3.3Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank komt op grond van redengevende feiten en omstandigheden, die in de bewijsmiddelenzijn vervat en waarop de bewezenverklaring steunt, tot een bewezenverklaring van het onder feit 1, feit 2, feit 3 en feit 5 primair ten laste gelegde. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onder feit 4 ten laste gelegde. De rechtbank overweegt als volgt.
Ten aanzien van het onder feit 1 ten laste gelegde (onderzoek Beagle)
Sinds juni 2022 zijn er bij de politie Meld Misdaad Anoniem (MMA) meldingen binnengekomen waarin is vermeld dat er in de omgeving van Zwolle harddrugs werd gedeald via de [organisatie] . De drugs kon worden besteld via het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Vanuit het Team Criminele Inlichtingen kwam soortgelijke informatie. Naar aanleiding van deze informatie is onderzoek Beagle opgestart.
Op 4 juni 2024 heeft in Zwolle een pseudokoop plaatsgevonden. Via WhatsApp werd gevraagd om “2 volle” aan de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] , waarna er wordt afgesproken bij de Gamma. Een man op een zwarte fatbike heeft daar vervolgens twee ponypacks bezorgd. Aan hem is € 100,-- overhandigd.De inhoud van de twee wikkels met het opschrift “ [alias 2] ” is onderzocht en bevatte in totaal 1,39 gram cocaïne.
Op 20 juni 2024 heeft in Nunspeet een tweede pseudokoop plaatsgevonden. Via hetzelfde telefoonnummer is gevraagd om “3 volle” en “voor 50 snoepjes”. Nadat het adres wordt gedeeld, stuurt de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] een betaalverzoek voor een bedrag van € 205,-. Via een Tikkie werd het geld overgemaakt op het bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] . Omstreeks 15.00 uur kwam een lichtkleurige VW Golf Plus, kenteken beginnend met [kenteken 5] , de parkeerplaats oprijden. In de auto zat alleen een vrouw. De vrouw leverde een gripzakje af met daarin drie wikkels met daarop de tekst “ [alias 2] ” en vijftien pillen.Hierna vertrok de vrouw. Om 15.03 uur reed een Volkswagen Golf Plus voorzien van het kenteken [kenteken 5] over de Elspeterweg in Nunspeet. Om 15.30 uur parkeerde de auto voor de woning aan de [adres 5] en stapte [naam 1] uit.De inhoud van de drie afgeleverde wikkels en pillen werden onderzocht. De afgeleverde wikkels bevatten cocaïne en de afgeleverde tabletten testten positief op MDMA.
De bankrekening met nummer [rekeningnummer 1] stond op naam van [naam 2] (hierna: [naam 2] ). De rekening is op 15 mei 2024 geopend en op 27 juni 2024 opgezegd. Tussen 11 juni en 27 juni 2024 vonden hoofdzakelijk betalingen plaats door middel van betaalverzoeken. Het gaat om 224 betaalde betaalverzoeken. In de opmerking stond veelal vermeld ‘
Etentje van’ met daarbij een naam van de persoon die de betaling heeft gedaan. In totaal is er € 16.116,20 aan betaalverzoeken op de rekening ontvangen. Een bedrag van € 13.600,-- is vervolgens opgenomen bij geldautomaten van Geldmaat.
[naam 2] heeft de bankrekening [rekeningnummer 1] op haar naam gehad. [naam 2] is in de zomer van 2024 benaderd door een man die vroeg of zij geld wilde verdienen. Zij heeft haar paspoort en telefoon aan de man gegeven en die man heeft de app dux casino op haar telefoon gezet, waarmee [naam 2] geld kon verdienen. Een week later kreeg [naam 2] bericht van de KNAB-bank dat er geld was gepind van de KNAB-rekening.[naam 2] herkent [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ) als de man die haar benaderd heeft en aan wie zij haar telefoon en paspoort heeft overhandigd.
Een andere aan de [organisatie] gelieerde bankrekening is [rekeningnummer 2] , op naam van [naam 3] (hierna: [naam 3] ). Uit onderzoek volgt dat op deze rekening € 129.070,-- wordt ontvangen voor de aankoop van drugs. Hiervan wordt een bedrag van € 87.350,-- contant opgenomen bij voornamelijk geldautomaten van Geldmaat.
[naam 3] heeft een bestelling gedaan bij de [organisatie] en zij zag toen een statusupdate van het WhatsAppaccount van de [organisatie] . In die statusupdate werd gevraagd of je geld wilde lenen. [naam 3] wilde dit wel en heeft de app van de KNAB-bank gedownload en een rekening geopend. De bijhorende bankpas is opgehaald door een jongen. De inloggegevens heeft [naam 3] ook aan die jongen gegeven. [naam 3] herkent [slachtoffer 1] als degene die het pasje heeft opgehaald. Er werd geld gestort naar de eigen Rabobankrekening van [naam 3] en zij pinde dit geld vervolgens. Het gepinde geld gaf zij aan [slachtoffer 1] . Hiervoor kreeg [naam 3] geld en 3-MMC, waaraan zij verslaafd was.[naam 3] heeft 30 tot 40 keer 3-MMC besteld bij de [organisatie] . Zij betaalde altijd via een betaalverzoek.[naam 3] bestelde in oktober 2021 voor het eerst drugs bij de [organisatie] .
Afnemers van de [organisatie]
[naam 4] bestelde in maart 2025 al twee tot vier jaar cocaïne bij de [organisatie] .
[naam 5] bestelde vanaf 2022 3-MMC en ook wel een keer xtc via de [organisatie] .
[naam 6] bestelde vanaf 2022 3-MMC en cocaïne bij de [organisatie] .[naam 7] bestelde xtc en 3-MMC bij de [organisatie] .
