Huurster huurt sinds 2009 een woning van SOB en heeft een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd. SOB vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van de achterstand. Bij verstekvonnis werd aan SOB toegewezen, maar de bewindvoerder van huurster stelde verzet in.
Tijdens de mondelinge behandeling werd vastgesteld dat de huurachterstand ernstig was, maar dat na aanstelling van de bewindvoerder een betalingsregeling was getroffen en de huur weer werd voldaan. Partijen kwamen overeen dat een voorwaardelijke ontbinding met voorwaarden de belangen van alle partijen voldoende beschermt.
De kantonrechter vernietigde het verstekvonnis, veroordeelde de bewindvoerder tot betaling van de openstaande schuld van €6.398,55 en sprak de ontbinding van de huurovereenkomst uit onder de voorwaarde dat tijdige betaling en voortzetting van het bewind plaatsvindt. Bij niet-naleving volgt ontruiming binnen zes weken. Proceskosten worden gecompenseerd.