AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing vordering helft watermeterkosten en toewijzing verrekening waterverbruik appartementsrechten
In deze zaak vordert eiser betaling van de helft van de kosten voor een eigen watermeter die hij heeft laten installeren in zijn bovenwoning, en een verrekening van het waterverbruik met gedaagde, eigenaar van een winkelruimte in hetzelfde pand. De rechtbank stelt vast dat de watermeter zich in het privégedeelte van gedaagde bevindt en dat de splitsingsakte geen grondslag biedt voor gezamenlijke kostenverdeling van de watermeter.
Eiser baseert zijn vordering op afspraken bij de notaris en redelijkheid en billijkheid, maar de rechtbank oordeelt dat deze geen zelfstandige rechtsgrond vormen zonder bestaande verbintenis. Ook de stelling van onrechtmatige daad wegens afsluiting van water wordt verworpen als grond voor schadevergoeding, omdat het oorzakelijk verband ontbreekt.
Wel wordt vastgesteld dat partijen tot november 2025 gezamenlijk gebruik maakten van dezelfde watermeter en dat de kosten van het waterverbruik volgens de breukdelen uit de splitsingsakte verdeeld moeten worden. Gedaagde heeft te weinig betaald en wordt veroordeeld tot betaling van €90 aan eiser. De overige vorderingen worden afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Vordering helft watermeterkosten afgewezen, gedaagde veroordeeld tot betaling van €90 voor verrekening waterverbruik.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12132649 \ RR FORM 26-13
Vonnis van 9 juni 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats 1],
eisende partij, hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: [gemachtigde], werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats 2],
gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1.De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het aanvraagformulier;
- de mondelinge behandeling van 10 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.
2.De zaak in het kort
[eiser] en [gedaagde] hebben in 2024 beiden een appartementsrecht verkregen. [eiser] werd eigenaar van een bovenwoning ([adres 1]) en [gedaagde] van een winkelruimte ([adres 2]). [eiser] heeft in november 2025 een eigen watermeter laten installeren en vraagt de regelrechter om [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de helft van de kosten. De regelrechter wijst deze vordering af, omdat een grondslag voor toewijzing ontbreekt. [gedaagde] dient nog € 90,00 aan [eiser] betalen in verband met de verrekening van de waterlasten.
3.De feiten
3.1
Op 6 juni 2024 heeft de heer [naam], de voormalig eigenaar van het pand aan de [adres 2], het pand gesplitst in een winkelruimte ([adres 2]) en een bovenwoning ([adres 1]). Vervolgens heeft hij de delen te koop aangeboden. [naam] heeft de winkelruimte verkocht en op 10 juni 2024 geleverd aan [gedaagde] en de bovenwoning aan [eiser].
3.2
In de splitsingsakte is het volgende opgenomen:
‘(…)
F. SPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN
Het registergoed (hierna ook te noemen: het gebouw) zal worden gesplitst in de volgende twee (2) appartementsrechten:
1. het appartementsrecht, (…), plaatselijk bekend [adres 2] , (…), uitmakende het een/tweede aandeel in de gemeenschap bestaande uit het registergoed;
2. het appartementsrecht, (…), plaatselijk bekend [adres 1] , (…), uitmakende het een/tweede aandeel in de gemeenschap bestaande uit het registergoed; (…)
G. VASTSTELLING REGLEMENT VAN SPLITSING
Op grond van het bepaalde in artikel 5:111 onderPro d van het Burgerlijk Wetboek wordt bij de onderhavige akte van splitsing het reglement vastgesteld. Te dezen worden van toepassing verklaard de bepalingen van het modelreglement bij splitsing in appartementsrechten kleine vereniging van eigenaars 2021 van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie. (…) Het reglement komt met inachtneming van de wijzigingen en/of aanvullingen bij deze integraal te luiden als volgt:
A. Algemene bepalingen
Artikel 1
Verplichtingen van de eigenaars en gebruikers
1. De eigenaars en gebruikers moeten zich overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid tegenover elkaar gedragen. (…)
(…)
B. Aandelen die door de splitsing ontstaan
Artikel 5
Aandelen in de gemeenschap
Iedere eigenaar is in de gemeenschap gerechtigd voor het breukdeel dat hiervoor onder F.
van deze akte is vermeld.
Debreukdelenzijn gebaseerd op de volgende grondslag:
De breukdelen zijn vastgesteld aan de hand van de verhouding in oppervlakte van de voor uitsluitend gebruik bestemde gedeelten.
C. Baten, schulden en kosten en reserveringen ten behoeve van het reservefonds
Artikel 6
Baten, schulden en kosten voor de gezamenlijke eigenaars
1. De eigenaars zijn voor de in artikel 5 bedoeldePro breukdelen gerechtigd tot de baten die aan de gezamenlijke eigenaars toekomen en zijn voor diezelfde breukdelen verplicht bij te dragen in de schulden en kosten die voor rekening van de gezamenlijke eigenaars zijn.
2. (…)
(…)
Artikel 7
Schulden en kosten die voor rekening zijn van de gezamenlijke eigenaars, baten die aan de
gezamenlijke eigenaars toekomen en reserveringen ten behoeve van het reservefonds
1. De eigenaars zijn verplicht om voor de in artikel 5 bedoeldePro breukdelen bij te dragen in de jaarlijkse reserveringen ten behoeve van het reservefonds.
2. Tot de schulden en kosten als bedoeld in artikel 6 wordenPro gerekend:
(…)
i. de kosten van het waterverbruik voor zover de eigenaars daarvoor niet afzonderlijk worden aangeslagen;
(…)
Artikel 8
Onderdelen van het gebouw, gemeenschappelijke ruimten en voorzieningen die voor rekening zijn van de gezamenlijke eigenaars
1. In de akte van splitsing kan worden bepaald welke onderdelen van het gebouw gemeenschappelijk zijn en welke onderdelen behoren bij het privégedeelte. Onder het gebouw moet in dit geval worden verstaan: het gebouw met toebehoren waarop het in de splitsing betrokken recht betrekking heeft. Onder toebehoren vallen de roerende zaken die behoren bij het gebouw (ook wel gemeenschappelijke zaken genoemd).
Tot de gemeenschappelijke onderdelen van het gebouw behoren:
- het deel van het platte dak van de begane grond, voor zover gelegen onder het dakterras van de bovenwoning, (breed negen meter en zeven centimeter (9.07 meter) en diep vier meter drieëntwintig (4.23 meter)
- het rookkanaal (schoorsteen);
- de dakgoten en hemelwaterafvoeren;
- de gezamenlijke rioolafvoer.
Alle niet genoemde onderdelen van het gebouw behoren derhalve tot het privégedeelte van de appartementsrechten.
(…)’
3.3
Alle nutsvoorzieningen waren gescheiden, behalve de watermeter. De watermeter bevindt zich beneden, in het deel dat in eigendom toekomt aan [gedaagde]. Partijen bleken genoodzaakt gebruik te maken van dezelfde watermeter. Hierover is na de koop tussen partijen discussie ontstaan. Partijen hebben op 15 juli 2024 bij de notaris afspraken gemaakt over het plaatsen van een eigen watermeter en dat dit met de verkoper opgelost moest worden. De kosten hiervoor zouden € 400,00 bedragen. De notaris zou dit in gang zetten. Van het gesprek is een verslag gemaakt. Het verslag is niet overgelegd.
3.4
[eiser] en [gedaagde] hebben tot in november 2025 gebruik gemaakt van dezelfde watermeter. [eiser] heeft in november 2025 een nieuwe hoofdwatermeter laten aansluiten.
4.Het geschil
De vordering
4.1
[eiser] vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 2.087,60 en de verrekening van het waterverbruik van Vitens. Dit betreft volgens [eiser] de helft van de aansluitkosten voor de waterinstallatie die hij heeft moeten betalen.
4.2
Verder heeft [eiser] een totaalbedrag van € 240,00 aan [gedaagde] betaald voor waterverbruik en vordert hij het te veel betaalde terug. [eiser] weet niet hoeveel dat is.
De afrekening moet hiervoor nog plaatsvinden.
Het verweer
4.3
[gedaagde] is het met de vordering niet eens. Hij betwist een bedrag voor aansluiting watermeter aan [eiser] verschuldigd te zijn. Volgens [gedaagde] is tijdens het overleg bij de notaris afgesproken dat [eiser] een eigen watermeter zou krijgen en dat [naam], de verkoper, de kosten van deze watermeter zou betalen. Er is dus geen reden voor [gedaagde] om de helft van de kosten van [eiser] te betalen. Bovendien waren die kosten maar € 400,00 en betwist [gedaagde] de juistheid van de kosten die nu in rekening worden gebracht.
5.De beoordeling
5.1
Aan de orde is of er juridisch een grond bestaat voor [gedaagde] om de helft van de kosten voor de wateraansluiting in de woning van [eiser] aan [eiser] te betalen, dit nu [gedaagde] betwist dat een dergelijke grond aanwezig is. De regelrechter stelt hierbij voorop dat het aan [eiser] is om deze grond te stellen en om voldoende feiten en omstandigheden te noemen ter onderbouwing van zijn grond. Aan de orde is of [eiser] hieraan heeft voldaan. De regelrechter is van oordeel dat [eiser] hierin niet is geslaagd. Hieronder wordt dat uitgelegd.
5.2
[eiser] noemt in zijn aanvraagformulier geen juridische grond. Hij vermeldt hierin dat er na de koop afspraken zijn gemaakt ten overstaan van de notaris voor de aansluiting van de watermeter in zijn pand op kosten van de verkoper maar dat dit is verwaterd (niet uitgevoerd) omdat de verkoper de offerteaanvraag niet had doorgezet vanwege nalatigheid met de notaris. Hierop heeft hij zelf een aanvraag gedaan. Hoe dit tot een grond voor betaling van de helft van de kosten voor [gedaagde] kan leiden, wordt niet genoemd en is de regelrechter niet duidelijk.
