Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3465

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
20 juni 2026
Zaaknummer
12159838 \ EJ VERZ 26-99
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 475fa RvArt. 475da RvArt. 475e Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot verhoging beslagvrije voet op grond van hardheidsclausule

In deze civiele zaak verzoekt de beslagene om verhoging van de beslagvrije voet op grond van de hardheidsclausule van artikel 475fa Rv. Het verzoek is ingediend naar aanleiding van executoriaal derdenbeslag gelegd door DUO op haar uitkering. De beslagvrije voet was vastgesteld op € 2.265,00 per maand, terwijl verzoeker een verhoging tot € 2.815,00 wenst vanwege medische kosten.

Tijdens de mondelinge behandeling lichtte verzoeker toe dat de medische kosten voor rugklachten, bekkenblessure en traumatherapie inmiddels zijn vervallen doordat zij haar financiën heeft geherstructureerd en deze uitgaven heeft geschrapt. Tevens gaf zij aan dat haar maandelijkse uitgaven na het schrappen van andere vaste lasten uitkomen op € 2.027,00, wat onder de beslagvrije voet ligt.

De kantonrechter oordeelt dat de hardheidsclausule slechts in uitzonderlijke situaties geldt waarin noodzakelijke kosten niet via andere wegen kunnen worden verlaagd en tot een kennelijke onevenredige hardheid leiden. Nu de medische kosten zijn vervallen en de uitgaven onder de beslagvrije voet blijven, is geen sprake van een dergelijke situatie. Het verzoek wordt daarom afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Het verzoek tot verhoging van de beslagvrije voet wordt afgewezen omdat de medische kosten zijn vervallen en de uitgaven onder de beslagvrije voet blijven.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer / rekestnummer: 12159838 \ EJ VERZ 26-99
Beschikking van 9 juni 2026
in de zaak van
[verzoeker],
te [woonplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
procederend in persoon,
tegen
DIENST UITVOERING ONDERWIJS,
te Groningen,
verwerende partij,
hierna te noemen: DUO,
gemachtigde: mr. M.F.J. Pijnenburg, deurwaarder.

1.De procedure

1.1
[verzoeker] heeft een verzoek tot het toepassen van de hardheidsclausule beslagvrije voet als bedoeld in artikel 475 fa Pro Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) ingediend. Het verzoek is ontvangen op 26 maart 2026.
1.2
Op 11 mei 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden waar [verzoeker] en mr. Pijnenburg, zijn verschenen.
1.3
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.Het geschil en de beoordeling

Waar gaat deze zaak over?
2.1
In opdracht van Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: DUO) is executoriaal derdenbeslag gelegd onder de uitkering die [verzoeker] ontvangt. De deurwaarder heeft de beslagvrije voet voor het jaar 2026 vastgesteld op € 2.265,00 per maand.
2.2
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter om de beslagvrije voet te verhogen tot een bedrag van € 2.815,00 per maand omdat er volgens haar sprake is van een onevenredige hardheid als gevolg van een omstandigheid waarmee geen rekening is gehouden bij vaststelling van de beslagvrije voet.
2.3
Zij voert daartoe aan dat er geen rekening is gehouden met haar medische kosten voor de behandeling van haar rugklachten en bekkenblessure. Ook moet [verzoeker] kosten betalen voor traumatherapie, die maar voor de helft worden vergoed.
2.4
DUO is het met dit verzoek niet eens. [verzoeker] heeft in haar verzoek namelijk aangegeven dat de kosten voor dagopvang en fysiotherapeut zijn vervallen, zodat de totale uitgaven van [verzoeker] onder de beslagvrije voet vallen en het verzoekschrift niet gehonoreerd hoeft te worden, aldus DUO.
Het oordeel van de kantonrechter
2.5
Tussen partijen is niet in geschil dat de beslagvrije voet conform de artikelen 475da tot en met 475e Rv is vastgesteld. [verzoeker] is echter van mening dat zich omstandigheden voordoen op grond waarvan zij een beroep kan doen op de hardheidsclausule van artikel 475fa Rv.
2.6
Op grond van artikel 475fa Rv kan de kantonrechter de vastgestelde beslagvrije voet voor een bepaalde termijn verhogen. Dat is mogelijk wanneer de toepassing van de artikelen 475da tot en met 475e Rv – aan de hand waarvan de beslagvrije voet is vastgesteld – als gevolg van een omstandigheid waarmee bij die vaststelling geen rekening is gehouden, tot een kennelijke onevenredige hardheid leidt. Uit de Memorie van Toelichting bij de totstandkoming van dit artikel volgt dat het moet gaan om situaties waarin sprake is van uitzonderlijk hoge, noodzakelijke en niet (deels) via andere wegen te verlagen kosten waardoor de debiteur onder het bestaansminimum komt. Het beroep op de hardheidsclausule zal vanuit deze optiek beperkt zijn tot zeer uitzonderlijke, individuele situaties. Een hardheidsclausule is niet bedoeld als standaardcompensatie voor groepen mensen die niet uitkomen met de voor hen geldende beslagvrije voet.
2.7
De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek van [verzoeker] moet worden afgewezen. Daartoe is in de eerste plaats van belang dat de aanvankelijke grondslag van het verzoek, de omstandigheid dat [verzoeker] extra medische kosten maakt voor de behandeling voor haar rugklachten en bekkenblessure en voor de traumatherapie, is komen te vervallen. Ter zitting heeft [verzoeker] toegelicht dat deze kosten zijn vervallen. [verzoeker] heeft haar financiën namelijk geherstructureerd en deze uitgaven geschrapt. Dat deze kosten noodzakelijk zijn en opnieuw zullen worden gemaakt, heeft [verzoeker] niet aangevoerd. In de tweede plaats is van belang dat [verzoeker] ter zitting heeft toegelicht dat, nadat zij (ook) andere (vaste) lasten heeft geschrapt, haar maandelijkse uitgaven uitkomen op een bedrag van € 2.027,00 per maand, zodat geen grond bestaat voor toewijzing van het verzoek omdat de maandelijkse uitgaven van [verzoeker] uitkomen onder de beslagvrije voet. [verzoeker] heeft ter zitting nog toegelicht dat de verhoging noodzakelijk is om onvoorziene kosten te dekken, maar dit vormt geen deugdelijke grondslag voor toewijzing van het verzoek.
De proceskosten
2.8
Gelet op de aard van het verzoek zal de kantonrechter de proceskosten compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1
wijst het verzoek van [verzoeker] af,
3.2
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.W.G. Wijnands en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.