ECLI:NL:RBOVE:2026:3621

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
12223215 \ CV EXPL 26-1390
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 HuurvoorwaardenArt. 6:119 BWArt. 6:96 BWRichtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning wegens structurele ernstige overlast en huurachterstand

Welbions verhuurt sinds februari 2022 een woning aan een huurder die onder curatele is gesteld. De huurder veroorzaakte vanaf september 2024 tot juni 2026 structureel ernstige overlast, waaronder geluidsoverlast, vernielingen, agressief gedrag en overlast in gemeenschappelijke ruimten. Welbions heeft meerdere sommatiebrieven gestuurd en een gedragsaanwijzing laten ondertekenen, maar de overlast bleef voortduren.

De curator van de huurder voerde verweer tegen de ontruimingsvordering en de huurachterstand, betwistte de ernst en de bewijslast van de overlast en stelde dat ontruiming disproportioneel zou zijn vanwege het zorgplan voor de huurder. De kantonrechter oordeelde dat de overlast voldoende aannemelijk is gemaakt, mede door meldingen, foto’s en politie-inzet, en dat de huurder ernstig tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst.

De kantonrechter wees de vordering tot ontruiming toe, met een termijn van veertien dagen na betekening. Ook werd de huurachterstand van € 591,25 met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. De curator werd veroordeeld in de proceskosten. De subsidiaire vorderingen tot gedragsaanwijzing behoefden geen beoordeling meer.

Uitkomst: De curator wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen veertien dagen en tot betaling van huurachterstand met rente en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12223215 \ CV EXPL 26-1390
Vonnis in kort geding van 25 juni 2026
in de zaak van
STICHTING WELBIONS,
te Hengelo (O),
eisende partij,
hierna te noemen: Welbions,
gemachtigde: Groothuis Ligtermoet & Nijhuis,
tegen
ARJEN DIEDERICK HULTINK,
in hoedanigheid van curator van [gedaagde] (hierna: [gedaagde]),
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: Hultink q.q.,
gemachtigde: mr. A. aan het Rot.
De zaak in het kort
Welbions verhuurt een woning aan [gedaagde]. Volgens Welbions veroorzaakt [gedaagde] structureel ernstige overlast. Zij vordert daarom ontruiming van de woning. Daarnaast vordert zij betaling van de huurachterstand. De vorderingen zijn ingesteld tegen Hultink q.q., de curator van [gedaagde]. Hij voert verweer.
Aangezien [gedaagde] onder curatele is gesteld, is de curator de formele procespartij. De vorderingen zijn dus terecht tegenover Hultink q.q. ingesteld. Naar het oordeel van de kantonrechter is voldoende aannemelijk geworden dat [gedaagde] structureel ernstige overlast veroorzaakt en dat een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst in een eventuele bodemprocedure zal worden toegewezen. Gelet op de plicht van Welbions om te zorgen voor rustig woongenot voor omwonenden, kan van Welbions niet worden verwacht dat zij een bodemprocedure afwacht. De vordering tot ontruiming wordt daarom in dit kort geding toegewezen. Welbions heeft de gevorderde huurachterstand op de mondelinge behandeling verminderd. Aangezien Hultink q.q. het gevorderde bedrag daarna niet meer (onderbouwd) heeft weersproken, wordt de vordering tot betaling van de huurachterstand ook toegewezen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties,
- de producties van Welbions,
- de producties van Hultink q.q.,
- de mondelinge behandeling van 11 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de spreekaantekeningen van Welbions,
- de spreekaantekeningen van Hultink q.q.

2.De feiten

2.1.
Sinds 18 februari 2022 verhuurt Welbions de woning aan de [adres] aan [gedaagde]. Op de huurovereenkomst zijn algemene huurvoorwaarden van toepassing verklaard. De huurprijs bedroeg aanvankelijk € 564,46 per maand inclusief het voorschot voor de nutsvoorzieningen.
2.2.
In artikel 6.7 van de algemene huurvoorwaarden staat dat [gedaagde] ervoor moet zorgen dat hij geen overlast aan omwonenden veroorzaakt.
2.3.
Tussen 9 september 2024 en 24 maart 2025 heeft Welbions zes brieven naar [gedaagde] gestuurd waarin zij heeft medegedeeld overlastmeldingen over hem te hebben ontvangen. Welbions heeft [gedaagde] meerdere keren gesommeerd direct te stoppen met het veroorzaken van overlast.
2.4.
Op 31 maart 2025 heeft [gedaagde] een gedragsaanwijzing ondertekend. Daarin is onder andere afgesproken dat [gedaagde] stopt met het veroorzaken van overlast, dat zijn middelengebruik geen overlast veroorzaakt naar omwonenden, dat hij openstaat voor Tactus in verband met zijn middelengebruik, dat hij stopt met het vernielen van zijn woning en het complex, dat zijn woning netjes en opgeruimd is, dat hij geen huurachterstand laat ontstaan en dat hij medewerking verleent aan controles.
2.5.
Op 25 augustus 2025 heeft Welbions per brief aan [gedaagde] medegedeeld dat hij zich niet aan de afspraken houdt. Welbions heeft [gedaagde] de mogelijkheid geboden de huurovereenkomst op te zeggen om een juridische procedure te voorkomen. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan.
2.6.
Op 14 januari en 18 februari 2026 heeft Welbions [gedaagde] per brief gesommeerd om de huurachterstand te betalen.
2.7.
Op 19 mei 2026 is Hultink q.q. benoemd tot curator van [gedaagde].

3.Het geschil

3.1.
Welbions vordert samengevat en na vermindering van eis op de mondelinge behandeling:
primair ontruiming van het gehuurde, dan wel subsidiair oplegging van een gedragsaanwijzing en ontruiming als niet aan de gedragsaanwijzing wordt voldaan,
betaling van € 591,25 aan achterstallige huur tot en met juni 2026, vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten, btw en rente,
betaling van € 663,77 per maand vanaf 1 juli 2026 totdat het gehuurde is ontruimd,
veroordeling van Hultink q.q. in de proceskosten.
3.2.
Welbions legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] veroorzaakt structureel overlast voor omwonenden, bestaande uit onder andere ernstige geluidsoverlast door schreeuwen, gebonk op muren en het schuiven en gooien met meubels, agressief, dreigend en intimiderend gedrag – al dan niet onder invloed van verdovende middelen – tegenover omwonenden en een monteur, aanbellen bij buren “gewapend” met een kapotte wijnfles of met de broek op de enkels, naakt op het balkon staan, rondspoken in de nacht, met de broek op de enkels door de gemeenschappelijke ruimten lopen, vernielingen in het gehuurde en de gemeenschappelijke ruimten, het besmeuren van de gemeenschappelijke ruimten met urine, ontlasting en bloed vanwege verwondingen, huisraad over het balkon gooien en gooien met messen naar omstanders en voorbijgangers. Daarnaast heeft [gedaagde] een huurachterstand. Volgens Welbions is sprake van een ernstige tekortkoming die ontbinding van de huurovereenkomst in een eventuele bodemprocedure rechtvaardigt en die vooruitlopend daarop ontruiming in dit kort geding rechtvaardigt.
3.3.
Hultink q.q. voert verweer. Hij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Welbions, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Welbions, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Welbions in de kosten van deze procedure.
3.4.
Volgens Hultink q.q. leent de zaak zich niet voor behandeling in kort geding, omdat er geen spoedeisend belang is en de zaak veel te complex is. Hultink q.q. betwist dat sprake is van structurele en ernstige overlast. Uit de stukken blijkt niet dat er vóór
9 september 2024 sprake is geweest van enige overlast door [gedaagde]. Daarnaast is geen sprake van objectief vastgestelde overtredingen. De vordering wordt alleen onderbouwd met interne en geanonimiseerde meldingen en registraties. [gedaagde] heeft niet met messen en huisraad gegooid, niemand is daadwerkelijk bedreigd en de politie heeft geen strafbare feiten geconstateerd. Hultink q.q. beroept zich op vernietigbaarheid van de gedragsaanwijzing, vanwege het ontbreken van wil. [gedaagde] stond op het moment van ondertekenen nog niet onder curatele, had geen werkelijk besef van wat hij ondertekende en moest tekenen om zijn woning niet kwijt te raken. Als al sprake is van een tekortkoming, dan rechtvaardigt de tekortkoming geen ontbinding en ontruiming. Dit is disproportioneel. [gedaagde] wil zich laten behandelen en Tactus heeft inmiddels een zorgplan opgesteld. Als [gedaagde] de woning moet ontruimen, komt hij op straat te staan. Dit zal een negatief effect hebben op de uitvoering van het zorgplan en het vergroot de risico’s voor [gedaagde] en zijn omgeving. Ten slotte betwist Hultink q.q. de hoogte van de huurachterstand.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Formele procespartij
4.1.
Aangezien [gedaagde] onder curatele is gesteld, is de curator de formele procespartij. De vorderingen tot ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand zijn daarom terecht tegenover Hultink q.q. als curator ingesteld.
Ontruiming
4.2.
De kantonrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet – volgens vaste jurisprudentie – grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een (diepgaand) onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding.
4.3.
Naar het oordeel van de kantonrechter is uit de overgelegde stukken voldoende aannemelijk geworden dat [gedaagde] structureel ernstige overlast voor omwonenden veroorzaakt. Dit blijkt onder andere uit de vele overlastmeldingen die over hem zijn geregistreerd. Het gaat om meldingen vanaf augustus 2024 tot en met juni 2026. Het betreft ernstige overlast zoals geluidsoverlast in de nachten, het vernielen van de balkondeur, het vernielen van ruiten van verschillende woningen en een auto, het aanbellen bij een omwonende met een kapotte wijnfles in de hand of in zijn blote kont, het proberen de deur van een omwonende te forceren door daar tegenaan te trappen, het gooien met messen naar omstanders, het gooien met huisraad, het naakt op het balkon staan, het met de broek op de enkels of met bloedende verwondingen door gemeenschappelijke ruimten lopen en poep in de lift smeren. Uit de meldingen blijkt ook dat de politie vaak is ingeschakeld.
4.4.
Hultink q.q. ontkent weliswaar dat [gedaagde] met messen en huisraad heeft gegooid, maar hij heeft de overige meldingen niet inhoudelijk weersproken. Dat een groot deel van de meldingen anoniem is gedaan, is weliswaar een factor die bij de bewijswaardering moet worden meegewogen, maar betekent, anders dan Hultink q.q. meent, niet daaraan geen bewijskracht kan worden ontleend (zie ECLI:NL:HR:1989:AD0929). Bovendien zijn in een aantal meldingen huisnummers van omwonenden vermeld. Ook worden de meldingen (deels) bevestigd door foto’s en krantenartikelen en erkent Hultink q.q. dat [gedaagde] ernstig verslaafd is aan middelen en dat de politie meerdere keren bij [gedaagde] langs is geweest. Daarnaast is niet onderbouwd of gebleken dat aanleiding bestaat om te vermoeden dat de meldingen niet juist en/of niet van omwonenden zijn.
4.5.
[gedaagde] heeft een gedragsaanwijzing ondertekend waarin is afgesproken dat hij zou stoppen met het veroorzaken van overlast. Daargelaten de vraag of zijn wil op dat moment met die verklaring overeenstemde (dan wel Welbions daarop mocht vertrouwen), geldt dat hij op grond van de wet en de algemene huurvoorwaarden verplicht is om zich als goed huurder te gedragen en geen overlast voor omwonenden te veroorzaken. Hij is er meerdere keren op gewezen dat hij overlast veroorzaakt, maar is daar niet mee gestopt.
4.6.
Door het structureel veroorzaken van ernstige overlast, schiet [gedaagde] ernstig tekort in de nakoming van de huurovereenkomst. Naar het oordeel van de kantonrechter is voldoende aannemelijk dat in een eventuele bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de veroorzaakte overlast ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Gelet op de plicht van Welbions om te zorgen voor rustig woongenot voor omwonenden, kan van Welbions niet worden verwacht dat zij een bodemprocedure tot ontbinding van de huurovereenkomst afwacht. Welbions heeft dus voldoende spoedeisend belang bij haar vordering tot ontruiming in dit kort geding. Deze vordering zal daarom worden toegewezen.
4.7.
Hultink q.q. zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
Subsidiaire vordering: gedragsaanwijzing
4.8.
Aangezien de primaire vordering tot ontruiming wordt toegewezen, hoeven de subsidiaire vorderingen (tot het opleggen van een gedragsaanwijzing en tot ontruiming als daar niet aan wordt voldaan) niet meer beoordeeld te worden.
Huurachterstand
4.9.
De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). De voor de vordering relevante bedingen in de huurovereenkomst en de daarbij behorende algemene voorwaarden zijn getoetst en niet oneerlijk bevonden.
4.10.
Welbions vorderde eerst een bedrag van € 1.254,32 aan huur tot 1 juni 2026. Volgens Hultink q.q. klopt dat bedrag niet, aangezien Welbions op 8, 15 en 20 mei 2026 per e-mail aan hem heeft laten weten dat het openstaande bedrag € 590,55 was. Op de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van Welbions verklaard dat ná het opstellen van de dagvaarding (naar de kantonrechter begrijpt ná april 2026) nog betalingen zijn gedaan en dat de huidige huurachterstand € 591,25 bedraagt. Naar de kantonrechter begrijpt, is dit de huurachterstand tot en met juni 2026. Aangezien Hultink q.q. hier geen (onderbouwd) verweer meer tegen heeft gevoerd, zal dit bedrag worden toegewezen.
Wettelijke rente
4.11.
De wettelijke rente is op artikel 6:119 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) gegrond en niet onderbouwd weersproken en zal daarom worden toegewezen. Aangezien Welbions niet heeft onderbouwd wanneer de betalingen na het opstellen van de dagvaarding precies hebben plaatsgevonden, zal de wettelijke rente vanaf 1 mei 2026 worden toegewezen over het nu nog openstaande bedrag van € 591,25.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.12.
Welbions vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aangezien [gedaagde] een consument is, moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Welbions heeft aan [gedaagde] twee aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. De kantonrechter heeft de hoogte van de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaald na aftrek van de deelbetaling die voor het einde van de aanmaningstermijn is gedaan.
4.13.
Op 14 januari 2026 is [gedaagde] gesommeerd om de huur voor de maand december 2025 (€ 660,77) te betalen. [gedaagde] heeft dit bedrag niet voor het einde van de aanmaningstermijn betaald. Hij is hiervoor een bedrag van € 119,93 aan buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw verschuldigd. Op 18 februari 2026 is [gedaagde] gesommeerd om de huur voor de maanden januari en februari 2026 (€ 660,77 en € 663,77) te betalen. Op 2 februari 2026 is door of namens [gedaagde] een bedrag van € 50,00 aan huur betaald en op 2 maart 2026 een bedrag van € 663,77. Deze bedragen moeten grotendeels in mindering worden gebracht op de huur voor de maand december 2025. Dan resteert een bedrag van € 53,00 dat in mindering moet worden gebracht op de huur voor de maand januari 2026. Aangezien dit bedrag vóór het einde van de aanmaningstermijn is betaald, moeten de buitengerechtelijke incassokosten voor de tweede aanmaning worden berekend over een bedrag van € 1.272,54 (€ 660,77 + € € 663,77 – € 53,00). [gedaagde] is hiervoor een bedrag van € 230,97 aan buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw verschuldigd. In totaal wordt dus een bedrag van € 350,90 aan buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw worden toegewezen.
Proceskosten
4.14.
Hultink q.q. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Welbions worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,02
- griffierecht
397,00
- salaris gemachtigde
577,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
totaal
1.271,02

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Hultink q.q. om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde aan de [adres] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Welbions zijn, en de sleutels af te geven aan Welbions,
5.2.
veroordeelt Hultink q.q. om te betalen aan Welbions:
€ 591,25 aan achterstallige huur tot en met juni 2026,
€ 17,77 aan wettelijke rente over de achterstallige huur tot 1 mei 2026,
de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro over € 591,25 vanaf 1 mei 2026 tot de dag van voldoening,
€ 663,77 per maand vanaf 1 juli 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
€ 350,90 aan buitengerechtelijke kosten inclusief btw,
5.3.
veroordeelt Hultink q.q. in de proceskosten van € 1.271,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Hultink q.q. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.