ECLI:NL:RBOVE:2026:3635

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
27 juni 2026
Zaaknummer
12013135 \ CV EXPL 25-4069
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:74 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nakomingsovereenkomst plaatsing keuken en afwijzing verrekening wegens tekortkoming

Partijen sloten een overeenkomst voor het plaatsen van een keuken die partij B bij IKEA had besteld. Partij A voerde de montage uit en stuurde een factuur voor meerwerk die niet volledig werd voldaan. Partij B stelde dat partij A fouten had gemaakt bij de plaatsing en vorderde verrekening met haar eigen schadevordering.

De kantonrechter oordeelde dat niet vaststaat dat partij A toerekenbaar tekort is geschoten. De keuken kon niet volgens het oorspronkelijke ontwerp worden geplaatst vanwege gewijzigde afmetingen door stucwerk uitgevoerd door een derde. Partij B had onvoldoende onderbouwd dat een inmeetfout van partij A was gemaakt. Ook het ontbreken van de afzuigkap was niet aan partij A toe te rekenen omdat deze niet veilig kon worden gemonteerd.

Verder had partij B partij A niet in de gelegenheid gesteld om gebreken te herstellen en had zij zonder overleg een derde ingeschakeld. Het beroep op verrekening faalde omdat geen opeisbare vordering van partij B op partij A was komen vast te staan. De kantonrechter wees de vorderingen van partij B af en veroordeelde haar tot betaling van het openstaande bedrag met wettelijke rente en proceskosten.

Uitkomst: Partij B wordt veroordeeld tot betaling van het openstaande factuurbedrag met wettelijke rente en proceskosten, terwijl haar vorderingen worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 12013135 \ CV EXPL 25-4069
Vonnis van 16 juni 2026
in de zaak van
[partij A] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [partij A] ,
gemachtigde: mr. Piening,
tegen
[partij B],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [partij B] ,
gemachtigde: mr. L. Lok.

1.Waar gaat de zaak over?

[partij B] en [partij A] hebben een overeenkomst gesloten over het plaatsen van een keuken die [partij B] bij IKEA had besteld. [partij A] heeft een factuur gestuurd voor het meerwerk. Deze factuur heeft [partij B] niet volledig voldaan en daarom vordert [partij A] nakoming. [partij B] stelt dat [partij A] fouten heeft gemaakt bij het plaatsen van de keuken en dat zij daarom een vordering op [partij A] heeft. Deze wil zij verrekenen met de betaling van de factuur. De kantonrechter wijst de vorderingen van [partij B] af, omdat niet komt vast te staan dat [partij A] toerekenbaar tekort is geschoten bij het plaatsen van de keuken. Nu het beroep op verrekening niet slaagt, wijst de kantonrechter de vordering van [partij A] toe.

2.De procedure

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 21 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1
[partij B] heeft in februari 2024 een keuken gekocht bij IKEA. Daarbij heeft [partij B] gebruik gemaakt van de service van IKEA om de keuken te laten plaatsen via het partnership dat IKEA heeft met diverse interieurmontagebedrijven. IKEA heeft vervolgens [partij A] ingeschakeld voor het monteren van de keuken.
3.2
Op 28 maart 2024 heeft [partij A] een voorbereidingsbezoek gebracht bij de woning van [partij B] . Daarbij zijn [partij A] en [partij B] overeengekomen dat [partij A] (onder meer) het installatiewerk en het stucwerk zal uitvoeren en de keuken zal plaatsen. Ook heeft [partij A] de ruimte ingemeten.
3.3
Na het voorbereidingsbezoek heeft [partij B] het stucwerk niet door [partij A] , maar door een derde partij laten uitvoeren.
3.4
Bij de plaatsing van de keuken, die plaatsvond van 30 oktober tot en met
1 november 2024, stelden de monteurs vast dat de ruimte niet meer de benodigde afmetingen had om de keuken volgens het ontwerp van IKEA te plaatsen.
3.5
In het tussenopleverformulier [1] dat door [partij B] is getekend op 1 november 2024 staat, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:
“Afzuigkap niet kunnen afmonteren, kan nergens in het plafond hangen. Monteert klant zelf. […] De opstelling met de 2 hoge kasten past niet tussen de muren, in overleg met de klant hebben we de 60cm onderkast en de 60cm bovenkast niet geplaatst en die moeten vervangen worden door een 40cm kast zodat die opstelling wel tussen de 2 muren past. Hier dus een 40cm bovenkast voor leveren en een 40cm onderkast + lades. […] Ivm dat het blad wel gebaseerd is op een 60cm kast hebben we het blad ingekort zodat hij er tussen past. Klant heeft aangegeven dat ze zelf alles gaan monteren en klaarmaken.”
3.6
Op 5 november 2024 heeft [partij A] per e-mail het volgende, voor zover hier van belang, aan [partij B] geschreven:
“Na montage van uw keuken hebben wij zojuist het opleverformulier met bijbehorende foto’s en eventuele tekeningen verwerkt en verzonden naar IKEA. IKEA zal contact met u opnemen zodra het opleverformulier in behandeling is genomen.
Na ontvangst van de leverdatum van de eventuele te leveren goederen nemen wij contact met u op voor het maken van een namontage afspraak.”
3.7
Op 5 november 2024 heeft [partij A] een factuur gestuurd voor “meerwerk keuken” voor een bedrag van € 6.625,13.
3.8
Op 6 november 2024 heeft [partij B] per e-mail het volgende, voor zover hier van belang, aan IKEA geschreven:
“[…] toen de keuken werd geplaatst gaf onze timmerman bij de installateurs van [partij A] aan dat simpelweg het extra bedekkingspaneel van 1 cm breed links van de magnetron en oven weg kon worden gelaten […]. Danwel het bedekkingspaneel aan de linkerkant om daar nog 2cm extra te creëren.
[…]
Wat is afgesproken met [partij A] :

Ik heb bij oplevering van de Keuken aan [partij A] aangegeven dat ik niet meer wilde dat ze de plinten en verdere bedekkingspanelen nog zouden gaan plaatsen.Deze hoeven niet te worden besteld (er hoeft geen enkel product meer te worden besteld).Ook hoef ik niet de hoge kast en onderkast van 40 centimeter meer te ontvangen om het gat dat er nu is te vullen: liever los ik dit op mijn eigen manier op.Ik wil niet meer dat dit bedrijf mijn huis binnenkomt.
3.9
Op 6 november 2024 heeft [partij B] per e-mail het volgende aan [partij A] gestuurd:
“Via IKEA is nu een klachtenprocedure opgestart (reclamering is ingezet) over het werk van uw installateurs bij mij aan de [adres] in [woonplaats] , omdat ik na oplevering zoveel gebreken (boven de gebreken die ik telefonisch al had gemeld) ben tegengekomen.
Hopende u voldoende te hebben geïnformeerd, IKEA gaf aan contact met u op te nemen over de verdere afwikkeling!”
3.1
Op 26 november 2024 heeft [partij B] , voor zover hier van belang, per e-mail het volgende aan [partij A] gestuurd:
“Zoals op 6 november 2024 schriftelijk aangegeven ben ik een klachtprocedure gestart via IKEA inzake de installatie van mijn keuken door jullie bedrijf. Op basis daarvan breng ik (dbnr [nummer 1]) bij deze een tegenrekening uit mbt factuurnummer [nummer 2] inzake de schade die de installateurs bij installatie van mijn keuken eind oktober 2024 hebben veroorzaakt. […] Van IKEA heb ik begrepen dat mijn klacht is doorgestuurd, maar bij deze stuur ik voor de zekerheid nogmaals het overzicht van de gebreken + het onderliggende bewijs mee […].
Schikkingsvoorstel

[partij A] heeft een bedrag van 6.625,13 bij mij in rekening gebracht.

Zoals volgt uit de tegenrekening is de schade bij mij in totaal opgelopen tot een bedrag van € 3.665,67.

Graag zou ik jullie tegemoet willen komen door van het bedrag van de schade waar ik nu mee zit (€ 3.665,57) met 50% te verminderen (naar € 1.832,79) wanneer jullie akkoord gaan met dit voorstel. Dat betekent dat een bedrag van € 4.792,34 over blijft dat ik, indien jullie hiermee instemmen, zo spoedig mogelijk/onverwijld zal betalen.”
3.11
Op 26 november 2024 heeft [partij A] per e-mail daarop het volgende aan [partij B] gestuurd:
“wij hebben uw klacht doorgestuurd gekregen van IKEA klantenservice op 21 november en zijn vanaf dat moment met IKEA in gesprek hoe dit voor u op te lossen, […].
3.12
Op 26 november 2024 heeft [partij B] in reactie daarop per e-mail het volgende aan [partij A] gestuurd:
“Vanwege het spoedeisende belang om weer over een keuken te kunnen beschikken, en het uitblijven van enig reactie van [partij A] ruim 3 weken na het vertrek van jullie installateurs, heb ik zelf een installateur moeten inschakelen om noodreparaties te verrichten en de ontbrekende onderdelen zoals een afzuigkap te installeren.”
3.13
Op 4 februari 2025 hebben medewerkers van [partij A] op verzoek van IKEA een bezoek gebracht aan [partij B] . In het verslag van dat bezoek staat, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:
“Later bleek dat de keuken toch geplaatst was met de 600mm kast en hierdoor is het werkblad niet meer bruikbaar. Tijdens de montage bleek dat de keuken niet zou gaan passen, de monteurs hebben vervolgens overleg gehad met kantoor over de situatie en de oplossing. […] de keuken past niet i.v.m. het passtuk wat minimaal 50mm moet zijn naast de hoge kast voor de koelkast en het bedekkingspaneel naast de hoge kast moet helemaal doorlopen tot op de grond. De klusjesman heeft de keuken strak tegen de muur geplaatst zonder passtuk en het bedekkingspaneel zit tot op het werkblad.”
3.14
[partij B] heeft een bedrag van € 4.792,34 aan [partij A] voldaan.
3.15
[partij A] heeft [partij B] op 25 februari 2025, 18 maart 2025 en 25 maart 2025 aangemaand om het openstaande bedrag van de factuur te voldoen.

4.Het geschil

in conventie
4.1
[partij A] vordert veroordeling van [partij B] tot betaling van € 1.832,79, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 september 2025, onder veroordeling van [partij B] in de proceskosten.
4.2
[partij A] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. De factuur van 5 november 2024 ziet op werkzaamheden die zijn uitgevoerd door [partij A] . Het gaat om het meerwerk dat verricht is, zoals het afmonteren van elektra en water en installatiewerk. De factuur is niet volledig voldaan.
4.3
[partij B] voert verweer. [partij B] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [partij A] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [partij A] , met veroordeling van [partij A] in de kosten van deze procedure.
4.4
[partij B] voert het volgende aan. [partij B] weerspreekt niet dat [partij A] de werkzaamheden heeft verricht die zij bij de factuur van 5 november 2024 in rekening heeft gebracht. Ook betwist zij niet dat zij deze factuur aan [partij A] moet betalen. Maar volgens [partij B] moet de vordering van [partij A] worden afgewezen, omdat [partij B] ook nog een vordering heeft op [partij A] . [partij B] stelt dat zij van [partij A] een hoger bedrag moet krijgen dan het bedrag dat nog openstaat van de factuur van 5 november 2024. [partij B] beroept zich daarbij op verrekening.
4.5
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
4.6
[partij B] vordert veroordeling van [partij A] tot:
- betaling van € 5.498,36, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2024, en
- betaling van de kosten van demontage en montage van het werkblad, nader op te maken bij staat,
onder veroordeling van [partij A] in de proceskosten.
4.7
[partij B] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [partij B] heeft een keuken gekocht bij IKEA. [partij B] heeft de keuken laten monteren door [partij A] . [partij B] vindt dat [partij A] dat werk niet goed heeft uitgevoerd. [partij B] stelt daartoe (onder meer) dat [partij A] de keuken niet conform de tekeningen van IKEA heeft geplaatst, terwijl dit – achteraf – wel bleek te passen. Ook heeft [partij A] op eigen initiatief het werkblad doorgezaagd. [partij B] heeft hierdoor schade geleden. Zij moest namelijk met spoed een derde inschakelen om de keuken alsnog te installeren en moet het werkblad nog vervangen.
4.8
[partij A] voert verweer. [partij A] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [partij B] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [partij B] , met veroordeling van [partij B] in de kosten van deze procedure.
4.9
[partij A] voert het volgende aan. Er is geen sprake van een opeisbare en vaststaande vordering van [partij B] die zij kan verrekenen met de openstaande factuur. Er is geen sprake van een tekortkoming bij de plaatsing van de keuken en [partij A] is daar ook nooit voor in gebreke gesteld. [partij B] heeft zonder overleg met [partij A] of IKEA een derde ingeschakeld en [partij A] elke mogelijkheid tot herstel van eventuele gebreken ontnomen.
4.1
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

in conventie en reconventie
5.1
De vorderingen van [partij A] (in conventie) en van [partij B] (in reconventie) hebben onderlinge samenhang. Ze worden daarom niet apart besproken, maar gezamenlijk. De kantonrechter bespreekt de stellingen van partijen per onderwerp en legt daarna uit wat dat betekent voor de vorderingen.
De factuur van 5 november 2024
5.2
[partij A] heeft op 5 november 2024 een factuur gestuurd voor “Meerwerk keuken”. [partij B] heeft niet betwist dat zij met [partij A] is overeengekomen dat [partij A] deze werkzaamheden zou uitvoeren en ook niet dat de werkzaamheden zijn uitgevoerd. [partij A] vordert nakoming van de betalingsverplichting die voor [partij B] voortvloeit uit deze overeenkomst. [partij B] heeft de factuur niet volledig voldaan. De vordering tot betaling ligt daarom in beginsel voor toewijzing gereed. Dat is alleen anders als het beroep van [partij B] op verrekening slaagt.
[partij A] is niet toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen
5.3
[partij B] vordert schadevergoeding als gevolg van wanprestatie (artikel 6:74 BW Pro). [partij B] stelt dat zij schade heeft geleden, als gevolg van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door [partij A] .
5.4
De tekortkoming bestaat er volgens [partij B] uit dat de keuken niet is geplaatst conform het ontwerp van IKEA terwijl dat wel mogelijk was. Er zijn twee kasten minder geplaatst, er is 19 centimeter van het werkblad afgezaagd, er ontbreekt een keukenlamp en het hoge bedekkingspaneel aan de rechterzijde past niet. Verder is het keukeneiland niet stabiel, ontbreekt de afzuigkap, zijn ventilatieroosters niet gemonteerd, is het bedekkingspaneel voor de achterkant niet bevestigd en is een plank schuin geïnstalleerd. Ook is een groot aantal onderdelen niet gemonteerd en heeft [partij A] een gigantische berg afval achtergelaten. Tot slot is [partij B] niet tevreden over de werkwijze van de installateurs.
De keuken kon niet volgens het ontwerp geplaatst worden
5.5
Partijen zijn overeengekomen dat [partij A] de keuken zou plaatsen volgens het ontwerp dat IKEA in overleg met [partij B] had gemaakt. Dat is niet gebeurd. De reden daarvoor is dat de keukenopstelling volgens [partij A] niet langer paste binnen de ruimte.
5.6
[partij B] stelt dat sprake is van een inmeetfout door [partij A] , als gevolg waarvan [partij A] de keuken niet volgens haar eigen maatstaven kon plaatsen. [partij B] heeft dat echter niet onderbouwd en [partij A] heeft dat gemotiveerd weersproken. [partij A] stelt dat de afmetingen van de ruimte zijn gewijzigd als gevolg van stucwerk dat ná het inmeten is uitgevoerd door een derde die [partij B] heeft ingeschakeld. Dit heeft [partij B] tijdens de mondelinge behandeling erkend. Verder heeft zij niet verder onderbouwd dat (daarnaast ook nog) een inmeetfout is gemaakt door [partij A] . Dat komt dus niet vast te staan.
5.7
[partij A] stelt onweersproken dat zij bij het voorbereidingsbezoek heeft gemeld welke afmetingen vereist waren om de keuken volgens het ontwerp te kunnen plaatsen. Als [partij B] na het inmeten nog wijzigingen aanbrengt, ligt dat buiten de invloedssfeer van [partij A] . De gevolgen daarvan moeten daarom naar het oordeel van de kantonrechter voor rekening en risico van [partij B] blijven.
5.8
[partij B] stelt verder dat de keuken wel paste en onderbouwt dat als volgt. Zij heeft een derde partij ingeschakeld en die heeft wel de kastjes van 60 cm kunnen plaatsen. De oplossing bestond uit het simpelweg weglaten van een extra bedekkingspaneel om extra ruimte te creëren. [partij A] heeft dat gemotiveerd weersproken. Zij stelt dat zij keukens van IKEA moet plaatsen volgens bepaalde standaardisatienormen. Alleen dan kan de klant aanspraak maken op garantie op producten en montage. Volgens deze standaardisatienormen is het verplicht om (in het ontwerp van [partij B] ) naast de hoge kast voor de koelkast een passtuk te plaatsen van minimaal 50mm en moet het bedekkingspaneel naast de hoge kast helemaal doorlopen tot op de grond. Dat heeft [partij B] niet weersproken, zodat de kantonrechter daarvanuit gaat bij de beoordeling.
5.9
Het feit dat [partij B] tevreden is met de manier waarop de keuken nu door haar eigen klusjesman is geplaatst, betekent niet dat [partij A] de keuken ook op die manier kon plaatsen. Gezien hetgeen hiervoor is overwogen is het voor [partij A] , gezien de eisen die IKEA aan haar stelt, niet mogelijk geweest om af te wijken van de standaardisatienormen. Dat betekent dat de keuken niet volgens het oorspronkelijke ontwerp in de (nog) beschikbare ruimte geplaatst kon worden.
5.1
Dat [partij A] de keuken niet volgens het oorspronkelijke ontwerp heeft geplaatst, kan op grond van het voorgaande niet als een toerekenbare tekortkoming van
[partij A] worden aangemerkt.
De plaatsing in een aangepaste opstelling
5.11
[partij B] stelt dat [partij A] , toen zij had geconstateerd dat de keuken niet geplaatst kon worden zoals oorspronkelijk de bedoeling was, zonder overleg en zonder toestemming de opstelling van de keuken heeft aangepast en daarbij geheel op eigen initiatief het werkblad heeft ingekort, waardoor [partij B] schade heeft geleden. Inmiddels is de keuken namelijk wel geplaatst zoals [partij B] graag wilde en nu heeft zij een werkblad dat te kort is.
5.12
[partij A] stelt dat er nadere afspraken zijn gemaakt over de plaatsing van de keuken, toen bleek dat de ruimte niet langer de benodigde afmetingen had. Dit blijkt ook uit het formulier van de tussenoplevering van de werkzaamheden op 1 november 2024. Dit formulier is door [partij B] ondertekend. [partij B] stelt (zo begrijpt de kantonrechter) dat dat niet betekent dat zij instemt met de inhoud van het formulier. Ter zitting heeft [partij B] verklaard dat zij enkel haar handtekening heeft gezet omdat zij geen andere keuze had. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft zij echter onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld om dat te onderbouwen. Zij stelt alleen dat de monteurs niet wilden vertrekken zonder dat het formulier was ondertekend. Maar ook als dat zou moeten worden aangenomen, valt niet in te zien waarom [partij B] geen aanvullende opmerkingen op het formulier kon laten plaatsen of waarom zij achteraf niet per omgaande aan [partij A] heeft laten weten dat de weergave op het formulier niet juist was. De kantonrechter gaat dan ook uit van de juistheid van het verslag zoals weergegeven op het formulier.
5.13
[partij B] heeft – mede in het licht van het ondertekende tussenopleverformulier – onvoldoende onderbouwd dat zij destijds niet akkoord is gegaan met de gewijzigde opstelling en dat de monteurs geheel op eigen initiatief het aanrechtblad hebben doorgezaagd. [partij B] heeft niets gesteld waaruit volgt dat er geen enkel overleg over de gewijzigde opstelling heeft plaatsgevonden. Zij schrijft zelf in haar klacht aan IKEA op 6 november 2024 dat haar eigen timmerman aan de monteurs ook andere oplossingen had voorgesteld. Ook heeft zij tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij op de dag van de plaatsing meerdere keren met [partij A] heeft gebeld. Deze omstandigheden wijzen er juist op dat wél overleg heeft plaatsgevonden over de manier waarop de keuken geplaatst kon en moest worden. Ter zitting heeft [partij B] toegelicht dat zij zich voor een voldongen feit gesteld zag en dat zij in paniek heeft gehandeld. Zij is achteraf niet blij met de gang van zaken. Maar dat is, gezien de hiervoor vastgestelde gang van zaken, niet iets dat voor rekening van [partij A] moet komen.
5.14
Onder deze omstandigheden komt niet vast te staan dat [partij A] met het plaatsen van de keuken in een aangepaste opstelling toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst.
Het ontbreken van de afzuigkap
5.15
[partij B] stelt dat [partij A] ook is tekortgeschoten in de nakoming omdat de afzuigkap niet is gemonteerd. De kantonrechter overweegt dat het monteren van de afzuigkap, als onderdeel van de plaatsing van de keuken, in beginsel tot de werkzaamheden van [partij A] behoorde. [partij A] heeft echter aangevoerd dat de afzuigkap niet geplaatst kon worden omdat deze niet veilig aan het plafond kon hangen. Hierover is in het tussenopleverformulier van 1 november 2024 het volgende opgenomen: “
Afzuigkap niet kunnen afmonteren, kan nergens in het plafond hangen. Monteert klant zelf.”Gezien hetgeen hiervoor onder 5.12 is overwogen gaat de kantonrechter uit van de juistheid van het tussenopleverformulier en dus van het feit dat partijen hierover een afspraak hebben gemaakt. Dit blijkt ook uit het feit dat [partij A] onweersproken heeft gesteld dat de klusjesman van [partij B] nadien het plafond zodanig heeft aangepast dat de afzuigkap wel kon worden opgehangen.
5.16
Gezien het voorgaande is geen sprake van een toerekenbare tekortkoming van [partij A] door de afzuigkap niet te monteren.
De overige klachten van [partij B]
5.17
De vraag is vervolgens of [partij A] tekortgeschoten is, gezien de overige door [partij B] gestelde mankementen. de kantonrechter is van oordeel dat dat niet het geval is.
5.18
Partijen hebben een overeenkomst van aanneming van werk gesloten. Dat betekent dat [partij B] als opdrachtgever [partij A] in ieder geval in de gelegenheid moet stellen om de werkzaamheden volledig uit te voeren. Als sprake is van gebreken (zoals [partij B] stelt) dan moet zij [partij A] in de gelegenheid stellen om deze te herstellen. [partij B] heeft dat niet gedaan. Tussen partijen is immers niet in geschil dat [partij B] na de tussenoplevering op 1 november 2024, toen het volledige werk dus nog niet klaar was, aan [partij A] heeft laten weten dat zij geen medewerkers van [partij A] meer in haar huis wilde toelaten. Op 5 november 2024 heeft [partij A] te kennen gegeven dat zij contact zou opnemen voor een namontageafspraak (voor het plaatsen van de nabestelde kasten), maar daartoe is zij door [partij B] niet meer in de gelegenheid gesteld. Binnen drie weken daarna heeft [partij B] , zonder verdere kennisgeving, de werkzaamheden laten uitvoeren door een derde. Ter zitting heeft [partij A] gesteld dat zij de laatste werkzaamheden die horen bij de eindoplevering, zoals het stellen van het keukeneiland en de montage van ventilatieroosters, nog niet had uitgevoerd omdat op 1 november 2024 slechts sprake was van een tussenoplevering. Gezien de weigering van [partij B] om
[partij A] daarna in haar woning toe te laten en het feit dat het werk inmiddels door een derde was uitgevoerd, heeft [partij A] de tussenoplevering aangepast naar een eindoplevering.
5.19
Onder deze omstandigheden kan het feit dat de door [partij B] gestelde gebreken (waarbij de kantonrechter in het midden laat of die daadwerkelijk als gebreken zijn aan te merken) niet zijn hersteld, niet aan [partij A] worden verweten. Ook ten aanzien van deze gestelde feiten is dan ook geen sprake van een tekortkoming in de nakoming die aan [partij A] kan worden toegerekend.
