaal van bevindingen van 12 september 2025 inclusief fotoblad, voor

zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 115 e.v.):

Ik, verbalisant, bekeek de beelden van de pinautomaat van Geldmaat aan het [adres 2] in [plaats 1] van 3 september 2025 omstreeks 21:23 uur.
Om 01:12 zag ik dat de man en telefoon in zijn linkerhand hield en één pinpas in zijn rechterhand hield. Signalement van de verdachte (still 1):
- Man;
- Lichte huidskleur;
- Normaal postuur;
- Circa 30-35 jaar oud;
- Krullend haar;
- Gezichtsbeharing;
- Ongeveer 1.80 lang;
- Donkergroene jas;
- Lichte broek met veel gaten erin;
- Zwarte slippers met zwarte sokken.
Om 01:39 zag ik dat de man met zijn rechterhand de groene pinpas (de rechtbank begrijpt: een ABN-AMRO bankpas) op de geldautomaat legde (still 3).
Om 01:55 zag ik dat de man geld uit de geldautomaat pakte en in zijn jaszak stopte (still 4).
Om 02:00 zag ik dat de man de pinpas weer in de geldautomaat stopte.
Om 02:10 zag ik dat de man handelingen verrichtte op de geldautomaat.
Om 02:22 zag ik dat de man de pinpas pakte uit de geldautomaat en op de geldautomaat legde.
Om 02.38 zag ik dat de man geld pakte uit de geldautomaat en in zijn jaszak stopte (still 5).
Om 02:48 zag ik dat de man de pinpas pakte en deze in de geldautomaat stopte.
Om 02.59 zag ik dat de man handelingen verrichtte op de geldautomaat.
Om 03:12 zag ik dat de man de pinpas pakte uit de geldautomaat en deze op de geldautomaat legde.
Om 03:28 zag ik dat de man geld pakte uit de geldautomaat en in zijn jaszak stopte.
Om 03:39 zag ik dat de man de pinpas pakte en deze in de geldautomaat stopte.
Om 03:46 zag ik dat de man handelingen verrichtte op de geldautomaat.
Om 04:00 zag ik dat de man de pinpas pakte uit de geldautomaat en in zijn broekzak stopte.
Om 04:15 zag ik dat de man het geld uit de geldautomaat pakte.

15.Het proces-verbaal van bevindingen van 30 september 2025, voor zover

inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 126 en 128-131):

Op de beelden van de pintransactie op 3 september 2025 omstreeks 21:23 uur aan het [adres 2] in [plaats 1] zag ik een man die ik herken als verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum 3] 2001 te [geboorteplaats 2] . Ik herken hem van de foto's die collega [verbalisant] heeft gemaakt tijdens de staande houding/aanhouding van verdachte [verdachte] op 3 september 2025 om 22:09 uur in de Esso aan de [adres 3] in Oldenzaal.
Ik herken [verdachte] aan zijn ogen, haardracht, jas, broek en slippers. Op de bies van de mouwen, kraag en bij de rits staat de merknaam Cruyff. Hij draagt in de Esso een half uur later exact dezelfde kleding als tijdens de pintransactie bij de geldmaat in [plaats 1] .

16.Het proces-verbaal van bevindingen van 8 september 2025, voor zover inhoudende,

zakelijk weergegeven (pag. 132-134, 138 en 143):

Ik, verbalisant, was belast met het uitkijken van de beelden. Ik zie van de beelden een stenen oprit en een straat. Ik zie datum- en tijdsindicaties: 03-09- 2025 van 21:57:39 tot 21:59:38 uur. Ik herken de straat als de [adres 3] .
Tankstation Garage Tankstation [bedrijf 2]
Ik kan de man als volgt omschrijven (Foto 3) :
- Man;
- Blank, danwel licht getint;
- Donker, krullend haar;
- Kort baardje. Donker gekleurd met snor;
- Donkergroene jas met voering;
- Lichtblauwe, danwel lichtgrijze broek. Met veel gaten of scheuren aan de voorzijde;
- Zwarte slippers;
- Zwarte sokken;
- Zwarte telefoon in rechterhand.
Deze man herken ik als verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum 3] 2001 te
[geboorteplaats 2] .
Shop Garage Tankstation [bedrijf 2]
De persoon heeft een lichtgroene bankpas in zijn handen. Ik zie dat via een app contact heeft. De man typt op zijn mobiele telefoon. Dan gaat de man pinnen met de lichtgroene pas (Foto 8). Ik zie de man een pincode intikken. Het pinapparaat geeft een melding. Ik zie de man meteen zijn telefoon pakken en iets typen. Dit is op de beelden op "03-09-2025 21:58:52".
De man heeft de pinpas weer in het pinapparaat gedaan. Ik zie dat de man weer moet pinnen. Dit is op de beelden om "03-09-2025 21:59:16". Ik zie dat de man een pincode intypt. Ik zie dat het pinapparaat een melding geeft. De man haalt de pinpas weer uit het apparaat. De man zegt wat tegen de persoon achter de balie. Hij legt het flesje drinken weer terug in de koelkast. De man loopt daarna de shop weer uit en verdwijnt uit beeld.
[bestandsnaam 1]
Ik zie dat de medewerkster zich omdraait en dat ze een pakje sigaretten pakt en scant. De
medewerkster tikt wat op het kassascherm, waarna de man pint. Ik zie dat er een bonnetje bij de medewerkster uit het pinapparaat komt. Ik zie haar wat tikken in de computer. Daarna zie ik de man weer pinnen. Al deze tijd heeft de man de telefoon in zijn hand. Ik zie dat er nogmaals een bonnetje uit het pinapparaat bij de medewerkster uit komt. Ik zie daarna dat de man zijn flesje drinken pakt en deze terugzet in de koeling.

17.Het proces-verbaal van bevindingen van 5 oktober 2025 inclusief fotoblad, voor

zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 177-181 en 184-257):

Op 23 september 2025 werd een mobiele telefoon bij verdachte [medeverdachte 2] in beslag genomen.
De telefoon van het merk Apple Iphone, type 13, werd onderzocht door de afdeling Digitale opsporing van de politie Twente.
[afbeelding]
Gezien de instellingen op de Iphone 13, dient bij de tijden waarachter de opmerking "(UTC+O) " staat, voor de daadwerkelijke tijd, 2 uur opgeteld te worden. Dit omdat op de pleegdatum van het strafbare feit en ten tijde van het analyseren van de data, de zomertijd in Nederland geldt, en deze is UTC+2.
Snapchat
[alias 4] ( [gebruikersnaam 3] ) en [gebruikersnaam 1] (Device owner)
Op 2 september 2025 om 13:13.34 uur (UTC +0), wordt een snapchat gesprek
gestart tussen " [alias 4] " (account [gebruikersnaam 3] ) en [gebruikersnaam 1] (Device owner).
[gebruikersnaam 1] stuurt een adres. Dit is het woonadres van verdachte [medeverdachte 2] .
[gebruikersnaam 4] en [gebruikersnaam 1] (Device owner)
Op 2 september 2025 om 17:47.44 (UTC +0)uur, wordt een snapchat gesprek gestart tussen [gebruikersnaam 4] en [gebruikersnaam 1] (Device owner).
Hierin geeft [gebruikersnaam 1] aan dat hij in een hotel slaapt omdat zijn woning wordt verbouwd.
[alias 5] ( [gebruikersnaam 5] ) en [gebruikersnaam 1] (Device owner)
Op 3 september 2025 om 10:44,32 (UTC +0 )uur, wordt een snapchat gesprek
gestart tussen [alias 5] ( [gebruikersnaam 5] ) en [gebruikersnaam 1] (Device owner) [gebruikersnaam 1] (verdachte [medeverdachte 2] ) stuurt om 19:37.26 (+0) uur, een snapchat foto waarop de binnenzijde van een personenauto te zien is, waarbij de persoon die de foto maakt, zijn rechterbeen uit het raam steekt. De schoen die te zien is, komt overeen met de schoenen die verdachte [medeverdachte 2] droeg tijdens zijn aanhouding.
De foto is gemaakt op woensdag 3 september 19:37.05 (UTC +0) uur.
Op de foto zijn de volgende teksten geplaatst: "21:36" en "Geloofsgemeenschap [plaats 1] ,
Netherlands".
De foto is binnen Snapchat naar nog 10 andere personen gestuurd op hetzelfde
tijdstip.
[alias 6] ( [gebruikersnaam 6] ) en [gebruikersnaam 1] (Device owner)
Op 3 september 2025 om 11:48.07 (UTC +0) uur, wordt een snapchat gesprek
gestart tussen [alias 6] ( [gebruikersnaam 6] ) en [gebruikersnaam 1] (Device owner).
[gebruikersnaam 1] (verdachte [medeverdachte 2] ) stuurt om 18.30.23 (+0) uur: "Ben op een rara strip ook" .
Door [alias 6] wordt gevraagd waar, waarop [medeverdachte 2] . aka stuurt "In de buurt van grens
Duitsland". Vervolgens stuurt [medeverdachte 2] . aka om 19:37.26 (UTC +0) uur de voornoemde foto
met de tekst "21:36" en "Geloofsgemeenschap [plaats 1] , Netherlands".
Verdachte [medeverdachte 2] bevond zich in de buurt van de Duitse grens ten tijde van het sturen van de snapberichten.
[alias 7] ( [gebruikersnaam 7] ) en [gebruikersnaam 1] (Device owner)
Op 3 september 2025 om 19:37.26 uur (UTC+0), wordt een snapchat gesprek
gestart tussen [alias 6] ( [gebruikersnaam 6] ) en [gebruikersnaam 1] (Device owner). [gebruikersnaam 1] (verdachte [medeverdachte 2] ) stuurt om 19:37.26 (UTC+0), de voornoemde foto met de teksten: "21:36" en "Geloofsgemeenschap [plaats 1] , Netherlands".
Vervolgens stuurt [gebruikersnaam 1] aan een contact met de naam “ [alias 2] ” een bericht dat de auto is uitgevallen, kennelijk met een accuprobleem:
[afbeelding]
[alias 7] vraagt om een film, waarop [gebruikersnaam 1] om 19:58.37 uur (UTC+0), binnen
snapchat een video opname stuurt van iemand op de bestuurdersstoel van een
personenauto. De persoon op de bijrijdersstoel. De persoon die gefilmd wordt, probeert de auto te starten, maar dit lukt niet. Van deze persoon is alleen de rechterarm te zien.
De trui die deze persoon draagt, komt overeen met de trui die verdachte [medeverdachte 3] droeg tijdens zijn aanhouding.
Het tijdstip op de digitale klok in het dashboard van de personenauto geeft het tijdstip 21:56 uur aan. Dit scheelt 2 minuten met het tijdstip waarop de video opname gemaakt is.
Dit zou aan kunnen geven dat verdachte [medeverdachte 2] en verdachte [medeverdachte 3] , samen in een personenauto zaten ten tijde van de opname van deze video, woensdag 3 september 2025 om 19:58.37 (UTC+0) uur.
[alias 8] ( [gebruikersnaam 8] ) en [gebruikersnaam 1] (Device owner)
Om 16:55.58 uur (UTC+0), stuurt [gebruikersnaam 1] (Device owner) een in app foto waarop de schoenen te zien zijn die verdachte [medeverdachte 2] droeg tijdens zijn aanhouding.
[gebruikersnaam 2] ( [naam 3] ) en [gebruikersnaam 1] (Device owner)
[gebruikersnaam 1] . 18:17:16 (UTC+0): Kben 4jongens
[gebruikersnaam 1] . 18:17:52 (UTC+0): Die jongens zitten Andere auto
Op de kaart die [naam 3] stuurt, is te zien dat de locatie van [naam 3] in Hengelo Ov is (mijn locatie), en de locatie van [gebruikersnaam 1] de [adres 4] , tussen Oldenzaal en [plaats 1] .
Locaties
10:32.43 (UTC+0) [bedrijf 1] [vestigingsplaats]
19:56.06 (UTC+0) [adres 2] in [plaats 1] ov. Dit betreft de locatie van de geldmaat waar gepind is met de pinpas van aangever [slachtoffer 1] .
20:41.17 (UTC+0) Al parkeerplaats grensovergang, de locatie waar de verdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zijn gecontroleerd door de Duitse collega's.
Uit de gegevens valt op te maken, dat de onderzochte telefoon, op 3 september 2025, onderweg is geweest vanaf het [bedrijf 1] te [vestigingsplaats] naar [plaats 1] ov en daar ook enige tijd heeft doorgebracht. Vervolgens is gegaan richting De Lutte waar de Al is opgegaan in de richting van de Duitse grens.
Wifi connectie
De onderzochte telefoon heeft op meerdere momenten connectie gemaakt met het wifi netwerk van het [bedrijf 1] , wat aan kan tonen dat verdachte [medeverdachte 2] daar verbleven heeft.
18.
Het proces-verbaal van bevindingen van 17 oktober 2025 inclusief fotoblad, voor

zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 263-265 en 268-288):

Op 3 september 2025 werd een mobiele telefoon bij verdachte [medeverdachte 4] inbeslaggenomen. De telefoon van het merk Samsung, type Galaxy S20 5G, model SM-G988U werd onderzocht door de afdeling Digitale opsporing van de politie Twente.
Bij de tijden waarachter de opmerking "(UTC+0) " staat dient voor de daadwerkelijke tijd twee uur opgeteld te worden. Dit omdat op de pleegdatum van het strafbare feit en ten tijde van het analyseren van de data, de zomertijd in Nederland geldt, en deze is UTC+2 .
Snapchat
Op 3 september 2025 om 16:10.19 (UTC+0) uur, wordt door participant " [alias 1] " een video opname in de chat gedeeld. Op deze opname is de voorzijde van een voertuig te zien, waarvan de motorkap openstaat. Ook is een groot deel van het kenteken te zien dat eindigt op 68. Het betreft een grijze Opel. De delen van de overige letters komen overeen met de letters van het kenteken [kenteken 1] . Dit betreft de Grijze Opel Corsa die op naam staat van verdachte [verdachte] .
Op de opname is verdachte [verdachte] te zien. Hij loopt naast de Opel Corsa en draagt dezelfde kleding als tijdens zijn aanhouding op 3 september 2025.
De locatie betreft de parkeerplaats van het [bedrijf 1] .
Op de opname is een deel van een linkerschoen te zien. Dit betreft gezien de positie van de telefoon en schoen, de schoen van de persoon die de opname filmt.
Ik, verbalisant, heb het deel van de linkerschoen vergeleken met de schoenen van de 5 aangehouden verdachten. De schoen van de opname, komt overeen met de schoenen die verdachte [medeverdachte 3] droeg tijdens zijn aanhouding bij de grenscontrole in Duitsland. Dit zou aan kunnen tonen dat verdachte [medeverdachte 3] , dezelfde persoon is als participant " [alias 1] " in het chatgesprek.
Op 3 september 2025 om 16:19.09 (UTC+0) uur, wordt door participant " [alias 1] " een video opname in de chat gedeeld. Op deze opname is de binnenzijde van een Opel te zien. Dit blijkt uit het logo dat te zien is op het stuur. Op de bestuurdersstoel zit een persoon die dezelfde tas draagt als verdachte [verdachte] in voorgaande video opname. De broek komt overeen met de broek die verdachte [verdachte] droeg tijdens zijn aanhouding. Dit valt op te maken uit de scheuren in de broek en de kleur.
Op woensdag 3 september 2025 om 18 :18 .08 (UTC+0) uur, wordt door participant " [alias 1] " een video opname in de chat gedeeld. De opname is opgenomen vanaf de bestuurdersstoel in een personenauto. Het dashboard is te zien en het tijdstip op de digitale klok in de auto is 20:17 uur en de kilometerstand is 186108. Het dashboard komt overeen met het dashboard van een Volkswagen Polo met bouwjaren 2010 tot 2018. Het voertuig waarin verdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] zaten toen ze werden aangehouden, betreft een Volkswagen Polo met bouwjaar 2010.
Media
Op woensdag 3 september 2025 om 19:35.27 UTC+0)uur, is met de onderzochte telefoon,
een opname gemaakt. Er wordt een andere mobiele telefoon gefilmd waarop een live Snapchat video gesprek open staat. Het tijdstip op de gefilmde mobiele telefoon is 21:35 uur.
Het tijdstip op de gefilmde mobiele telefoon is 21:35 uur.
Te horen is, dat een mannenstem met een Nederlands accent zegt: "Inloggen inderdaad".
Aangever [slachtoffer 1] bevestigde tijdens het gesprek dat hij de man is die te zien is
op de video opname en dat dit bij hem thuis opgenomen is op woensdagavond 3 september
2025. Hiervan is een afzonderlijk proces-verbaal van bevindingen opgemaakt,
PL0600-2025426196-99 .
Tevens zijn er tijdens het bezoek aan aangever [slachtoffer 1] foto's van de inrichting, laptop en computermuis gemaakt ter vergelijking en is de internet geschiedenis met toestemming van aangever bekeken.
Uit de internet geschiedenis en het bankafschrift van aangever [slachtoffer 1] blijkt, dat er op woensdag 03 september 2025 om 21:33 uur is ingelogd bij ABN AMRO internetbankieren, waarna er een bedrag van 10.000 euro is overgeboekt van de spaarrekening naar de betaalrekening van aangever. (Bron: PL0600-2025426196-97)
Connectiviteit
Het bluetooth geheugen van de onderzochte mobiele telefoon bestaat uit 3 bluetooth connecties, namelijk;
- Airpods Pro H
- VW Radio
- JBL Go 4.
Parketnummer 16-292932-25
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0900-2025288280 van 22 september 2025. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar de digitaal genummerde pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 2 juni 2026, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte:

Ik heb op 25 augustus 2025 in Veenendaal geldbedragen gepind. Ik was betrokken bij het pinnen en de verkoop van de sieraden. Ik krijg dan een bericht van iemand en word opgehaald. Dan word ik naar een plek gereden, krijg ik een pinpas en een serie locaties. Daarna ga ik terug met de bonnen en pinpas en geef ik alles af. Ik krijg dan ook een geldbedrag. Het klopt dat ik op de beelden van het tankstation te zien ben. Het kan zijn dat ik mijn schoenen in de tussentijd heb omgewisseld.

2.Het proces-verbaal aangifte door aangever [slachtoffer 2] van 25 augustus 2025,

voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 6 en 7):

Aangever
Achternaam: [slachtoffer 2]
Voornamen: [slachtoffer 2]
Op 25 augustus 2025 omstreeks 13:00 uur werd ik thuis in [plaats 2] gebeld door vrouw die mij aangaf aan de telefoon te blijven. Ze vertelde mij dat er een Rabo-fraude was. Om deze reden zou er iemand langskomen om
alle waardevolle spullen op halen, omdat er anders mogelijk ingebroken wordt. Ze gaf aan dat haar collega [naam 4] langs zou komen om deze spullen op te halen. Vervolgens moest ik mijn waardevolle spullen alvast klaarleggen.
Omstreeks 14.00 uur kwam er een man aan de deur die aangaf dat hij [naam 4] van
de Rabobank was. Ik was op dat moment nog steeds aan de lijn met zijn vrouwelijke collega. Terwijl hij nog bij de deur stond vroeg hij naar mijn spullen en mijn mobiele telefoon. Deze heb ik ook afgegeven. Nadat hij mijn spullen in ontvangst had genomen ging hij er vandoor.
Deze waardevolle spullen zijn:
- parelketting;
- parelarmband;
- gouden ketting;
- 2 trouwringen met de namen [namen] erop;
- gouden oorbellen;
- telefoon met telefoonnummer, [telefoonnummer] , zwarte Samsung
- Bankpas voorzien van nummer, [rekeningnummer 4] .
Ik heb deze spullen meegegeven in een wit doosje.

3.Het proces-verbaal van bevindingen van 5 september 2025 inclusief fotoblad,

voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 15 en 18-26):

Naar aanleiding van een aangifte van digitale fraude zijn van het tankstation Total aan de [adres 5] camerabeelden gevorderd. Hiervan heb ik screenshots gemaakt en deze bij dit proces-verbaal gevoegd.
Camerabeeld 1
Naam: 25-8-2025 - Entree - 25082025 2025-08-25_19;54;26 - 2025-08-25_19;57;44
Begin camerabeeld: 19;54;26
Eindtijd camerabeeld: 19:54:44
Fotoblad: Foto 1 t/m 3
Ik zag een verdachte het tankstation binnenlopen.
Ik kan deze verdachte als volgt omschrijven:
- licht getint huidskleur;
- donker bruin/zwart krullend haar;
- korte bruin/zwart baard;
- zwarte vierkante zonnebril;
- zwarte dunne vest/jas met capuchon en lange mouwen;
- vier witte letters horizontaal, op vest/jas, linkerborst;
- twee witte iconen van vleugels, op vest/jas, rechterborst;
- zwarte "X" vormige icoon op capuchon van vest/jas;
- zilveren horloge;
- zwarte toestel;
- lichtblauwe korte broek;
- grijze slippers.
Camerabeeld 2
Naam: 25-8-2025 - Overzicht Kassa - 25082025 2025-08-25_19;54;26 -
2025-08-25_19;57;44
Begin camerabeeld: 19;54;26
Eindtijd camerabeeld: 19;57;44
Fotoblad: Foto 4 t/m 9
Ik zag op mijn beeldscherm dat de verdachte aan de balie van de tankstation Total stond. Ik zag dat de verdachte een rechthoekige voorwerp in zijn hand hield (foto 7). Ik zag vervolgens dat hij het rechthoekige voorwerp in het betaalautomaat deed. Ik zag dat hij vervolgens op het betaalautomaat iets invoerde. Ik zag vervolgens dat de bankmedewerker minimaal vier bonnen overhandigde aan de verdachte. Ik zag vervolgens dat de verdachte de winkel uitliep.

4.Het proces-verbaal van bevindingen van 27 augustus 2025, voor zover

inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 31, 32, 34, 35, 37 en 38):

Ik deed onderzoek naar de door het Shell tankstation aan de [adres 6] aangeleverde beelden van 25 augustus 2025 en een kopie van de klantenbon.
Er zou volgens de aangever een geldbedrag weggenomen zijn middels door fraude verkregen pinpas en pincode.
Ik bekeek de bon en de beelden en beschrijf wat hierop te zien is.
Klantenbon
Foto 01
Ik zag dat op de bon de volgende artikelen stonden:
Cola 50cl 2,79
Statiegeld 0,15
marlboro gol 20 13,00
Paysafe E100 E-Vouch 100,00
Paysafe E100 E-Vouch 100,00
Paysafe E100 E-Vouch 100,00
Paysafe E100 E-Vouch 100,00
Paysafe E100 E-Vouch 100,00
Totaal euro 515,94
Transactie datum/tijd: 25-08-2025 19:47:04 uur
Visa/debet: [nummer 3]
Video's
Foto 02
Ik kan de man als volgt omschrijven:
- beige lage schoenen met witte veters
- lichtblauwe korte broek met wit logo op linker broekspijp;
- zwart vest met lange mouwen en capuchon met op de linker als rechter borst iets in het wit;
- in rechter hand een telefoon;
- op linker pols een zilverkleurig horloge;
- baardje;
- zonnebril dragend;
- kort tot halflang krullend haar.
Foto 04
Ik zag dat de man bij de afrekenbalie stond.
Ik zag dat hij het flesje cola liet scannen.
Ik zag dat er ook een pakje sigaretten voor hem gescand werd.
Ik zag dat er ook divers bonnen afgedrukt werden. Het is mij ambtshalve bekend dat paysafe middels bonnetjes wordt uitgegeven.
Foto 05
Ik zag dat de man een betaalpas in zijn hand had. Ook belde de man met iemand. De betaalpas werd in het apparaat gestoken en er werd een pincode ingevoerd.

