ECLI:NL:RBOVE:2026:3647

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
28 juni 2026
Zaaknummer
C/08/347858 / HA ZA 26-167
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28a Invorderingswet 1990Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verklaring voor recht en toewijzing vordering betaling en incassokosten tegen ontvanger Belastingdienst

VConsyst Metaalwerken B.V. vordert van de ontvanger van de Belastingdienst een verklaring voor recht dat de ontvanger niet bevoegd is tot verrekening van teruggaven met belastingschulden, betaling van de teruggaven, invorderingsrente, buitengerechtelijke incassokosten en expertisekosten.

De ontvanger van de Belastingdienst is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De rechtbank beoordeelt de vorderingen en stelt vast dat de verrekening niet rechtsgeldig heeft plaatsgevonden. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden getoetst aan het Rapport BGK-integraal en de wettelijke tarieven en worden als redelijk beoordeeld.

De rechtbank wijst de vorderingen toe, inclusief een gemaximeerde vergoeding voor expertisekosten op basis van een kosteninschatting. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van VConsyst toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank verklaart dat de ontvanger van de Belastingdienst niet bevoegd is tot verrekening en veroordeelt tot betaling van teruggaven, invorderingsrente, incassokosten, expertisekosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/347858 / HA ZA 26-167
Vonnis van 17 juni 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap
VCONSYST METAALWERKEN B.V.,
gevestigd te Gorredijk,
eisende partij,
hierna te noemen: VConsyst,
advocaat: mr. H. Kaya,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST,
gevestigd te Zwolle,
gedaagde partij,
hierna te noemen: ontvanger van de Belastingdienst,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het tegen de ontvanger van de Belastingdienst verleende verstek.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1
VConsyst heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
2.2
VConsyst vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De hoofdvordering valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De rechtbank zal daarom de gevorderde vergoeding toetsen aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vorderingen uit het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. De gevorderde vergoeding van € 5.908,93 aan buitengerechtelijke incassokosten is naar het oordeel van de rechtbank niet onredelijk en zal daarom worden toegewezen.
2.3
VConsyst vordert vergoeding van de kosten die zij heeft moeten maken ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid. Die vordering is toewijsbaar. VConsyst stelt echter nog geen factuur met de precieze kosten te hebben ontvangen. De rechtbank zal de vergoeding daarom maximeren op de vooraf gegeven kosteninschatting van 10 uur te vermeerderen met 5% kantoorkosten, zoals in de dagvaarding door VConsyst is omschreven.
2.4
De vordering komt de rechtbank voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
De proceskosten
2.5
De ontvanger van de Belastingdienst is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van VConsyst worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
125,57
- griffierecht
7.062,00
- salaris advocaat
3.723,00
(1 punt × € 3.723,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
11.099,57

3.De beslissing

De rechtbank
3.1
verklaart voor recht dat de ontvanger van de Belastingdienst niet bevoegd is de teruggaven aan VConsyst te verrekenen met de belastingschulden van [bedrijf] , waardoor de verrekening niet rechtsgeldig heeft plaatsgevonden,
3.2
veroordeelt de ontvanger van de Belastingdienst om aan VConsyst tegen behoorlijk bewijs van kwijting de teruggaven van € 826.786,00 uit te betalen,
3.3
veroordeelt de ontvanger van de Belastingdienst om aan VConsyst tegen behoorlijk bewijs van kwijting de invorderingsrente als bedoeld in artikel 28a lid 1 van de Invorderingswet 1990 over de teruggaven te betalen vanaf zes weken na datum van dagtekening van de respectieve beschikkingen tot de dag der algehele voldoening,
3.4
veroordeelt de ontvanger van de Belastingdienst om aan VConsyst tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen
een bedrag van € 5.908,93 aan buitengerechtelijke kosten,
een bedrag van € 3.450,00 te vermeerderen met 5% kantoorkosten ten titel van expertisekosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de dag van voldoening van de factuur door VConsyst tot de dag der algehele voldoening.
3.5
veroordeelt de ontvanger van de Belastingdienst in de proceskosten van € 11.099,57 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als de ontvanger van de Belastingdienst niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.6
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.7
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.