Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3650

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
28 juni 2026
Zaaknummer
C/08/331817 / HA ZA 25-123
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 AuteurswetArt. 3:33 BWArt. 3:35 BWArt. 6:119 BWArt. 10 Auteurswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen auteursrechtelijke bescherming of slaafse nabootsing van verbindingsklemmen

WAGO vordert dat Conex wordt verboden haar verbindingsklemmen te verhandelen wegens vermeende inbreuk op auteursrecht en onrechtmatige slaafse nabootsing. Conex betwist dit en voert onder meer afstand van recht en rechtsverwerking aan.

De rechtbank oordeelt dat de verbindingsklemmen van WAGO geen auteursrechtelijke bescherming genieten omdat de vormgeving grotendeels technisch en functioneel is bepaald en WAGO onvoldoende heeft aangetoond dat er sprake is van creatieve keuzes die de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelen. Ook slaafse nabootsing wordt verworpen omdat WAGO geen eigen gezicht op de markt heeft en de klemmen van verschillende producenten sterk op elkaar lijken.

De vorderingen van WAGO worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank stelt vast dat Conex de producten met bepaalde serienummers niet meer verhandelt, waardoor WAGO geen vorderingsrecht meer heeft ten aanzien van die producten.

Uitkomst: De vorderingen van WAGO worden afgewezen wegens het ontbreken van auteursrechtelijke bescherming en slaafse nabootsing.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/331817 / HA ZA 25-123
Vonnis van 17 juni 2026
in de zaak van

1.WAGO GMBH & CO. KG,

te Minden (Duitsland),
2.
WAGO VERWALTUNGSGESELLSCHAFT MBH,
te Minden (Duitsland),
3.
WAGO NEDERLAND B.V.,
te Apeldoorn,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: WAGO,
advocaten: mrs. G.S.P. Vos en M.T.C. van Beusekom
tegen
CONEX HOLLAND B.V.,
te Hengelo,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Conex,
advocaten: mrs. T. Berendsen en M. van den Nieuwenhuijzen.

1.De zaak in het kort

1.1
WAGO claimt auteursrechtelijke bescherming op haar verbindingsklemmen. Zij stelt dat Conex inbreuk maakt op dat auteursrecht, dan wel dat zij onrechtmatig handelt door de WAGO-verbindingsklemmen slaafs na te bootsen. Conex betwist dit en beroept zich daarnaast op afstand van recht dan wel rechtsverwerking.
De rechtbank oordeelt dat de verbindingsklemmen van WAGO geen auteursrechtelijke bescherming genieten. Onrechtmatig handelen van Conex door slaafse nabootsing wordt evenmin aangenomen. De vorderingen van WAGO zullen daarom worden afgewezen.

2.De procedure

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 april 2025 met 29 producties
- de conclusie van antwoord met 28 producties
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de akte houdende overlegging producties (30 t/m 36) van WAGO
- de akte houdende overlegging productie (37) van WAGO
- de mondelinge behandeling van 12 november 2025, ter gelegenheid waarvan partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd en door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1
WAGO ontwerpt, produceert en verhandelt diverse producten op het gebied van aansluit- en automatiseringstechnologie, waaronder las-, kroon- en doorvoerklemmen. Dit zijn verbindingsklemmen die eindconsumenten en professionele gebruikers, zoals elektriciens, gebruiken bij de installatie of reparatie van elektriciteitsdraden in bijvoorbeeld lampen en meterkasten.
[afbeelding]
Enkele voorbeelden van verbindingsklemmen van WAGO
3.2
Eiseressen sub 1 en 2 zijn de Duitse moedermaatschappijen en eiseres sub 3 is de Nederlandse dochtermaatschappij.
3.3
Conex is gespecialiseerd in de verkoop van producten voor elektrotechnische installaties. Zij verkoopt zowel producten onder haar eigen naam als producten van merken van derden. Net als WAGO verhandelt Conex verbindingsklemmen. De klemmen die onderwerp zijn van het onderhavig geschil koopt zij in bij drie verschillende leveranciers, te weten: (1) Openwise Industrial Limited, gevestigd te Hong Kong, (2) Ningbo Degson Electrical Co. Ltd., gevestigd te China, en (3) Heavy Power Co. Ltd., gevestigd te Taiwan. [1]
3.4
Bij brief van 10 november 2023 heeft WAGO Conex gesommeerd de door haar gestelde inbreuk op haar IE-rechten met betrekking tot de verbindingsklemmen (auteursrechten, modellenrechten en bescherming tegen slaafse nabootsing) te staken en gestaakt te houden. Conex heeft daarop bij e-mail van 17 november 2023 geantwoord dat zij gedurende haar onderzoek naar de gegrondheid van de aanspraken van WAGO haar verkoop van de in die brief genoemde producten zal staken.
3.5
Na een herhaalde sommatie van 27 november 2023 van WAGO heeft Conex op
4 januari 2024 toegezegd de verhandeling van een aantal klemmen definitief te staken.
3.6
Bij brief van 28 mei 2024 heeft WAGO daarop gereageerd en aangegeven dat zij bereid is het geschil ten aanzien van deze producten te laten rusten. Daarbij behoudt zij zich het recht voor “om over te gaan tot het nemen van rechtsmaatregelen in het geval dat zij moet constateren dat Conex zich niet aan haar toezeggingen zou houden”.
3.7 Op 18 februari 2025 maakt WAGO wederom melding van een inbreuk op haar rechten. Partijen hebben hierover met elkaar gecorrespondeerd, maar zij hebben geen minnelijke oplossing van hun geschil kunnen bereiken.

