Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3470

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
20 juni 2026
Zaaknummer
12123342 \ RR FORM 26-11
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering schadevergoeding wegens niet geleverde Fatbike

Eiser bestelde op 19 juli 2025 een Fatbike bij gedaagde, die niet werd geleverd. Eiser vordert vergoeding van €697,69 aan ov-kosten die hij maakte vanwege de niet-levering. Eerder werd in een procedure de ontbinding van de koopovereenkomst en terugbetaling van de koopsom toegewezen.

Gedaagde is niet verschenen, verstek is verleend. Eiser overlegt facturen van een NS-flex abonnement, maar de berekening van het gevorderde bedrag blijft onduidelijk. Eiser verklaart dat hij ov-kosten voor woon-werkverkeer vorderde, maar deze kosten zijn door zijn werkgever vergoed en komen daarom niet voor vergoeding in aanmerking.

Ook vordert eiser ov-kosten voor reizen waarvan niet aannemelijk is dat deze met de Fatbike zouden zijn gemaakt. De kantonrechter overweegt dat vanaf 13 oktober 2025 gedaagde in verzuim was en eiser de overeenkomst ontbonden heeft, waardoor over die periode geen schadevergoeding kan worden toegekend.

De vordering is onvoldoende onderbouwd en de gevorderde schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens niet geleverde Fatbike wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en onaanvaardbaarheid van de gevorderde ov-kosten.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12123342 \ RR FORM 26-11
Vonnis van 9 juni 2026 in de experimentele procedure bij de kantonrechter als regelrechter
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats 1],
eisende partij, hierna te noemen: [eiser],
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats 2],
gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het aanvraagformulier van [eiser];
- de mondelinge behandeling van 22 mei 2026. Alleen [eiser] is bij deze mondelinge behandeling verschenen;
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De vordering en de beoordeling

De vordering van [eiser]
2.1
[eiser] vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 697,69. [eiser] legt het volgende aan zijn vordering ten grondslag.
Op 19 juli 2025 heeft [eiser] een Fatbike besteld bij [gedaagde]. Deze Fatbike is niet geleverd en daardoor heeft [eiser] ov-kosten gemaakt. Volgens [eiser] zijn deze kosten schade als gevolg van de niet geleverde Fatbike en moet [gedaagde] deze kosten betalen.
2.2
[eiser] heeft eerder een procedure gevoerd bij de regelrechter over de aankoop van de Fatbike. Hij heeft toen terugbetaling gevorderd van het door hem betaalde bedrag, na ontbinding van de overeenkomst wegens niet nakomen. Die vordering is toegewezen.
Verstek
2.3
[gedaagde] is niet in deze procedure verschenen en daarom heeft de regelrechter verstek tegen [gedaagde] verleend.
Schadevergoeding
2.4
De regelrechter moet beoordelen of [eiser] recht heeft op betaling van schadevergoeding door [gedaagde] als gevolg van de niet-geleverde Fatbike. [eiser] heeft ter onderbouwing van zijn vordering onder meer facturen van een NS-flex abonnement overgelegd over een periode van juli 2025 tot en met december 2025. Hoe hij tot het gevorderde bedrag van € 697,69 is gekomen blijft onduidelijk.
2.5
[eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat het ging om ov-kosten voor woon-werkverkeer en dat hij die kosten van zijn werkgeer ook vergoed heeft gekregen. Deze kosten komen dan niet als geleden schade voor vergoeding in aanmerking. Ook vordert [eiser] vergoeding van ov-kosten voor reizen van [woonplaats 1] naar [plaats 1] en [plaats 2], terwijl niet aannemelijk is dat hij die reis met de Fatbike zou hebben gemaakt.
2.6
Daarnaast is voor het kunnen toekennen van schadevergoeding nodig dat er sprake is van een tekortkoming die toerekenbaar is en van verzuim. Van belang hierbij is dat [eiser] de Fatbike heeft besteld op 19 juli 2025 en dat er in augustus 2025 is gecorrespondeerd over vertraging in de levering. Op 2 oktober 2025 is [gedaagde] een laatste mogelijkheid geboden om de overeenkomst na te komen door vóór 13 oktober 2025 de Fatbike te leveren. [gedaagde] heeft dat niet gedaan en is, zoals ook in het vonnis in de eerste zaak staat beschreven, vanaf dat moment in verzuim. Vanaf dat moment heeft [eiser] ook de overeenkomst ontbonden en terugbetaling van de koopsom geëist (wat in een eerdere procedure ook is toegewezen). Zoals de regelrechter tijdens de mondelinge behandeling al heeft toegelicht, heeft [eiser] over deze periode dan ook geen recht op vergoeding van ov-kosten als zijnde schadevergoeding.

3.De beslissing

De regelrechter wijst de vorderingen van [eiser] af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.