Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3622

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
11995557 \ CV EXPL 25-3897
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opgelegde gedragsaanwijzing wegens overlast in wooncomplex Sint Anthony Gasthuis

De Stichting Het Sint Anthony Gasthuis, eigenaar van een wooncomplex met 73 woningen, vorderde primair ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning door de huurder, [gedaagde], vanwege herhaaldelijke overlast en onacceptabel gedrag. De huurder had sinds juni 2022 een woning gehuurd en was vanaf najaar 2022 begonnen met het versturen van brieven en e-mails met beschuldigingen en ongepaste teksten gericht aan medewerkers en bewoners.

De overlast bestond onder meer uit het verspreiden van seksueel getinte gedichten op het intranet, beledigingen, fysiek geweld zoals duwen, het stelen van eigendommen, en het benaderen van medewerkers en hun familie op privéadressen. Ondanks herhaalde waarschuwingen en een stop-gesprek met de wijkagent bleef het gedrag voortduren, wat zelfs leidde tot het ontslag van een medewerker.

Tijdens de zitting trokken partijen hun primaire en subsidiaire vorderingen in en kwamen zij overeen dat de meer subsidiaire vordering, het opleggen van een gedragsaanwijzing, zou worden toegewezen. De kantonrechter legde aan [gedaagde] een gedragsaanwijzing op die haar verbiedt overlast te veroorzaken of onacceptabel gedrag te vertonen jegens medebewoners en medewerkers, met een dwangsom bij overtreding. De proceskosten worden door partijen ieder voor eigen rekening gedragen.

Uitkomst: De rechtbank legt aan de huurder een gedragsaanwijzing op wegens overlast en onacceptabel gedrag, met een dwangsom bij overtreding.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11995557 \ CV EXPL 25-3897
Vonnis van 26 mei 2026
in de zaak van
de stichting
STICHTING HET SINT ANTHONY GASTHUIS,
gevestigd in Leeuwarden,
eisende partij, hierna te noemen: de Stichting,
gemachtigde: mr. E.E. van der Kamp,
tegen
[gedaagde],
wonende in [woonplaats],
gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. K.E. Wielenga.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 21 oktober 2025;
- de brief van [gedaagde], aangemerkt als conclusie van antwoord;
- de reactie van [gedaagde] van 15 januari 2026;
- de reactie van [gedaagde] van 23 februari 2026;
- de mondelinge behandeling van 9 april 2026, waar van de zijde van de Stichting pleitaantekeningen zijn overgelegd en waar de griffier aantekeningen heeft gemaakt van wat er is besproken.
1.2.
Ter zitting hebben partijen overeenstemming bereikt over toewijzing van een deel van de vorderingen. Zij hebben de kantonrechter verzocht dit in een vonnis op te nemen. Daarop heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen.

2.De feiten

2.1.
De Stichting is eigenaar van een complex dat bekend staat als het Sint Anthony Gasthuis (hierna: het gasthuis). Het gasthuis bevat 73 woningen met gemeenschappelijke voorzieningen, een gemeenschappelijke tuin en gemeenschappelijke activiteiten. Het gasthuis is bedoeld voor zelfstandige bewoning. Er is wel altijd een woonservicemedewerker aanwezig. Ook is er een huismeester, een tuinbaas en een manager die het aanspreekpunt voor bewoners is.
2.2.
[gedaagde] huurt sinds 15 juni 2022 een woning in het gasthuis van de Stichting.
2.3.
In het najaar van 2022 is [gedaagde] begonnen met het versturen van brieven en e-mails. Zij heeft herhaaldelijk brieven en e-mails gestuurd aan de heer [naam], coördinator hospitality van de Stichting. In de brieven en e-mails beticht zij [naam] van diefstal van haar fietssleutels en het hacken van haar e-mail. Ook overhandigt zij hem gedichten.
2.4.
In februari 2023 heeft [gedaagde] een seksueel getint gedicht op het intranet van het gasthuis gezet, dat begint met:

Het gaat mij niet om die pizza.
Maar wel om die fietskoerier.
Naar hem hunkert mijn vulva.
Om pizza geef ik geen zier!
(…)”
Zo volgen nog enkele alinea’s. De Stichting heeft het bericht verwijderd.
2.5.
In maart 2023 heeft [gedaagde] een bericht over [naam] op het intranet uitgeprint en daarbij opmerkingen geschreven als: “
gescheiden van”, “
enigszins hysterisch”, “
De Vlamingen: ‘Ik zie u graag’ ook: hij is heel visueel ingesteld” en bij een gedicht: “
geschreven toen ik nog met hem dweepte zijn duistere kant(en) niet vermoedde” en “(…)
je kunt iemand minachten en toch van hem houden”. [gedaagde] heeft daarbij een brief gevoegd met opmerkingen als: “
Ergens ben je wel lief, maar val toch een psychopaat, toch?” en opmerkingen over de zoon van [naam] en zijn huwelijkse staat. [gedaagde] heeft het printje met opmerkingen en de brief afgegeven bij de Stichting.
2.6.
Half maart 2023 heeft [gedaagde] een brief naar het privé-adres van de (voormalig) voorzitter van de Stichting gestuurd.
2.7.
In april 2023 heeft [gedaagde] een brief met zogenaamde ‘dagboekaantekeningen’ naar [naam] gestuurd, met daarin opmerkingen over psychopaten en narcisten, die “
slachtoffers van biologie” zouden zijn, en met opmerkingen als: “
Mijn liefde voor [naam].” ([naam] ). In mei 2023 heeft [gedaagde] een ansichtkaart naar het prive-adres van [naam] gestuurd. Ook heeft zij een e-mail naar de voormalig werkgever van [naam] gestuurd. Daarnaast heeft [gedaagde] een brief gestuurd naar het adres van de oom van [naam].
2.8.
In augustus 2023 heeft [gedaagde] opnieuw een intranetbericht geprint en voorzien van opmerkingen over [naam].
2.9.
In augustus 2023 heeft [gedaagde] een medebewoner ‘bitch’ genoemd. In oktober 2023 heeft [gedaagde] een medebewoner een duw gegeven. [gedaagde] heeft daarnaast meerdere malen haar tong uitgestoken naar medebewoners en werknemers van de Stichting.
2.10.
[gedaagde] heeft de fietslampen van [naam] gestolen.
2.11.
Sinds begin 2024 richten de e-mail en brieven van [gedaagde] zich ook tot de gasthuismanager en het bestuur van de Stichting. Ook richt [gedaagde] nog herhaaldelijk brieven aan [naam].
2.12.
In juni 2024 heeft [gedaagde] bij de Stichting een tekening voor [naam] afgegeven met daarop “
het huwelijksbootje” en “
Ik ben verkikkerd op je zei eend Kwak want wij zijn soulmates; verwanten in de ziel en dat betekent meer dan sexappeal”.
2.13.
[gedaagde] heeft in mei 2025 een andere bewoner, in een recensieboekje bij een schilderij van één van de bewoners een ‘eigengereide, bekrompen schoolfrik’ en een ‘opgeblazen zelfgenoegzame teken en schilderjuf’ genoemd.
2.14.
[gedaagde] heeft, naast [naam], ook andere medewerkers van de Stichting herhaaldelijk beschuldigd van diefstal uit haar woning, van het hacken van haar e-mail, en beticht van ‘konkelen en samenzweren’, ‘leugenachtig en onbetrouwbaar gedrag’ en psychopathische trekken. Zij insinueert dat bij de Stichting sprake is van machtsmisbruik en grensoverschrijdend gedrag zoals “
intimideren, vernederen, sexuele intimidatie, discrimineren”. De brieven van [gedaagde] bevatten verder teksten als:

de moraal van konkelen en samenzweren is beslist niet vreemd aan sommige medewerkers S.AG.
en

[ik heb haar leren kennen] als een kil, uitgekookt, materialistisch zakenvrouwtje”.
2.15.
Zowel [naam] als de Stichting hebben [gedaagde] herhaaldelijk, zowel mondeling als schriftelijk, aangesproken op haar gedrag en haar gesommeerd haar overlastgevende gedrag te staken. De wijkagent heeft een zogenaamd stop-gesprek met [gedaagde] gevoerd.
2.16.
[naam] heeft ontslag genomen bij de Stichting omdat hij zijn werk niet meer op een prettige manier kon uitvoeren.

3.Het geschil

3.1.
De Stichting vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
I. de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woning aan het [adres] zal ontbinden;
II. [gedaagde] zal veroordelen om de woning aan het [adres] binnen acht weken, althans een andere te bepalen datum, zal ontruimen en verlaten, met als hetgeen zich en degenen die zich daar vanwege [gedaagde] mocht bevinden, en om de woning met afgifte van de sleutels geheel ter vrije beschikking van de Stichting te stellen;
III. [gedaagde] zal veroordelen om vanaf de ontbinding tot aan de ontruiming een bedrag van € 1.010,82 per maand aan de Stichting te betalen;
IV. [gedaagde] tot aan de dag van ontruiming de gedragsaanwijzing op zal leggen dat zij direct na het wijzen van dit vonnis geen enkele vorm van overlast mag veroorzaken of geen onacceptabel gedrag mag vertonen jegens haar directe buren, andere bewoners van het gasthuis en/of medewerkers van de Stichting, welk verbod onder andere, derhalve niet uitsluitend ziet op:
het beledigen, uitschelden of op andere wijze in woord of geschrift onheus bejegenen van haar buren, andere bewoners van het gasthuis of medewerkers en bestuurders van de Stichting;
het veroorzaken van geluidsoverlast, zoals door het in de woning luid draaien van muziek, in de woning of in het gasthuis hard zingen of slaan met deuren;
het gebruiken van fysiek geweld, zoals duwen, tegen haar buren, andere bewoners van het gasthuis of medewerkers en bestuurders van de Stichting;
het beschuldigen van buren, andere bewoners van het gasthuis of medewerkers en bestuurders van de Stichting van strafbare feiten, daaronder niet begrepen het doen van aangifte van een strafbaar feit;
het benaderen in woord of geschrift van medewerkers of bestuurders van de Stichting op hun privéadressen;
het benaderen in woord of geschrift van familieleden en/of voormalige werkgevers van medewerkers en/of bestuurders van de Stichting;
het opwachten van medewerkers of bestuurders van de Stichting en deze medewerkers of bestuurders toe te schreeuwen, uit te schelden, te beledigen of anderszins onheus te bejegenen;
et toezenden van brieven, e-mails of andere vormen van correspondentie met betrekking tot aangelegenheden betreffende het gehuurde, dan wel van kopieën daarvan aan anderen dan de Gasthuismanager, daaronder niet begrepen het doen toekomen van kopieën aan beroepsmatig adviseurs of het overleggen daarvan in procedures voor gerechtelijke instanties of aan bevoegde overheden voor zover het redelijkerwijs hun taak betreft;
dan wel aan [gedaagde] een andere gedragsaanwijzing op te leggen;
V. onder verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per keer dat [gedaagde] niet voldoet aan de veroordeling onder IV., tot een maximum van € 2.500,00;
VI. zal bepalen dat de ontruimingstermijn zal worden bekort tot twee weken, indien [gedaagde] de gedragsaanwijzingen onder IV. heeft overtreden en een dwangsom van € 1.000,00 zal zijn verbeurd;
subsidiair:
VII. [gedaagde] de gedragsaanwijzing op zal leggen dat zij direct na het wijzen van dit vonnis geen enkele vorm van overlast mag veroorzaken of geen onacceptabel gedrag mag vertonen jegens haar directe buren, andere bewoners van het gasthuis en/of medewerkers van de Stichting, welk verbod onder andere, derhalve niet uitsluitend ziet op:
het beledigen, uitschelden of op andere wijze in woord of geschrift onheus bejegenen van haar buren, andere bewoners van het gasthuis of medewerkers en bestuurders van de Stichting;
het veroorzaken van geluidsoverlast, zoals door het in de woning luid draaien van muziek, in de woning of in het gasthuis hard zingen of slaan met deuren;
het gebruiken van fysiek geweld, zoals duwen, tegen haar buren, andere bewoners van het gasthuis of medewerkers en bestuurders van de Stichting;
het beschuldigen van buren, andere bewoners van het gasthuis of medewerkers en bestuurders van de Stichting van strafbare feiten, daaronder niet begrepen het doen van aangifte van een strafbaar feit;
het benaderen in woord of geschrift van medewerkers of bestuurders van de Stichting op hun privéadressen;
het benaderen in woord of geschrift van familieleden en/of voormalige werkgevers van medewerkers en/of bestuurders van de Stichting;
het opwachten van medewerkers of bestuurders van de Stichting en deze medewerkers of bestuurders toe te schreeuwen, uit te schelden, te beledigen of anderszins onheus te bejegenen;
et toezenden van brieven, e-mails of andere vormen van correspondentie met betrekking tot aangelegenheden betreffende het gehuurde, dan wel van kopieën daarvan aan anderen dan de Gasthuismanager, daaronder niet begrepen het doen toekomen van kopieën aan beroepsmatig adviseurs of het overleggen daarvan in procedures voor gerechtelijke instanties of aan bevoegde overheden voor zover het redelijkerwijs hun taak betreft;
dan wel aan [gedaagde] een andere gedragsaanwijzing op te leggen;
VIII. onder verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per keer dat [gedaagde] niet voldoet aan de veroordeling onder IV., tot een maximum van € 2.500,00;
IX. de huurovereenkomst tussen partijen te ontbinden voor het geval [gedaagde] niet aan de veroordeling onder VII voldoet en de dwangsom onder VIII. tot een bedrag van € 1.000,00 is verbeurd;
X. [gedaagde] zal veroordelen om de woning aan het [adres] binnen twee weken, althans een andere te bepalen datum, na de ontbinding onder IX. zal ontruimen en verlaten, met als hetgeen zich en degenen die zich daar vanwege [gedaagde] mocht bevinden, en om de woning met afgifte van de sleutels geheel ter vrije beschikking van de Stichting te stellen;
XI. [gedaagde] zal veroordelen om vanaf de ontbinding tot aan de ontruiming een bedrag van € 1.010,82 per maand aan de Stichting te betalen;
meer subsidiair:
XII. [gedaagde] de gedragsaanwijzing op zal leggen dat zij direct na het wijzen van dit vonnis geen enkele vorm van overlast mag veroorzaken of geen onacceptabel gedrag mag vertonen jegens haar directe buren, andere bewoners van het gasthuis en/of medewerkers van de Stichting, welk verbod onder andere, derhalve niet uitsluitend ziet op:
het beledigen, uitschelden of op andere wijze in woord of geschrift onheus bejegenen van haar buren, andere bewoners van het gasthuis of medewerkers en bestuurders van de Stichting;
het veroorzaken van geluidsoverlast, zoals door het in de woning luid draaien van muziek, in de woning of in het gasthuis hard zingen of slaan met deuren;
het gebruiken van fysiek geweld, zoals duwen, tegen haar buren, andere bewoners van het gasthuis of medewerkers en bestuurders van de Stichting;
het beschuldigen van buren, andere bewoners van het gasthuis of medewerkers en bestuurders van de Stichting van strafbare feiten, daaronder niet begrepen het doen van aangifte van een strafbaar feit;
het benaderen in woord of geschrift van medewerkers of bestuurders van de Stichting op hun privéadressen;
het benaderen in woord of geschrift van familieleden en/of voormalige werkgevers van medewerkers en/of bestuurders van de Stichting;
het opwachten van medewerkers of bestuurders van de Stichting en deze medewerkers of bestuurders toe te schreeuwen, uit te schelden, te beledigen of anderszins onheus te bejegenen;
et toezenden van brieven, e-mails of andere vormen van correspondentie met betrekking tot aangelegenheden betreffende het gehuurde, dan wel van kopieën daarvan aan anderen dan de Gasthuismanager, daaronder niet begrepen het doen toekomen van kopieën aan beroepsmatig adviseurs of het overleggen daarvan in procedures voor gerechtelijke instanties of aan bevoegde overheden voor zover het redelijkerwijs hun taak betreft;
dan wel aan [gedaagde] een andere gedragsaanwijzing op te leggen;
XIII. onder verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per keer dat [gedaagde] niet voldoet aan de veroordeling onder XII., zulks tot een maximum van € 15.000,00 is bereikt;
primair, subsidiair en meer subsidiair:
XIV. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
[gedaagde] heeft verweer gevoerd.