5.3
Ter zitting heeft [eiser] aangevuld dat de vordering moet worden toegewezen op grond van de redelijkheid en billijkheid. Het is echter vaste rechtspraak dat de redelijkheid en billijkheid geen zelfstandige rechtsgrond zijn en slechts kunnen dienen als aanvulling op een bestaande verbintenis. Nu die ontbreekt, kan ook op grond hiervan de vordering niet worden toegewezen. Dat de watermeter gemeenschappelijk eigendom was, betwist [gedaagde] en onderbouwt [eiser] niet. Dat over gemeenschappelijk gebruik ervan is gesproken en afspraken zijn gemaakt voorafgaand aan de koop, ook met [gedaagde], betwist ook [gedaagde] en volgt uit de feiten niet. Ook uit de splitsingsakte volgt dit alles niet. De al in het privégedeelte van [gedaagde] aanwezige watermeter behoort naar het oordeel van de regelrechter blijkens artikel 8 vanPro de splitsingsakte in eigendom toe aan [gedaagde]. In artikel 8 vanPro de splitsingsakte is namelijk opgenomen welke zaken tot het gemeenschappelijk eigendom behoren en daar staat de watermeter/installatie niet genoemd.
5.4
Volgens [eiser] moet de vordering dan worden toegewezen op grond van onrechtmatige daad. [gedaagde] heeft jegens [eiser] onrechtmatig gehandeld door te dreigen met het afsluiten van het water en dat vervolgens ook te doen. Er was volgens [eiser] geen probleem met het watergebruik totdat [gedaagde] deze afsloot. [eiser] voelde zich daardoor genoodzaakt zorg te dragen een eigen wateraansluiting. De regelrechter begrijpt dat de helft van de kosten van de aansluiting dan als geleden schade worden gevorderd.
5.5
De regelrechter is het met [eiser] eens dat [gedaagde] [eiser] niet had mogen afsluiten van het water. Ondanks dat [gedaagde] het zat was dat er niets gebeurde en niemand het initiatief nam voor het realiseren van een eigen watermeter bij [eiser], is water een van de eerste levensbehoeften waarvan in beginsel niemand mag worden afgesloten. Overigens betwist [gedaagde] gemotiveerd dat [eiser] volledig was afgesloten van het water. Volgens [gedaagde] was slecht één van de twee kranen afgesloten. Echter ook indien zou komen vast te staan dat [gedaagde] inderdaad onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld, kunnen de helft van de kosten van de aansluiting hier niet als schadevordering worden toegewezen. Het oorzakelijke verband ontbreekt hiervoor. [eiser] heeft deze kosten gemaakt omdat hij een aanvraag heeft ingediend voor een watermeter. Na de koop is de afspraak al gemaakt voor de aanvraag van een eigen meter. Die aanvraag is ook door verkoper/notaris gedaan, maar niet voltooid. [eiser] heeft daarom zelf een aanvraag ingediend, in verband met de verwatering van de afspraak bij de notaris, zoals hij zelf stelt.
Ook op grond van onrechtmatige daad kan daarom de vordering niet worden toegewezen.
5.6
Nu [eiser] voor het overige geen feiten en omstandigheden aan zijn vordering ten grondslag heeft gesteld dient dit gedeelte van de vordering te worden afgewezen.
Eindafrekening waterverbruik
5.7
[eiser] heeft de regelrechter ook gevraagd om een correcte verrekening van het waterverbruik in verhouding tot dat wat hij daadwerkelijk aan waterverbruik heeft betaald.
5.8
[gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de verrekening van het waterverbruik. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat hij in totaal iets meer dan € 300,00 voor het waterverbruik heeft betaald.
5.9
De regelrechter oordeelt als volgt. Vast staat dat er geen individuele meters zijn. Vast staat ook dat, totdat de eigen aansluiting was gerealiseerd, partijen gezamenlijk gebruik hebben gemaakt van de wateraansluiting. De regelrechter ziet daarom aanleiding om voor de afrekening van de kosten voor het watergebruik aan te sluiten bij artikel 7 vanPro de splitsingsakte. Hieruit volgt dat de eigenaars verplicht zijn om voor de in artikel 5 genoemdePro breukdelen bij te dragen in de kosten die voor rekening zijn van de gezamenlijk eigenaars. De kosten van het waterverbruik voor zover de eigenaars daarvoor niet afzonderlijk worden aangeslagen staan onder i genoemd. Toepassing van de vastgestelde breukdelen leidt er toe dat de eigenaars de helft van het waterverbruik moeten betalen, te weten € 150,00 over de periode van 11 juli 2024 tot en met 2 december 2025. Dit betekent dat [eiser] € 90,00 te veel heeft betaald en [gedaagde] nog € 90,00 aan [eiser] moet terugbetalen. [gedaagde] wordt hiertoe veroordeeld.
Proceskosten
5.1
De kantonrechter ziet aanleiding de kosten te compenseren inhoudende dat iedere partij de eigen kosten draagt.
6.De beslissing
De regelrechter:
6.1
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 90,00 aan [eiser];
6.2
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
6.3
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.