Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
feit 2: [slachtoffer] heeft bedreigd met de dood en met zware mishandeling.
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
3.De bewijsmotivering
Afsterven moet je” en “
Of je komt naar [naam] , of je hebt een groot kankerprobleem met mij, hoor je mij?”. Verdachte heeft ter zitting bekend dat hij deze berichten heeft gestuurd en verklaard dat hij boos was.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
poging tot doodslag,
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gerichten
bedreiging met zware mishandeling.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De toegepaste wettelijke voorschriften
8.De beslissing
poging tot doodslag;
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gerichten
bedreiging met zware mishandeling.
gevangenisstrafvoor de duur van
36 (zesendertig) maanden;
6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
Contactverbod:
Locatieverbod:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte: