Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
feit 2: omstreeks 13 juni 2023 in Leeuwarden samen met een ander [slachtoffer 1] door (bedreiging met) geweld of enige andere feitelijkheid heeft gedwongen tot het overmaken van geldbedragen;
feit 3: op 16 september 2023 in [plaats] samen met een ander € 23.005,-- van [slachtoffer 2] heeft gestolen (
primair), dan wel samen met een ander [slachtoffer 2] door (bedreiging met) geweld of enige andere feitelijkheid heeft gedwongen tot het overmaken van geldbedragen (
subsidiair).
3.De bewijsoverwegingen
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De motivering van de straf
7.De vorderingen van de benadeelde partijen
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
180 (honderdtachtig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
90 (negentig) dagen;
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende volgende algemene voorwaarde niet is nagekomen: de
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
benadeelde partij [slachtoffer 1]ten aanzien van het onder feit 1 bewezen verklaarde toe tot een bedrag van
€ 16.000,-- (zestienduizend euro)en veroordeelt verdachte tot
(hoofdelijke) betalingvan dit bedrag, bestaande uit materiële schade, te weten dat als en voor zover al door een ander (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
maatregelop dat verdachte verplicht om aan de Staat der Nederlanden, ten behoeve van de benadeelde partij, een bedrag te betalen van
€ 16.000,-- (zestienduizend euro), , en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt,
105 (honderdvijf) dagen gijzelingkan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Het toepassen van gijzeling ontslaat verdachte niet van haar betalingsverplichting aan de Staat;
overige deel niet-ontvankelijkis in de vordering en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
benadeelde partij [slachtoffer 2]in het geheel
niet-ontvankelijkis in de vordering;