5.Het proces-verbaal van bevindingen van 29 augustus 2025, voor zover

inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 41, 43-47):

Naar aanleiding van een aangifte van oplichting heb ik de beelden opgenomen op 25 augustus 2025 tussen 18:55 uur en 19:06 uur met een camera aan de [adres 7] bekeken. Door mij zijn van de camerabeelden print screens gemaakt welke door mij voorzien zijn van commentaar. De print screens zijn bij dit proces-verbaal
gevoegd.
Omschrijving foto 1: 18.55 uur. Op de bewegende beelden is te zien dat de man een donkere jas en een lichtgekleurde korte broek draagt.
Omschrijving foto 3: 19.06 uur. Na enkele minuten komt hij weer in beeld. Hierbij heeft hij een lichtgekleurd voorwerp in zijn handen.

6.Het proces-verbaal van bevindingen van 22 september 2025, voor zover

inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 67):

Op donderdag 11 september 2025 werd ik geïnformeerd door een collega Oost-Nederland dat er bij de fouillering van de verdachte drie (3) aankoopbonnen zijn aangetroffen. Dit betreffen prepaid opwaardeerbonnen welke gekocht zijn bij de Shell in Veenendaal op 25-08-2025 om 19:47 uur. Ik heb van de opwaardeercodes welke nog leesbaar waren gecontroleerd op eventueel openstaand saldo. Ik zag dat het saldo reeds was overgezet naar een account van PaySafe. Het is niet bekend naar welke account van PaySafe dit saldo is overgezet.
Tevens informeerde collega mij dat via het Digitaal Opkopers Register is gebleken dat verdachte [verdachte] op 26 augustus 2025 om 11:49 uur een ring te koop heeft aangeboden bij Goudwisselkantoor in [plaats 4] . De volgende gegeven zijn genoteerd van de opkoper:
- Naam: [verdachte] ;
- Adres: [adres 8]
- Postcode: [adres 8]
- Woonplaats: [adres 8]
- Geboortedatum: [geboortedatum 3] 2001;
- Identiteitsbewijs: Paspoort Nederland
- Identiteitsnummer: [identiteitsnummer] .
Ik zag dat over de ring de volgende gegevens zijn genoteerd:
- Product: Ring zonder steen;
- Prijs: 190,00 euro;
- Merk: Flamingo;
- Materiaal: Geelgoud;
- Inscriptie: [omschrijving] .

7. Het proces-verbaal van bevindingen van 13 september 2025 inclusief fotoblad,

voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 77, 80-85):

Naam: ' [bestandsnaam 2] '
Begin camerabeeld: 26-08-2025 om 10:30:15 uur
Eind camerabeeld: 26-08-2025 om 12:30 uur
Ik zag op het camerabeeld een bovenaanzicht van de kassa van het Goudwisselkantoor. Ik zag om 11:37:34 uur en man bij de kassa verschijnen (foto1). Ik kan de man als volgt omschrijven:
- man;
- blanke huidskleur;
- normaal postuur;
- halflang krullend omhoog staand haar;
- gezichtsbeharing; baard en snor;
- donkerkleurige vest;
- grijze spijkerbroek met gaten en plaksels;
- zwarte slippers;
- helm in zijn hand.
Het eerste volgende moment zag ik dat de man in gesprek was met een medewerker bij de kassa. Ik zag dat er op de toonbank een goudkleurige ring lag (foto2). Ik zag dat de medewerker de ring kortstondig bekeek. Ik zag dat de medewerker de ring teruggaf aan de man. Ik zag dat de man de ring vastpakte met zijn hand (foto3). Ik zag dat de man vervolgens meeliep met de medewerker en uit camerabeeld verdween. Om 11:47:11 uur zag ik dat de man voorbij de kassa liep (foto4) en vermoedelijk de winkel verliet.
Ik zag grote overeenkomsten tussen de man en de aangehouden verdachte. Ik zag grote overeenkomsten qua postuur, gezichtsbeharing en haardracht.

8.Het proces-verbaal van bevindingen van 11 september 2025, voor zover

inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 86):

Ik toonde [slachtoffer 2] vervolgens een foto van een gouden ring welke in ons onderzoek naar voren was gekomen. Toen [slachtoffer 2] deze foto zag ik dat zij meteen oplichtte, lachte en hoorde dat zij uitriep dat dit haar trouwring was. Ik hoorde dat zij vertelde dat de volledige datum op de ring in de foto haar trouwdatum is.
Parketnummer 08-022626-26
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025400134 van 9 september 2025. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar de digitaal genummerde pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1.Het proces-verbaal van de terechtzitting van 2 juni 2026, voor zover

inhoudende de verklaring van verdachte:

Ik ben op 20 augustus 2025 in Twello betrokken geweest bij het pingedeelte bij de tankstations. Ik werd benaderd door een aantal jongens. Mij werd gevraagd om te pinnen. Toen heb ik dat gedaan.

2.Het proces-verbaal van aangifte door aangever [slachtoffer 3] van 20

augustus 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 6 e.v.):

Aangever
Voornamen: [slachtoffer 3]
Voorvoegsel: [slachtoffer 3]
Achternaam: [slachtoffer 3]
Op 20 augustus 2025 werd ik thuis in Twello gebeld op mijn vaste telefoon. Ik nam de telefoon op en hoorde een mannenstem. De man gaf aan dat er 700 euro van mijn Rabobankrekening was afgegeven (de rechtbank begrijpt: afgeschreven). De man gaf aan dat er meerdere inbraken waren geweest in de buurt. De man zei dat de wijkagent aan de deur zou komen.
Op 20 augustus 2025 kwam er een man aan de deur die stelde zich voor als [alias 3] . [alias 3] is bij mij binnen geweest. [alias 3] heeft mijn twee bankpassen van de Rabobank meegenomen en een iPad.
[alias 3] kan ik als volgt omschrijven:
- geslacht: man;
- haardracht / gelaat: krullend zwart;
- lengte: rond de 1.80 meter lang;
- leeftijd: rond de 30 jaar;
- postuur: slank;
- haarkleur: zwart;
- kleding: lichtblauwe broek, grijs schoudertasje, lichtblauw poloshirt.
Toen [alias 3] bij mijn thuis was logde ik in op mijn iPad. Het kan niet anders dan dat [alias 3] meekeek en mijn pincode had gezien. De politie vroeg aan mij of Find mijn iPad aanstond. Ik keek in mijn mailaccount en zag dat mijn wachtwoord veranderd was en dat Find mijn iPad uitgeschakeld was.

3.Het proces-verbaal van bevindingen van 5 september 2025, voor zover

inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 13 en 14):

Ik zag het volgende staan op de rekeningafschrift:
Te namen van
[slachtoffer 3]
[adres 9]
IBAN/Rekeningnummer:
[rekeningnummer 5]
Ik zag dat de volgende transacties zijn gedaan:
20-08 [naam 5]
[adres 10] , NLD, 19:30
. Pas: [nummer 4] pasnr. [pasnummer 2]
Bedrag af: 215,90.- euro
20-08 BCK*SHELL [adres 11]
, NLD, 20:05
. Pas: [nummer 4] pasnr. [pasnummer 2]
Bedrag af: 418,38,- euro
20-08 [bedrijf 3]
[adres 12] , NLD, 20:17
. Pas: [nummer 4] pasnr. [pasnummer 2]
Bedrag af: 271,13,- euro
20-08 [bedrijf 4] BV
[adres 13] , NLD, 20:32
. Pas: [nummer 4] pasnr. [pasnummer 2]
Bedrag af: 65,50,- euro
20-08 BCK*SHELL Nederland Ve
[adres 14] , NLD, 21:01
. Pas: [nummer 4] pasnr. [pasnummer 2]
Bedrag af: 102,64,- euro
20-08 [bedrijf 5]
[adres 15] ,NLD, 21:12
. Pas: [nummer 4] pasnr. [pasnummer 2]
Bedrag af: 216,00,- euro
20-08 Esso [adres 16]
, NLD, 21:24
. Pas: [nummer 4] pasnr. [pasnummer 2]
Bedrag af: 513,00,- euro
20-08 Total [adres 17]
, NLD, 21:35
. Pas: [nummer 4] pasnr. [pasnummer 2]
Bedrag af: 113,00,- euro
20-08 BCK*Shell [bedrijf 6]
[adres 18] , NLD, 21:48
. Pas: [nummer 4] pasnr. [pasnummer 2]
Bedrag af: 513,00 euro
Ik zag dat er in totaal bij 9 tankstations een bedrag is afgerekend.
Ik zag dat het om een totaal bedrag ging van: 2428,55,- euro.

4.Het proces-verbaal van bevindingen van 7 september 2024, voor zover

inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 18):

Camerabeelden van [bedrijf 5]
Bestandsnaam: [bestandsnaam 3]
Op 20 augustus 2025, te 21:09:54 uur komt verdachte binnen. Dit betreft een man met een licht getinte tot blanke huidskleur, zwart krullend haar en gezichtsbeharing. De verdachte draagt een zwarte trui, een lichtgekleurde broek met gaten aan de voorzijde en donkergrijze schoenen met zwarte accenten. De verdachte draagt een tas onder zijn linkerarm. Om 21:12:45 uur komt verdachte weer in beeld en verlaat de shop. Hij draagt een tas onder zijn rechterarm.
Bestandsnaam: [bestandsnaam 4]
Op 20 augustus 2025, te 21:09:54 uur komt verdachte de shop binnengelopen.
Om 21:11:54 uur is te zien dat verdachte een pas in zijn rechterhand heeft en een telefoon in zijn linkerhand.
Om 21:12:03 uur stopt verdachte de pas in de betaalautomaat. Vervolgens kijkt hij op zijn telefoon en toetst hij iets in op de betaalautomaat.
Om 21:12:18 uur stopt verdachte de pas in zijn tas en de telefoon in zijn rechterbroekzak.
Om 21:12:24 uur haalt de kassière een lange bon uit een apparaat en overhandigt deze aan de verdachte.
Om 21:12:38 uur ontvangt verdachte nog een korte kassabon van de kassière. Hierna loopt de verdachte weg van de kassa en verlaat de shop om 21:12:47 uur.