Getuigenverklaringen en telefoongegevens
[naam 8] (hierna: [naam 8] ) heeft verklaard dat hij voor de [organisatie] heeft gewerkt. Toen [medeverdachte 3] en [verdachte] vrijkwamen, stuurden ze [naam 8] een berichtje dat zij opnieuw wilden beginnen en vroegen zij [naam 8] om daarbij te helpen. De [organisatie] is door [medeverdachte 3] en [verdachte] bedacht. [naam 8] is een paar keer aangehouden met drugs toen hij als bezorger werkte. In 2022 moest hij naar Turkije en kreeg hij de telefoon van de [organisatie] mee. [verdachte] gaf hem die telefoon. Op die telefoon kwamen de bestellingen van de klanten binnen. Er kon 3-MMC, cocaïne, MDMA en xtc worden besteld. Klanten stuurden hun bestelling en adres en [naam 8] stuurde de bezorgers naar die adressen. De drugs werden bezorgd in Zwolle, Deventer, Arnhem, Harderwijk, Ermelo, Hattem, Wezep, Nieuwleusen, Dalfsen, Hardenberg en Zeewolde. Klanten konden contant of met een Tikkie betalen. De betalingen via Tikkie kwamen op een KNAB-rekening. Er waren twee bezorgers op een fatbike en één in een auto. [verdachte] en [medeverdachte 3] kochten fatbikes voor de bezorgers. [verdachte] en [medeverdachte 3] haalden de drugs zelf uit de stad en soms werden de drugs gebracht door een taxi. [verdachte] regelde dat iedereen zijn werk deed, een beetje op een harde manier. Als je niet luisterde en niet deed wat [verdachte] wilde, werd je uitgescholden of kreeg je klappen. [medeverdachte 3] hield zich bezig met geld. Ook [naam 1] , de zus van [medeverdachte 3] bezorgde wel eens. Elke zondag werd het geld naar [verdachte] of [medeverdachte 3] gebracht. Het loon van de bezorgers, € 1.000,-- per week, werd dan ook betaald. Als [naam 8] zei dat hij wilde stoppen met werken voor de [organisatie] werd hij via Signal bedreigd door [medeverdachte 3] en [verdachte] . Sinds [naam 8] is gestopt, zijn er incidenten. Er is vuurwerk voor de voordeur van zijn broer gelegd en er waren autobranden.
Op 8 mei 2023 werd [naam 8] aangehouden ter zake van het bezit van harddrugs. Tijdens zijn aanhouding zijn twee telefoons in beslag genomen. Op een iPhone 7 zijn schermafbeeldingen aangetroffen van chats waarin [naam 8] wordt uitgescholden. [naam 8] was lid van de chatgroep #Teammilan.Op de andere telefoon van [naam 8] , een Iphone XR, zijn drugsgerelateerde gesprekken aangetroffen. Van een contact [alias 3] heeft [naam 8] dreigende berichten als ‘
kk dikzak’en ‘
je gaat zien’ontvangen
.Ook kreeg hij van dit contact opdrachten. Toen [naam 8] het bericht stuurde ‘
Na die boete kap ik met heel die drugs’stuurde [alias 3] onder meer: ‘
Sukkeltje, je boete is verhoogd na 3k.’ Ook van een ander contact heeft [naam 8] dreigementen en opdrachten ontvangen. Zo stuurde contact [naam 9] ‘
Je bent gewoon actief, je bent gwn elke dag, klaar’en ‘
Ik ga jou mishandelen als ik jou zie’en ontving [naam 8] van dit contact opdrachten om drugs te bezorgen. Verder stonden er afbeeldingen van grote hoeveelheden drugs en geld op de telefoon.
[slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) heeft verklaard dat de [organisatie] is gestart nadat [verdachte] en [medeverdachte 3] vrijkwamen. Dit was in de periode 2021/2022. [verdachte] en [medeverdachte 3] waren eindverantwoordelijk voor de [organisatie] . Ze deden het samen en waren verantwoordelijk voor het laten bezorgen van de drugs.Bij de [organisatie] kon via het telefoonnummer [telefoonnummer 1] onder meer 3-MMC, cocaïne, xtc, MDMA en crack besteld worden. De telefoon werd beheerd door een persoon in Turkije die de bestellingen doorgaf aan de bezorgers.De drugs werden bezorgd op de fiets, scooter of met de auto. Soms waren er meerdere fietsers. Doordeweeks werd tot 2.00 uur in de nacht en in het weekend werd tot 5.00 of 6.00 uur in de ochtend bezorgd. Er werd bezorgd in Arnhem, Huissen, Wezep, Raalte, Borne, Beilen, Deventer, Wijhe, Olst, Lemelerveld. Hardenberg, Meppel, Dalfsen, Ommen, Kampen, Zalk en Assen. Klanten konden contant of via een Tikkie betalen. Betalen via een Tikkie kostte € 5,-- extra. Er waren ook geldezels die hun rekeningen beschikbaar stelden om de Tikkiebetalingen voor drugs te ontvangen.[slachtoffer 1] heeft ook drugs gedeald voor de [organisatie] . Het huis van [slachtoffer 1] is gebruikt als opslagplaats voor drugs. [medeverdachte 3] en [verdachte] haalden de cocaïne zelf uit de Randstad. [verdachte] en [medeverdachte 3] kwamen vaak bij café [bedrijf 2] , daar werd het geld geteld. Later werd dit gedaan bij Ulu Spor of in het [bedrijf 1] aan de Radewijnsstraat. De bezorgers moesten hun geld op die locaties afdragen aan [medeverdachte 3] en [verdachte] . Om aan personeel te komen spraken [verdachte] en [medeverdachte 3] veel jongens aan. Ze slijmden en keken hoe de thuissituatie was. De jongens kregen contant betaald. [verdachte] en [medeverdachte 3] hebben heel veel geld verdiend. [verdachte] bedreigde [slachtoffer 1] en [verdachte] heeft hem ook geslagen.
[slachtoffer 1] is op 3 februari 2024 aangehouden vanwege het bezit van verdovende middelen. De onder hem in beslag genomen telefoon is onderzocht. Op de telefoon is een foto van [verdachte] met een blok lijkend op cocaïne aangetroffen. Ook zijn er meerdere drugsgerelateerde chats aangetroffen.Over de foto heeft [slachtoffer 1] verklaard dat dit [verdachte] met een kilogram blok cocaïne is. [verdachte] had het bij zich en had het net opengemaakt om te kijken of het goed spul was.Op een andere telefoon van [slachtoffer 1] zijn chats met [naam 3] aangetroffen, waaruit valt op te maken dat zij een rekening op haar naam heeft gezet, geld pinde en dit geld aan [slachtoffer 1] afdroeg. Ook zijn er meerdere afbeeldingen van cocaïne en geld aangetroffen.Uit nader onderzoek aan deze telefoon zijn berichten aangetroffen waarin [slachtoffer 1] via Signal ter verantwoording werd geroepen. Zo ontving [slachtoffer 1] berichten als ‘
11.930 ingeleverd geld, 12.100 werd verwacht’, ‘ [naam 10] met jou +80 watje gad 12010 90 te kort’en ‘
Paar goeie tikke’.In de chats is te zien dat het tegencontact beslissingen nam over schulden en opdrachten gaf aan [slachtoffer 1] over het afrekenen van geld. Ook van een ander contact kreeg [slachtoffer 1] opdrachten en onder meer de volgende berichten ‘
Vallah jij bent geen man ik wachg op je kk antw moet kk 3m bestellen’, ‘
Kk flikker gedrag van je’, ‘
Jij vallah eerst maand geen loom nu 950en ‘
Telling sturen’. Ook zijn er chats aangetroffen waarin [slachtoffer 1] naar verschillende adressen word gestuurd om drugs te bezorgen.