4.Het geschil

4.1
WAGO vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
(1) Conex zal gebieden, onmiddellijk na betekening van het vonnis, in de Europese Unie, dan wel in Nederland, te staken en gestaakt te houden elke directe of indirecte openbaarmaking, verhandeling, vervaardiging, import, export en/of ander gebruik van de inbreukmakende producten, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom;
(2) Conex zal gebieden aan de advocaten van WAGO, mr. Vos en mr. Van Beusekom, binnen 14 dagen na betekening van het vonnis een schriftelijke opgave te hebben doen toekomen, met aanhechting van kopieën van alle ter staving van deze opgave relevante bescheiden (waaronder orderbevestigingen, in- en verkoopfacturen en transportdocumentatie) met betrekking tot de aan- en verkoop van alle inbreukmakende producten. Deze informatie omvat in ieder geval:
a. het totale aantal inbreukmakende producten dat Conex heeft geproduceerd en/of heeft laten produceren door derden voor Conex en/of heeft ingekocht en/of vervolgens heeft verkocht en/of heeft besteld maar nog niet aan Conex is geleverd, met een specificatie van een aantal inbreukmakende producten dat is geproduceerd of gekocht door welke derde partij en/of het totale aantal inbreukmakende producten dat Conex heeft verkocht aan professionele en individuele klanten, met een specificatie van het aantal inbreukmakende producten dat is verkocht aan welke partij;
b. de volledige namen en adressen van de producent(en), leverancier(s), verkoper(s) en/of professionele consumenten van de inbreukmakende producten;
c. de prijzen die Conex heeft betaald voor de productie en/of de inkoop voor elk individuele inbreukmakend product, alsmede de prijzen die Conex heeft gerekend voor de verkoop van deze producten;
d. de totale winst die Conex met de productie en verhandeling van de inbreukmakende producten heeft gemaakt;
e. het totale aantal inbreukmakende producten dat Conex en/of een aan Conex gelieerde onderneming nog op voorraad heeft;
(3) Conex zal gebieden, binnen 30 dagen na betekening van het vonnis, alle inbreukmakende producten die Conex in voorraad heeft, aan WAGO toe te zenden, dan wel deze producten, zulks ter keuze van WAGO, te (laten) vernietigen, zoveel mogelijk ter recycling, in aanwezigheid van een deurwaarder die van deze vernietiging, dan wel recycling waar mogelijk, een proces-verbaal opstelt dat deze onmiddellijk na voltooiing zal toesturen aan de advocaten van WAGO, mrs. Vos en Van Beusekom, waarbij de kosten van vernietiging, dan wel recycling waar mogelijk, en de deurwaarder ten laste komen van Conex;
(4) Conex zal gebieden, binnen 3 dagen na betekening van het vonnis, gedurende 6 maanden, bovenaan de homepage van de website waarop zij onrechtmatig inbreukmakende producten heeft aangeboden, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, de website < [internetsite] >, de volgende tekst te (doen) plaatsen, in een zwart lettertype tegen een witte achtergrond, in een duidelijk leesbare lettergrootte die niet kleiner is dan de gangbare lettergrootte die op de websites wordt gebruikt, zonder toevoeging en zonder bijschrift:
“De rechtbank Overijssel heeft in een vonnis van [datum invoegen] geoordeeld dat Conex inbreuk maakt op de auteursrechten van WAGO en onrechtmatig heeft gehandeld jegens WAGO door producten aan te bieden die een slaafse nabootsing zijn van de producten van WAGO.
De voorzieningenrechter heeft specifiek geoordeeld dat de onderstaande producten inbreuk maken op de rechten van WAGO en dat Conex onrechtmatig heeft gehandeld jegens WAGO door deze producten aan te bieden:
[opsomming, red. rb]
Het is ons niet langer toegestaan deze producten aan te bieden. Indien u op zoek bent naar dergelijke producten raden wij u aan u te wenden tot WAGO of een andere geautoriseerde handelaar.
De directie van Conex Holland B.V.”
of een rectificatie op deze media met een door de rechtbank te bepalen inhoud of vorm;
en, eveneens binnen 7 dagen na kennisgeving van het vonnis, aan zijn wederverkoper(s)/klant(en) een aangetekende brief te sturen in de nationale taal van de betrokken klant, die de volgende tekst (of een vertaling in die nationale taal daarvan) bevat, zonder enige toevoeging of bijschrift:
“De rechtbank Overijssel heeft in een vonnis van [datum invoegen] geoordeeld dat Conex inbreuk maakt op de auteursrechten van WAGO en onrechtmatig heeft gehandeld jegens WAGO door producten aan te bieden die een slaafse nabootsing zijn van de producten van WAGO.
De voorzieningenrechter heeft specifiek geoordeeld dat de onderstaande producten inbreuk maken op de rechten van WAGO en dat Conex onrechtmatig heeft gehandeld jegens WAGO door deze producten aan te bieden:
[opsomming, red. rb]
Wij verzoeken u hierbij om geen producten meer aan te bieden van Conex die u bij ons heeft besteld en/of die u van ons heeft ontvangen en om alle eenheden van deze producten die in uw bezit zijn binnen zeven dagen van deze brief aan ons te retourneren. Wij vergoeden u de aankoopprijs en alle kosten die verband houden met het retourneren van de producten.
Hoogachtend,
De directie van Conex Holland B.V.”
of een brief met een door de rechtbank te bepalen inhoud of vorm, onder voorbehoud van de verplichting tot gelijktijdige toezending van alle brieven aan de advocaten van WAGO;
(5) Conex zal veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 10.000 voor elke overtreding van één of meer (delen van) de onder 2 t/m 4 genoemde bevelen, dan wel, zulks ter keuze van WAGO, voor elke dag dat Conex één of meer (delen van) de onder 2 t/m 4 genoemde bevelen overtreedt;
(6) Conex zal veroordelen tot betaling van de kosten van deze procedure overeenkomstig artikel 1019h Rv.
4.2
Aan haar vorderingen legt WAGO het volgende ten grondslag. WAGO stelt ten eerste dat haar verbindingsklemmen beschermd zijn tegen onrechtmatige slaafse nabootsingen. Volgens WAGO hebben haar klemmen een duidelijke eigen onderscheidende positie – en dus een eigen gezicht – op de Nederlandse markt. Conex handelt onrechtmatig door haar producten na te bootsen.
Ten tweede stelt WAGO dat haar klemmen kwalificeren als auteursrechtelijk beschermde werken als bedoeld in artikel 1 juncto Pro artikel 10 van Pro de Auteurswet door de unieke vormgeving die door haar is ontworpen. WAGO stelt dat Conex inbreuk heeft gemaakt op haar auteursrechten en dat zij zich op grond van de artikelen 12 en 13 van de Auteurswet kan verzetten tegen ongeautoriseerde openbaarmakingen en verveelvoudigingen daarvan.
4.3
Conex voert als meest verstrekkend verweer dat WAGO ten aanzien van een aantal producten afstand van recht heeft gedaan, althans dat sprake is van rechtsverwerking. Voorts betwist Conex dat de verbindingsklemmen van WAGO auteursrechtelijke bescherming genieten en als daarvan al sprake is heeft zij daarop geen inbreuk gemaakt. Verder betwist zij dat sprake is van slaafse nabootsing. Conex concludeert tot afwijzing van de vorderingen van WAGO, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van WAGO in de kosten van deze procedure ex artikel 1019h Rv, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.4
Op de stellingen van partijen zal de rechtbank hierna ingaan, voor zover dat nodig is voor de beoordeling van het geschil.

5.De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
5.1
Het geschil tussen partijen kent internationale aspecten. Eiseressen sub 1 en 2 zijn in Duitsland gevestigd. De rechtbank stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 4 lid 1 van Pro de Verordening Brussel I-bis [2] bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen van WAGO, omdat Conex gevestigd is in Nederland. De vragen of de verbindingsklemmen van WAGO auteursrechtelijke bescherming genieten en of Conex met de verhandeling van haar klemmen daarop inbreuk maakt of onrechtmatig handelt op grond van slaafse nabootsing, worden op grond van de Verordening Rome II [3] beheerst door Nederlands recht. Dat is tussen partijen ook niet in geschil.
Afstand van recht / rechtsverwerking?
5.2
Conex voert als meest verstrekkend verweer dat WAGO afstand van recht heeft gedaan, althans dat sprake is van rechtsverwerking. Daartoe verwijst Conex naar de brief van WAGO van 28 mei 2024. Volgens Conex heeft WAGO in die brief een duidelijke toezegging gedaan dat zij ten aanzien van een aantal producten geen vorderingen tegen Conex meer zal instellen. Conex stelt dat zij de verhandeling van de hiervoor genoemde producten heeft gestaakt en dat zij deze producten vanaf 4 januari 2024 niet meer heeft verhandeld. Volgens Conex heeft WAGO dit in haar productie 9 ook erkend. Het gevorderde ligt ten aanzien van de producten met serienummers CH PC 301, CH PC 302, CH21 en CH 6003 daarom in zoverre voor afwijzing gereed, aldus Conex.
5.3
WAGO betwist dat en betoogt dat er sprake is van een toezegging onder de voorwaarde dat Conex deze producten niet meer zal verhandelen. Conex heeft deze producten echter met een minimale aanpassing weer op de markt gebracht. Het gaat bijvoorbeeld om een transparante behuizing die is vervangen door een groene transparante behuizing, aldus WAGO. Conex heeft zich daarom niet gehouden aan de voorwaarde, zodat de toezegging niet geldt.
5.4
Partijen verschillen van mening over de vraag of Conex heeft voldaan aan de voorwaarde die aan de toezegging is verbonden. Bij de uitleg van de voorwaarde dienen alle relevante feiten en omstandigheden te worden betrokken. Het gaat er om wat partijen over en weer hebben bedoeld en wat zij redelijkerwijs van elkaar mochten begrijpen (artikelen 3:33 en 3:35 BW). Uit de correspondentie die aan de toezegging vooraf is gegaan kan het volgende worden afgeleid.
5.5
WAGO heeft bij brief van 27 november 2023 gesommeerd de inbreuk op inbreukmakende artikelen te staken. Zij heeft die inbreukmakende producten genummerd van 1 tot en met 5 en heeft daarbij ook afbeeldingen geplaatst. Conex heeft daarop bij brief van 4 januari 2024 gereageerd. Zij schrijft onder meer:
“Om niet in een discussie te belanden over de geldigheid of beschermingsomvang van de modellen en de vermeende auteursrechten van WAGO, heeft Conex mede vanuit commercieel oogpunt – en zonder erkenning van enige inbreuk of onrechtmatig handelen – besloten de verkoop van CH PC 301, CH PC 302-serie (nummer 2 en 3 in de brief), de CH21-serie zoals in de brief van 27 november als nummer 4 en CH 6003 (nummer 5) definitief te staken. Conex zal van dit type lasklemmen op korte termijn een alternatief design op de markt brengen waarbij onder meer de body met afgeronde hoeken en ronde ingangen is vormgegeven, ten aanzien van de (transparante) behuizing een andere kleurenvariatie wordt toegepast en aan de bovenkant een duidelijk opstaande rand wordt toegevoegd.Vooruitlopend op de volledige redesign van de betreffende CH21-serie zal Conex onderstaande lasklem gaan leveren.”Daaronder worden twee afbeeldingen van verbindingsklemmen getoond.
Conex vervolgt met:
“Deze serie lasklemmen houdt in ieder geval voldoende afstand tot de 2273-serie van WAGO.
5.6
WAGO reageert bij brief van 28 mei 2024:
Toezeggingen
Allereerst verheugt het WAGO dat Conex in de brief van 4 januari 2024 heeft toegezegd dat zij de producten met de volgende serienummers niet meer zal verhandelen: CH PC301, CH PC-302, CH21 (met transparante behuizing) en CH 6003. Onder uitdrukkelijke voorwaarde dat Conex zich ook in de toekomst aan deze toezeggingen houdt is WAGO bereid om het geschil ten aanzien van deze producten te laten rusten. Wij behouden daarbij wel namens WAGO het recht voor om zonder nadere aankondiging over te gaan tot het nemen van rechtsmaatregelen in het geval dat zij moet constateren dat Conex zich niet aan haar toezeggingen zou houden.”
WAGO gaat ook in op het nieuwe design van de CH21-serie:
“Voor de volledigheid merken wij op dat Conex stelt dat de vermeend nieuwe versie van haar producten met serienummer CH21 een andere kleur transparante behuizing heeft, een opstaande rand en andere vormgeving van de hoeken en ingangen zouden hebben. Dit zijn minimale verschillen waar het Landsgericht Düsseldorf op doelt in zijn vonnis die er niet toe leiden dat de producten een andere algemene indruk wekken.”
5.7
Uit de tekst van de brief van 28 mei 2024 volgt dat WAGO bereid is om het geschil ten aanzien van de genoemde serienummers te laten rusten als Conex de artikelen met de betreffende serienummers niet meer zal verhandelen. WAGO heeft expliciet haar recht voorbehouden om rechtsmaatregelen te treffen als Conex deze producten toch weer gaat verhandelen. Zij geeft in de brief ook aan dat zij de aangekondigde “minimale” aanpassingen onvoldoende vindt. Gelet op deze correspondentie mocht Conex vanaf 28 mei 2024 niet verwachten dat WAGO het geschil ook zou laten rusten als zij de betreffende producten met enkele aanpassingen, weer op de markt zou brengen. Zij mocht wel verwachten dat WAGO het geschil zou laten rusten als zij de genoemde producten (2, 3, 4 en 5 uit de brief van 27 november 2023) in het geheel niet meer zou verhandelen.
5.8
De vraag is of Conex de genoemde producten weer op de markt heeft gebracht.
Ten aanzien van de CH21 heeft Conex zelf aangegeven dat zij die in gewijzigde vorm weer op de markt heeft gebracht. Ten aanzien van deze klemmen is de voorwaarde niet vervuld.
Ten aanzien van de overige klemmen stelt WAGO dat ook die klemmen zijn verhandeld na 28 mei 2024, maar dat heeft zij op geen enkele manier feitelijk onderbouwd. Gelet op de gemotiveerde stelling van Conex waarbij is verwezen naar productie EP9 van WAGO, mocht dat wel van haar worden verwacht. Bij gebrek aan een gemotiveerde betwisting en het achterwege blijven van een uitleg van haar eigen productie 9 dient de rechtbank uit te gaan van de juistheid van de stelling van Conex. Dat betekent dat zij tot uitgangspunt neemt dat de betreffende producten na de toezegging niet meer zijn verhandeld en dat de aan de voorwaarde verbonden toezegging is vervuld. Aangezien Conex op grond van de correspondentie mocht verwachten dat WAGO in deze situatie haar aanspraak niet (meer) geldend zal maken, en daarnaast niet valt in te zien wat het belang is van WAGO bij haar vorderingen als deze producten niet meer door Conex worden verhandeld, komt WAGO geen vorderingsrecht toe ten aanzien van de verbindingsklemmen CH PC 301, CH PC 302 en CH 6003. Uitgaande van productie EP 28 (ten aanzien waarvan WAGO ter zitting een exemplaar heeft overgelegd dat zij heeft aangevuld met de typenummers van Conex) leidt dat ertoe dat slechts de verbindingsklemmen van Conex met nummers CH928, CH21 en CH14 ter beoordeling voorliggen. Echter, uit praktische overwegingen zal de rechtbank bij de inhoudelijke beoordeling van de vorderingen en verweren alle klemmen gezamenlijk beoordelen.
De aangevoerde grondslagen
5.9
WAGO stelt primair dat Conex zich schuldig maakt aan slaafse nabootsing. Daarbij wijst zij op het eigen gezicht van de WAGO-klemmen op de Nederlandse markt en het verwarringsgevaar bij het publiek dat door het (onrechtmatige) handelen van Conex kan ontstaan. Subsidiair betoogt WAGO dat Conex inbreuk heeft gemaakt op haar auteursrecht. WAGO doet daarbij uitdrukkelijk geen beroep op het modellenrecht.
5.1
De rechtbank zal eerst beoordelen of de WAGO-klemmen auteursrechtelijke bescherming genieten.
Het auteursrechtelijke toetsingskader
5.11
De vraag of de verbindingsklemmen van WAGO ieder afzonderlijk en/of als verzameling auteursrechtelijke bescherming genieten, moet worden beantwoord aan de hand van de Auteurswet. Het werkbegrip in artikel 10 van Pro de Auteurswet is een autonoom begrip dat in het verlengde van Richtlijn 2001/29 [4] in de landen van de Unie op uniforme wijze moet worden uitgelegd en toegepast en de combinatie van twee cumulatieve elementen veronderstelt. Uit jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU (hierna het Hof van Justitie of het hof) volgt dat dit begrip ten eerste impliceert dat het betrokken voorwerp oorspronkelijk is, in die zin dat het gaat om een eigen intellectuele schepping van de auteur ervan. Ten tweede kunnen alleen de bestanddelen die de uitdrukking van een dergelijke intellectuele schepping zijn, als “werk” worden aangemerkt. [5]
5.12
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de door haar gehanteerde begrippen “eigen persoonlijk karakter” en “persoonlijk stempel van de maker” overeenstemmen met de invulling van “eigen intellectuele schepping”. [6]
5.13
In deze zaak gaat het om de vraag of auteursrecht rust op de verbindingsklemmen van WAGO. Verbindingsklemmen zijn in de eerste plaats gebruiksvoorwerpen, in de terminologie van de Auteurswet: werken van toegepaste kunst.
Hof van Justitie: Auteursrecht ten aanzien van werken van toegepaste kunst
5.14
Het hof heeft in 2019 bepaald dat voor gebruiksvoorwerpen geen ander auteursrechtelijk oorspronkelijkheidvereiste geldt dan bij andere soorten werken. [7] Bij arrest van 4 december 2025 heeft het hof prejudiciële vragen beantwoord over welke omstandigheden relevant zijn bij de beoordeling van de vraag wanneer een voorwerp van toegepaste kunst voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt en wanneer sprake is van een auteursrechtinbreuk. [8]
5.15
Het hof heeft aan het vereiste van oorspronkelijkheid van toegepaste kunst verschillende overwegingen gewijd. Daaruit volgt onder meer het volgende. De aangezochte rechter moet beoordelen of het voorwerp waarvoor aanspraak op bescherming wordt gemaakt, uitdrukking geeft aan vrije en creatieve keuzen die de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelen. Bij deze beoordeling moet rekening worden gehouden met de specifieke aard van de betrokken soort werken. Werken van toegepaste kunst onderscheiden zich immers van andere categorieën werken door het feit dat zij in de eerste plaats gebruiksvoorwerpen zijn. Dergelijke voorwerpen zijn het resultaat van de knowhow en de keuzen van hun makers. Die keuzen kunnen worden ingegeven door technische, ergonomische of veiligheidsbeperkingen of kunnen voortvloeien uit normen of overeenkomsten die in de betrokken sector zijn vastgesteld. Het hof verwijst naar eerdere jurisprudentie [9] waarin is gepreciseerd dat een voorwerp dat aan de voorwaarde van oorspronkelijkheid voldoet, voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking kan komen, ook al wordt de verwezenlijking ervan deels door technische overwegingen bepaald, op voorwaarde dat een dergelijke bepaling de auteur niet heeft belet om zijn persoonlijkheid in dat voorwerp te weerspiegelen door vrije en creatieve keuzen tot uiting te brengen.
In het kader van het auteursrecht mag niet worden verondersteld dat de keuzen van de auteur van het voorwerp creatief zijn. De rechter die dient te oordelen of een gebruiksvoorwerp oorspronkelijk is, moet dus de creatieve keuzen in de vorm ervan onderzoeken en identificeren om het als auteursrechtelijk beschermd te kunnen aanmerken, met dien verstande dat, zelfs wanneer de auteur ervan keuzen heeft gemaakt die niet door technische of andere beperkingen zijn ingegeven, de creatieve aard van die keuzen in de zin van het auteursrecht niet mag worden verondersteld. Niet vrij en creatief zijn niet alleen keuzen die zijn ingegeven door verschillende – met name technische – beperkingen waar aan de auteur gebonden is tijdens het creëren van dat voorwerp, maar ook keuzen die weliswaar vrij zijn maar niet de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelen door aan het voorwerp een uniek aspect te geven. De omstandigheid dat een model, afgezien van het utilitaire doel ervan, een eigen en vanuit esthetisch of artistiek oogpunt opvallend visueel effect opwekt, volstaat op zich niet om het als “werk” in de zin van richtlijn 2001/29 aan te merken. Uit het gebruik van de termen “weerspiegelt” en “uitdrukking te geven” volgt dat deze keuzen en de persoonlijkheid van de auteur zichtbaar moeten zijn in het voorwerp waarvoor aanspraak op bescherming wordt gemaakt.
Is er sprake van auteursrechtelijk beschermde werken?
5.16
Bij de beoordeling van het geschil tussen WAGO en Conex stelt de rechtbank vast dat WAGO auteursrechtelijke bescherming claimt ten aanzien van de verbindingsklemmen (van zes verschillende series) die zijn opgenomen in productie 28 bij dagvaarding.
5.17
Ter beoordeling ligt voor of deze verbindingsklemmen, of bestanddelen daarvan, hebben te gelden als “werken” in de zin van de Auteurswet. Beoordeeld moet worden of de vormgeving van deze technische gebruiksvoorwerpen de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelen door uitdrukking te geven aan de vrije en creatieve keuzen van die auteur. Er moet sprake zijn van een persoonlijk stempel en een uniek aspect, zodanig dat het voorwerp zich onderscheidt van elk gelijksoortig voorwerp dat door iemand anders is gemaakt. De omstandigheid dat de vormgevingskeuzen van de verbindingsklemmen grotendeels worden ingegeven door functionele en technische eisen, sluit niet uit dat er nog ruimte is voor vrije en creatieve keuzen die een persoonlijke noot van de maker aan de verbindingsklemmen toevoegen. Er moet sprake zijn van een vorm die het resultaat is van creatieve keuzen. Daarbuiten valt een vorm die zo banaal of triviaal is, dat daarachter geen creatieve arbeid van welke aard ook valt aan te wijzen. [10] Het is aan WAGO om te stellen en aan te tonen dat sprake is van auteursrechtelijk beschermde bestanddelen.
5.18
WAGO heeft tijdens de zitting erkend dat de doorvoerklemmen die zij verhandelt aan de binnenkant functionele producten zijn. Volgens WAGO gaat het er niet om of er intern technische overwegingen zijn aan te wijzen of dat er octrooien zouden bestaan voor onderdelen van de klemmen maar gaat het erom dat het optisch zichtbare externe ontwerp van de WAGO-klemmen creatief is. Het zijn juist creatieve uiterlijke elementen die bescherming verdienen, aldus WAGO. In haar productie 28 heeft WAGO voor de series 221-2411, 2273 (202+203+204+205+208), 222 (412+413+415), 224 (101+112), 773-173 en 221 (422+423+425) de – in haar ogen – auteursrechtelijk beschermde trekken benoemd. Volgens WAGO zijn haar klemmen het resultaat van creatieve subjectieve ontwerpkeuzen en zijn daarmee een eigen intellectuele schepping van de maker. Daarbij wijst WAGO erop dat haar klemmen een “
trendsettend design” (kleur, transparante behuizing, klein, slank, modern) hebben en dat een groot deel van de kenmerkende elementen tot op zekere hoogte door esthetische overwegingen zijn ingegeven en juist niet (uitsluitend) door technische overwegingen. In dit verband meent WAGO dat er een veelheid aan vormgevingsmogelijk-heden bestaat. WAGO heeft expliciet aangegeven dat het haar niet gaat om kleurgebruik, maar slechts om de vormgeving van de verbindingsklemmen.
5.19
Gelet op haar stellingen roept WAGO auteursrechtelijke bescherming in voor de vormgeving van iedere litigieuze verbindingsklem in het geheel. Zij omschrijft per klem de gehele vormgeving waarbij zij een opsomming maakt van de uiterlijke kenmerken. Unieke of bijzondere aspecten die zijn ontstaan door creatieve keuzes worden daarbij niet uitgelicht. Desgevraagd heeft WAGO ter zitting niet nader kunnen verduidelijken en specificeren welke bestanddelen volgens haar auteursrechtelijke bescherming verdienen. Zij heeft ook niet kunnen aangeven welke aanpassingen Conex zou kunnen doen om afstand te creëren tot de WAGO-klemmen.
5.2
De rechtbank leidt uit de stellingen af dat WAGO auteursrechtelijke bescherming claimt voor het totaalbeeld van iedere verbindingsklem die in deze procedure onderwerp van geschil is en neemt dat als uitgangspunt voor de beoordeling. Indien WAGO ook de bescherming had willen inroepen van gestelde auteursrechtelijk beschermde bestanddelen had zij deze bestanddelen duidelijker moeten identificeren. Voor de rechtbank en voor Conex moet immers kenbaar zijn welke bestanddelen volgens WAGO voortvloeien uit creatieve keuzes die de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelen en waarvoor zij auteursrechtelijke bescherming claimt. Bij toewijzing van een auteursrechtelijke claim dient duidelijk te zijn waar een concurrent zich aan dient te houden.
5.21
De rechtbank stelt vast dat de vormgeving van verbindingsklemmen, zoals die van WAGO, in hoge mate technisch en functioneel is bepaald. Als gevolg van nieuwe materialen en technische en functionele wensen hebben de verbindingsklemmen sinds het begin van de vorige eeuw een ontwikkeling doorgemaakt. Zo waren er oorspronkelijk lasdoppen die eerst van porselein waren en later van kunststof. Daarna werd de lasdop vervangen door de gebruiksvriendelijker en veiliger klem die ook platter en rechthoekiger is en daarmee beter toepasbaar. Vervolgens werd de ondoorzichtige klem transparant gemaakt zodat de draden zichtbaar zijn. Het ontwikkelingsproces zorgde er ook voor dat er verschillende typen verbindingsklemmen op de markt kwamen zoals hendel-, steek-, doorvoer- en kroonklemmen. De keuze voor een type verbindingsklem wordt bepaald door de toepassing en de gegeven ruimte waarbinnen de klem moet passen. De klemmen zijn steeds compacter geworden tot de huidige afmetingen van enkele centimeters tot zelfs millimeters.
5.22
In haar productie 28 vergelijkt WAGO haar verbindingsklemmen met die van Conex en geeft zij per serie een algemene omschrijving met alle uiterlijke kenmerken. Zij noemt bijvoorbeeld dat de behuizing rechthoekig is, dat de zijkanten vlak zijn en dat de hendels de behuizing volgen.
Conex heeft in haar conclusie van antwoord per verbindingsklem gedetailleerd uiteengezet dat alle door WAGO benoemde kenmerken – gelet op de voor het gebruik vereiste veiligheid, bruikbaarheid en compactheid van de klemmen – geheel technisch bepaald zijn en dat van enige creatieve keuzes in het ontwerp geen sprake is. Conex heeft dit standpunt in haar conclusie van antwoord per type verbindingsklem gespecificeerd uiteengezet. WAGO is daarop vervolgens niet gespecificeerd ingegaan en heeft haar stellingen evenmin nader onderbouwd.
5.23
Gelet op de technische en praktische overwegingen, die Conex voor iedere klem uiteen heeft gezet en die WAGO niet heeft weersproken, is de rechtbank van oordeel dat de ruimte voor vrije keuzes beperkt is. Deze ruimte zit bijvoorbeeld in het kleurgebruik, een opdruk of een klein opstaand randje. Maar een vrije keuze betekent nog niet dat er sprake is van creatieve keuzes waardoor producten of bestanddelen zijn ontstaan die auteursrechtelijke bescherming verdienen. Creativiteit moet volgens het hof immers worden onderzocht en geïdentificeerd en mag niet worden verondersteld. WAGO heeft echter onvoldoende toegelicht waarin het unieke aspect schuil gaat, welke creatieve keuzes aan de vormgeving ten grondslag liggen en hoe deze in het voorwerp tot uitdrukking komen. Evenmin is duidelijk geworden waarin de WAGO-klemmen afwijken van het vormgevingserfgoed. Uit de algemene omschrijving kan dit niet worden afgeleid en dat geldt ook voor de foto’s van de klemmen. De enkele keuze voor een afgeronde hoek of een al dan niet transparante behuizing van een bepaalde klem kan zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet gelden als een creatieve keuze die de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelt. Dat een klem moet passen binnen de gegeven ruimte en dat de behuizing transparant is heeft immers ook een functionele reden. Conex heeft ook aangevoerd dat er verschillende fabrikanten zijn die gelijksoortige verbindingsklemmen produceren. WAGO heeft daarop niet meer gereageerd.
5.24
WAGO stelt wel dat haar klemmen een grote afstand tot het vormgevingserfgoed hebben, maar heeft dat verder in het geheel niet toegelicht of onderbouwd. Ze heeft geen vergelijking met het vormgevingserfgoed gemaakt waaruit per type verbindingsklem kan worden afgeleid dat en op welke wijze de klemmen van WAGO onderscheidend vermogen hebben ten opzichte van andere gelijksoortige verbindingsklemmen van andere producenten. Evenmin heeft zij onderbouwd waarom zij aanspraak kan maken op auteursrechtelijke bescherming, terwijl andere fabrikanten ook soortgelijke producten verhandelen. Het enkele feit dat er verschillende vormen mogelijk zijn per type verbindingsklem volstaat daartoe niet. WAGO heeft onvoldoende duidelijk kunnen maken waarom zij meent het alleenrecht te hebben ten aanzien van een aantal verbindingsklemmen. Gelet op het gemotiveerde verweer van Conex op dit punt had dat wel op haar weg gelegen.
5.25
Op grond van foto’s en de fysiek ingebrachte verbindingsklemmen stelt de rechtbank verder vast dat de verschillende soorten verbindingsklemmen van WAGO onderling van elkaar verschillen. Een eenduidige lijn of terugkerend bijzonder uiterlijk kenmerk kan niet worden vastgesteld. WAGO heeft dat ook niet onderbouwd gesteld.
De omschrijving van het uiterlijk van de klemmen en het door WAGO genoemde trendsettend en “moderne slanke design” volstaan daartoe niet. Zo lijkt de aanduiding van “slank design” niet van toepassing te zijn op alle verbindingsklemmen waarvoor WAGO auteursrechtelijke bescherming claimt en is deze omschrijving daarnaast te onbepaald om voor bescherming in aanmerking te komen. Als er al een opvallend visueel aspect wordt gewekt volstaat dat volgens het hof niet om een product als “werk” aan te merken.
5.26
Gelet op het voorgaande kan de creativiteit van de keuzes die de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelen onvoldoende worden vastgesteld. Van een persoonlijke noot aan de vormgeving van deze technische en functionele gebruiksvoorwerpen is onvoldoende gebleken. Dat sprake is van een eigen intellectuele schepping kan op grond van hetgeen WAGO in deze procedure naar voren heeft gebracht dan ook niet worden aangenomen.
5.27
WAGO heeft nog verwezen naar het vonnis van de Duitse rechtbank waaruit naar haar mening blijkt dat de WAGO klemmen voldoende oorspronkelijk zijn. De rechtbank volgt WAGO hierin niet. De Duitse rechter heeft geoordeeld over de vraag of er sprake is van een inbreuk op modelrechten. Dat is een andere vraag dan in de onderhavige procedure voorligt. Modelrechtelijke bescherming heeft tot doel voorwerpen te beschermen die niet alleen nieuw zijn en een eigen karakter hebben, maar daarnaast ook een utilitair karakter hebben en bedoeld zijn om op grote schaal te worden geproduceerd. Bovendien geldt deze bescherming gedurende een beperkte, maar voldoende lange periode om de investeringen die nodig zijn voor de creatie en vervaardiging van die voorwerpen te laten renderen, zonder de concurrentie echter al te zeer te belemmeren. Auteursrechtelijke bescherming, waarvan de duur aanzienlijk langer is, is dan weer voorbehouden aan voorwerpen die het verdienen om als werk te worden gekwalificeerd. De voorwaarden voor die bescherming, te weten nieuwheid en eigen karakter (modelrecht), enerzijds, en oorspronkelijkheid (auteursrecht), anderzijds, mogen niet met elkaar worden verward. [11] Het Duitse vonnis leidt daarom niet tot een ander oordeel. Gelet op het voorgaande kan de vordering van WAGO op grond van de Auteurswet niet worden toegewezen.
5.28
Het hof heeft ook prejudiciële vragen beantwoord met betrekking tot de vraag op welke wijze inbreuk op een auteursrecht moet worden vastgesteld. Volgens het hof dient te worden bepaald of ‘creatieve elementen van het beschermde werk’, waaronder mede begrepen creatieve ‘schikkingen’ van reeds ‘beschikbare vormen’, ‘op een herkenbare manier zijn overgenomen in het vermeend inbreukmakende voorwerp. Vergelijking van de door elk van de conflicterende voorwerpen gewekte algemene indruk kan volgens het hof niet doorslaggevend zijn, ‘aangezien dit criterium geldt voor de bescherming van modellen’.
Dat leidt ertoe dat moet worden bepaald wat de auteursrechtelijk beschermde bestanddelen van de WAGO-verbindingsklemmen zijn en of deze op herkenbare wijze zijn overgenomen in de verbindingsklemmen die Conex verhandelt. Gelet op het voorgaande kan niet worden vastgesteld wat de auteursrechtelijke beschermde bestanddelen van de WAGO-klemmen zijn. Dat Conex klemmen verhandelt waarin de creatieve elementen op herkenbare manier zijn overgenomen, is daarom evenmin gebleken.
5.29
Gelet op het voorgaande concludeert de rechtbank dat de verbindingsklemmen van WAGO geen oorspronkelijke werken zijn die voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen en dat er geen sprake is van een inbreuk op een auteursrecht door Conex.
5.3
Maar ook als wordt aangenomen dat er wel enige auteursrechtelijke bescherming bestaat voor de verbindingsklemmen van WAGO, is er geen sprake van een inbreuk op een auteursrecht. De klemmen die Conex verhandelt zijn niet één op één hetzelfde als die van WAGO. Zij verschillen van de WAGO-klemmen op verschillende onderdelen. De reden dat deze klemmen in enige mate overeenkomsten vertonen is gelegen in de aard en functionele toepassing van deze klemmen. Slechts ten aanzien van de WAGO-kroonklem en de HP-kroonklem (CH PC301 en CH PC 302) is een verdergaande gelijkenis zichtbaar, maar aangezien WAGO niet heeft gesteld welke bestanddelen voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen – naar het oordeel van de rechtbank kunnen de pijl en het woord press niet gelden als zodanige bestanddelen, omdat de rechtbank deze als een gebruiksinstructie kwalificeert – en deze verbindingsklemmen bovendien onderdeel zijn van de toezegging van WAGO, zoals in r.o. 5.8 is geoordeeld, leidt dat niet tot een ander oordeel.
Slaafse nabootsing?
5.31
Vervolgens is de vraag of Conex zich met haar verbindingsklemmen schuldig maakt aan slaafse nabootsing ten opzichte van de WAGO-klemmen. Ook die vraag beantwoordt de rechtbank ontkennend. Daartoe geldt het volgende.
5.32
Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat nabootsing van een product, dat niet (langer) wordt beschermd door een absoluut recht van intellectuele eigendom, in beginsel vrijstaat, zij het dat dit beginsel uitzondering lijdt wanneer door die nabootsing verwarring bij het publiek valt te duchten en de nabootsende concurrent tekortschiet in zijn verplichting om bij dat nabootsen alles te doen wat redelijkerwijs, zonder afbreuk te doen aan de deugdelijkheid of bruikbaarheid van zijn product, mogelijk en nodig is om te voorkomen dat door gelijkheid van beide producten gevaar voor verwarring ontstaat. [12] Gelet op dit uitgangspunt en het oordeel dat van een beschermd auteursrecht geen sprake is, staat het Conex dus vrij verbindingsklemmen te verhandelen die lijken op de WAGO-klemmen. Zij mag deze klemmen zelfs nabootsen. Het enkele nabootsen levert nog geen onrechtmatige daad op. Daarvan kan wel sprake zijn in het geval dat er sprake is van een gevaar voor verwarring bij het publiek en deze verwarring nodeloos wordt veroorzaakt en/of dat deze nabootsing enkel gebeurt om de ander te schaden.
5.33
WAGO stelt dat haar verbindingsklemmen een eigen gezicht hebben op de Nederlandse markt met een duidelijke eigen positie en dat de klemmen die Conex op de markt brengt een nagenoeg identieke kopie is van het assortiment van WAGO waardoor verwarring bij het publiek kan ontstaan. Volgens WAGO heeft Conex met name het externe ontwerp van haar klemmen op nagenoeg identieke wijze gekopieerd, terwijl daarvoor blijkens de alternatieven die er op de markt zijn vele mogelijke manieren waren geweest. Daartoe verwijst WAGO naar haar productie 22. Doordat Conex dit heeft nagelaten, handelt zij onrechtmatig jegens WAGO.
5.34
Conex betwist dat de WAGO-klemmen over onderscheidend vermogen of een eigen gezicht op de markt beschikken. Volgens Conex tracht WAGO ten onrechte een 'eigen gezicht' aan te tonen door de focus te leggen op haar bekendheid als merk, marketinginspanningen en marktaandeel. Daarnaast wijst Conex erop dat WAGO een verkeerd en selectief beeld van de markt voor verbindingsklemmen schetst. Als de WAGO-klemmen wel een eigen gezicht op de markt hebben, dan is volgens Conex alsnog geen sprake van nodeloos verwarringsgevaar.
5.35
De rechtbank stelt voorop dat van verwarring ten aanzien van een nagebootst product pas sprake kan zijn als dat product een “eigen gezicht” heeft op de relevante markt, dat wil zeggen: zich in uiterlijke verschijningsvorm onderscheidt van andere, gelijksoortige producten op de markt. [13] Uit hetgeen WAGO heeft aangevoerd is aannemelijk dat zij een goede positie op de markt heeft verworven. Dat betekent echter niet dat haar verbindingsklemmen ook een eigen gezicht hebben op de relevante markt. Zoals uit het voorgaande kan worden afgeleid, hebben de WAGO-klemmen geen eenduidig herkenbaar uiterlijk dat de klemmen van WAGO kenbaar onderscheidt van klemmen van andere producenten. De algemene stellingen van WAGO dat de verschillende verbindingsklemmen zich onderscheiden in uiterlijke verschijningsvormen van andere producten in de markt voor verbindingsklemmen en dat WAGO het bekendste merk is, zijn verder niet onderbouwd en volstaan daarom niet. Zoals Conex gemotiveerd heeft betoogd en WAGO onvoldoende heeft weerlegd, zijn partijen niet de enige aanbieders van verbindingsklemmen met een slank design. De verbindingsklemmen van de verschillende producenten lijken uit de aard van de zaak allemaal op elkaar. Daar komt bij dat verbindingsklemmen zeer klein van formaat zijn waardoor het lastig is om zich van andere gelijksoortige verbindingsklemmen te onderscheiden. Dat WAGO marktleider is en al jarenlang intensief reclame maakt voor haar producten, maakt niet dat er dan wel een eigen gezicht in de markt bestaat. Dat leidt ertoe dat ook het beroep op slaafse nabootsing faalt.
5.36
De conclusie luidt dat de vorderingen van WAGO worden afgewezen.
Proceskosten
5.37
WAGO zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld. Conex vordert op de voet van artikel 1019h Rv veroordeling van WAGO in de volledige proceskosten van in totaal € 106.824,68 exclusief verschotten en btw. Daartoe verwijst Conex naar haar productie 29. Deze productie bevat een (bijgewerkt) overzicht waarin de kosten zijn gespecificeerd per leverancier van wie Conex haar verbindingsklemmen heeft afgenomen.
5.38
Deze procedure ziet deels op bescherming van intellectuele eigendomsrechten (auteursrecht), waarvoor artikel 1019h Rv geldt. Conform de door Conex gestelde tijdsbesteding aan het leerstuk van slaafse nabootsing (20%) schat de rechtbank het deel dat ziet op de auteursrechtelijke bescherming op 80%. Voor het overige deel, dat ziet op slaafse nabootsing, geldt artikel 1019h Rv niet.
5.39
Bij de vaststelling van de redelijke en evenredige kosten ex artikel 1019h Rv gaat de rechtbank uit van de door de rechtbanken gehanteerde Indicatietarieven in IE-zaken (versie 1 februari 2026). In dit geval neemt de rechtbank als uitgangspunt het tarief behorend bij een normale bodemzaak van (maximaal) € 21.000,00 (t/m mondelinge behandeling of re- en dupliek), nu het om een inhoudelijk gemiddelde zaak gaat. WAGO heeft de door Conex overgelegde specificaties van advocaatkosten door WAGO (deels) betwist. Zij wijst erop dat een deel van de facturen van het advocatenkantoor van Conex is gericht aan Weber & Sauberschwarz Rechtsanwälte te Düsseldorf, die kennelijk in de Duitse procedure optreedt. Aangezien de specificaties ook zonder deze Duitse werkzaamheden uitkomen op een hoger bedrag dan het toepasselijke indicatietarief, behoeft deze stelling geen verdere bespreking.
5.4
De advocaatkosten voor het IE-deel worden dan ook begroot op € 16.800,00 (80% x € 21.000). De advocaatkosten voor het deel dat geen betrekking heeft op IE-rechten worden conform het reguliere liquidatietarief begroot op € 1.306,00 (2 punten x € 653,00). Gelet op het voorgaande worden de proceskosten van Conex begroot op:
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
18.106,00
(€ 16.800,00 + € 1.306,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
19.009,00
5.41
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De rechtbank
6.1
wijst de vorderingen van WAGO af;
6.2
veroordeelt WAGO in de proceskosten van € 19.009,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als WAGO niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
6.3
veroordeelt WAGO tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
6.4
verklaart 6.2 en 6.3 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.N. Bartels en in het openbaar uitgesproken door
mr. D.N.R. Wegerif op 17 juni 2026. (PvdS)

Voetnoten

1.WAGO heeft in China ook procedures gevoerd tegen deze leveranciers van Conex. Daarnaast loopt er een Duitse procedure van WAGO tegen Heavy Power over modellenrechten van WAGO, die thans voor beslissing in hoger beroep staat.
2.Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid (…) in burgerlijke en handelszaken (herschikking)
3.Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen.
4.Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en naburige rechten in de informatiemaatschappij
5.HvJ EU, 12 september 2019, ECLI:EU:C:2019, 721 (Cofemel)
6.Zie onder meer ECLI:HR:2013:BY1529 (Stokke/H3 Products)
7.HvJ EU, 12 september 2019, ECLI:EU:C:2019, 721 (Cofemel)
8.HvJ EU 4 december 2025, ECLI:EU:C:2025:941 (Mio en Konektra)
9.HvJ EU 11 juni 2020, ECLI:EU:C:2020:461 (Brompton Bicycle)
10.HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2153 (Endstra-tapes)
11.HvJ EU 4 december 2025, ECLI:EU:C:2025:941 (Mio en Konektra)
12.HR 20 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ6999 (Lego)
13.HR 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:938 (Mi Moneda)