ECLI:NL:RBOVE:2026:3642

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
27 juni 2026
Zaaknummer
12136827 \ CV EXPL 26-355
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling onbetaalde factuur en wettelijke handelsrente na beëindiging IT-dienstverlening

Connectworks B.V. en [gedaagde] B.V. hadden een overeenkomst voor IT-dienstverlening die door [gedaagde] werd opgezegd. Na de opzegging verrichtte Connectworks werkzaamheden voor de overdracht van de dienstverlening aan een nieuwe leverancier. Connectworks factureerde deze werkzaamheden, maar [gedaagde] weigerde te betalen.

De kantonrechter oordeelde dat [gedaagde] op het opzegformulier akkoord was gegaan met de kosten voor overdracht en beëindiging van de dienstverlening. Connectworks had voldoende bewijs geleverd van de verrichte werkzaamheden, terwijl [gedaagde] haar verweren onvoldoende onderbouwde.

Daarom werd [gedaagde] veroordeeld tot betaling van de factuur van €499,11, vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf 4 maart 2026 en buitengerechtelijke incassokosten van €74,87. Tevens werd [gedaagde] veroordeeld in de proceskosten van €838,65. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de factuur, wettelijke handelsrente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 12136827 \ CV EXPL 26-355
Vonnis van 16 juni 2026
in de zaak van
CONNECTWORKS B.V.,
te Almelo,
eisende partij,
hierna te noemen: Connectworks,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [vestigingsplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend zonder gemachtigde.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 maart 2026 met producties;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald en vervroegd uitgesproken.

2.De samenvatting

2.1
Tussen Connectworks en [gedaagde] bestond een overeenkomst tot het verrichten van IT-dienstverlening. [gedaagde] heeft de overeenkomst opgezegd. Na de opzegging heeft Connectworks werkzaamheden verricht voor de overdracht van haar dienstverlening naar de nieuwe leverancier van [gedaagde]. Connectworks wil dat [gedaagde] die werkzaamheden betaalt.
2.2
[gedaagde] is het daar niet mee eens. Zij betwist de factuur en vindt (onder meer) dat er geen grondslag voor bestaat.
2.3
De kantonrechter wijst de vorderingen van Connectworks toe. Hierna wordt uitgelegd waarom.

3.De feiten

3.1
Tussen Connectworks en [gedaagde] bestond vanaf maart 2024 een overeenkomst van opdracht, op grond waarvan Connectworks IT-dienstverlening aan [gedaagde] heeft geleverd. De overeenkomst zou aanvankelijk drie jaar duren. Op de overeenkomst zijn de NLdigital Voorwaarden (hierna: algemene voorwaarden) van Connectworks van toepassing.
3.2
[gedaagde] heeft de overeenkomst met Connectworks eind 2024 opgezegd en is overgestapt naar een andere leverancier. Met het opzegformulier heeft Connectworks aan [gedaagde] gevraagd wat de gewenste opzegdatum is. Daarbij heeft [gedaagde] het volgende ingevuld:

Als nieuwe IT-partij aangeeft omgeving klaar te hebben, en de overdracht geregeld is dan geef ik een seintje, en vanaf dat moment kan de dienst opgezegd worden.Nieteerder”
3.3
Daarnaast heeft [gedaagde] de volgende vakjes op het opzegformulier aangevinkt:
[[afbeelding]]
[[afbeelding]]
3.4
[gedaagde] heeft het opzegformulier ondertekend.
3.5
In de periode van januari tot en met april 2025 heeft Connectworks verschillende keren contact gehad met de nieuwe leverancier van [gedaagde] voor het overdragen van de dienstverlening.
3.6
Bij factuur van 29 september 2025 heeft Connectworks de met de overdracht gepaard gaande werkzaamheden aan [gedaagde] in rekening gebracht voor een bedrag van € 499,11 inclusief btw. [gedaagde] moest de factuur binnen veertien dagen betalen. Dat is niet gebeurd.
3.7
Vanaf 11 november 2025 heeft Connectworks [gedaagde] verschillende keren gesommeerd om de factuur te betalen. [gedaagde] heeft op 11 november 2025 gereageerd de factuur niet te zullen betalen, omdat hij geen klant meer is en niet wil betalen voor het beëindigen van de klantrelatie. Op 14 november 2025 heeft Connectworks uitgelegd dat zij voor het beëindigen en overdragen van de dienstverlening kosten rekent en dat [gedaagde] daarvoor akkoord heeft gegeven. Daarna hebben partijen nog verder met elkaar gecorrespondeerd, maar hebben geen oplossing voor de (betaling van de) factuur gevonden.
3.8
De gemachtigde van Connectworks heeft [gedaagde] vanaf 15 december 2025 nog verschillende keren gesommeerd om de factuur, de wettelijke (handels)rente en de buitengerechtelijke
incassokosten te betalen, maar dat is niet gebeurd.

4.Het geschil

4.1
Connectworks vordert – samengevat en uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 499,11, vermeerderd met rente en kosten.
4.2
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Connectworks, met veroordeling van Connectworks in de kosten van deze procedure.
4.3
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

De factuur
5.1
[gedaagde] heeft de overeenkomst met Connectworks opgezegd. Op het opzegformulier heeft [gedaagde] aangegeven (onder meer) akkoord te gaan met eventuele kosten behorend bij de werkzaamheden die voor het beëindigen of het overdragen van de dienstverlening noodzakelijk zijn, en dat Connectworks die werkzaamheden zou factureren tegen het dan geldende uurtarief. Die werkzaamheden heeft Connectworks met de factuur van 29 september 2025 ter hoogte van € 499,11 aan [gedaagde] in rekening gebracht. Daartoe was zij op grond van het door [gedaagde] ondertekende opzegformulier gerechtigd. Daarin kan de grondslag voor de gevorderde nakoming (betaling van de factuur) gevonden worden.
5.2
Verder heeft Connectworks voldoende gemotiveerd gesteld dat zij daadwerkelijk werkzaamheden heeft verricht, door onder meer de correspondentie met de nieuwe leverancier en een specificatie van de doorberekende werkzaamheden in te brengen. De urenspecificatie, waarop ook het uurtarief is opgenomen, komt min of meer overeen met de periode waarin Connectworks contact heeft gehad met de nieuwe leverancier van [gedaagde].
5.3
[gedaagde] heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat Connectworks deze werkzaamheden heeft verricht. Zij heeft (onder meer) gesteld dat zij de urenspecificatie nooit heeft ontvangen en daar om heeft gevraagd, maar dat heeft zij niet onderbouwd. Ook de stelling dat zij de aanvankelijke overeenkomst van opdracht met Connectworks heeft opgezegd in verband met wanprestatie door Connectworks heeft zij niet toegelicht of onderbouwd met stukken. Het blijft bij blote en algemene stellingen. De kantonrechter gaat daar dan ook aan voorbij. Uit de correspondentie die volgt op de factuur heeft [gedaagde] alleen aangegeven de factuur niet te willen betalen vanwege het beëindigen van de klantrelatie (zie rechtsoverweging 3.7.). Daar heeft hij echter wel voor getekend. Dat hij uiteindelijk niet wil betalen, komt voor zijn rekening en risico. En dat uit zich in het betalen van de factuur, de wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten (zie hierna).
Wettelijke handelsrente
5.4
Hiervoor is geoordeeld dat [gedaagde] de factuur van 29 september 2025 moet betalen. De factuur moest binnen veertien dagen betaald zijn, maar dat is niet gebeurd. Daarom moet [gedaagde] de wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a Burgerlijk Wetboek (BW) betalen. Er is namelijk sprake van vertraging in de betaling van een geldsom, die voortvloeit uit een handelsovereenkomst tussen twee partijen die handelen in de uitoefening van hun beroep of bedrijf.
5.5
De tot en met 3 maart 2026 verschenen wettelijke handelsrente van € 20,67 is toewijsbaar. De gevorderde lopende wettelijke handelsrente over het factuurbedrag van € 499,11 wordt toegewezen vanaf 4 maart 2026.
Buitengerechtelijke incassokosten
5.6
Connectworks vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Partijen zijn een vergoeding overeengekomen die van de wettelijke regeling afwijkt. Omdat [gedaagde] heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf, mag van de wettelijke regeling worden afgeweken. Daarom zal de vordering worden getoetst aan de oriëntatiepunten in het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn.
5.7
De door Connectworks gevorderde vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen, nu [gedaagde] de verschuldigdheid daarvan op grond van de tussen hen gesloten overeenkomst niet heeft betwist en geen termen aanwezig zijn om (ambtshalve) tot matiging van de gevorderde vergoeding over te gaan. Daarom zal een bedrag van € 74,87 worden toegewezen.
Proceskosten
5.8
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Connectworks worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
128,65
- griffierecht
350,00
- salaris gemachtigde
288,00
(2 punten × € 144,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
838,65

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1
veroordeelt [gedaagde] om aan Connectworks te betalen een bedrag van € 594,65 (aan hoofdsom, verschenen wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de lopende wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 499,11, met ingang van 4 maart 2026, tot de dag van volledige betaling,
6.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 838,65, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026.