[naam 11] (hierna: [naam 11] ) heeft verklaard dat hij van eind januari 2024 tot mei 2024 voor de [organisatie] heeft gewerkt. Via de [organisatie] kon 3-MMC, MDMA, cocaïne en pillen worden gekocht. In Turkije bevond zich een ‘telefoniste’, die de bezorgers naar adressen van afnemers stuurde. [naam 11] heeft zelf drugs bezorgd in onder meer Zwolle, Hardenberg, Rouveen, Huissen, Dalfsen en Zeewolde. Klanten konden contant betalen, maar de meesten betaalden met een Tikkie. Op zondag moest het geld worden afgestaan bij het [bedrijf 1] aan de [adres 6] in Zwolle. Meestal zat [medeverdachte 3] hier. Het salaris werd dan verrekend door [medeverdachte 3] . [naam 11] heeft ook mensen bevoorraad. In de [locatie 2] woonde een vuller voor de [organisatie] die vanaf de flat de drugs naar beneden gooide. [naam 11] herkent op een foto van [slachtoffer 1] deze vuller. [naam 11] werd bevoorraad door [slachtoffer 1] . [naam 11] heeft boven café [bedrijf 2] gezeten in een klein kamertje. Hier heeft hij drugs verpakt voor de [organisatie] . [verdachte] bracht de drugs in een zak, ook wel eens in een doos en soms bracht hij het samen met [medeverdachte 3] . Ook heeft [naam 11] eind februari 2024 tijdelijk thuis een voorraad drugs gehad. [verdachte] was echt de baas en stond boven [medeverdachte 3] . [verdachte] dreigde ook met een handgranaat en een spuit heroïne die [naam 11] in zijn bil zou krijgen, als hij niet zou luisteren.
[naam 11] is op 29 mei 2024 aangehouden en zijn telefoon is onderzocht. In de telefoon staan drugsgerelateerde notities met de bezorgadressen, bestellingen van drugs en betalingen. Op 12 april 2024 ontving [naam 11] van het nummer [telefoonnummer 1] (de [organisatie] ) een appbericht met de tekst: ‘
Jo, Bro kan je ons uit de brand helpe’. [naam 11] vraagt daarop of ze een rijder nodig hebben. In chats van 18 april en 19 april 2024 vroeg [naam 11] aan de gebruiker van [telefoonnummer 1] om in contact te komen met Patron. [naam 11] zei dat hij wil rijden en vroeg aan de gebruiker van [telefoonnummer 1] of die persoon bevoegd is om dat te regelen. [naam 11] zei dat hij de buitensteden kan pakken en zou niet meer met volle lading rijden. Uiteindelijk werd [naam 11] via Signal in contact gebracht. Uit verdere chatconversatie blijkt dat [naam 11] voor de drugslijn bezorgde en naar adressen werd gestuurd in onder meer Zwolle, Rouveen, Hardenberg, Dalfsen, Heino, Zeewolde, Huissen en Arnhem. Op de telefoon van [naam 11] zijn schermafbeeldingen aangetroffen van chats waarin [naam 11] te verstaan krijgt dat hij moet reageren en anders vanavond nog een kanker handgranaat door zijn kankerhuis krijgt. Ook wordt naar [naam 11] een bericht gestuurd dat hij zijn bek dicht moet houden en gewoon zijn werk moet doen voordat het tegencontact hem vol gaat spuiten met heroïne.
In de periode van 12 augustus 2024 tot en met 3 oktober 2024 is met een technisch hulpmiddel de vertrouwelijke communicatie opgenomen in een witte Audi S3, een voertuig waarvan [verdachte] de gebruiker was. Er werden onder andere de volgende gesprekken gevoerd.
Op 15 augustus 2024 voeren [verdachte] en [medeverdachte 3] een gesprek over een afspraak om op te halen. [verdachte] zei dat hij geen (vermoedelijk wordt pap gezegd) bij de hand heeft en [verdachte] zei dat hij ‘die ding’ echt nodig heeft en hem niet kunnen wegsturen. Als die jongen geen stash (voorraad) had dan ging [medeverdachte 3] er wel naar toe om het te halen. [verdachte] vond het goed als ze willen bezorgen voor twee barkie (€ 200,--) en wilde dit wel betalen. [verdachte] was bereid om het aan te nemen en sluit af met [medeverdachte 3] .
Op 18 augustus 2024 belde [verdachte] met een onbekende man en sprak met hem over twee minuten op de parkeerplaats af. Het gesprek ging over garantie en [verdachte] zei dat hij aan iemand gaat doorstoten. [verdachte] zei dat hij gelijk twee pakte voor al zijn klanten, want anders moest hij met een week weer gaan zoeken. [verdachte] ging er met die twee 50 erop gooien en twee accepteren. De onbekende man zei dat als er 50 gram minder op gegooid gaat worden dat er dan € 2.000,-- minder is. Dan kan je net zo goed € 2.000,-- extra betalen en blok pakken. De man zei dat soldaat goedkoper is en het dan meer dan € 3.000,-- is. Een andere onbekende man zei dat hij eerst de kwaliteit zou checken en bood aan om twee mee te nemen.
Op 19 augustus 2024 reden [medeverdachte 3] en [verdachte] in de auto en [verdachte] sprak over snoepjes en geld aanpakken of niet. [verdachte] zegt:
dan hebben we dingen die betaling eruit., ….5 stuks zeg maar.... grof geld hé, hé?[verdachte] zei later in gesprek dat hij 100 wegpakt en over de verkoop er van. [medeverdachte 3] sprak over 3M en later in het gesprek zegt [medeverdachte 3] dat er een man is die zodra zijn salaris er is vijftien gram op een dag koopt. [medeverdachte 3] en [verdachte] vroegen zich af of Kadir al betaald heeft. Even daarna is hoorbaar dat [verdachte] geld telde.
Op 21 augustus 2024 reed [verdachte] met twee onbekende mannen in Amsterdam.
Onbekende man 1:
[adres 7] 20 minuten rijden.
Onbekende man 2:
ja man maar je gaat er wel snel doorheen.
Onbekende man l:
[medeverdachte 3] , geef je tas eens?
(…)
Onbekende man 1:
je gaat wel straks naast hem zitten met tellen. Vorig keer met telautomaat kwam ik een meijertje te kort. Volgens mij is die werker, diezelfde, die man is er niet.
(…)
Onbekende man 1:
Broer ik heb deze Afrikanen gezien, allemaal, broer ze lopen allemaal met oortje in . Ze zitten de hele tijd met elkaar te bellen, allemaal, ik weet niet in wat ze lopen te praten in kankerrare taal, gekke Afri’s
Even later stapt een persoon in de auto.
Onbekende man 1:
Brother other side. He broer, hoe is het, hee broer.
Onbekende man 3
Good thank you.
Onbekende man 1: B
rother this time i just really counted before.
Onbekende man 3:
You count well?
Onbekende man 1:
Do you want to count it again?
Onbekende man 3:
No no no no.
Onbekende man 1:
Cause, you know the last time was 100 euro…
Onbekende man 3:
Ja, less.
Onbekende man 1:
Less you know. This one is 226 (twenty two six).
Onbekende man 3:
You count it yourself. No problem, Your count is good.
Onbekende man 1:
Its your problem (gelach).
(…)
Onbekende man 1:
I tell you I didnt have a bag for you man, sorry.
Onbekende man 3: N
o worry. Thank you brother.
Onbekende man 1:
Take care.
Onbekende man 2:
Missie voltooid. Echt gevaarlijke gast.
[verdachte] :
Laatst ook, ik ben bij hem, [medeverdachte 3] . Hij zet op elke folie, nadat hij ze buiten klaar heeft gezet, zijn handtekening, zo iets raars, iets van Arabisch maar hee alle kanten zo. Misschien moet hij foto maken voor zijn werkgever en moet hij sturen ofzo. Hij doet dat en dat en hij geeft het aan mij en zegt: oke you can go.
Op 22 augustus 2024 zitten [verdachte] en [medeverdachte 3] in de auto en voeren het volgende gesprek.
[verdachte] :
Hoe zal ik gaan rijden, zal ik omkeren? ...ntv..Wat gaan we verder doen, goederen/spul kopen.
[medeverdachte 3] :
Gewoon bij hem achterlaten.
[verdachte] :
Hele zak voor 625.. ..broer het is pas over twee weken broer, ik ben er twee weken niet en jij bent er ook twee weken niet, hoe gaan we met het geld doen.
[medeverdachte 3] :
Ik heb al gezegd "alles komt bij jou" alles bij [naam 12] vrouw thuis.
[verdachte] :
Ik had het anders in mijn hoofd, ik dacht. [naam 13] pakt de cash, [naam 1] haalt het op en [naam 1] geeft geeft het aan mijn pa, mijn pa is over een paar dagen terug en legt het weg, toch? wat jij wil.
Later die dag om 18:17 uur vond het volgende gesprek plaats.
Een onbekende man stapte in de auto en vroeg: ‘
hoe is het?’[verdachte] antwoordde:
‘Lekker man.’[medeverdachte 3] zei
‘vijf stuks he’. ‘Ja vijf’zei de onbekende man.
‘250 euro graag’zei [medeverdachte 3]
. ‘Alsjeblieft’zei de onbekende man. [medeverdachte 3] zei ‘
dankjewel’.
Om 18:26 voerden [verdachte] en [medeverdachte 3] het volgende gesprek.
[medeverdachte 3] :
.... we hebben geen geld verdient.
[verdachte] :
Hoeveel geld hebben we van hem verdiend.
[medeverdachte 3] :
We hebben 500 gekregen verdorie.
[verdachte] :
Wat?
[medeverdachte 3] :
Verdorie, hij zal wel 3, 4 duizend hebben uitgegeven. Daarna 10.000…
[verdachte] :
Als we het afleveren, dan zie ik hem niet op straat.
[verdachte] :
Als ik van her en der verzamel, dat zal wel 30, 40, 50 stuks zijn, van iedereen. ...het is 1030 euro, 1200 euro.
Betrouwbaarheid van getuigen
De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaringen van [naam 8] , [slachtoffer 1] en [naam 11] bij de politie niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt, omdat deze getuigen uit rancune in strijd met de waarheid hebben verklaard. De rechtbank overweegt hierover als volgt.
De rechtbank stelt vast dat [naam 11] op 6 maart 2025 een verklaring bij de politie heeft afgelegd. Op 19 september 2025 is [naam 14] aan de deur van de ex-partner van [naam 11] geweest met de mededeling dat hij [naam 11] zocht in verband met het afleggen van een belastende verklaring tegen een van zijn vrienden.[verdachte] heeft ter zitting verklaard dat [naam 14] een vriend van hem is. Op 9 maart 2026 is [naam 11] bij de rechter-commissaris gehoord en heeft [naam 11] zijn bij de politie afgelegde verklaring gewijzigd in die zin dat hij [verdachte] niet kent. De rechter-commissaris heeft bij dit verhoor opgemerkt dat [naam 11] niet op zijn gemak is en dat de rechter-commissaris zich sterk afvraagt of [naam 11] vrij kan verklaren. Gezien deze feiten en omstandigheden hecht de rechtbank meer waarde aan de oorspronkelijke verklaring die [naam 11] bij de politie heeft afgelegd, dan aan de verklaring die hij bij de rechter-commissaris heeft afgelegd, nu de rechtbank niet kan uitsluiten dat het bezoek van [naam 14] invloed heeft gehad op de uiteindelijk afgelegde verklaring.
De rechtbank overweegt verder dat [naam 11] , [naam 8] en [slachtoffer 1] uitvoerig hebben verklaard over de werkwijze van de [organisatie] , waarbij een persoon in Turkije de bezorgers van harddrugs aanstuurde, klanten contant of via Tikkie konden betalen, over de geldstromen en over de rol van [verdachte] bij de [organisatie] . De getuigen verklaren dat zij hebben gewerkt voor de [organisatie] en dat zij – regelmatig op agressieve en intimiderende wijze - werden aangestuurd door [verdachte] en [medeverdachte 3] . De verklaringen van [naam 11] , [naam 8] en [slachtoffer 1] vinden steun in elkaars verklaringen, maar ook in andere bewijsmiddelen. In de onderzochte telefoons van de getuigen zijn chats aangetroffen, waaruit volgt dat er in een georganiseerd verband en op grote schaal drugs werd verhandeld en dat [naam 11] , [naam 8] en [slachtoffer 1] verantwoording moesten afleggen aan twee personen. Uit de telefoongegevens volgt verder dat [naam 11] , [naam 8] en [slachtoffer 1] drugsgerelateerde gesprekken voerden en de getuigen worden in die gesprekken door deze twee verschillende personen op intimiderende en bedreigende wijze toegesproken. Ook de op de telefoon van [slachtoffer 1] aangetroffen foto van [verdachte] met een blok cocaïne is ondersteunend voor de verklaring van [slachtoffer 1] . Dat klanten via Tikkie konden betalen en dat gebruik werd gemaakt van geldezels vindt bevestiging in de onderzochte bankrekeningen op naam van [naam 3] en [naam 2] en hun verklaringen. Tot slot worden de verklaringen ondersteund door de bevindingen van de politie bij de twee pseudokopen.
Daarenboven geldt voor [naam 11] , [naam 8] en [slachtoffer 1] dat zij verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen aandeel in de handel in harddrugs ten behoeve van de [organisatie] en daarmee zichzelf belasten. Ook dit draagt bij aan hun geloofwaardigheid. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de verklaringen van [naam 8] , [slachtoffer 1] en [naam 11] betrouwbaar en gebruikt zij deze voor het bewijs.
Betrokkenheid van [verdachte] bij de [organisatie]
De rechtbank stelt op basis van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen vast dat via het nummer [telefoonnummer 1] , de zogeheten [organisatie] , cocaïne, MDMA en 3-MMC werd verkocht. Via het telefoonnummer van die lijn konden bestellingen worden geplaatst en werd een locatie afgesproken voor de overdracht van de drugs. Uit de getuigenverklaringen van [naam 8] , [slachtoffer 1] en [naam 11] volgt dat [verdachte] samen met [medeverdachte 3] eindverantwoordelijk was voor de verkoop van verdovende middelen via de [organisatie] . Dat [medeverdachte 3] en [verdachte] samenwerkten, wordt bevestigd door OVC-gesprekken waaruit volgt dat [verdachte] en [medeverdachte 3] gezamenlijk drugsgerelateerde activiteiten verrichten. In die OVC-gesprekken spreekt [verdachte] in overleg met [medeverdachte 3] over onder meer ‘wat gaan
we doen’als het gaat over de werkwijze tijdens de vakantie in augustus 2024 en over
‘hoeveel geld hebben we van hem verdiend’als het gaat over verdiensten
.
[verdachte] had een coördinerende en leidinggevende rol bij de [organisatie] waarmee een zeer groot aantal afnemers in de regio werd bediend. Hij kocht de drugs in, beheerde de financiën, benaderde bezorgers en stuurde hen aan. De rechtbank is van oordeel dat de handelingen van [verdachte] en [medeverdachte 3] voldoende zijn om te kunnen spreken van een – voor medeplegen vereiste – nauwe en bewuste samenwerking. Uit een overzicht van de bankrekening van afnemer [naam 3] blijkt dat de [organisatie] reeds actief was in oktober 2021. Ook uit de verklaringen van [slachtoffer 1] en [naam 8] volgt dat [verdachte] en [medeverdachte 3] de [organisatie] zijn gestart nadat zij vrijkwamen uit de gevangenis. Dat was in 2021.
De verklaring van [verdachte] dat hij slechts zijdelings betrokken is geraakt bij de handel in harddrugs van [medeverdachte 3] en geen leidende rol bij de [organisatie] had, wordt weerlegd door inhoud van de bewijsmiddelen.
De rechtbank acht al met al wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] samen met [medeverdachte 3] en anderen in de periode 1 januari 2022 tot en met 3 oktober 2024 in cocaïne, MDMA en
3-MMC heeft gehandeld.
Ten aanzien van het onder feit 2 en feit 3 ten laste gelegde (onderzoek Maltezer)
Op 13 september 2024 omstreeks 2:10 uur kwam een melding van een autobrand aan de [adres 8] binnen. De eigenaar van het voertuig was [naam 15] , de vader van [verdachte] .
Op 13 september 2024 om 21:45 uur is de meldkamer gebeld door een onbekende man die melding maakte van een ontvoering. De persoon zei dat zijn vriend [slachtoffer 1] was ontvoerd door [medeverdachte 3] en [verdachte] .
[slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij op 13 september 2024 via WhatsApp werd gevraagd om naar de [adres 1] in Zwolle te komen. Toen hij daar aankwam moest hij in een appartement helemaal naar boven. Hij hoorde voetstappen achter zich, draaide zich om en zag [verdachte] , [medeverdachte 3] en twee personen met bivakmutsen. [slachtoffer 1] werd de woning ingetrokken en kreeg een harde klap tegen zijn hoofd, waardoor hij op de bank viel. Deze klap was met de kolf van een vuurwapen. Vervolgens werd de kleding van [slachtoffer 1] uitgetrokken en werden zijn zakken leeggehaald. Dit gebeurde door een jongen met een bivakmuts, die [slachtoffer 1] herkende als een Syriër. [slachtoffer 1] was helemaal naakt en [verdachte] vroeg wie de auto van zijn vader had uitgebrand. [slachtoffer 1] kreeg weer een klap van de Syriër. [slachtoffer 1] moest op beeld vertellen wie de auto van de vader van [verdachte] had uitgebrand. De personen wilden tape omdoen, maar [slachtoffer 1] hield dit tegen. Hij kreeg toen weer een harde klap van de Syriër. Vervolgens moest [slachtoffer 1] [slachtoffer 4] (hierna: [slachtoffer 4] ) bellen. Als [slachtoffer 4] zou komen dan zou hij er zonder kleerscheuren vanaf komen. De huissleutel van [slachtoffer 1] werd afgepakt en hij moest zijn huisnummer noemen. De jongens met bivakmutsen moesten van [medeverdachte 3] en [verdachte] naar de woning van [slachtoffer 1] en hem van zijn waardevolle spullen beroven. De jongens zijn naar de woning in de [locatie 3] aan de [adres 9] gegaan en hebben een ID kaart, 30 à 40 pakjes Marlboro sigaretten, een iPhone 7, een iPhone 6 en drie trainingspakken weggenomen. Toen de jongens weggingen, mocht [slachtoffer 1] zijn kleren weer aandoen. Zij zeiden dat als hij dit ooit tegen iemand zou vertellen, dat ze de filmpjes zouden laten zien, naar zijn osso zouden komen en hem het leven zuur zouden maken. Ook zouden ze hem dan dood maken. [medeverdachte 3] zei dat [slachtoffer 4] ook de lul is en dat iedereen aan de beurt komt. [verdachte] en [medeverdachte 3] liepen met [slachtoffer 1] naar het park en daar moest [slachtoffer 1] [slachtoffer 4] bellen. Toen [slachtoffer 4] ophing hebben [verdachte] en [medeverdachte 3] de telefoon van [slachtoffer 1] in het water gegooid. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat de persoon met de bivakmuts hem heeft geslagen met een wapen. [slachtoffer 1] heeft twee vuurwapens gezien.
F. Oude Hengel, forensisch arts bij de GGD IJsselland, heeft op 14 januari 2025 een letselbeschrijving opgemaakt. De forensisch arts constateert, op basis van het letselonderzoek dat op 23 september 2024 bij [slachtoffer 1] is verricht, drie lichte letsels op het lichaam van [slachtoffer 1] . De letsels bevinden zich op zijn hoofd en arm. Op zijn linker wenkbrauw bevindt zich een scheurwond. Onder zijn linkeroog en op zijn linkerarm bevinden zich bloeduitstortingen.
[slachtoffer 4] heeft verklaard dat [slachtoffer 1] hem op 13 september 2024 belde en zei dat hij naar het Wezenlandenpark moest komen. Dit moest [slachtoffer 1] van [verdachte] en [medeverdachte 3] zeggen. [slachtoffer 4] had al eerder een WhatsAppbericht van [naam 16] gekregen, maar het waren [verdachte] en [medeverdachte 3] die dat bericht schreven. Ze deden alsof het [slachtoffer 1] was en vroegen of [slachtoffer 4] naar de flat aan de [adres 1] zou komen. Daarna werd er in het Turks geschreven:
‘ik ga je moeder neuken.’ En in het Nederlands: ‘
beter kom je naar hier, dan kom je er zonder kleerscheuren vanaf, je hebt je kans gehad’. [slachtoffer 4] kreeg daarna geen contact meer met [naam 16] en heeft 112 gebeld met de mededeling dat er een ontvoering plaatsvond door [verdachte] en [medeverdachte 3] .
Op camerabeelden van de [locatie 3] aan de [adres 9] in Zwolle is te zien dat op 13 september 2024 om 21:23 uur twee jongens op een fatbike bij de flat arriveerden. De jongens gingen de flat binnen. Om 21:34 uur liepen de twee personen richting de uitgang van de flat. Zij hadden op dat moment ieder een tas bij zich. Een persoon had een blauwe tas in zijn linkerhand en de andere persoon had een witte plastic tas in zijn rechterhand. De tassen waren gevuld met goederen. Deze tassen hadden de personen niet bij zich toen ze de flat ingingen.Op beelden van een camera die is gericht op de voordeur van [slachtoffer 1] is te zien dat twee mannen om 21:26 uur de galerij opliepen. Om 21:26 uur deden de mannen hun capuchon op en gingen de woning van [slachtoffer 1] binnen. Ruim drie minuten later verlieten de mannen de woning.[medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) worden herkend op de camerabeelden van de flat.
Op een van de telefoons die in de [adres 1] is aangetroffen is de volgende chat van
13 september 2024 via Signal aangetroffen. Uit onderzoek aan de telefoon volgt dat deze in gebruik was bij [medeverdachte 2] .
[naam 17]:
Waar zijn jullie
[naam 17]:
Ole jij bent wel genoeg
[naam 17]:
We zien je zo dienosso oke
[naam 17]:
Welke nummer
[naam 18]:
Ben r
[naam 18]:
Benede
(…)
[naam 19]:
Gaan juillie hem gelijk pakken als hij beneden is of als hij boven voor de deur staat
[naam 18]:
Die video
Stuur is alleen
Dat die toegeeft wie auto heeft gedaan.
[verdachte] heeft verklaard dat hij op 13 september 2024 met [slachtoffer 1] en [medeverdachte 3] in de woning aan de [adres 1] was.
De betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer 1]
De rechtbank ziet geen reden om aan de juistheid en inhoud van de verklaring van [slachtoffer 1] te twijfelen en acht zijn verklaring betrouwbaar. De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer 1] uitvoerig, gedetailleerd en consistent heeft verklaard over wat zich op 13 september 2024 in de woning aan de [adres 1] heeft afgespeeld. Daarnaast vindt de verklaring van [slachtoffer 1] steun in andere bewijsmiddelen. Zo zijn er bij [slachtoffer 1] letsels op zijn hoofd geconstateerd, wat past bij de verklaring van [slachtoffer 1] dat hij tegen zijn hoofd is geslagen. Ook vindt de verklaring van [slachtoffer 1] steun in het gegeven dat de auto van de vader van [verdachte] in de nacht van 12 op 13 september 2024 is uitgebrand. Volgens [slachtoffer 1] wilde [verdachte] weten wie achter deze brand zat en moest [slachtoffer 1] dit naakt op beeld zeggen. Dat [slachtoffer 1] gefilmd is, leidt de rechtbank af uit de chats die zijn aangetroffen op de telefoon van [medeverdachte 2] waarin wordt gesproken over een video waarin ‘die toegeeft wie auto heeft gedaan’. Tot slot vindt de verklaring van [slachtoffer 1] steun in de verklaring van [slachtoffer 4] , die verklaart dat hij van [verdachte] en [medeverdachte 3] naar de flat aan de [adres 1] en het Wezenlandenpark moest komen.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, zal de rechtbank de verklaring van [slachtoffer 1] als uitgangspunt voor het bewijs nemen. Uit de verklaring van [slachtoffer 1] volgt dat hij is gevraagd om naar de [adres 1] in Zwolle te komen. Daar aangekomen stonden [verdachte] , [medeverdachte 3] en twee personen met bivakmutsen achter hem. Zij trokken [slachtoffer 1] de woning in, waar hij tegen zijn hoofd is geslagen. Daarna is de kleding van [slachtoffer 1] uitgetrokken en zijn zijn zakken leeggehaald. Terwijl [slachtoffer 1] op camera moest vertellen wie de auto van de vader van [verdachte] had uitgebrand, kreeg [slachtoffer 1] klappen. [slachtoffer 1] is ook met een vuurwapen geslagen. [verdachte] en [medeverdachte 3] hebben daarna meerdere dreigende uitlatingen tegen [slachtoffer 1] gedaan. Met dit handelen hebben [verdachte] en de medeverdachten [slachtoffer 1] belet de woning aan de [adres 1] te verlaten en hem opzettelijk wederechtelijk van zijn vrijheid beroofd. Het door [verdachte] gestelde scenario dat hij al in de woning aan de [adres 1] aanwezig was toen [slachtoffer 1] met de gemaskerde mannen binnenkwam en [slachtoffer 1] vervolgens heeft geholpen, wordt weerlegd door de bewijsmiddelen.
De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de ten laste gelegde wederrechtelijke vrijheidsberoving en dat die bijdrage van voldoende gewicht is geweest om te kunnen spreken van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Het onder feit 2 ten laste gelegde is daarmee wettig en overtuigend bewezen.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de huissleutel van [slachtoffer 1] is afgepakt, waarna de twee gemaskerde jongens de opdracht van [medeverdachte 3] en [verdachte] kregen om naar de woning van [slachtoffer 1] te gaan en hem te beroven van waardevolle spullen. Uit de camerabeelden volgt dat de jongens ( [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4]) de woning van [slachtoffer 1] binnengaan en elk met een plastic tas de woning weer verlaten. Uit de verklaring van [slachtoffer 1] volgt dat de jongens twee telefoons, een ID-kaart, twee trainingspakken en een grote hoeveelheid pakjes sigaretten uit zijn woning hebben meegenomen.
Door samen met de medeverdachten de geweldshandelingen tegen [slachtoffer 1] te plegen, de sleutel van [slachtoffer 1] af te pakken en vervolgens de opdracht tot beroving van [slachtoffer 1] te geven, is de bijdrage van [verdachte] aan de diefstal met geweld naar het oordeel van de rechtbank van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen.
[verdachte] heeft aan de medeverdachten de opdracht gegeven om [slachtoffer 1] te beroven van zijn waardevolle spullen. Daarmee heeft [verdachte] opzet gehad op de door de medeverdachten gepleegde diefstal uit de woning van [slachtoffer 1] . De rechtbank acht het onder feit 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
Ten aanzien van het onder feit 4 ten laste gelegde (onderzoek Manx)
De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om vast te stellen dat [verdachte] betrokken is geweest bij de onder feit 4 ten laste gelegde brandstichting. De rechtbank overweegt dat in de nacht van 9 september op 10 september 2024 een zwarte Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 1] aan de [adres 10] in Zwolle in brand is gestoken. In de van ‘ [alias 1] ’ afkomstige Signalberichten wordt gesproken over een auto aan [adres 11], grijs zwart model en een kenteken dat begint met [kenteken 6]. Gelet hierop kan de rechtbank niet vaststellen dat de communicatie tussen [alias 4] en [alias 1] betrekking heeft op de brandstichting aan de [adres 10]. Ook overig bewijs van betrokkenheid van [verdachte] bij deze brandstichting ontbreekt. De rechtbank zal [verdachte] dan ook vrijspreken van het onder feit 4 ten laste gelegde.
Ten aanzien van het onder feit 5 ten laste gelegde (onderzoek Manx)
[slachtoffer 4] heeft aangifte gedaan van brandstichting. Hij kwam er op donderdag 12 september 2024 om ongeveer 6:00 of 7:00 uur in de ochtend achter dat zijn auto in de brand was gestoken. Het betreft een grijze Volkswagen Polo met kenteken [kenteken 7].
[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de grijze Volkswagen Polo in brand heeft gestoken door deze auto met benzine te overgieten en aan te steken. Hij werd bedreigd door [medeverdachte 2] om de auto in brand te steken. Er is gezegd dat ze [medeverdachte 1] zouden vermoorden en dat ze wisten waar zijn ouders woonden en dat ze hun huis in brand zouden steken, als hij weigerde de auto in brand te steken.
In de telefoon van [medeverdachte 2] zijn enkele inkomende Signalberichten aangetroffen.
Op 9 september 2024:
[alias 1] om 13:36 uur:
Denkje je red 17:15 holtenroek zijn?
[alias 1] om 13:36 uur:
Telefoonwinkel
[alias 1] om 13:38 uur:
[adres 12]
[alias 1] om 14:05 uur:
Haal alvast waar je bent
[alias 1] om 14:05 uur:
Jerrycans
[alias 1] om 14:05 uur:
Vul ze met benzine
[alias 1] om 14:08 uur:
Pak 4 jerrycans vul ze allemaal
[alias 1] om 14:27 uur:
Vergeet men tel ook niet
[alias 1] om 14:27 uur:
En meld me als je compleet bent
[alias 1] om 14:31 uur:
Zeg ik kom telefoon ophale
[alias 1] om 14:31 uur:
En miin naam zegge
[alias 1] om 14:31 uur:
Dan weet die
Op 11 september 2024:
[alias 1] om 9:06 uur:
Vndaag nieuwe ronde nieuwe kansen
[alias 1] om 9:07 uur:
Wrk niet na AA gegaan
[alias 1] om 9:25 uur:
Je moest die polo in aa landen pakken dan
[alias 1] om 10:05 uur:
Je had alle gegevens van die polo bij [adres 13] ook
[alias 1] om 10:06 uur:
Die moest je dan kantelen was een dag niet verpest geweest
[alias 1] om 11:24 uur:
Ben vnv daar
[alias 1] om 11:24 uur:
Gaan we praten.
Op 12 september 2024:
[alias 1] om 10:54 uur:
Amk weetje zeker juiste polo is gepakt
[alias 1] om 10:54 uur:
K zie geen polo op foto plus adres is zijpe amk
[alias 1] om 10 :54 uur:
Laat ma bro tis gelukt.
[slachtoffer 4] woont in een flat aan de [adres 13] en [adres 4] grenst aan de parkeerplaatsen van de flat.
Op camerabeelden van de Karwei in Ommen is te zien dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op
9 september 2024 om ongeveer 16:45 uur jerrycans hebben gekocht.
Bevindingen met betrekking tot de gebruiker van het Signalaccount [alias 1]
Op het adres [adres 12] in Zwolle is de telefoonwinkel [bedrijf 3] BV gevestigd. Van dit bedrijf zijn de camerabeelden gevorderd die zicht hebben op de balie van de winkel. Op deze beelden is te zien dat [medeverdachte 2] op 9 september 2024 omstreeks 17.31 uur aan de balie van de telefoonwinkel staat en contant geld overhandigt aan de persoon achter de balie.
Op 14 november 2024 zijn verbalisanten naar [bedrijf 3] gegaan en hebben daar
[naam 20] (hierna: [naam 20]) gesproken. De verbalisanten herkenden [naam 20] van de camerabeelden van 9 september 2024 als verkoper die contact had met [medeverdachte 2] . De verbalisanten hebben [naam 20] een schermafbeelding van de persoon op de beelden van
9 september 2024 laten zien. [naam 20] vertelde dat hij die datum niet precies kon herinneren, maar aan de hand van de getoonde foto wel herinneringen had aan dat moment. Hij herinnerde zich de persoon aan de balie, maar wist zijn naam niet. Deze persoon kwam een mobiele telefoon halen in opdracht van [verdachte] en noemde ook de naam ‘ [verdachte] ’ aan de balie. Voorafgaand had [verdachte] [naam 20] ook gebeld en gezegd dat of hijzelf of iemand anders de telefoon kwam ophalen. [naam 20] verklaarde een iPhone XR verkocht te hebben en dat de iCloud al klaar was gemaakt. [verdachte] en [medeverdachte 3] waren al drie of vier keer eerder bij hem geweest voor een mobiele telefoon.
Bij de aanhouding van [verdachte] is een iPhone 15 inbeslaggenomen, waarvan is vastgesteld dat [verdachte] de gebruiker was. De gebruiker van de telefoon heeft op 9 september 2024 om 14:28 uur contact gehad met +[telefoonnummer 4], het nummer van [naam 20]. Diezelfde dag omstreeks 17:42 uur is er weer telefonisch contact geweest.
[slachtoffer 1] heeft verklaard dat [verdachte] en [medeverdachte 3] ten behoeve van de [organisatie] telefoons laten ophalen bij [bedrijf 3] BV. Zij wilden meestal om de maand, maximaal om de twee maanden een andere telefoon. Ze verwisselden de telefoons om zo min mogelijk bewijs achter te laten. [slachtoffer 1] moest ook wel eens een telefoon ophalen in de telefoonwinkel. Hij kreeg dan een telefoon met Signal en een bepaalde naam al op de telefoon geïnstalleerd. Hij kreeg ook een tabblad met een blaadje met een code en iCloud. [slachtoffer 1] moest bij de eigenaar zijn en zei dan: ‘
Ik kom voor [verdachte] ’. [slachtoffer 1] moest contant betalen en kwam altijd in opdracht van [medeverdachte 3] en [verdachte] . De eigenaar van de telefoonwinkel heet [naam 20] .
De gebruiker van het Signalaccount [alias 1]
De verdediging heeft bepleit dat de door de verbalisanten genoteerde verklaring van [naam 20] onbetrouwbaar is en daarom niet als bewijs kan dienen. De rechtbank overweegt als volgt.
Bij de rechter-commissaris heeft [naam 20] op 19 mei 2025, kort weergegeven, verklaard dat het niet klopt wat de verbalisanten hebben geschreven en dat de politie de naam [verdachte] heeft genoemd. [naam 20] heeft tegenover de rechter-commissaris verklaard dat hij niet weet of de jongen in opdracht van [verdachte] een telefoon kwam ophalen. De rechtbank hecht echter meer waarde aan de verklaring van [naam 20] zoals hij deze tegenover verbalisanten heeft afgelegd, omdat deze verklaring steun vindt in andere bewijsmiddelen.
Uit de Signalchats op de telefoon van [medeverdachte 2] volgt dat [alias 4] ( [medeverdachte 2] ) door [alias 1] op
9 september 2024 naar de telefoonwinkel aan het [adres 12] wordt gestuurd. [alias 4] moet dan de naam van [alias 1] zeggen en dan weet de eigenaar dat hij de telefoon moet meegeven. Op beelden is te zien dat [medeverdachte 2] op 9 september 2024 om 17:31 uur de winkel binnenkomt. [naam 20] heeft verklaard dat [medeverdachte 2] een mobiele telefoon op kwam halen in opdracht van [verdachte] en ook de naam ‘ [verdachte] ’ noemde. [naam 20] heeft verklaard dat [verdachte] hem hieraan voorafgaand ook had gebeld en gezegd dat of hijzelf of iemand anders de telefoon kwam ophalen. Uit gegevens van de telefoon van [verdachte] volgt dat [naam 20] en [verdachte] op 9 september 2024 om 14:28 uur inderdaad telefonisch contact hebben gehad. [medeverdachte 2] heeft om 17:31 uur de telefoon opgehaald. Om 17:42 uur hebben [verdachte] en [naam 20] weer telefonisch contact, ongeveer tien minuten nadat [medeverdachte 2] de telefoon heeft opgehaald. [naam 20] heeft verklaard dat [medeverdachte 2] een iPhone XR heeft opgehaald en dat op de telefoon de iCloud al was klaargemaakt. [verdachte] en [medeverdachte 3] waren al drie of vier keer eerder geweest voor een mobiele telefoon. Dit onderdeel van de verklaring van [naam 20] vindt steun in de verklaring van [slachtoffer 1] , die verklaart dat [verdachte] en [medeverdachte 3] telefoons laten ophalen bij de telefoonwinkel aan het [adres 12]. [slachtoffer 1] moest dan naar de eigenaar, [naam 20], en moest zeggen
‘ik kom voor [verdachte] ’.Deze werkwijze komt overeen met de wijze waarop 9 september 2024 een telefoon is opgehaald door [medeverdachte 2] .
[naam 20] heeft tegenover de verbalisanten uit zichzelf verklaard dat hij is gebeld door [verdachte] .
Het is de rechtbank niet gebleken dat de verbalisanten tijdens het gesprek met [naam 20] op 14 november 2024 al op andere wijze op de hoogte waren van het telefonisch contact tussen [verdachte] en [naam 20]. Het proces-verbaal waarin deze bevinding vermeld staat, dateert van een latere datum te weten 29 november 2024. Ook de verklaring van [slachtoffer 1] over de werkwijze van het ophalen van de telefoons bij de telefoonwinkel was de verbalisanten niet bekend.
De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [naam 20], zoals opgetekend in het op ambtseed opgemaakt proces-verbaal, steun vindt in onderzoeksbevindingen die ten tijde van het gesprek met [naam 20] nog niet in het proces-verbaal waren opgenomen. Dit maakt het scenario van de verdediging dat de verbalisanten een onjuiste verklaring hebben opgeschreven niet aannemelijk. De rechtbank is juist van oordeel dat die onderzoeksbevindingen de verklaring van [naam 20], zoals opgetekend in het op ambtseed opgemaakt proces-verbaal ondersteunen en stelt op basis hiervan vast dat [verdachte] de gebruiker is van het Signalaccount [alias 1] .
Signalchats over de brandstichting van 12 september 2024
Uit chats van [verdachte] volgt dat hij op 11 september 2024 ‘
Vndaag nieuwe ronde nieuwe kansen’,‘
Je moest die polo in aa landen pakken dan’en ‘
Je had alle gegevens van die polo bij [adres 13] ook’naar [medeverdachte 2] stuurt. [verdachte] stuurt verder dat hij en [medeverdachte 2] die avond gaan praten. In de nacht van 11 op 12 september 2024 is de Volkswagen Polo van [slachtoffer 4] in brand gestoken. [slachtoffer 4] woont in een flat aan de [adres 13] in Zwolle. [adres 4] grenst aan de parkeerplaatsen van deze flat. De volgende dag stuurt [verdachte] : ‘
K zie geen polo op foto plus adres is zijpe amk’en
‘Laat ma bro tis gelukt’.De rechtbank stelt vast dat de Signalchats van [verdachte] betrekking hebben op de in brand gestoken Volkswagen Polo van [slachtoffer 4] .
De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezen verklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.
Ook indien het ten laste gelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.
Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
De bijdrage van de medepleger kan in uitzonderlijke gevallen in hoofdzaak vóór of ná het strafbare feit zijn geleverd. Een geringe rol of het ontbreken van enige rol in de uitvoering van het delict zal in dergelijke gevallen moeten worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door een grote(re) rol in de voorbereiding.
Op basis van de bewijsmiddelen kan niet worden vast gesteld dat [verdachte] zelf uitvoeringshandelingen heeft gepleegd of dat hij bij de uitvoering van het delict aanwezig is geweest. De bijdrage van [verdachte] ligt in zijn initiërende en regisserende rol, zijn intellectuele bijdrage, die naar het oordeel van de rechtbank als wezenlijk dient te worden aangemerkt.
[verdachte] heeft opdracht gegeven om een autobrand te stichten en geeft daarbij ook informatie over de locatie van de auto en heeft dus instructies gegeven hoe de opdracht moest worden uitgevoerd. Zo geeft [verdachte] enkele dagen voor de brandstichting de opdracht om vier jerrycans te vullen met benzine. Hij heeft voorafgaand aan de delicten dus een organiserende en voorbereidende rol gehad. Verder laat [verdachte] na voltooiing van de brandstichting weten dat het is gelukt. Ook dit wijst op zijn wezenlijke betrokkenheid bij de brandstichting.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] is komen vast te staan. De bijdrage van [verdachte] aan het ten laste gelegde is van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. Daarmee acht de rechtbank het onder feit 5 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.