Uitspraak
gevestigd en kantoorhoudende in Oldenzaal,
[bedrijf 2], in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [gedaagde] ,
wonende in [woonplaats] ,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 144,00
Rechtbank Overijssel
WBO Wonen vordert ontruiming van een woning die sinds januari 2022 wordt gehuurd door [gedaagde], nadat de politie op 15 januari 2026 880 gram speed in de vriezer aantrof. WBO Wonen stelt dat deze hoeveelheid drugs een ernstige tekortkoming in de huurovereenkomst vormt en dat ontruiming noodzakelijk is vanwege het zerotolerancebeleid en mogelijke overlast.
De bewindvoerder voert verweer en stelt dat de drugs zonder medeweten van [gedaagde] in de woning zijn geplaatst door een derde, die niet meer in de woning verblijft. [gedaagde] heeft verklaard dat zij pas enkele uren na de plaatsing op de hoogte was en direct actie wilde ondernemen. Er is geen bewijs van handel of overlast, en de burgemeester heeft slechts een voorwaardelijke dwangsom opgelegd.
De kantonrechter oordeelt dat in kort geding onvoldoende bewijs is geleverd om te concluderen dat de vordering tot ontruiming in een bodemprocedure zal slagen. Er is te veel twijfel over de mate van kennis en verantwoordelijkheid van [gedaagde]. Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt WBO Wonen veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van ernstige tekortkoming en kennis van de drugs door de huurder.