4.De beoordeling

4.1.
Ter zitting heeft de Stichting haar primaire en subsidiaire vorderingen ingetrokken. Zij heeft haar meer subsidiaire vordering gehandhaafd.
4.2.
[gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de meer subsidiaire vordering.
4.3.
Dat betekent dat de meer subsidiaire vordering zal worden toegewezen.
4.4.
Partijen zijn het erover eens dat zij de proceskosten willen compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
legt aan [gedaagde] de gedragsaanwijzing op dat zij vanaf de datum van dit vonnis geen enkele vorm van overlast mag veroorzaken of geen onacceptabel gedrag mag vertonen jegens haar directe buren, andere bewoners van het gasthuis en/of medewerkers van de Stichting, welk verbod onder andere, derhalve niet uitsluitend ziet op:
het beledigen, uitschelden of op andere wijze in woord of geschrift onheus bejegenen van haar buren, andere bewoners van het gasthuis of medewerkers en bestuurders van de Stichting;
het veroorzaken van geluidsoverlast, zoals door het in de woning luid draaien van muziek, in de woning of in het gasthuis hard zingen of slaan met deuren;
het gebruiken van fysiek geweld, zoals duwen, tegen haar buren, andere bewoners van het gasthuis of medewerkers en bestuurders van de Stichting;
het beschuldigen van buren, andere bewoners van het gasthuis of medewerkers en bestuurders van de Stichting van strafbare feiten, daaronder niet begrepen het doen van aangifte van een strafbaar feit;
het benaderen in woord of geschrift van medewerkers of bestuurders van de Stichting op hun privéadressen;
het benaderen in woord of geschrift van familieleden en/of voormalige werkgevers van medewerkers en/of bestuurders van de Stichting;
het opwachten van medewerkers of bestuurders van de Stichting en deze medewerkers of bestuurders toe te schreeuwen, uit te schelden, te beledigen of anderszins onheus te bejegenen;
et toezenden van brieven, e-mails of andere vormen van correspondentie met betrekking tot aangelegenheden betreffende het gehuurde, dan wel van kopieën daarvan aan anderen dan de Gasthuismanager, daaronder niet begrepen het doen toekomen van kopieën aan beroepsmatig adviseurs of het overleggen daarvan in procedures voor gerechtelijke instanties of aan bevoegde overheden voor zover het redelijkerwijs hun taak betreft;
onder verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per keer dat [gedaagde] niet voldoet aan deze veroordeling, met een maximum van € 15.000,00;
5.2.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.R.H. Lutjes en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026.(SB)