5.Het proces-verbaal van bevindingen van 8 september 2025 inclusief fotoblad,

voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 20-23 en 63-85):s

Camerabeelden van BP [locatie]
Bestandsnaam: " [bestandsnaam 5] "
Op 00:00 min. komt de verdachte naar de kassa lopen in de shop. De verdachte heeft in zijn rechterhand een tasje vast. De verdachte pakt een pasje uit het tasje. De verdachte pint zijn producten met die pinpas.
Camerabeelden Shell [adres 11]
Bestandsnaam: " [bestandsnaam 6]
"
Op 05:27 min. heeft de verdachte een witte pinpas in zijn hand vast.
Op 05:29 min. legt hij de pinpas op het pinapparaat.
Op 05:36 min. vult de verdachte de pincode in op het pinapparaat.
Op 05:54 min. zijn er acht bonnen uit het apparaat gekomen. Eerst worden de vier lange bonnen meegeven aan de verdachte. Daarna worden de vier korte bonnen meegegeven aan de verdachte.
Camerabeelden [bedrijf 3]
Bestandsnaam: " [bestandsnaam 7] "
Op 01:45 min. komt de verdachte weer in beeld en loopt richting de kassa waar de verdachte nog een blikje overhandigd aan de kassamedewerker. De verdachte pakt uit zijn tas een pasje en pint met dat pasje. Na de betaling komen er in totaal 12 bonnetjes uit. 6 bonnetjes blijven bij de kassa liggen en 6 bonnetjes worden overhandigd aan de verdachte.
Camerabeelden Shell [adres 19]
Bestandsnaam: " [bestandsnaam 8] "
Op 01:09 min. stopt de verdachte zijn pinpas in de pinautomaat.
Op 01:29 min. komen er twee bonnetjes uit het apparaat. Eén bon gaat met de verdachte
mee en de andere bon blijft bij de kassa.
Camerabeelden Total [adres 17]
Bestandsnaam: " [bestandsnaam 9] "
Op 04:21 min. legt de verdachte een wit pinpasje op het pinautomaat. Hierna komen er twee bonnen uit de kassa. Eén lange bon en een korte bon. De verdachte neemt beide bonnetjes aan en loopt links uit beeld weg.

6.Het proces-verbaal herkenning door opsporingsambtenaar van 4 september

2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 26 en 27, 58-62):

Grondslag herkenning
Ik ken hem vanuit mijn werkzaamheden als agent bij het verdachten afhandel team.
Ik herken de person goed genoeg als zijnde [verdachte] . Ik heb [verdachte] op donderdag 4 september 2025 verhoord in het arrestantencomplex te Borne. Het verhoor duurde ongeveer 5 minuten.
De laatste keer dat ik hem zag was op donderdag 4 september 2025 om 10:35 uur. Het contact duurde toen ongeveer 5 minuten.
Ik herkende hem aan het totaalbeeld van zijn kenmerken.
Ik herkende [verdachte] aan zijn postuur en kleding. Ik zag dat hij een zwarte Nike sweater droeg. Ik zag dat hij deze zelfde sweater aan had in het verhoor. Ik zag dat op deze sweater een Nike logo zat.
Aan zijn herkenning droegen de volgende specifieke kenmerken bij:
Ik herkende [verdachte] aan zijn krullende haardracht en gezichtsbeharing.
Ik herkende hem onmiddellijk toen ik de foto's zag.

7.Het proces-verbaal herkenning door opsporingsambtenaar van 8 september

2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 29, 58 en 59):

Grondslag herkenning
Ik ken hem vanuit mijn werkzaamheden als medewerker Verdachten Afhandel Team Twente.
Ik heb de persoon gesproken tijdens een verhoor, nadat hij was aangehouden voor bankhelpdeskfraude in Eenheid Oost-Nederland.
De laatste keer dat ik hem zag was op donderdag 4 september 2025 om 10:35 uur. Het contact duurde toen ongeveer 5 minuten.
Ik herkende hem aan het totaalbeeld van zijn kenmerken.
Ik herkende [verdachte] aan zijn gezicht, huidskleur, haardracht en gezichtsbeharing.
Tevens herkende ik hem aan zijn postuur.

Voetnoten

1.Voor zover de bewijsmiddelen conclusies bevatten neemt de rechtbank die al dan niet expliciet over in de bewijsmiddelen of het vonnis en maakt deze tot de hare.