ECLI:NL:RBOVE:2026:3671
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijzondere bijstand seksuele zorg
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Overijssel heeft op 30 juni 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin verzoeker een voorlopige voorziening vroeg tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zwolle. Het college had aan verzoeker bijzondere bijstand toegekend voor de kosten van seksuele zorg tot een bedrag van €204 per twee maanden, uitbetaald in maandelijkse termijnen van €102. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat de vergoeding onvoldoende was om de noodzakelijke zorg te betalen.
Verzoeker voerde aan dat er een medische noodzaak bestond voor de seksuele hulpverlening en dat zonder deze zorg een ernstige psychische ontregeling zou ontstaan. Hij kon de kosten van €204 per afspraak niet voorschieten omdat het college slechts €102 per maand vergoedde. Ter onderbouwing verwees hij naar een rapport van JPH Consult uit november 2024.
De voorzieningenrechter oordeelde echter dat er geen spoedeisend belang aanwezig was. De toegekende bijzondere bijstand dekte immers de kosten van de zorg, en verzoeker kon daardoor de noodzakelijke zorg betalen. Er was geen acute noodsituatie of onomkeerbare situatie die onmiddellijke tussenkomst vereiste. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.