Ten overvloede: geen verzuim
5.2
Ten overvloede overweegt de kantonrechter nog het volgende. [partij B] kan alleen aanspraak maken op vergoeding van schade als [partij A] in verzuim is (zie artikel 6:74 lid 2 BW Pro). Voor het intreden van verzuim is vereist dat [partij B] [partij A] een ingebrekestelling stuurt. [partij B] stelt dat zij dat heeft gedaan op 6 november 2024. Maar het e-mailbericht van 6 november 2024 kan niet als ingebrekestelling worden aangemerkt. De bedoeling van een ingebrekestelling is namelijk dat de schuldenaar (in dit geval [partij A] ) nog een redelijke termijn voor de nakoming krijgt van de schuldeiser (in dit geval [partij B] ). In het e-mailbericht van 6 november 2024 ontbreekt dit onderdeel. Ook om die reden kan de vordering van [partij B] niet slagen.
Geen verrekening
5.21
Dat betekent dat het beroep van [partij B] op verrekening niet slaagt, omdat niet komt vast te staan dat zij een prestatie te vorderen heeft van [partij A] .
Geen vordering uit onverschuldigde betaling
5.22
Tot slot vordert [partij B] terugbetaling van € 1.832,79 vanwege onverschuldigde betaling. Zij stelt dat zij na verrekening van de factuur met de door haar geleden schade nog een bedrag van € 2.959,56 verschuldigd was en bij wijze van minnelijke regeling een bedrag van € 1.832,79 extra heeft betaald. Omdat deze minnelijke regeling niet is geaccepteerd, is het bedrag zonder rechtsgrond betaald, aldus [partij B] .
5.23
De kantonrechter wijst deze vordering af. Wat [partij B] stelt, leidt niet tot de conclusie dat het bedrag van € 1.832,79 onverschuldigd is betaald. Zij kan geen geslaagd beroep doen op verrekening met de gestelde schade en was daarom gehouden de factuur van 5 november 2024 volledig te voldoen. Van een betaling zonder rechtsgrond is daarom geen sprake.
Conclusie
5.24
De slotsom is dat [partij B] de factuur van [partij A] moet betalen. De kantonrechter zal de vordering van [partij A] toewijzen.
Wettelijke rente
5.25
Omdat [partij B] niet op tijd heeft betaald, moet zij ook de wettelijke rente betalen. Hiertegen is geen afzonderlijk verweer gevoerd. De wettelijke rente vanaf 27 september 2025 over de hoofdsom zal dan ook worden toegewezen.
Proceskosten
5.26
[partij B] is in conventie en reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
5.27
De proceskosten van [partij A] in conventie worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,21
- griffierecht
385,00
- salaris gemachtigde in conventie
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.074,71
5.28
De proceskosten van [partij A] in reconventie worden begroot op € 180,00 voor salaris gemachtigde (1 punt × factor 0,5 × € 360,00).
5.29
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
6.1
veroordeelt [partij B] om aan [partij A] te betalen een bedrag van € 1.832,79, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 27 september 2025, tot de dag van volledige betaling,
6.2
veroordeelt [partij B] in de proceskosten van € 1.047,71, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis,
6.3
veroordeelt [partij B] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
in reconventie
6.5
wijst de vorderingen van [partij B] af,
6.6
veroordeelt [partij B] in de proceskosten van € 180,00, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis,
in conventie en in reconventie
6.7
veroordeelt [partij B] tot betaling van de kosten van betekening als [partij B] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.8
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Eshuis en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026.

Voetnoten

1.Productie 6 bij de conclusie van antwoord.