Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
feit 2: op 13 september 2024 in Zwolle samen met anderen opzettelijk [slachtoffer] van zijn vrijheid heeft beroofd;
3.De bewijsmotivering
Etentje van’ met daarbij een naam van de persoon die de betaling heeft gedaan. In totaal is er € 16.116,20 aan betaalverzoeken op de rekening ontvangen. Een bedrag van € 13.600,-- is vervolgens opgenomen bij geldautomaten van Geldmaat. [7]
‘ik ga je moeder neuken.’ En in het Nederlands: ‘
beter kom je naar hier, dan kom je er zonder kleerscheuren vanaf, je hebt je kans gehad’. [naam 10] kreeg daarna geen contact meer met [slachtoffer] en heeft 112 gebeld met de mededeling dat er een ontvoering plaatsvond door [medeverdachte 1] en [verdachte] . [27]
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 aanhef Pro en onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven;
diefstal, voorafgegaan van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelde
- weggenomen geldbedrag € 8.000,--;
- weggenomen sigaretten € 210,--;
- weggenomen trainingspak Lacoste 1 € 167,--;
- weggenomen trainingspak Lacoste 2 € 167,--;
- weggenomen trainingspak Moose Knuckles € 360,--;
- kosten nieuwe ID-kaart € 243,--.
.
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
strafbaarheid feiten
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 aanhef Pro en onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven;
diefstal, voorafgegaan van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
gevangenisstrafvoor de duur van
9 (negen) jaren;
- wijstde vordering van
de benadeelde partij [slachtoffer] toetot een bedrag van
€ 6.147,--te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 september 2024 (bestaande uit € 1.147,-- materiële schadevergoeding en € 5.000,-- immateriële schadevergoeding); - veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nul, en ook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat der Nederlanden vervalt en omgekeerd;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel